Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Besluit toepassing overgangswaardering vakantiebonnen

Datum nieuwsfeit: 26-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Toepassing overgangswaardering vakantiebonnen



Toepassing overgangswaardering vakantiebonnen

Besluit van 14 april 1999, nr. DB99/1209M, Bestelnummer:

De plaatsvervangend directeur-generaal der Belastingen heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

1. Aanleiding

In de metaalnijverheidssector komen enerzijds collectieve arbeidsovereenkomsten (hierna: CAOs) voor op basis waarvan de werkgever verplicht is om zijn werknemers vakantiebonnen of daarmee overeenkomende aanspraken te verstrekken (hierna: vakantiebonnen).

Daarnaast komen CAOs voor die het verstrekken van vakantiebonnen op vrijwillige basis toestaan, naar keuze van de werkgever. Bij deze CAOs met een keuzemogelijkheid gaat het om de volgende CAOs die alle zijn geëindigd op 28 februari 1999:

- Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf voor wat betreft het Motorvoertuigenbedrijf;

- Metaalbewerkingsbedrijf;

- Elektrotechnisch Bedrijf;

- Carrosseriebedrijf;

- Isolatiebedrijf;

- Goud- en Zilvernijverheid;

- Loodgieters-, Fitters- , Centrale Verwarmingsbedrijf en Koeltechnisch Installatiebedrijf voor wat betreft het Centrale Verwarmingsbedrijf en het Koeltechnisch Installatiebedrijf.

Een werkgever die op 31 december 1996 was aangesloten bij een CAO met een keuzemogelijkheid kan op enig moment daarna nog besluiten om vakantiebonnen te verstrekken. De vraag is gerezen of in zon situatie artikel 45 Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 kan worden toegepast, inclusief de stapsgewijze verhoging van 1 januari 1999 tot 1 januari 2006 (Besluit van 11 september 1998, WDB98/263M, Stc. 16 september 1998, nr. 176). Dat artikel bevat, kort gezegd, een overgangswaardering voor situaties waarin op basis van een reeds op 31 december 1996 bestaande of aansluitend naar strekking terzake ongewijzigd voortgezette collectieve arbeidsovereenkomst is voorzien in vakantiebonnen.

In dit besluit beantwoord ik de hiervoor genoemde vraag voor werkgevers die op 1 mei 1999 bestaan en voor nieuwe werkgevers.

2. Standpunt voor bestaande werkgevers

Ik heb besloten dat een op 1 mei 1999 bestaande werkgever die gebruik maakt van de keuze-mogelijkheid, de bovenbedoelde overgangswaardering kan toepassen, mede gelet op het volgende.

De betrokkenen hebben mij een (voorlopig) CAO-akkoord voorgelegd, waarin onder meer het volgende is geregeld: 1. Uiterlijk 1 mei 1999 besluit een werkgever om al dan niet vakantiebonnen te gaan verstrekken. Als een werkgever aldus besluit om vakantiebonnen te verstrekken, dan vindt dat uiterlijk 1 juli 1999 plaats en voor het gehele personeel. 2. Als een werkgever na 1 mei 1999 alsnog besluit om vakantiebonnen te gaan verstrekken dan is dat slechts mogelijk, als aan de Stichting Vakantiefonds voor de Metaalnijverheid een verklaring met de volgende inhoud wordt overgelegd. De werkgever en de desbetreffende werknemers bevestigen dat de nominale waardering wordt toegepast en dat zij niet in bezwaar of beroep zullen komen tegen de belastingheffing daarover. Deze verklaring dient voor akkoord te zijn getekend door de inspecteur van de Belastingdienst die bevoegd is voor de werkgever.

De genoemde stichting heeft schriftelijk aan mij verklaard dat zij na 1 mei 1999 nieuwe toetredingen van bestaande werkgevers alleen accepteert onder overlegging van voornoemde verklaring.

3. Standpunt voor nieuwe werkgevers

Voor een nieuwe werkgever die feitelijk na 1 mei 1999 ontstaat is de overgangswaardering zonder meer toepasbaar, mits hij onder toepassing van de keuze-mogelijkheid binnen een redelijke termijn (dat wil zeggen binnen een half jaar na het moment van ontstaan) toetreedt tot de bovengenoemde stichting. Maakt een nieuwe werkgever de keuze niet binnen een redelijke termijn, dan is punt 2, ad 2, van toepassing. De inspecteur van de Belastingdienst beoordeelt, op basis van concrete feiten en omstandigheden, of feitelijk sprake is van een nieuwe werkgever.

4. Vergelijkbare situaties

Het bovenvermelde kan eveneens toepassing vinden in andere voorkomende, feitelijk vergelijkbare situaties.

-o-

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie