Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen over proces op Cuba

Datum nieuwsfeit: 22-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag
Directie Westelijk Halfrond

Afdeling Midden-Amerika en

Caraïbisch gebied

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 20 april 1999
Kenmerk DWH/MC-118/99
Blad 1/1
Bijlage(n) 1
Betreft Antwoord op de vragen van de leden Karimi en Apostolou over een proces op Cuba

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer van 5 maart, nr. 2989908920 moge ik U, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, als bijlage dezes mijn antwoord doen toekomen op de door de leden Karimi en Apostolou overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen over een proces op Cuba.

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN,

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van de leden Karimi en Apostolou over een proces op Cuba (ingezonden 4 maart 1999)

Vraag 1:

Bent u op de hoogte van het artikel "Kritiek op Cuba wegens proces van Vier"?

Antwoord vraag 1:

Ja.

Vraag 2:

Hebben Cubaanse veiligheidstroepen circa honderd Cubaanse burgers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties opgepakt? Behoren Oswalda Paya (Christelijke beweging voor bevrijding, MCL) en Raoul Rivero (Cubapress) tot de arrestanten? Hoe luidt de aanklacht tegen deze opgepakte Cubaanse burgers?

Antwoord vraag 2:

De Cubaanse veiligheidstroepen hebben een groot aantal Cubaanse burgers hetzij gearresteerd, hetzij de waarschuwing gegeven zich op de dag van het proces niet op straat te begeven. Oswaldo Paya werd belet op de dag van het proces zijn huis te verlaten. Raoul Rivero werd naar verluidt opgepakt. Van een aanklacht tegen hen die werden opgepakt dan wel huisarrest kregen is volgens mijn informatie geen sprake.

Vraag 3:

Is buitenlandse journalisten en diplomaten detoegang ontzegd tot het proces van de "Groep van Vier"? Zo ja, bent u voornemens al dan niet in EU-verband actie hiertegen te ondernemen en bij de Cubaanse regering aan te dringen op openheid en toegankelijkheid?

Antwoord vraag 3:

Ja, diplomaten en buitenlandse journalisten werden verhinderd het proces bij te wonen. Op 9 maart jl. heeft de Duitse Ambassadeur te Havanna de zorgen van de EU over het proces tegen de vier dissidenten onder de aandacht van de Cubaanse autoriteiten gebracht. Op 17 maart jl. is in een gezamenlijke verklaring de ernstige bezorgdheid van de EU verwoord inzake het niet toelaten van diplomaten en vertegenwoordigers van de internationale media tot het proces. Deze verklaring is op 18 maart jl. door het EU-Voorzitterschap aan de Cubaanse autoriteiten overhandigd. Op dezelfde datum is dit onderwerp door Nederland aan de orde gesteld in een gesprek met de Cubaanse Ambassadeur op het Ministerie van Buitenlandse Zaken. In dit gesprek is teleurstelling en bezorgdheid uitgesproken over de vonnissen tegen de vier dissidenten, het oppakken van Cubaanse burgers tijdens het proces en het niet toelaten van diplomaten en buitenlandse pers in de rechtszaal en het aanscherpen van de Cubaanse strafwetgeving. Er is op aangedrongen de veroordeelde dissidenten alsnog in vrijheid te stellen.

Vraag 4:

Wanneer is de "Wet op bescherming van de nationale soevereinitieit" in werking getreden? Deelt u de mening dat de "Wet op bescherming van de nationale soevereiniteit" democratiseringsprocessen en vrijheid van meningsuiting belemmert?

Antwoord vraag 4:

Deze wet is op 15 maart jl. van kracht geworden. Uw mening dat deze wet democratiseringsprocessen en vrijheid van meningsuiting belemmert, deel ik ten volle.

Vraag 5:

Hebben de verslechterde mensenrechtensituatie en het stagnerende democratiseringsproces consequenties voor de relatie tussen de Europese Unie en Cuba op het gebied van handel en investeringen? Zo ja, welke?

Antwoord vraag 5:

Het beleid van de EU inzake Cuba legt een duidelijk verband tussen vooruitgang op het gebied van de mensenrechten en politieke vrijheden en het uitbreiden van de samenwerking. Bij een toekomstige beoordeling van de wenselijkheid van toetreding van Cuba tot de nieuwe Lomé Conventie zal de mensenrechtensituatie een zwaar wegende factor zijn.

Vraag 6:

Kunt u de Kamer inlichten over de resultaten en conclusies van de in februari 1999 naar Cuba afgereisde ambtelijke missie? Welke politieke randvoorwaarden zijn er door het ministerie gesteld voor een eventuele handelsmissie naar Cuba?

Antwoord vraag 6:

Belangrijkste conclusie van het bezoek was dat de dialoog met Cuba zoveel als mogelijk is geïntensiveerd moet worden. Een beleid van isolement werkt negatief uit op de levensomstandigheden van de bevolking en kan geenbijdrage leveren aan democratische en economische ontwikkelingen. Naar een land waarmee weinig officiële contacten bestaan, wordt door de Cubaanse overheid minder geluisterd dan naar landen die een intensievere relatie onderhouden. Om te zorgen dat Nederland niet de basis verliest voor het voeren van een dialoog, waarbinnen de mensenrechtensituatie met kracht aan de orde kan worden gesteld, verdient het aanbeveling in de toekomst de contacten met Cuba aan te halen.

Het onderwerp 'handelsmissie' als zodanig is met de Cubaanse autoriteiten niet uitgebreid besproken.

Vraag 7:

In hoeverre is er tijdens de ambtelijke missie gesproken over de mensenrechtensituatie en democratiseringsprocessen in Cuba? Zijn er toezeggingen gedaan door de Cubaanse autoriteiten op het gebied van mensenrechten en democratiseringsprocessen?

Antwoord 7:

Bij elk gesprek met de Cubaanse autoriteiten zijn de mensenrechten door de Nederlandse delegatie krachtig aan de orde gesteld. Door de Cubaanse autoriteiten werden tijdens dit bezoek geen toezeggingen gedaan.

Vraag 8:

Welke consequenties hebben het verslechterde mensenrechtenbeleid en het stagnerende democratiseringsproces voor het voorgenomen bezoek van de staatssecretaris van Economische Zaken aan Cuba?

Antwoord 8:

Het voorgenomen bezoek van de staatssecretaris van Economische Zaken past binnen het Nederlands beleid om de dialoog met Cuba zoveel mogelijk te intensiveren. Dit beleid dient niet alleen om te voorkomen dat Nederland ten opzichte van andere landen achterop raakt, maar ook om een verdere basis te scheppen waarin ook misstanden aan de orde gesteld worden. Gezien de intrinsieke waarde die een versteviging van de overheidscontacten kan hebben en de langzame, maar onomkeerbare (economische) opening van Cuba, lijkt een bezoek van een Nederlandse bewindspersoon dan ook in de rede te liggen. Bij verregaande verslechtering van de mensenrechtensituatie zal heroverweging van het voorgenomen bezoek plaatsvinden.

Vraag 9:

Kunnen de EU-ambassadeurs in Havanna de taak op zich nemen om regelmatig openbaar verslag te doen over de mensenrechtensituatie in Cuba, nu internationale mensenrechtsenorganisaties geen toegang hebben tot het land en interne bronnen door de repressieve wetgeving aan grote risico's worden blootgesteld?

Antwoord 9:

Tot dusver is sprake geweest van een adequate verslaggeving door de internationale pers, ook via internet, over de ontwikkeling van de situatie in Cuba. De internationale media zijn uitgesloten van de recent van kracht geworden verscherpte wetgeving, waardoor deze in staat mogen worden geacht ongecensureerd te rapporteren over de mensenrechtensituatie.


1) Volkskrant, 2 maart jl.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie