Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Agenda Algemene Europese Raad

Datum nieuwsfeit: 26-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Algemene

Commissie voor Europese Zaken

en de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag
Directie Integratie Europa

Associatie en andere Bijzondere Betrekkingen

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 16 april 1999 Behan mw. drs. S.L.J.M. Filippini Kenmerk 270/99
Blad /17
Bijlage(n) *
Betreft Geannoteerde Agenda

Algemene Raad d.d. 26/27 april 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij de geannoteerde agenda van de Algemene Raad van 26/27 april a.s. aan te bieden.

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Geannoteerde Agenda Algemene Raad d.d. 26/27 april 1999

Horizontale vraagstukken

Naar aanleiding van de bijzondere Europese Raad in Berlijn te bespreken punten

Bij de bespreking van de 'follow-up' van Berlijn zal de Algemene Raad zich voornamelijk buigen over het Interinstitutioneel Akkoord (IIA) tussen de Raad en het Europees Parlement inzake de begrotingsdiscipline. Een ander punt, de goedkeuring van de diverse verordeningsteksten inzake de structuurfondsen, is reeds via een schriftelijke goedkeuringsprocedure in de eerste weken van april afgewikkeld.

Ten tijde van de opstelling van deze geannoteerde agenda waren de onderhandelingen over het IIA met het Europees Parlement nog gaande. De discussie spitst zich vooral toe op de mate waarin het Europees Parlement de gelegenheid krijgt fondsen aan de ene of de andere begrotingscategorie toe te voegen ('flexibiliteit'). De Nederlandse opstelling in deze is dat binnen de grenzen van de conclusies van Berlijn, het Europees Parlement een redelijke speelruimte moet worden geboden. Zowel het Europees Parlement als de Raad hechten aan spoedige afronding van de onderhandelingen. In dit licht is de verwachting dat de Algemene Raad van 26/27 april a.s. zijn goedkeuring aan het nieuwe Inter-Institutioneel Akkoord zal hechten.

Het EP zal zich evenwel hard opstellen, getuige de resolutie van het EP van 14 april, waarin wordt vooruitgelopen op de mogelijkheid dat Raad en EP geen overeenstemming bereiken.

Statuut van de leden van het Europees Parlement

Sinds het Algemeen Overleg van 8 april jl. heeft de Raadswerkgroep twee keer vergaderd over het Statuut voor de leden van het Europees Parlement. De contouren van overeenstemming over het voorstel worden zichtbaar, echter er moeten nog enige lastige punten worden opgelost. Het Voorzitterschap hoopt dat het ontwerp-Statuut op 26 april a.s. rijp is voor unanieme goedkeuring door de Raad.

Nederland stelt zich actief en constructief op in de besprekingen. Nederland beschouwt het voorstel als een goede basis voor besluitvorming over een alomvattend, transparant en solide Statuut voor de leden van het Europees Parlement. Samen met de andere lidstaten heeft Nederland wel kritische kanttekeningen geplaatst bij de onkostenregeling, de pensioenopbouw en de structuur van het voorstel (Statuut en bijlagen). In de Raad wordt daarom gewerkt aan amendementen om het voorstel op deze onderdelen bij te stellen.

Het belangrijkste probleem in de discussies in de Raad wordt gevormd door de communautaire belastingheffing over de salarissen van de leden van het Europees Parlement. Een grote meerderheid van de lidstaten, waaronder Nederland, is hier voorstander van, maar enkele lidstaten hebben een sterke voorkeur voor nationale belastingheffing over het inkomen van de parlementsleden.

Het ziet er naar uit dat communautaire belastingheffing als uitgangspunt wordt aanvaard, maar dat er een soort 'opt-out' komt voor de leden van het Europees Parlement uit die lidstaten die dit beginsel nog niet wensen te aanvaarden. Het Voorzitterschap meent dat de uitzondering tijdelijk zou moeten zijn en dat alleen die lidstaten die er nadrukkelijk om gevraagd hebben hier gebruik van zouden kunnen maken. De belasting die nationaal wordt geheven, zou naar de gemeenschapsbegroting moeten terugvloeien.

Verder wordt gesproken over de hoogte van de verschillende onkostenvergoedingen. Nederland meent dat de vergoedingen direct verband moeten houden met de gemaakte kosten en heeft er op aangedrongen de vergoedingen minder royaal te maken. Zo kunnen de dagvergoedingen naar beneden worden bijgesteld. Over de pensioenregeling is evenmin een definitieve tekst overeengekomen. Nederland heeft ten aanzien van dit punt aangedrongen op gelijke pensioenrechten voor ongehuwde partners. Nederland heeft voorts gevraagd om een openbaar toegankelijk register van alle betaalde en onbetaalde nevenfuncties van leden van het Europees Parlement. Naar Nederlands oordeel zou het salaris verminderd moeten worden indien het lid van het Europees Parlement uit nevenfuncties extra inkomsten heeft.

Uitvoering van het Verdrag van Amsterdam

Op 1 mei a.s. zal het Verdrag van Amsterdam in werking treden. De Algemene Raad zal de voorbereiding van de Unie op het nieuwe Verdrag bespreken. Eén van de belangrijkste problemen betreft de integratie van Schengen in de Unie.

Op dit punt zal de Raad separaat ingaan (zie hieronder).

Ten behoeve van de discussie in de Raad zal het Voorzitterschap een overzicht verspreiden van de verschillende voorbereidende werkzaamheden op de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam. Dit document was nog niet gereed op het moment van opstelling van deze geannoteerde agenda. De verwachting is echter dat het document drie soorten maatregelen zal beschrijven.

In de eerste plaats betreft het de algemene maatregelen, die voor de goede werking van de instellingen van belang zijn. Daaronder vallen de praktische regelingen voor het functioneren van de codecisie-procedure tussen Raad en Europees Parlement, de afspraken over de verbetering van de wetgevingskwaliteit, de toegankelijkheid (en de beveiliging) van documenten, aanpassingen in het reglement van orde van de Raad, het statuut voor de leden van het Europees Parlement en herziening van het comitologiebesluit.

In de tweede plaats gaat het om de maatregelen die genomen worden in verband met de herzieningen in de tweede pijler. In dit verband zijn afspraken nodig over de afstemming van de besluitvorming in EU- en WEU-verband. Daarnaast is voorzien in de oprichting van een Eenheid voor Beleidsplanning en Vroegtijdige Waarschuwing en de benoeming van een Hoge Vertegenwoordiger voor het GBVB. Dit laatste besluit zal overigens pas worden genomen tijdens de Europese Raad van Keulen, in juni van dit jaar.

In de derde plaats gaat het om maatregelen die verband houden met de herzieningen in de verdragsbepalingen op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken. Het belangrijkste vraagstuk betreft, zoals eerder gesteld, de Schengen-integratie. Voorts moet de werkstructuur onder de Raad worden aangepast door de overgang van het asiel-, visum- en immigratiebeleid van de derde naar de eerste pijler.

Naar aanleiding van genoemd overzicht van het Voorzitterschap zullen de lidstaten de gelegenheid aangrijpen om opmerkingen te plaatsen bij aspecten van het nieuwe Verdrag die zij in het bijzonder van belang achten. Nederland zal in dit verband nog eens wijzen op het belang van verkorting van de prejudiciële procedures bij het Hof van Justitie in Luxemburg. Gezien de rechtsmacht die het Hof nu onder meer heeft gekregen in de derde pijler zal de werkdruk bij het Hof toenemen. De materie van de derde pijler, maar ook die van de nieuwe titel vrij personenverkeer uit het EG-Verdrag, vereisen dat de nationale rechters snel antwoord op rechtsvragen krijgen.

Uitvoering van het protocol van Schengen

Voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam dient de Raad, in overeenstemming met verklaring 44 en verklaring 47 bij dat Verdrag, twee besluiten te nemen en twee overeenkomsten af te sluiten.

De besluiten hebben betrekking op de opneming van het Schengen-acquis in de EU.

Eén besluit zal met unanimiteit van de dertien EU-lidstaten die partij zijn bij het Verdrag van Schengen worden genomen en zal het Schengen-acquis vaststellen dat door de EU dient te worden overgenomen. Het tweede besluit vereist unanimiteit van de vijftien lidstaten en zal de rechtsgrondslag vaststellen voor elk van de bepalingen en besluiten die gezamenlijk het Schengen-acquis vormen. Beide besluiten zullen, zodra beschikbaar, op gond van artikel 5 van de goedkeuringswet van het Verdrag van Amsterdam ter instemming aan uw Kamer worden voorgelegd.

Beide besluiten zijn thans onderwerp van intensieve besprekingen met het oog op mogelijke oplossingen voor de laatste nog uitstaande knelpunten. Voor een uitgebreide toelichting terzake zij verwezen naar de brieven van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken d.d. 19 februari jl., 17 maart jl. en 30 maart jl. over de integratie van Schengen in de Unie. De inzet van de Regering is dat beide besluiten bij voorkeur tijdens deze bijeenkomst van de Algemene Raad genomen worden. Met name de Spaanse regering heeft nog een aantal voorbehouden bij de beide besluiten, die verband houden met de positie van Gibraltar. Op 20 april a.s. zal de Duitse Minister van Binnenlandse Zaken Otto Schily met zijn Spaanse ambtgenoot overleg voeren teneinde een voor alle partijen acceptabele oplossing voor de Spaanse problemen te vinden. In de vergadering van het Comité van Permanente Vertegenwoordigers d.d. 15 april jl. bleek de Spaanse delegatie reeds bereid een aantal voorbehouden in te trekken.

Naast de Spaanse voorbehouden bestaat er een probleem ten aanzien van de keuze van rechtsgrondslag voor het SchengenInformatie Systeem (SIS). Hoewel de inzet van de Regering onverminderd gericht is op vaststelling van rechtsgrondslag voor het SIS in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag van Amsterdam en conform de inspanningsverplichting die de verdragsluitende partijen zijn aangegaan in verklaring 44 bij het Verdrag van Amsterdam, geeft bespreking van dit onderwerp op het niveau van Permanente Vertegenwoordigers geen aanleiding tot optimisme. Het is denkbaar dat de benodigde unanimiteit ten aanzien van toedeling van rechtsgrondslag aan het SIS-acquis niet gevonden zal worden. Het Duits voorzitterschap zal waarschijnlijk voorstellen een besluit tot vaststelling van rechtsgrondslag voor het Schengen-acquis te nemen waarvan het acquis met betrekking tot het SIS is uitgesloten. Hierdoor zal dit onderdeel van het Schengen-acquis in overeenstemming met artikel 2 lid 1 vierde alinea van het Schengen-protocol geacht worden te zijn gebaseerd op titel VI VEU.

De twee overeenkomsten die op basis van artikel 6 van het Schengenprotocol dienen te worden afgesloten, hebben betrekking op de samenwerking met Noorwegen en IJsland enerzijds en de Schengen-lidstaten anderzijds.

Eén overeenkomst dient om passende procedures overeen te komen tussen Noorwegen en IJsland enerzijds en de Schengen-lidstaten anderzijds voor de uitvoering en de verdere ontwikkeling van het Schengen-acquis in het kader van de EU.

De tweede overeenkomst dient tot vaststelling van de wederzijdse rechten en verplichtingen van Ierland en het VK enerzijds en Noorwegen en IJsland anderzijds, op gebieden van het Schengen-acquis die op deze staten van toepassing zijn.

Ten aanzien van de eerstgenoemde overeenkomst (en de toepassingsmodaliteiten) bestaat een grote mate van overeenstemming tussen de betrokken partijen. De Regering zet zich in om tijdens de komende Algemene Raad een akkoord over de tekst van deze overeenkomst te bereiken. Waarschijnlijk zal tijdens de Algemene Raad eveneens het onderhandelingsmandaat voor de tweede overeenkomst kunnen worden vastgesteld, nu de Spaanse delegatie in het Comité van Permanente Vertegenwoordigers te kennen heeft gegeven zijn voorbehoud bij dit mandaat in te zullen trekken.

Mogelijk zullen aan de Algemene Raad twee ontwerp-besluiten worden voorgelegd met betrekking tot de 'help-desk server' van de beheerseenheid van het SIRENE fase II netwerk. Eén besluit heeft betrekking op de machtiging van de Secretaris-Generaal van de Raad om op te treden als vertegenwoordiger van bepaalde lidstaten bij de sluiting van contracten met betrekking tot de installatie en werking van de 'help-desk server' van de beheerseenheid van het SIRENE-netwerk fase II, alsmede om die contracten te beheren. Het tweede besluit is een ontwerp van een financieel reglement met betrekking tot de budgettaire aspecten van het beheer door de Secretaris-Generaal van de Raad van de contracten die deze sluit op basis van het eerstgenoemde besluit. Beide besluiten zullen, zodra beschikbaar, op grond van artikel 5 van de goedkeuringswet van het Verdrag van Amsterdam, ter instemming aan uw Kamer dienen te worden voorgelegd. Beide besluiten geven praktische invulling aan de overname van bepaalde taken die thans door het Schengen-Secretariaat worden vervuld, door het Secretariaat-Generaal van de Raad.

Tenslotte zal de Regering zich ervoor inzetten ook de overgang van het Schengen-Secretariaat naar het Secretariaat-Generaal van de Raad voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam te laten plaatsvinden. Ten aanzien van dit punt zijn de besprekingen nog niet afgerond.

(eventueel) Uitbreiding

Het onderwerp EU-uitbreiding staat als horizontaal agendapunt vast geagendeerd voor de Algemene Raad. De ontwikkelingen in dit dossier nopen niet tot inhoudelijke bespreking in de komende Algemene Raad.

Externe betrekkingen

Birma/Myanmar


- Uitbreiding van het gemeenschappelijk standpunt (event. A'-punt)

De Algemene Raad zal zich buigen over een verlenging van het Gemeenschappelijk Standpunt (GS) inzake Birma met (opnieuw) zes maanden. Bij de vorige verlenging in oktober 1998 besloot de Raad, mede op aandringen van Nederland, tot verscherping van het GS door een expliciet verbod op transitvisa voor leden van het Birmese bewind en een verbod op visa voor hoge Birmese functionarissen werkzaam in de toeristische sector. Voor een sport- en cultuurboycot en economische sancties bleek binnen de EU onvoldoende draagvlak te bestaan.

Van een verbetering van de situatie in Birma is geen sprake. Integendeel, uit het rapport van de speciale rapporteur van deVN blijkt dat de mensenrechtensituatie verder is verslechterd en de onderdrukking van de democratische oppositie is toegenomen. Tegen de achtergrond van deze verdere verslechtering zal Nederland opnieuw een discussie entameren over de mogelijkheden tot (verdere) uitbreiding van de werkingssfeer van het GS met de genoemde maatregelen.

Onderhandelingen over een associatie-overeenkomst met Egypte

De Raad zal spreken over de stand van zaken in de onderhandelingen met Egypte over een Euro-Mediterraan associatie-akkoord. Tijdens de vorige Algemene Raad van 22 maart jl. werd vastgesteld dat nog op drie hoofdpunten geen overeenstemming bestond: landbouw en visserij, mensenrechten en terug- en overname. Voorzitter Fischer verzocht de Commissie toen om deze punten uiterlijk voor deze Algemene Raad op te lossen.

Op dit moment is het onzeker of de Commissie in deze opdracht zal slagen. Op het terrein van landbouw en visserij heeft de Raad nog geen nieuwe voorstellen ontvangen. Wat betreft de terug- en overnameclausule zijn er wel nieuwe voorstellen, zowel van Egypte als van de Commissie, doch is nog geen overeenstemming bereikt. Het Egyptische voorbehoud op het compromis over de mensenrechtenclausule blijft van kracht zolang er geen overeenstemming is over de terug- en overnameclausule.

Een meerderheid van de lidstaten, waaronder Nederland, houdt onverkort vast aan de door de Raad in 1996 vastgestelde standaardclausule voor terug- en overname.

(event.) Proces van Barcelona: derde Europese Mediterrane Ministersconferentie (Stuttgart, 15/16 april 1999)

De Raad zal mogelijk terugblikken op de derde officiële bijeenkomst van de Ministers van Buitenlandse Zaken van het Euro-Mediterrane Partnerschap (Stuttgart, 15-16 april 1999).

Rusland: Gemeenschappelijke Strategie

De AR zal kennis nemen van de voortgang van de werkzaamheden ten behoeve van de Gemeenschappelijke Strategie Rusland. Er bestaat thans brede overeenstemming over de aandachtsgebieden waarop de GSR zich zal richten namelijk:


1. democratie, rechtsstaat en publieke sector in Rusland


2. economisch hervormingsproces in Rusland


3. veiligheid en stabiliteit


4. gemeenschappelijke problemen zoals milieu, migratie, criminaliteit, energie

Nederland wenst een goed doordacht en kort document dat duidelijke prioriteiten stelt. Mede in het licht van de internationale situatie is met name aandacht gevraagd voor de versterking van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid ten aanzien van Rusland en in dit verband de noodzaak tot versterking van de politieke dialoog met dit land. Zo mogelijk zou de ER van Keulen het document dienen vast te stellen.

Westelijke Balkan

In het licht van de actuele ontwikkelingen rond Kosovo is het in dit stadium moeilijk te voorzien wat de inhoud zal zijn van de besprekingen van de Raad op 26/27 april over dit onderwerp.Uw Kamer zal tussentijds voortdurend worden geïnformeerd over de ontwikkelingen.

Betrekkingen EU/VS

De Raad zal aandacht besteden aan de handelspolitieke geschillen tussen de EU en de VS over bananen en hormoonvlees.

In het bananendossier heeft zich opnieuw een belangrijke ontwikkeling voorgedaan: op 7 april jl. heeft het WTO-panel dat zich met deze zaak bezighoudt gelijktijdig drie uitspraken gedaan:


1. als arbitrage-panel: uitspraak over de hoogte van de aan de VS toegestane handelspolitieke retaliatie tegen de EU;


2. als vervolg-panel op verzoek van Ecuador: uitspraak over WTO-conformiteit van het EG-bananen regime;


3. als vervolg-panel op verzoek van de EU: idem.

Belangrijkste elementen uit deze uitspraken zijn:


- het EG-regime, dat na een eerdere panelveroordeling enigszins was aangepast, wordt opnieuw strijdig bevonden met de WTO-regels;


- de door de VS aanvankelijk geclaimde schade als gevolg van het EG-regime à USD 520 mln wordt naar beneden bijgesteld tot USD 191,4 mln; dit is daarmee de waarde van de toegestane retaliatie (in de vorm van extra invoerheffingen).

Uit eerste contacten met overige lidstaten over een mogelijk vervolg dat aan de paneluitspraken gegeven moet worden, blijkt dat een grote meerderheid wenst af te zien van het aantekenen van beroep tegen de uitspraak en aandringt op een spoedigvoorstel van de Commissie voor een aanpassing van de gemeenschappelijke marktordening voor bananen. Nederland kan zich uiteraard, gezien de positie die in het verleden is ingenomen ten aanzien van dit dossier, volledig in deze lijn vinden. Aan de Raad zal mogelijk een eerste concept-voorstel voorliggen.

Met betrekking tot het hormonendossier hebben zich sedert de Algemene Raad van 22 maart jl. geen belangwekkende ontwikkelingen voorgedaan. In een eerder stadium werd u er reeds van op de hoogte gebracht dat tijdens de Raad de meningen van de lidstaten over de te volgen strategie na 13 mei verdeeld waren. Op 13 mei loopt de periode af waarbinnen de EU, conform de uitspraak van de WTO, zijn beleid met betrekking tot het importverbod moet hebben aangepast. Als grote lijn kwam echter wel naar voren dat opheffing of wijziging van het importverbod niet mogelijk was voordat de EU de beschikking had over de uitkomsten van de specifieke risico-analyses. Tevens kwam naar voren dat de besprekingen met de VS (en medeklager Canada) voortgezet dienden te worden om tot een acceptabele oplossing te komen. Naar verluidt zal de Commissie - nu de tijd begint te dringen - in de komende tijd deze contacten intensiveren en daarover aan de Raad van
26 april verslag uitbrengen. Overigens publiceerde de VS inmiddels een voorlopige retaliatielijst, waarop ook Nederlandse producten - in het bijzonder tomaten - figureren.

(event.) Vredesproces in het Midden-Oosten

De Raad zal het Midden-Oosten vredesproces bespreken in het licht van de laatste ontwikkelingen. Hierbij zal aandacht worden besteed aan de reacties op de Verklaring van Berlijn van 25 maart jl. inzake mogelijke erkenning op termijn van een Palestijnse staat. De Palestijnen en de Arabische landen waren positief, Israël bekritiseerde de EU.

Doel van de verklaring was om voortzetting van de onderhandelingen te waarborgen. President Arafat zou daartoe moeten afzien van het eenzijdig uitroepen van een staat op 4 mei a.s., de datum waarop de in de Oslo-akkoorden voorziene interim-periode afloopt.

Tot de verkiezingen in Israël op 17 mei a.s. zal naar verwachting geen voortgang worden geboekt in het vredesproces. Nederland meent dat vastgehouden moet worden aan het principe dat beide partijen hun verplichtingen volledig nakomen en dat de bepalingen van het Wye memorandum daadwerkelijk worden uitgevoerd.

(event.) EU-China


- voorbereiding van de Top (13 mei 1999, beijing)

Op 13 mei 1999 zal te Berlijn de tweede EU-China Top gehouden worden in het kader van de politieke dialoog tussen de Europese Unie en China. Namens de EU zal de Troika aan de bijeenkomst deelnemen.

Centraal op de door het Duitse Voorzitterschap aan de partners voorgelegde agenda staan economische samenwerking (toetreding van China tot de WTO en andere handelsaangelegenheden) en mensenrechten, inclusief Tibet. Onder dit laatste agendapunt zal de voortgang in de EU-China mensenrechtendialoog wordenbesproken. Recentelijk heeft China zich bereidwillig getoond om het samenwerkingsprogramma, dat deel uitmaakt van deze dialoog, een nadere impuls te geven. De EU kan dit voornemen vanzelfsprekend steunen en wenst het samenwerkingsprogramma onder andere toe te spitsen op assistentie bij de ratificatie van de VN-mensenrechtenverdragen. Daarnaast streeft de EU er - meer in algemene zin - naar om de mensenrechtendialoog meer resultaatgericht te maken.

Voor het overige wordt tijdens de Top aandacht besteed aan de financiële crisis in Azië en de implicaties daarvan voor China. Tenslotte zullen regionale ontwikkelingen in Europa en Azië aan de orde komen, waarbij o.a. de situatie in Kosovo, de overdracht van Macau en het Koreaans schiereiland zullen worden besproken. Nederland stemt in met deze agenda.

Diversen

Samenwerkingsraad met Oekraïne

(waarschijnlijk A-punt)

Op 27 april a.s. vindt voor de tweede maal de jaarlijkse Samenwerkingsraad EU-Oekraïne plaats in het kader van het Partnerschaps- en Samenwerkingsakkoord dat van kracht werd op 1 juli
1998. Nederland kan instemmen met de voorgestelde agenda.

Associatieraden Roemenië, Estland en Slowakije

(waarschijnlijk A-punt)

En marge van de Algemene Raad zullen op 27 april a.s. Associatieraden worden gehouden met Roemenië, Estland en Slowakije.

Associatieraden vinden eens per jaar plaats in het kader van de Europa Akkoorden die met 10 landen in Midden- en Oost-Europa zijn gesloten.

In de besprekingen staan de voorbereidingen van deze kandidaat-lidstaten op EU-toetreding centraal. Daarbij zal worden ingegaan op de versterkte pre-toetredingsstrategie, de Partnerschappen voor Toetreding en de voortgang bij het overnemen en toepassen van het acquis communautaire. Voorts zal aandacht worden besteed aan regionale samenwerking en de bilaterale betrekkingen tussen de Unie en de betreffende landen in het kader van de Europa Akkoorden.

De politieke dialoog met deze landen vindt plaats tijdens de lunch. Als onderwerpen zijn geagendeerd de situatie in Kosovo en regionale samenwerking.

Het vaststellen van het gemeenschappelijke EU-standpunt t.b.v. deze Associatieraden wordt naar verwachting een A-punt in de Algemene Raad.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie