Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Financieel beeld Limburgse gemeenten verslechterd

Datum nieuwsfeit: 21-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Provincie Limburg

Kerngegevens gemeentenfinanciën 1999
Financieel beeld Limburgse gemeenten verslechterd


61/99

Maastricht, 13 april 1999

Kerngegevens gemeentenfinanciën 1999
FINANCIEEL BEELD LIMBURGSE GEMEENTEN VERSLECHTERD

Bij een groot aantal Limburgse gemeenten is de financiële situatie verslechterd. Opvallend hierbij is dat zowel bij Maastricht als Heerlen -ondanks de aanzienlijke mindere uitkering uit het gemeentefonds- de financiële situatie is verbeterd. Voor een deel is dit toe te schrijven aan doorgevoerde bezuinigingen voor een ander deel aan specifieke uitkeringen, van het Rijk en de Provincie, bijvoorbeeld geld voor het Grote Steden Beleid (GSB). Om de financiële positie te verbeteren dienen onpopulaire maatregelen te worden genomen. Binnen het eigen belastinggebied bestaan hiervoor voldoende mogelijkheden. Gemeenten onderzoeken vaak eerst of niet op andere wijze tot een structurele sluitende begroting kan worden gekomen. Dit heeft wel tot gevolg, dat de verborgen ruimte in de begroting nagenoeg verdwijnt. Een goede budgetbewaking dient ont sporing van gemeenten te voorkomen. Dit staat in de Kerngegevens Gemeentefinanciën 1999 die Gedeputeerde Staten (GS) onlangs hebben vastgesteld.

Reservepositie
De totale reservepositie van de Limburgse gemeenten is ten opzicht van 1998 met f 58,4 mln (4,3%) toegenomen. Tegenover (3%) in 1998. De toename van dit jaar wordt voornamelijk veroorzaakt door de gemeenten Maasticht en Heerlen. In Heerlen is dit als gevolg van de verkoop van de nutsbedrijven. Opvallend is dat de bestemmingsreserves in totaliteit afnemen. Bij ruim de helft van de gemeenten lopen de bestemmingsreserves terug. De toename van de algemene reserves verloopt de laatste jaren progressief. Ondanks de genoemde verbeterde totale reservepositie is het beeld van de individuele gemeente vaak geheel anders.Zo is er bij 60% sprake van een verslechterde situatie.

Wat de budgettaire ruimte betreft kan worden geconstateerd dat deze voor de provincie als geheel aanzienlijk is verbeterd. De ruimte is ten opzichte van 1998 meer dan verdubbeld en bedraagt in totaliteit f 55,1 mln. Met name de positieve ontwikkeling van de ruimte van Heerlen en Maastricht hebben hier hun positieve invloed op. Het aantal gemeenten met een tekort is in 1999 afgenomen tot 6 tegenover
16 vorig jaar. De door de gemeenten gepresenteerde meerjarenramingen vertonen voor alle gemeenten tezamen een overschot. Na onderzoek blijkt, dat de uitkomsten negatiever zijn dan door de gemeenten gepresenteerd. Dit betekent dat gemeenten hun investeringsplannen moeten bijstellen of aanvullende dekkingsmiddelen zullen moeten zoeken.

Gemeentelijke belastingen
De gemeenten hebben hun opbrengsten uit de belangrijkste belastingen (OZB-woonruimten, rioolrecht en reiningingsheffing) in 1999 evenals in 1998, verhoogd met gemiddeld f 49 tot f 1.062 per woonruimte. Dit komt overeen met een stijging van afgerond 5% ten opzichte van 1998. In de cijfers zijn de effecten van de zogenaamde "Zalmsnip" (f 100 per huishouden) niet meegenomen.

Vooralsnog zijn de gemeenten zijn vanaf 2000 vrij in hun keuze tot terugbetaling van deze gelden aan de inwoners of deze gelden door te sluizen naar de algemene middelen. Uit de meerjarenramingen is gebleken dat gemeenten deze gelden niet alijd willen doorsluizen naar hun inwoners. Maar uit informeel overleg is bekend dat het Kabinet van plan is in het kader van de lokale lastendruk de "snip" toch ten goede van de burgers te laten komen.

In de meerjarenbegrotingen is door de gemeenten rekening gehouden met een gemiddelde belastingdrukstijging van 4% per jaar. De verwachting is dat de belastingdruk zelfs iets sterker zal stijgen dan dit percentage. Diverse gemeenten hebben, in hun meerjarige dekkings plannen, hun toekomstige belastingstijgingen nog niet volledig vastgelegd.

Belastingdruk
De stijging bedraagt evenals vorig jaar gemiddeld f 49 per woon ruimte, Dit komt overeen met een stijging van afgerond 5%. De belastingdruk neemt voortdurend toe, terwijl het gemiddelde stijgingspercentage zich voor dit jaar stabiliseert op het niveau van
1998. Bij 81% van de Limburgse gemeenten neemt de belastingdruk per woonruimte toe met een percentage dat varieert tussen de 1 en 23. De gemiddelde toename van de OZB-opbrengst per woonruimte is eveneens
5% en deze stijgt ook bij driekwart van de gemeenten. In de nu volgende tabel is de ontwikkeling van de belastingdruk in Limburg afgezet tegen de landelijke ontwikkeling (CBS).

Ontwikkeling belastingdruk in guldens per woonruimte

Ned. OZB Rioolrecht. Reinigings- Totaal
(won.+ bedr.) heffingen


1996 642 (100) 165 (100) 360 (100) 1.167 (100)
1997 682 (106) 177 (107) 370 (103) 1.229 (105)
1998 696 (108) 182 (110) 358 (99) 1.236 (106)
1999 777 (121) 206 (125) 398 (111) 1.381 (118)

Limb. OZB Rioolrecht. Reinigings- Totaal
(won.+ bedr.) heffingen


1996 620 (100) 208 (100) 301 (100) 1.129 (100)
1997 637 (103) 216 (104) 317 (105) 1.170 (104)
1998 654 (105) 227 (109) 341 (113) 1.222 (108)
1999 688 (111) 238 (114) 356 (118) 1.282 (114)

(Tussen haakjes staan de indexcijfers met 1996 als basisjaar)

Voor 1999 zien we dat de lastendrukstijging gemiddeld in onze provincie achterblijft ten opzichte van de landelijke toename. Vorig jaar was de gemiddelde lastendruk nagenoeg gelijk aan het landelijk gemiddelde, terwijl we er nu 7% onder liggen. Opvallend is de landelijke ontwikkeling van de OZB. Het CBS geeft aan dat bij die gemeenten waar de algemene uitkering lager wordt de OZB-opbrengst het hardst stijgt. In Limburg wordt uiteraard ook geanticipeerd op de teruggang van de algemene uitkering, want de uitkering ter compensatie van die achteruitgang wordt na 2000 afgeschafd. We constateren echter dat eerst alle andere opties volledig worden nagegaan en benut voordat wordt overgegaan tot OZB verhoging.

De belastingdruk van de OZB en de reinigingsheffing liggen beide afgerond 11% onder de landelijke gemiddelden terwijl de belasting druk voor het rioolrecht 16% boven het gemiddelde ligt. Bij de cijfers is uitgegaan van de bruto bedragen, dat wil zeggen dat er geen rekening is gehouden met uitzuivering van de zogenaamde "Zalm snip". Dit is een bewuste keuze geweest om de belastinggegevens te kunnen vergelijken met voorgaande jaren. De CBS-cijfers zijn hierbij goed vergelijkbaar, deze zijn ook gebaseerd op bruto bedragen.

De kracht van deze benadering is dat zo in één oogopslag een integrale beoordeling van de relatieve financiële positie van een gemeente kan worden gemaakt. Een oordeel over de financiële positie wordt normaliter grotendeels gevormd door de inschatting en het individuele oordeel van de toezichthouder. In de hier gepresenteerde benadering is getracht dit oordeel te objectiveren door de gemeenten te beoordelen ten opzichte van elkaar. Hierbij moet worden opgemerkt dat bij de indeling geen rekening is gehouden met het voorzieningen niveau van de gemeenten.

Indeling gemeenten naar financiële positie (excl. Gulpen-Wittem)

Groep 1 Groep 2 Groep 3
Nederweert Heythuysen Simpelveld Venray
Gennep Ambt Montfort Arcen en Velden Nuth
Eijsden Maasbree Swalmen Meerssen
Meijel Haelen Maasbracht Mook en Mid.
Margraten Meerlo-Wanssum Horst Kessel
Vaals Helden Belfeld Schinnen
Roerdalen Heerlen Thorn Born
Roggel en Neer Heel Broekhuizen Sevenum
Beesel Roermond Valkenburg a/d Geul Stein
Bergen Hunsel Sittard Beek
Grubbenvorst Venlo Maastricht
Echt Onderbanken Susteren
Voerendaal Brunssum Kerkrade
Weert
Tegelen
Geleen
Landgraaf
Groep 1 = Relatief goede financiële positie
Groep 2 = Relatief gemiddelde financiële positie Groep 3 = Relatief matige financiële positie

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie