Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Van der Ploeg: Toneelbestel niet verstard, wel verstopt

Datum nieuwsfeit: 22-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, directie Voorlichting
Datum: 21-04-1999

Persbericht
Nummer: 47

Van der Ploeg: Nederlands toneelbestel niet verstard, wèl verstopt

De kwaliteit van het Nederlandse theater verdient een veel groter publiek. De diversiteit van het aanbod en de manier waarop een groter publiek van jongeren en allochtonen wordt benaderd zullen een toetssteen worden bij de beoordeling van de plannen in het kader van de Cultuurnota. De toneelgezelschappen zullen veel meer moeten samenwerken met andere kunstvormen en andere media zoals film, televisie en internet. De concurrentie met het vrije circuit moet niet worden geschuwd. De vierjarige subsidies zijn geen garantie voor levenslange zekerheid. Het stelsel moet ruimte open houden voor nieuwe groepen en andere zullen daarvoor plaats moeten maken. Om samen met de gemeenten de vraagzijde te versterken overweegt Van der Ploeg om budgetten voor programmering beschikbaar te stellen. Daardoor wordt de positie van de podia versterkt en zal het reizen voor de gezelschappen aantrekkelijker zijn.

Dit zei staatssecretaris Rick van der Ploeg ter gelegenheid van het veertig jarig bestaan van de Vereniging van Nederlandse Toneelgezelschappen (VNT). In zijn speech reageerde hij op het pamflet van de toneelmakers verenigd in een commissie onder leiding van Felix Rottenberg. Deze commissie had zich op verzoek van de VNT over de toekomst van het toneelbestel gebogen. Van der Ploeg zei dat het van moed getuigt om een commissie in te stellen waarin artistiek leiders de opdracht kregen vrijuit en zonder restricties van het bestuur of influisteringen vanuit hun eigen gezelschap de toneelsituatie te analyseren.

De staatssecretaris is het echter niet eens met een aantal stellingen van de commissie. Hij vindt dat het pamflet geen antwoorden geeft op de problemen waarmee de sector te kampen heeft. Er is sprake van vergrijzing van het publiek, er is geen ruimte voor jonge toneelmakers, allochtone kunstenaars komen nauwelijks aan bod en het toneel is een zaak geworden van een selecte groep liefhebbers. Het voorstel van de commissie om twee nieuwe toneelensembles op te richten, nl. een groot repertoire gezelschap voor Amsterdam en een reisgezelschap , vindt Van der Ploeg geen oplossing. Dit soort gezelschappen lijken functies te monopoliseren die de staatssecretaris liever zou toewijzen aan de artistiek leider en het gezelschap dat daarvoor het meest te bieden heeft. Dit sluit beter aan bij de diversiteit die juist de kracht is van het Nederlandse toneelbestel. Ook het voorstel om een curatorium op te richten dat de subsidies over de stadsgezelschappen moet verdelen, vindt Van der Ploeg geen goed plan. Een dergelijke vorm van zelfbestuur buiten de cultuurnotasystematiek om leidt tot verder isolement en biedt geen garantie voor openheid, transparantie en diversiteit.

De staatssecretaris stelt voor om aan de discussie over het toneelbestel de volgende uitgangspunten toe te voegen.

De marktverhoudingen in het gesubsidieerde segment van het toneel zijn volgens Van der Ploeg verstoord. Het in autonomie produceren van voorstellingen blijkt zijn beperkingen te hebben. Er zal meer moeten worden geluisterd naar programmeurs en de verstandhouding met het publiek moet een stuk beter. De staatssecretaris is dan ook van plan om samen met de gemeenten de vraagzijde te versterken. Daarvoor is het nodig dat de programmeringsbudgetten omhoog gaan, dat inhoudelijke deskundigheid wordt versterkt en dat betere en effectievere marketinginstrumenten worden ingezet.

De gedachte om reisdwang te vervangen door reislust kan volgens de staatssecretaris bevorderd worden door de positie van de podia te versterken. Verder vindt hij van belang dat de gezelschappen een sterke relatie hebben met hun eigen regio en dat succesvolle stukken langer worden uitgespeeld.

De verstopping van het bestel is volgens Van der Ploeg ook het gevolg van het feit dat vierjarige subsidies door de gezelschappen niet als vierjarige subsidies worden gezien maar als een blijvend recht op ondersteuning. Als we het stelsel willen gebruiken zoals het bedoeld is, dan moet ruimte worden gemaakt voor nieuwe groepen en zullen andere daarvoor plaats moeten maken.

De ruimte voor jonge en voor allochtone makers heeft de staatssecretaris hoog in het vaandel. Hij verwacht van het fonds voor de Podiumkunsten dan ook een actievere opstelling. Initiatiefrijker, maar ook selectiever. Bovendien overweegt hij verdere maatregelen om de culturele diversiteit te stimuleren.

Ten slotte merkte Van der Ploeg op dat de suggestie van het VNT-pamflet om de concurrentie met het vrije circuit aan te gaan een interessante gedachte is. Zijn voornemen om de vraagzijde te versterken houdt ook een vraag naar hoogwaardige vrij geproduceerde voorstellingen in.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie