Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen levering Soman aan IIBR in Israel

Datum nieuwsfeit: 26-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
expostbus51


MINISTERIE EZ

www.minez.nl

MIN EZ: levering van soman aan het ibbr in israël

Ministerie van Economische Zaken
Berichtnaam: persbericht
Nummer: 063
Datum: 26-04-1999

LEVERING VAN SOMAN AAN HET IIBR IN ISRAEL

Het lid van de Tweede Kamer Marijnissen (SP) heeft aan de minister van Economische Zaken en de minister van Buitenlandse Zaken op 22 maart 1999 de volgende schriftelijke vragen gesteld.

1 Bent u bekend met de uitzending van NOVA van donderdagavond 18 maart?

2 Is het waar dat het Prins Mauritslaboratorium in 1996 Soman heeft geleverd aan het IIBR in Ness Ziona, Israël? Indien ja, kunt u van deze levering een eindgebruikersverklaring overleggen?

3 Kunt u informatie geven over de wijze waarop deze leverantie Soman is getransporteerd vanaf het Prins Mauritslaboratorim tot Israêl? Zo neen, waarom niet?

4 Is het waar dat Soman een chemisch wapen is met een op Sarin gelijkende werking? Zo ja, wat is de reden dat het Prins Mauritslaboratorium een dergelijke stof in huis heeft?

5 Wat zijn de risico's voor de volksgezondheid en het milieu van het in Rijswijk beschikbaar hebben van Soman en het transport daarvan naar Israël?

6 Weet u wat het IIBR met de stof Soman heeft gedaan? Zo neen, acht u de levering dan verantwoord? Indien ja, wat dan en hoe bent u aan deze kennis gekomen?

7 Bent u bekend met het CWC dat Nederland in 1993 heeft ondertekend en in 1995 heeft geratificeerd? Hoe belangrijk is de rol van Nederland destijds geweest voor opstellen en implementeren van het CWC en welke inspanning heeft Nederland geleverd om het OPCW in Den Haag te laten vestigen?

8 Is het waar dat Israël het CWC niet heeft geratificeerd en het volgens het CWC voor Nederland daarom verboden is Soman aan Israël te leveren?

9 Is de enige reden waarom deze leverantie niet illegaal was het feit dat het CWC formeel pas in 1997 in werking is getreden? Zo ja, acht u het moreel verantwoord om Soman aan Israël te leveren na ondertekening en ratificatie van een verdrag dat dat uitdrukkelijk verbiedt?

10 Heeft Nederland door deze gang van zaken nog alle (morele) recht om de productie en opslag van en handel in chemische wapens of in het CWC voorkomende chemische stoffen te veroordelen?

11 Heeft het ministerie van Economische Zaken na in werking treden van het CWC nog vergunning afgegeven voor de export van stoffen die voorkomen op lijst 1 van het CWC? Zo ja, wanneer, voor welke stoffen en in welke hoeveelheden? Wie waren de ontvangers respectievelijk eindgebruikers van deze leveranties en kunt u hiervan documenten overleggen?

12 Bent u bereid de Kamer een lijst toe te zenden van alle sinds in werking treden van het CWC afgegeven vergunningen voor export van stoffen die voorkomen op ÄÄn van de drie lijsten van het CWC? Zo neen, waarom niet?

13 Bent u bereid om, analoog aan de lijst van wapenexporten van het ministerie van Defensie, de Kamer periodiek, bijvoorbeeld eenmaal per half jaar, te informeren over welke stoffen die vallen onder lijst 1, 2 of 3 van het CWC in welke hoeveelheden naar welke ontvanger met welk doel en middel van welk transport zijn geëxporteerd? Zo neen, waarom niet?

De staatssecretaris van Economische Zaken, drs. G. Ybema heeft mede namens de minister van Buitenlandse Zaken, J.J. van Aartsen, deze vragen als volgt beantwoord.

1 Ja. Aan de totstandkoming werkte het Ministerie van Economische Zaken mee.
Op verzoek van NOVA verstrekte het Ministerie van Economische Zaken een overzicht van verleende vergunningen vanaf 1992 naar een aantal landen, waaronder Israël.

2 Ja. Bij de vergunningaanvraag werd een eindgebruikersverklaring overgelegd. Hierin werd vermeld dat het 4 monsters van de stof betrof à 1-5 milligram per monster, bestemd voor medisch gerelateerd onderzoek, door IIBR te verrichten.

3 Het Prins Maurits Laboratorium heeft de verzending vanaf het Prins Maurits Laboratorium naar Israël laten verzorgen door een onderneming die gespecialiseerd is in het verpakken en verzenden van dergelijke stoffen in overeenstemming met de in Nederland en internationaal geldende voorschriften. De stof is naar Israël verzonden via de luchthaven Schiphol.

4 Ja. In het Verdrag chemische wapens zijn Sarin en Soman in dezelfde rubriek ondergebracht.
TNO/Prins Maurits Laboratorium (PML) doet onderzoek naar beschermingsmethoden tegen aanvallen met chemische wapens. De regering hecht er waarde aan dat deze kennis in Nederland aanwezig is. Daarom is het Prins Maurits Laboratorium ook, conform de mogelijkheid die het Verdrag chemische wapens biedt, door de Staat aangewezen als een inrichting, bedoeld in artikel 3, derde lid van de Uitvoeringswet Verdrag chemische wapens. Deze aanwijzing betekent dat deze inrichting ten behoeve van beschermingsdoeleinden is ontheven van het algemeen verbod om dergelijke stoffen te ontwikkelen, te produceren, te verwerven, op te slaan, voorhanden te hebben en te gebruiken. Het Prins Maurits Laboratorium is tevens ÄÄn van de zeven wereldwijd door de OPCW in 1998 aangewezen .Designated Laboratories., die op verzoek van de OPCW monsters kunnen analyseren. De expertise van TNO dient zo niet alleen nationale belangen, maar ook internationale belangen bij non-proliferatie van chemische wapens.

5 en 6 De hoeveelheid die naar Israël werd uitgevoerd bedroeg ten hoogste 20 milligram
(zie vraag 2). Een dergelijke hoeveelheid vormt, anders dan via directe injectie, geen bedreiging voor de gezondheid en is alleen relevant voor onderzoek. De volksgezondheid was niet in het geding bij het transport naar Israël. Het zogenaamde ToxLab van het Prins Maurits Laboratorium is speciaal ontworpen voor het werken met zeer toxische chemische stoffen en voldoet aan de wettelijke normen hiervoor. De OPCW verifieert regelmatig de kleine hoeveelheden chemicaliën die in het Prins Maurits Laboratorium aanwezig zijn en die worden verbruikt bij onderzoek. Voor wat betreft de eindgebruikerverklaring wordt verwezen naar het antwoord op vraag 2.

7 Ja. De Nederlandse regering heeft zich ingespannen voor de totstandkoming van het Verdrag chemische wapens en de vestiging van de OPCW in Den Haag (zie ook de Memorie van Toelichting bij de goedkeuringswet Verdrag chemische wapens; Kamerstuk 23 910 (R 1515)).

8 Ja. Israël heeft het Verdrag chemische wapens direct bij de openstelling voor ondertekening op 13 januari 1993 getekend, maar tot op heden nog niet geratificeerd. Israël stelt pas tot ratificatie te zullen overgaan zodra andere landen in de regio dat hebben gedaan. Vanaf het moment van inwerkingtreding op 29 april 1997 is een levering zoals in 1996 aan een niet-verdragspartij verboden.

9 Nee. Ten tijde van de leverantie golden internationale afspraken over exportcontrole op gr ond waarvan de leverantie toelaatbaar was. Bij dit oordeel zijn met name de minimale hoeveelheid, die offensief militair gebruik uitsluit, en het beoogde eindgebruik afgewogen tegen de doelstelling van non-proliferatie van chemische wapens. Zoals gesteld is met de inwerkingtreding van het verdrag een eind gekomen aan deze mogelijkheid in de relatie tot landen die geen partij zijn bij het verdrag.
Het Verdrag chemische wapens beperkt de uitvoer van bepaalde chemicaliën naar niet-verdragspartijen stapsgewijs, teneinde deze te bewegen binnen een bepaalde termijn verdragspartij te worden. Bij inwerkingtreding van het verdrag was de uitvoer van lijst-1 stoffen naar niet-verdragspartijen niet meer toegestaan. Vanaf drie jaar na inwerkingtreding (30 april 2000) zal ook de uitvoer van lijst-2 stoffen naar niet-verdragspartijen verboden zijn. Het verdrag kent geen verbod voor de uitvoer van bulkchemicaliën die zijn opgenomen onder lijst-3. Vijf jaar na inwerkingtreding zullen de verdragspartijen ook voor deze laatste categorie de noodzaak van additionele maatregelen overwegen. Nederland houdt zich aan deze termijnen voor uitvoerbeperking.

10 Uit het antwoord op vraag 9 volgt, dat het in deze vraag besloten oordeel niet gedeeld wordt.

11 Ja, in juni 1997 voor levering van 2 maal 3 milligram soman aan een bij ons bekend onderzoeksinstituut in een land dat het verdrag heeft geratificeerd en NAVO-bondgenoot is. Voor meer informatie over de eindgebruiker wordt op deze plaats verwezen naar het antwoord op de vragen 12 en 13. Het Verdrag chemische wapens staat dergelijke leveranties tussen verdragspartijen voor beschermende doeleinden uitdrukkelijk toe.

12 en 13 Het Verdrag chemische wapens verplicht verdragspartijen om de vertrouwelijkheid van gerubriceerde gegevens te respecteren. Die afspraak over vertrouwelijkheid is nodig om een open uitwisseling van gegevens met de OPCW mogelijk te maken. Behoudens deze verdragsverplichting is de regering bereid periodiek informatie te geven over vergunningen voor de uitvoer van stoffen van lijst-1 naar verdragslanden, alsmede per 30 april 2000 over de vanaf dat moment verstrekte vergunningen voor de uitvoer van lijst-2 stoffen. Voor de stoffen van lijst-3 geldt vooralsnog geen uitvoerverbod. In vertrouwelijk overleg kunnen uiteraard ook gerubriceerde gegevens aan de orde komen.

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie