Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Speech Maasland bij FAMO/Contactgroep Gemeentefinanciën

Datum nieuwsfeit: 27-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Toespraak J. Maasland, FAMO/NOVON, 9 april 1999 over de Meicirculaire 1999

Speech op Voorjaarsbijeenkomst FAMO/Contactgroep Gemeentefinanciën NOVON
Vrijdag 9 april 1999 te Utrecht
Dames en heren,
Het is een goede traditie dat u in deze voorjaarsbijeenkomst van de NOVON/FAMO ook van het ministerie van Binnenlandse Zaken actuele financiële informatie krijgt. Ik wil daar graag aan meewerken, zij het dat ook ik geremd word door het feit dat er op dit moment nog geen sprake is van een afgeronde besluitvorming. Ik heb drie onderwerpen op mijn lijstje staan:

A. Actuele informatie over de aanstaande meicirculaire; B. De floppy disk die u bij de infostand van BZK kunt krijgen. C. De stand van zaken ten aanzien van de herverdeling gemeentefonds.

A. Actuele informatie over de aanstaande meicirculaire

Uitkeringsjaar 1999

Sheet 1 toont de mutaties 1999 bij het gemeentefonds, die tot op heden nog niet zijn opgenomen in de Verdeeltabel 1999.

Sheet 1: Mutaties 1999 voorzover nog niet verwerkt in Verdeeltabel 1999

Accres 1999 PM
Vervallen bijstandsmutaties 1999 + 9,5 mln
Bijzondere bijstand, aanvulling RA (al in decembercirculaire) + 50,0 mln
Wvg, dure woningaanpassingen - 5,6 mln
Wvg, impuls RA (al in decembercirculaire) + 25,0 mln Veiligheid leerlingenvervoer (al in decembercirculaire) + 9,0 mln Apparaatskosten Bouwstoffenbesluit + 16,5 mln

1. Accres 1999 PM

Het betreft de aanpassing conform de normeringsmethodiek. De omvang van de aanpassing is nog onbekend. Zie het verhaal van de heer Wilms.

2. Bijstandsmutaties 1999, totaal + 9,5 mln


* I/D-banen, besparing op Abw-uitkeringen + 7,4 mln
* Wsw, besparing op Abw-uitkeringen + 0,6 mln

* Fraudeplan, besparing op Abw-uitkeringen + 1,5 mln

Het betreft de bijstandsmutaties die waren opgenomen in het Regeerakkoord en de septembercirculaire. Nadien is met de VNG afgesproken dat de mutaties komen te vervallen. De omvang van de mutaties die vervallen, is al aangekondigd in de circulaire van 18 december 1998. Het gevolg voor de verdeling is nog niet verwerkt. De bevoorschotting van de uitkering 1999 berust nog op de situatie ten tijde van de septembercirculaire. De verdeeltabel 1999 wordt in de meicirculaire aan de nieuwe situatie aangepast. De bevoorschotting wordt kort nadien navenant aangepast.

De uitname vanwege de efficiencytaakstelling SWI is niet vervallen. Het gaat in 1999 om f 11 miljoen, geleidelijk oplopend tot f 45 miljoen (=/ 20,4 miljoen) in 2002. De verdeling van de efficiencytaakstelling over de drie kolommen (Arbeidsvoorziening, uitvoerings-instellingen, sociale diensten) wordt nog nader bezien aan de hand van het nieuwe kosten/batenonderzoek Suwi. Dit onderzoek wordt eind 1999 afgerond.

3. Bijzondere bijstand, aanvulling op middelen Regeerakkoord + 50 mln

Deze aanvulling met f 50 miljoen is al vermeld in de circulaire van 18 december 1998. Ook bij de bevoorschotting 1999 wordt er al rekening mee gehouden. De verdeling van de aanvulling wordt in de meicirculaire nu ook verwerkt in de Verdeeltabel 1999.

Voor de volledigheid een samenvattende tabel over de impuls bijzondere bijstand RA plus de aanvulling daarop.

1999

2000

2001

2002

2003 e.v.
impuls + aanvulling, cumulatief

mutatie per jaar

100

100

100

0

125

25

150

25

150

0

Er is dus in 2000 ten opzichte van de stand 1999 (na de aanvulling) geen mutatie. De verdeling voor 2000 is dezelfde als die voor 1999, dat wil zeggen de verdeling uit de septembercirculaire samen met de verdeling uit de circulaire van 18 december.

4. Wvg, dure woningaanpassingen -5,6 mln

Het gemeentelijke eigen risico van f 22.000 per woningaanpassing tussen de f 45.000 en f 100.000 wordt naar verwachting ingevoerd per 1 januari 2000. Eerder werd uitgegaan van een invoeringsdatum van 1 juli 1999. Het bedrag dat voor 1999 aan het gemeentefonds is toegevoegd om
- macro gezien - de kosten van het eigen risico te compenseren wordt weer uitgenomen. Het gaat om een bedrag van f 5,6 miljoen.

5. Wvg, impuls Regeerakkoord + 25,0 mln

De impuls Wvg/chronisch zieken is in 1999 voor f 25 miljoen toegevoegd aan het gemeentefonds. Deze toevoeging is al vermeld in de circulaire van 18 december 1998. Ook bij de bevoorschotting 1999 wordt met de verdeling van de toevoeging al rekening gehouden. De verdeling van de impuls 1999 wordt in de meicirculaire nu ook verwerkt in de Verdeeltabel 1999.

6. Veiligheid leerlingenvervoer + 9,0 mln

Dit onderwerp is al aangekondigd in de circulaire van 18 december 1998. De verdeling van het bedrag wordt nu opgenomen in de Verdeeltabel 1999. De bevoorschotting wordt kort nadien navenant aangepast.

7. Apparaatskosten bouwstoffenbesluit +16,5 mln

Dit is een werkelijk nieuwe mutatie die voortvloeit uit de invoering van het Bouwstoffenbesluit per 1 juli 1999. De toevoeging bedraagt het eerste jaar (1999) f 16,5 miljoen, oplopend tot f 30,0 miljoen voor 2000 en 2001. In 2001 wordt gemonitord en vastgesteld welk bedrag voor de jaren na 2001 moet worden uitgetrokken.

Uitkeringsjaar 2000

Sheet 2 toont de over de nieuwe mutaties voor het jaar 2000. Nieuw betekent: deze waren nog niet opgenomen in de meerjarentabel van de septembercirculaire.

Sheet 2: Te verwachten nieuwe mutaties 2000

Toeslagenbudget bijstand -155,5 mln
Sociaal vervoer AWBZ-instellingen PM
Wvg, dure woningaanpassingen + 11,4 mln
Impuls Regerakkord Wvg/chronisch zieken PM

1. Toeslagenbudget bijstand -155,5 mln

Zoals bekend wordt het 10% gemeentelijk aandeel in het toeslagenbudget per 2000 uit het gemeentefonds genomen en overgeheveld naar de begroting van SZW. De uitname bedraagt f 155,5 miljoen. Vanuit de begroting van SZW wordt vervolgens voor de toeslagen een gebudgetteerde specifieke uitkering verstrekt. De verdeling van de specifieke uitkering zal in 2000 zo zijn dat hij zoveel mogelijk aansluit bij de verdeelwijze van de uitname uit het gemeentefonds.

2. Sociaal vervoer AWBZ-instellingen PM

In het kabinetsstandpunt over de tweede Wvg-evaluatie is vermeld dat het kabinet ernaar streeft het budget voor sociaal vervoer AWBZ-instellingen dat nu op de begroting van SZW staat, over te hevelen naar het gemeentefonds. Dat zou volgens dat kabinetsstandpunt al moeten zijn gerealiseerd per 1 januari 1999, maar de overheveling is vervolgens uitgesteld.

Als te verwachten datum van overheveling is later uitgegaan van 1 januari 2000. Het over te hevelen bedrag dient, zo staat in het kabinetsstandpunt, te zijn gebaseerd op de feitelijke uitgaven voor sociaal vervoer in 1997. Daarnaar loopt een onderzoek, dat naar verwachting vóór eind april wordt afgerond. Het onderzoek moet ook zicht bieden op de mogelijkheid het bedrag adequaat te verdelen. De huidige verdeling is uiteraard scheef, want het geld gaat naar ruim 300 gemeenten met AWBZ-instellingen. Het krappe tijdschema dat dan nog resteert voor afronding van de besluitvorming van de overheveling maakt dat er in de meicirculaire wellicht een vooraankondiging komt en dat de nadere uitwerking wordt gegeven in de septembercirculaire.

3. Wvg, dure woningaanpassingen + 11,4 mln

Bij invoering van een eigen gemeentelijke risico van f 22.000 voor dure woning-aanpassingen per 1 januari 2000, wordt ter compensatie een bedrag van f 11,4 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Dit bedrag was reeds af te leiden uit de meerjarentabel van de
septembercirculaire.

4. Impuls regeerakkoord Wvg/chronisch zieken pm

Het kabinet heeft de besluitvorming over het deel van de impuls Wvg/chronisch zieken dat voor de jaren 2000 en volgende naar het gemeentefonds gaat, nog niet afgerond. Het streven is de besluitvorming in de tweede helft april af te ronden. Dat geldt in ieder geval voor de impuls 2000. Het resultaat van de besluitvorming kan dan worden meegedeeld in de meicirculaire. Een eventuele toevoeging aan het gemeentefonds wordt, zoals eerder aangekondigd, verdeeld via de maatstaven ouderen en woonruimten.

B. De floppy disk van BZK

Mijn tweede onderwerp betreft de elektronische versie van het kengetallenboekje.

Sheet 3:

* Gemeentelijke begrotingsanalyse 1999

De Inspectie Financiën Lokale en provinciale Overheden (IFLO) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties publiceert al geruime tijd jaarlijks een brochure met kengetallen. U krijgt die jaarlijks toegestuurd. IFLO heeft in het kader van de begrotingsanalyse in 1998 een elektronische versie van de kengetallen ontwikkeld. In deze elektronische versie worden de invoergegevens (inkomsten en uitgaven van de begrotingsfuncties) toebedeeld aan clusters, overeenkomstig de cluster indeling van de
Financiële-verhoudingswet.

De netto-uitgaven worden per cluster vergeleken met de inkomsten uit het gemeente-fonds. Daartoe zijn de verdeelmaatstaven ook toegerekend aan de clusters. De uitkomsten worden ook op andere manieren vergeleken. Zo wordt er onder andere een vergelijking gemaakt met de gemiddelde netto-uitgaven van de qua centrumfunctie en sociale structuur vergelijkbare gemeenten. Zij die er de voorkeur aangeven vergelijkingen te willen maken met groottegroepen komen ook aan hun trekken.

Mede aan de hand van opmerkingen en wensen van gebruikers zijn er in het exemplaar voor 1999 enige aanpassingen doorgevoerd.

Sheet 4:

Nieuw in 1999

* Vergelijking met provinciale gemiddelden

* Spreidingsgegevens

Zo worden er in de nieuwe versie ook vergelijkingen gemaakt met de gemiddelde netto-uitgaven (op clusterniveau en op functieniveau) van gemeenten van de provincie waarin uw gemeente ligt. Daarnaast zijn in deze versie ook spreidingsgegevens van de netto-uitgaven op clusterniveau en op functieniveau opgenomen ten opzichte van de gemiddelden per groottegroep, van de indeling in sociale structuur en centrumfunctie en per provincie.

Sheet 5:

Eerste indicatie van de ‘eigen’ begrotingspositie
* vergelijking met zichzelf

* vergelijking met soortgenoten

* vergelijking met groottegroep

* vergelijking met provinciaal gemiddelde

Met deze begrotingsanalyse krijgt u een inzicht hoe uw netto-uitgaven zich verhouden tot:

* de uitkering uit het gemeentefonds;

* de netto-uitgaven per functie zijn daartoe toegerekend aan de clusters conform de clusterindeling in de
Financiële-verhoudingswet;

* de uitkering uit het gemeentefonds is ook toegerekend aan diezelfde clusters;

* de netto-uitgaven van wat wij noemen uw soortgenoten (dat zijn gemeenten met een vergelijkbare centrumfunctie en sociale structuur);

* de netto-uitgaven van qua woonruimten vergelijkbare gemeenten;
* de gemiddelde netto-uitgaven van de gemeenten in uw provincie.

Deze overzichten zitten standaard opgenomen in de begrotingsanalyse 1999.

De methode is gebruikersvriendelijk en er is weinig
automatiseringskennis nodig om haar te gebruiken. Een probleem, waar we ook zelf tegenop lopen, is het feit dat gemeenten niet altijd de comptabiliteitsvoorschriften volledig volgen. Begrotingen van gemeenten zijn om die reden niet altijd goed met elkaar te vergelijken. Bij de ontwikkeling van deze diskette is uitgegaan van de juiste toepassing van de GCV.

Sheet 6:

* Eenvoudig te gebruiken

* Invullen gemeentenaam

* Invullen baten en lasten per functie

U hoeft slechts de lasten en baten van de functies van de gemeentebegroting in te geven, alsmede de naam van uw gemeente en de rest gaat vanzelf. U bent er een half uurtje mee bezig. Het is natuurlijk geen uitgebreide analyse van uw financiële situatie. Maar het geeft meer een begin van bewijs, de richting waarin je verder moet kijken.

Zoals altijd met kengetallen en benchmarking moeten de uitkomsten van de vergelijkingen met kennis van zaken worden geïnterpreteerd.

En... begin met het doorlezen van de op de floppy aanwezige toelichting.

Het model begrotingsanalyse is ontwikkeld in het spreadsheet programma Excel. Het is ons bekend dat niet iedere gemeente hierover beschikt. We zijn bezig te onderzoeken of het mogelijk is volgend jaar een versie uit te brengen waar wel alle gemeenten gebruik van kunnen maken ongeacht welke programmatuur u gebruikt.

Sheet 7:

* Ook op Gemnet

Om voor een deel aan dit bezwaar tegemoet te komen wordt deze elektronische versie ook op Gemnet gepubliceerd. Ten slotte: de nieuwe diskette is te verkrijgen bij de BZK-stand in de hal. U kunt hem zo meenemen.

We staan altijd open voor nieuwe suggesties om het model verder te verbeteren. Het is haast ondoenlijk kleine foutjes te vermijden. Als u ze vindt dan hoort de IFLO dat graag. U krijgt dan een gecorrigeerde versie retour.

C. De stand van zaken ten aanzien van de herverdeling gemeentefonds

Mijn laatste onderwerp is de aanstaande aanpassing van het verdeelstelsel van het gemeentefonds.

Sheet 8: Aanpassing verdeelstelsel gemeentefonds

* IJken en inpassen van het niet-geijkte deel

En wat had ik het leuk gevonden als ik hier vandaag voor deze zaal had kunnen staan, en dan zou weten, als ik de zaal in zou kijken: kijk, daar zit een winnaar..., en daar zit een verliezer...

Maar helaas, ik weet het nog niet. Want de nieuwe cijfers zijn nog niet bekend; het zal op z’n vroegst eind oktober worden eer ze er zijn. U zult dus, ik ben daarvan bewust, bij het afronden van uw begroting en de meerjarenramingen niet kunnen beschikken over de uitkomsten van de herverdeeleffecten voor uw gemeenten. Ik zal u uitleggen hoe dat komt.

Zoals u ongetwijfeld weet, werken wij op dit moment aan de afronding van het nieuwe verdeelstelsel van het gemeentefonds. Bij de invoering van het nieuwe stelsel, in 1997, zijn voor tweederde deel van de gemeentelijke uitgaven zgn. ijkpunten gemaakt. Dat is gedaan voor de uitgavenclusters met de grootste scheefheid.

Nu zijn we bezig met het ijken van de resterende uitgaven-clusters; met wat tot nu toe het zogenaamde 'niet-geijkte deel' is genoemd. Die term zal straks tot het verleden behoren, want alle gemeentelijke uitgavenclusters zijn nu geijkt.

Sheet 9: Cluster niet-geijkte deel

* Infrastructuur: wegen en water

* Openbare orde en veiligheid: brandweer, rampenbestrijding, politie
* Fysiek milieu, inclusief f 85 miljoen afschaffing milieuleges
* Bestuursorganen

* Bevolkingszaken


* deze ijkpunten zijn thans gereed

Om welke uitgaven gaat het bij dit "niet-geijkte deel"? Er zijn onlangs ijkpunten afgerond voor vijf uitgavenclusters. De grootste is het cluster infrastructuur, waarbij het gaat om gemeentelijke uitgaven voor wegen en water. Verder zijn ook de uitgaven voor openbare orde en veiligheid geijkt; dan gaat het met name om brandweer en rampenbestrijding, en ook nog een klein stukje politie. Dan is er een ijkpunt gemaakt voor fysiek milieu. Daarin is ook meegenomen het vervallen van de milieuleges, waarvoor zoals u weet een bedrag van f 85 miljoen is overgeheveld naar het gemeentefonds. En tenslotte liggen er nu ijkpunten voor bestuursorganen en voor bevolkingszaken. Deze ijkpunten zijn dus nu gereed.

Sheet 10: Waarom nu alsnog ijken?

Wegen en water:

* nieuwe gegevens inzake slechte bodem liggen klaar
* behoefte aan een ander gegeven inzake oppervlakte bebouwd
* huidige erg kostbaar

* liever een standaardbestand als basis

* wens om de kwaliteit van de gegevens te verbeteren

Waarom nu alsnog ijken?

Het ijken van ook deze laatste categorieën gemeentelijke uitgaven vonden we noodzakelijk om een aantal redenen.

* Ten eerste zijn er nieuwe gegevens over de bodemgesteldheid van de gemeenten beschikbaar gekomen. Die nieuwe gegevens zitten tot nu toe nog niet in het verdeelstelsel; er wordt nog gewerkt met de gegevens uit de oude verfijning. Dat willen we veranderen.
* Een andere aanleiding om het niet-geijkte deel alsnog te ijken was gelegen in de behoefte aan een andere definitie van de maatstaf oppervlakte bebouwd.


* De gegevens voor de huidige maatstaf oppervlakte bebouwde kom worden exclusief voor de fondsbeheerders verzameld. Dat is een kostbare aangelegenheid, waar u met z’n allen aan mee betaalt.

* Ook een ander aspect speelde een rol bij onze wens om van de speciale methode af te stappen. Wij willen namelijk liever dat de gegevens worden gehaald uit een regulier landelijk bestand, een algemeen gehanteerde statistiek. Dat is een algemeen uitgangspunt dat wij hanteren bij verdeelmaatstaven; wij willen dat bij zoveel mogelijk maatstaven toepassen. Dus liefst ook voor de maatstaf oppervlakte bebouwde kom. Zodra zich dus de mogelijkheid leek aan te dienen om ook voor gegevens over bebouwd oppervlak aan te sluiten bij een standaardsysteem, zijn wij daar op ingesprongen. Sindsdien werkt het CBS aan het creëren van een voor ons bruikbaar gegevensbestand. Ik kom daar straks nog op terug.
* Maar het belangrijkste argument om over de stappen op de andere gegevensbron is: dat de kwaliteit van de gegevens zal verbeteren. Dat is het hoofdargument.

* Voor twee belangrijke maatstaven, de slechte bodem en de oppervlakte bebouwde kom, willen wij dus een andere definitie introduceren. Maar het lastige was, dat we dat vooral zouden moeten doen voor het uitgavenonderdeel wegen en water; daar spelen deze maatstaven namelijk een belangrijke rol. En wegen en water zit in het niet-geijkte deel van het verdeelstelsel. In de systematiek van het gemeente-fonds betekent dat dat de aansluiting op de kostenstructuur getoetst moet worden. Daarom is besloten over te gaan tot het ijken van het uitgavencluster wegen en water.

Sheet 11: Waarom nu alsnog ijken?

Openbare orde en veiligheid:

* behoefte vanuit DGOOV aan model, dat een relatie diende te leggen tussen de kosten en de prestaties van brandweer

Fysiek milieu

* toevoeging f 85 miljoen in verband met afschaffing milieuleges

Niet geijkte blok afmaken:

* bevolkingszaken

* bestuursorganen

Intussen hadden onze collega’s van Openbare Orde en Veiligheid de wens om via onderzoek een model te ontwikkelen, dat een relatie diende te leggen tussen de kosten en de prestaties van brandweer. De link met het maken van een ijkpunt voor openbare orde en veiligheid was toen snel gelegd. U ziet, binnen één en hetzelfde departement lukt het in elk geval om zaken op elkaar af te stemmen.

De afschaffing van de milieuleges, met daaraan gepaard de overheveling van f 85 miljoen naar het gemeentefonds, vormde een goede aanleiding om ook het uitgavencluster fysiek milieu bij de kop te pakken.

En toen bleven er nog maar twee, relatief kleine uitgavenclusters over, namelijk bevolkingszaken en bestuursorganen. Daarvan is toen besloten om die dan ook maar mee te pakken. Dan is alles geijkt. Dat maakt het ook gemakkelijker, of beter gezegd, iets minder ingewikkeld, om het totale niet-geijkte blok uit het gemeentefonds te vervangen door een nieuw blok: een geijkt blok, gebaseerd op de nieuwe ijkpunten, met een daarbij behorende set verdeelmaatstaven.

Uitnemen en terugzetten

Dit zogenaamde uitnemen van het huidige, niet-geijkte blok, en het weer terugzetten van het nieuwe, wél geijkte blok, dat is de ingewikkelde puzzel waar we nu mee bezig zijn. Dit is ingewikkeld, omdat het tot op de laatste gulden allemaal weer moet kloppen. Om u een idee te geven van de vragen die we daarbij allemaal moeten beantwoorden, noem ik er een paar.

Ten eerste is er de volumevraag. Om hoeveel geld gaat het nu precies? De meeste ijkpunten zijn gebaseerd op de situatie in het jaar 1992. De nieuwe ijkpunten zijn gebaseerd op het jaar 1997. Hoe ga je om met de verschillen in volume tussen die jaren? Welk volume hoort bij welk uitgavencluster? Deelvragen die daarbij moeten worden beantwoord zijn: hoe gaan we om met de uitgaven voor algemene bestuursondersteuning? Daarbij gaat het om de toerekening van algemene ondersteunende kosten aan de diverse uitgavenclusters.

Sheet 12: Uitnemen en terugzetten

Volumevraag

* om hoeveel geld gaat het?

* overgang 1992 => 1997

* toerekenen algemene bestuursondersteuning

* relaties met OEM

* tussentijdse taakmutaties

* tussentijdse definitiewijzigingen

* enzovoort

* enzovoort

Andere deelvragen om het volume van het niet-geijkte blok te bepalen zijn: wat is de relatie met de OEM (de Overige Eigen Middelen), en hoe gaan we om met tussentijdse taakmutaties, met definitiewijzigingen van maatstaven (denk aan de maatstaf minderheden). Allemaal vragen, die stuk voor stuk moeten worden beantwoord. Een enorme puzzel dus.

Sheet 13: Van ijkpuntindicator naar verdeelmaatstaf

Nieuwe indicatoren:

* aantal agrarische vestigingen

* aan industriële vestigingen

* aantal werkzame personen


* totaal

* in industriële vestigingen


* oeverlengte

* diverse wethouders- en burgemeestersklassen

Toetsen aan eisen maatstaven

* eventuele alternatieven zoeken

Een andere belangrijke vraag in het traject van uitnemen en terugzetten, naast het vraagstuk van de volumebepaling, is de vertaling van de ijkpuntindicatoren naar verdeelmaatstaven.

Zoals u weet bestaat een ijkpunt uit een formule. Een formule met indicatoren voor de kostendrijvers en bijbehorende gewichten. Veel van de indicatoren van de nieuw opgestelde ijkpunten kennen we al. Maar in de nieuwe ijkpunten zitten enkele indicatoren, die geheel nieuw zijn. Waarvoor we dus nog expliciet de vraag moeten beantwoorden of ze voldoen aan de eisen die gelden voor verdeelmaatstaven. En waarvoor we, als ze niet voldoen, geschikte alternatieven zullen moeten vinden. Concreet gaat het dan om de volgende indicatoren:

* het aantal agrarische vestigingen en het aantal industriële vestigingen in een gemeente;

* het aantal werkzame personen, zowel algemeen, dus totaal, als specifiek, in de zojuist genoemde industriële vestigingen.
* Verder noem ik nog oeverlengte als nieuwe indicator in het ijkpunt wegen en water, en diverse wethouders- en burgemeestersklassen in het ijkpunt bestuursorganen.

Van deze nieuwe gegevens moet worden vastgesteld of ze bruikbaar zijn als verdeelmaatstaf. Om de verdeling zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de ijkpunten, is het het mooiste als indicatoren direct, dus ongewijzigd als verdeelmaatstaf kunnen worden ingezet. Er ontstaan dan namelijk geen aansluitverschillen, er ontstaat geen ruis tussen het ijkpunt en de verdeling. Maar dat kan, zoals gezegd, niet bij elke indicator. En dan zullen we dus alternatieven moeten vinden.

Sheet 14: Nog geen herverdeelbeeld bekend!


* alle stukjes van de puzzel moeten eerst gelegd zijn
* is nog niet gereed, dus:


* nog geen cijfers beschikbaar

* noch per individuele gemeente

* noch per groep of type van gemeenten

Momenteel werken wij dus aan het traject van uitnemen en terugzetten. Als het volume is bepaald en voor elke indicator een bijpassende verdeelmaatstaf in gevonden, dan pas ontstaat het verdeelbeeld. Dan pas rolt er dus per cluster voor elke gemeente een bedrag aan algemene uitkering uit. En pas dan kunnen we zien hoe groot of hoe klein de herverdeeleffecten zijn. Daarover is nu nog niets te zeggen.

Er zijn weleens mensen, die denken dat wij de herverdeelcijfers allang kennen; dat ze al ergens in een bureaula klaar liggen. Nou, dames en heren, ik kan u met mijn hand op mijn hart verzekeren dat dat écht niet het geval is. Wij hebben nog geen idee van de omvang van de herverdeeleffecten en ook niet in welke gemeenten, zelfs niet in welke typen gemeenten deze zich zullen voordoen. Hooguit in evidente gevallen is de richting duidelijk, bijvoorbeeld voor gemeenten met aperte fouten in de oude bodemgegevens.

Eerst moet het laatste stukje van de puzzel, die ik u heb proberen te schetsen, op zijn plaats liggen. En zover zijn we nog niet.

Sheet 15: Planning

* naar huidige inzichten

* niet medio juni, maar eind oktober meer bekend


* voorstellen tot wijziging naar de Tweede Kamer
* eerste herverdeelbeeld bekend

* daarna nog actualisatie naar het geplande invoeringsjaar 2001

Planning

Het is zelfs zo, dat we ten opzichte van onze eerdere planning wat zijn uitgelopen. In andere bijeenkomsten is door mij, of door mijn medewerkers, wel eens een planning gegeven. Daarin was voorzien dat er medio juni van dit jaar meer duidelijkheid zou zijn over het herverdeelbeeld. Ook richting VNG hebben wij dit expliciet aangegeven.

Maar ik moet u tot mijn spijt meedelen, dat nu al duidelijk is dat we dat niet zullen halen. Het zal op z’n vroegst eind oktober van dit jaar zijn, dat een eerste herverdeelbeeld bekend zal worden. Dan gaan, volgens de huidige inzichten, de voorstellen tot wijziging met de cijfers naar de Kamer. Het zijn dan de meest actuele cijfers van dat moment; vermoedelijk de stand naar het uitkeringsjaar 1999, wellicht 1998. Er zal daarna dus ook nog een actualisering moeten plaatsvinden, omdat de invoering van deze tweede herziening is gepland per 2001.

Voor de volledigheid wijs ik er op dat bij deze aanpassing tevens de integratie van het Fonds Sociale Vernieuwing en de afschaffing van de Precariorechten op telecomvoorzieningen wordt meegenomen.

Sheet 16: Hoe komt het uitstel?

* nog onvoldoende duidelijkheid over gegevens inzake oppervlakte bebouwing

* door grote verschillen in peiljaren is indexering noodzakelijk
* nog enkele instabiele factoren weg te werken
* zorgvuldigheid staat voorop

Zoals gezegd zal het dus niet meer lukken om nog voor de zomer meer concrete duidelijkheid te verschaffen. Wij betreuren dat zeer. Ik zal u aangeven hoe het komt dat we het niet halen.

Er is namelijk nog geen duidelijkheid over de nieuwe gegevens inzake de maatstaf oppervlakte bebouwd. Met name de grote verschillen in peiljaren van de thans beschikbare gegevens vormen daar een probleem. Omdat niet alle gegevens dateren van hetzelfde peiljaar, zal er een indexering voor deze gegevens moeten worden gemaakt. Een indexering naar rato van de groei van het aantal woonruimten, zoals die op de huidige maatstaf bebouwde kom zit, is niet mogelijk. Per vierkant zijn er namelijk alleen adressen bekend. Wij werken nu, samen met het CBS, aan een indexering die gebaseerd op de mutatie van het aantal adressen. De exercities tot nu toe geven zeker het vertrouwen, dat een dergelijke indexering mogelijk moet zijn. Maar er zitten nog enkele instabiele factoren in, die we nog uit de weg moeten ruimen. Dat kost tijd. Meer tijd dan we aanvankelijk hadden gedacht. Maar u zult het met me eens zijn dat zorgvuldigheid van groot belang is.

Sheet 17: Overgangsregime

* nog weinig over te zeggen

* komt er alleen als de herverdeeleffecten aanleiding geven
* zo ja: uitgangspunt zal zijn de vigerende overgangsregeling

Daarom verwachten wij eind oktober van dit jaar dus meer duidelijkheid over herverdeelcijfers. En ook zal er dan meer duidelijkheid ontstaan over een eventuele overgangsmaatregel. De noodzaak van een overgangsregime hangt per slot van rekening af van de mate waarin er herverdeeleffecten zullen optreden. Theoretisch is het mogelijk dat er nauwelijks herverdeeleffecten zullen optreden, en dan kan de aanpassing gerust in één keer worden doorgevoerd. Maar wanneer er forse uitschieters zijn, en dat is bepaald niet uitgesloten, dan zal er zeker een overgangsregime komen. Daarbij ligt het dan voor de hand de vigerende overgangsmaatregel als uitgangspunt te nemen.

Dames en heren,

Ik ga afronden. Ik hoop, dat ik u heb kunnen duidelijk maken dat er, nu de nieuwe ijkpunten gereed zijn, nog heel wat moet gebeuren om te komen tot een set bijpassende verdeelmaatstaven. Dat er dus op dit moment nog geen cijfers bekend zijn, ook niet in Haagse bureaulades. En ik heb u aangegeven dat wij verwachten dat u eind oktober van dit jaar wel wat meer zult weten. Dan zullen wij, volgens de huidige planning, de eerste herverdeeleffecten kunnen presenteren. Dan wordt dus ook duidelijk wie van u winnaars zijn, en wie verliezers. En ook pas dan kunnen wij iets meer zeggen over een eventuele overgangsmaatregel voor de eerste jaren vanaf het geplande invoeringsjaar, het uitkeringsjaar 2001.

Ik dank u wel

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie