Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Geannoteerde agenda Schengen Uitvoerend Comité

Datum nieuwsfeit: 28-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

DIRECTIE PERSONENVERKEER, MIGRATIE EN CONSULAIRE ZAKEN

Afdeling JBZ en Justitiële en Politiële Samenwerking (DPC/JP)

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 12 april 1999
Kenmerk DPC-JP/152/99
Blad /1
Bijlage(n) 16 waarvan 2 vertrouwelijk
Betreft Schengen/geannoteerde agenda
C.c. Justitie

Op 28 april a.s. zal onder Duits voorzitterschap de laatste bijeenkomst van het Schengen Uitvoerend Comité (UC) plaats hebben te Luxemburg. Als gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam op 1 mei a.s. zal vanaf die datum de Raad treden in de plaats van het UC. Wat betreft de geannoteerde agenda voor dit UC, kan ik U, mede namens de Staatssecretaris van Justitie, thans als volgt informeren.

Aan het UC wordt een aantal besluiten voorgelegd die betrekking hebben op de Gemeenschappelijke Visuminstructie en het Gemeenschappelijk Handboek, telecommunicatie, verdovende middelen, detachering van contactambtenaren, verbetering van de politiële samenwerking, vuurwapens en het SIS. Daarnaast bevat de agenda de tekst van een Overeenkomst inzake samenwerking in procedures wegens inbreuken op de verkeerswetgeving en bij de ten uitvoerlegging van ter zake opgelegde geldboetes. Het is de bedoeling van het Voorzitterschap dat de overeenkomst en marge van het UC door de Schengen-landen zal worden getekend.

Onderstaande agenda is pas onlangs ter beschikking gekomen. Zoals ik U in mijn brief van 8 april j.l. reeds mededeelde, ben ik mij ervan bewust dat inmiddels de termijn van drie weken voorafgaand aan het UC is verstreken waarin het Koninkrijk bindende besluiten aan de Staten-Generaal dienen te worden voorgelegd. Aangezien Uw Kamer niet tijdig kon worden geïnformeerd d.m.v. een geannoteerde agenda, zal de Regering, indien Uw Kamer dit wenst, een parlementair voorbehoud maken op alle het Koninkrijk bindende besluiten die op de agenda staan van het komende UC.

Ik zou hier wel bij willen aantekenen dat onder de huidige omstandigheden eeneventueel voorbehoud van Uw Kamer onvermijdelijk leidt tot het feit dat er bij dit UC geen besluiten worden genomen. Na
1 mei a.s. zullen hiervoor de toepasselijke procedures in Unie-kader moeten worden gevolgd.

Aangezien het Voorzitterschap hoopt de meeste, zo niet alle, uitstaande punten die tot voor kort in werkgroepkader werden behandeld, nog ter besluitvorming aan dit laatste UC voor te leggen, is het niet uitgesloten dat onderstaande agenda in de komende weken nog zal worden aangevuld. Ik zal U z.s.m. van deze wijzigingen in de agenda op de hoogte houden.

TOELICHTING

A-PUNTEN

Procedure


1. Opening van de vergadering en mededelingen.

Geen opmerkingen.


2. Goedkeuring van de Agenda.

Geen opmerkingen.


3. Goedkeuring van de notulen van de op 16 december 1998 te Berlijn gehouden bijeenkomst van het UC.

Geen opmerkingen.

B-PUNTEN

Besluiten en Verklaringen


4. Nieuwe versie van de Gemeenschappelijke Visuminstructie (GVI) en het Gemeenschappelijke Handboek (GH) en hun bijlagen.

De documenten zijn nog niet beschikbaar.

De nieuwe versie betreft een geactualiseerde en geconsolideerde versie van de GVI en het GH, waarin de besluiten zijn opgenomen die eerder door het UC en de Centrale Groep, op basis van het door het UC gegeven mandaat, zijn genomen. Er zijn veranderingen aangebracht in de bijlagen 1 (Gemeenschappelijke lijst van staten wier onderdanen aan de visumplicht zijn onderworpen, overzicht van statenwier onderdanen door geen enkele Schengen-staat aan de visumplicht zijn onderworpen en de Grijze Lijst), 2 ( Regeling voor reisverkeer van houders van diplomatieke, officiële of dienstpaspoorten enz.), 3 ( transitvisumplicht voor luchthavens ), 5 ( lijst van gevallen waarbij voor visumafgifte de centrale autoriteiten van de eigen of een andere Schengen-staat dienen te worden geraadpleegd ), 7 (Vastgestelde richtbedragen voor grensoverschrijding ), 9 (Gegevens in de zone "opmerkingen" ), 10 (voorschriften invulling machineleesbare zone ),
12 (legeskosten voor visumafgifte) en 15 (modellen van geharmoniseerde uitnodigingsformulieren etc. ) van de GVI die Uw Kamer op 26 november
1998 reeds vertrouwelijk werd toegestuurd. De wijzigingen hebben o.m. betrekking op sluiting van grensposten, bijwerking van de Grijze Lijst, uitbreiding van de lijst van erkende diplomatieke- en dienstpaspoorten enz.

De wijzigingen in het GH zijn identiek aan de wijzigingen in de GVI.

De Regering kan met de geconsolideerde versie van het GVI en de GH instemmen.


5. Overeenkomsten op het gebied van telecommunicatie, die in het Schengen-acquis dienen te worden opgenomen.

Het betreffende ontwerp-besluit SCH/Com-ex (99) 6 is bijgevoegd. Document SCH/I-telecom (99) 2 rev. is tot mijn spijt nog niet beschikbaar en zal U z.s.m. worden toegestuurd. Naar de mening van de Regering betreft het hier een het Koninkrijk bindend besluit.

Het ontwerp-besluit is gebaseerd op art. 44 van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst (SUO) dat gaat over de totstandbrenging van rechstreekse telecommunicatieverbindingen in de grensstreken ter facilitering van de politiële- en justitiële samenwerking.

Het ontwerp-besluit betreft de vaststelling van de vereisten t.a.v digitale radiocommunicatiesystemen van de politie- en douanediensten van de Schengen-landen, de regels voor het tot stand brengen en beheren van uniforme vercijferingsalgoritmes en de overige afspraken van de Subgroep "Telecommunicatie" op grond van de in het besluit genoemde documenten.

De Regering kan met het ontwerp-besluit instemmen.


6. Nota over de Schengen-standaard op het gebied van Verdovende Middelen.

Het ontwerp-besluit (SCH/Com-ex (99) 1, 2e herz.) is bijgevoegd, alsmede de bijlage (SCH/Stup (98) 44 3e herz.). Ik verzoek U de Spaanse nota in de bijlage met kenmerk SCH/I-Stup (92) 45 als vertrouwelijk te behandelen. Gezien deze vertrouwelijkheid wordt dit deel van de bijlage alleen in enkelvoud bijgevoegd.

Het ontwerp-besluit is gebaseerd op artt. 70 tot en met 76 SUO inzakesamenwerking op het gebied van verdovende middelen.

De Schengen standaard inzake verdovende middelen heeft een tweeledige doelstelling:


- Enerzijds een overzicht van de in Schengen-kader bereikte gemeenschappelijke standaard bij de bestrijding van de criminaliteit op het gebied van verdovende middelen. Dit overzicht dient als standaard waarop de verdere werkzaamheden, ook na de integratie in de EU, dienen te worden gebaseerd;


- Anderzijds biedt de standaard een overzicht van de vereisten waaraan de kandidaat EU-landen zouden moeten voldoen. Hiertoe is consensus binnen de huidige Schengen-landen vereist.

De Regering acht het voorliggende ontwerp-besluit meer geëigend voor kennisneming door het UC, dan voor daadwerkelijke besluitvorming. De Regering wil zich echter niet verzetten tegen de formele aanvaarding van deze standaard, die inhoudelijk geen nieuws bevat. Over de verschillende elementen van de Schengen-standaard is in het verleden op werkgroepsniveau en de CG reeds overeenstemming bereikt en zijn op sommige punten afzonderlijke besluiten door het UC genomen, die zoals gebruikelijk voorafgaand aan het betreffende UC aan de Staten-Generaal zijn voorgelegd.


7. Algemene beginselen voor betaling van informanten en vertrouwenspersonen.

Het betreffende ontwerp-besluit is bijgevoegd (SCH/Com-ex (99) 8 rev, SCH/C (99) 25), alsmede de bijlage (SCH/Stup (98) 72 2e herz.).

Het ontwerp-besluit is, evenals het vorige besluit, gebaseerd op artt.
70 tot en met 76 van de SUO.

Het betreft hier algemene, niet-bindende beginselen voor betaling van informanten en vertrouwenspersonen bij de bestrijding van de criminaliteit op het gebied van verdovende middelen.

De beginselen dienen enerzijds ter verbetering van de politie- en justitiesamenwerking op dit terrein en anderzijds als richtsnoer voor de kandidaat EU-landen die voornemens zijn desbetreffende regelingen te treffen of aan te vullen.

Het betreft hier een ontwerp-besluit van het UC waardoor de Centrale Groep wordt gemandateerd kennis te nemen van de algemene beginselen voor betaling van informanten en vertrouwenspersonen. De Nederlandse Regering meent dat hiervoor geen besluit van het UC nodig is doch zal zich niet tegen een besluit tot kennisneming verzetten.


8. Onderlinge detachering van contactambtenaren met het oog op hetverstrekken van advies en ondersteuning bij de uitvoering van bewakings- en controletaken aan de buitengrenzen.

Het ontwerp-besluit is bijgevoegd (SCH/Com-ex (99) 7 2e herz.), evenals de bijlage SCH/I-Front (98) 170, 5e herz.).

Het ontwerp-besluit is gebaseerd op artt. 7 en 47 van de SUO welke gaan over respectievelijk onderlinge bijstandsverlening bij de controle- en bewakingstaken en bilaterale afspraken over detachering van contactambtenaren.

Dit punt is reeds tijdens het UC van 16 september 1998 aan de orde geweest in de vorm van een verklaring waarin een strategie was geformuleerd over de wederzijdse detachering van contactambtenaren. Het doel van onderhavig besluit is om de Schengen-landen te stimuleren om zo spoedig mogelijk daadwerkelijk onderling contactambtenaren te detacheren ter advies en ondersteuning bij de buitengrenscontrole.

De juridische grondslag voor het wederzijds detacheren van contactambtenaren wordt geboden door bilaterale overeenkomsten tussen de betrokken Schengen-landen.

De Regering kan met het ontwerp-besluit instemmen.

Naast het feit dat de detachering van contactambtenaren kan leiden tot nauwere betrokkenheid tussen de autoriteiten in de onderscheidene Schengen-landen die belast zijn met de buitengrensbewaking, wordt via de contactambtenaren ook waardevolle informatie uitgewisseld over de buitengrensbewaking, hetgeen als informatie kan dienen voor bijvoorbeeld de Permanente Commissie inzake de toepassing van de Uitvoeringsovereenkomst.


9. Verbetering van de politiële samenwerking bij de voorkoming en opsporing van strafbare feiten.

Het Duitstalige ontwerp-besluit is bijgevoegd (SCH/Com-ex (99) ) alsmede de hieraan toegevoegde nota (SCH/I (98) 75, 2e herz.).

Het ontwerp-besluit is gebaseerd op art. 39 SUO dat gaat over de onderlinge bijstandsverlening van de politiediensten van de Schengen-landen.

De in de nota voorgestelde maatregelen hebben tot doel de tekortkomingen in de politiële samenwerking bij de vervolging van strafbare feiten te reduceren door een eenvormige interpretatie en gerichte toepassing van de bepalingen van de UO.

In de nota wordt o.m. voorgesteld dit te doen door betere informatie-uitwisseling, flexibele toepassing van de wijze waarop toestemming van de justitiële autoriteiten voor schriftelijke informatie als bewijsmiddel voor de ten laste gelegde feiten dient te worden verkregen en vereenvoudiging van de procedures in het algemeen.

Deze nota is nog niet in de Centrale Groep behandeld. Aangezien de betreffendenota nog niet rijp wordt geacht voor besluitvorming in het UC, zal van Nederlandse zijde een voorbehoud worden aangetekend. Het verdient de voorkeur de besprekingen voort te zetten in Unie-kader.


10. Verdere ontwikkeling van het model voor de tabellarische registratie van nationale gegevens betreffende de illegale handel in vuurwapens.

Het ontwerp-besluit(SCH/Com-ex (99) 10) alsmede de bijlage (SCH/I-Ar (98) 32 ) zijn bijgevoegd. Naar de mening van de Regering betreft het hier een het Koninkrijk bindend besluit.

Het ontwerp-besluit is gebaseerd op art. 91 SUO inzake de verplichting tot onderlinge informatie-uitwisseling omtrent het verwerven van vuurwapens door personen die hun normale verblijfplaats in een ander Schengen-land hebben.

De bedoeling van dit ontwerp-besluit is om jaarlijks de nationale gegevens met betrekking tot de "sluikhandel in wapens" tussen de Schengen-landen uit te wisselen op basis van bijgevoegde gemeenschappelijke vragenlijst.

De Regering kan met het ontwerp-besluit instemmen.


11. SIS


- Meerjarenoverzicht van de goedgekeurde CSIS- installatiekosten per
31 december 1998.

Het betreffende ontwerp-besluit is bijgevoegd (SCH/Com-ex (99) 4) evenals de Franse nota over het meerjarenoverzicht (SCH/OR.SIS (99) 3 herz.). Naar de mening van de Regering betreft het hier een het Koninkrijk bindend besluit.

Het ontwerp-besluit is gebaseerd op artt. 92 en 119 van de SUO inzake respectievelijk de instelling van het SIS en de verdeling van de kosten van het SIS.

De totale installatiekosten van het CSIS sedert de aanvang van de bouw bedroegen op 31 december 1998 101.463.983 FF (ca. Dfl 33.820.000,-). Dit bedrag omvat een aanzienlijk deel van de kosten (38.000.000,- FF) van de vernieuwing, millenniumaanpassing en uitbreiding van het CSIS in het kader van het CSIS I+ project. Aangezien het CSIS I+ project naar verwachting in november dit jaar zal worden afgerond is de resterende begroting voor dit project, ca. 27.500.000,- FF, opgenomen in de CSIS begroting voor 1999.

De totale bijdrage van Nederland aan de installatiekosten van het CSIS tot 1 januari 1999 bedroeg ca. Dfl 1,7 miljoen. Dit bedrag komt ten laste van de begroting van het Ministerie van Justitie.

De Regering kan met het ontwerp-besluit instemmen.


- Begroting 1999 voor de Help Desk.

Het ontwerp-besluit terzake is bijgevoegd (SCH/Com-ex (99) 3).

Naar de mening van de Regering betreft het hier een het Koninkrijk bindend besluit.

Het ontwerp-besluit is gebaseerd op art. 119 van de SUO, dat gaat over de verdeling van de kosten van het SIS. De verdeling van de kosten is o.m. gebaseerd op de eenvormige grondslag voor de BTW.

Ten behoeve van het toezicht op de werking van het SIS is in 1996 de helpdesk geïnstalleerd, waarvan de financiering verzorgd is door de Benelux vanwege de onmogelijkheid deze apparatuur via de CSIS begroting aan te schaffen.

De begroting voor 1999 van de Help Desk bedraagt 1.880.000 BEF, ongeveer Dfl 98.500,-. Het betreft uitgaven van operationale aard, zoals onderhouds- en communicatiekosten. Het aandeel van Nederland in de kosten bedraagt 5,32% hetgeen neerkomt op een bedrag van Dfl
5000,-. Dit bedrag komt eveneens ten laste van de begroting van het Ministerie van Justitie.

De Regering kan met het ontwerp-besluit instemmen.


12. Algemeen SIS document.

De ontwerp-verklaring terzake is bijgevoegd (SCH/Com-ex (99) decl. 2 herz.), alsmede de bijlage (SCH/OR.SIS (99) 1, 3e herz.).

De verklaring, die ter kennisneming aan het UC wordt voorgelegd, behelst de opsomming in de bijlage van de door de Schengen-landen verstrekte gegevens over de nationale delen van het SIS, de SIRENE bureau's en de NSIS'en, alsmede gegevens betreffende het CSIS. Dit algemene SIS-document kan worden beschouwd als een soort bedrijfs-informatiegids.

De Regering zal van de ontwerp-verklaring kennis nemen.


13. Sirene Handboek.

Het betreffende ontwerp-besluit is bijgevoegd (SCH/Com-ex (99) 5). Naar de mening van de Regering betreft het hier een het Koninkrijk bindend besluit.

Ik verzoek U het SIRENE-handboek als vertrouwelijk te behandelen. De bijlage wordt derhalve alleen in enkelvoud bijgevoegd.

Het ontwerp-besluit is gebaseerd op art. 108 van de SUO die gaat over de nationale instantie die verantwoordelijk is voor het SIS.

De wijziging van het SIRENE-handboek betreft een kleine wijziging van technische aard in een bijlage alsmede een nieuwe redactie van punt
3.2.3. van het handboek. In de nieuwe redactie wordt de prioriteit van het gebruik van het SIS in het Schengen-gebied boven het gebruik van Interpol sterker benadrukt. Tevens wordtook nauwkeuriger aangegeven onder welke omstandigheden gebruik kan worden gemaakt van het Interpol-kanaal.

De Regering kan met het ontwerp-besluit instemmen.


14. Overeenkomst inzake samenwerking in procedures wegens inbreuken op de verkeerswetgeving en bij de tenuitvoerlegging van ter zake opgelegde geldelijke sancties.

De tekst van de overeenkomst (SCH//III (96) 25, 18 rev.) is te Uwer informatie bijgevoegd. De overeenkomst zal in het UC d.m.v. een ontwerp-besluit worden vastgesteld.

Het ontwerp-besluit zal niet méér behelzen dan een besluit tot vaststelling van de tekst van de overeenkomst, die vervolgens in het UC door de vertegenwoordigers van de Schengen-staten zal worden ondertekend. Hiermee is de onderhandelingsfase beëindigd. De overeenkomst zal vervolgens via de gebruikelijke procedure aan Uw Kamer ter goedkeuring worden aangeboden.

Naar de mening van de Regering betreft het hier geen ontwerp-besluit dat het Koninkrijk bindt in de zin van de Goedkeuringswet bij de Schengen Uitvoeringsovereenkomst.

De overeenkomst voorziet in nauwere procedurele samenwerking op het gebied van inbreuken op de verkeerswetgeving. Deze samenwerking bestaat uit het uitwisselen van gegevens en het op eenvoudige wijze wederzijds ten uitvoer leggen van geldelijke sancties die zijn opgelegd tengevolge van een inbreuk op de verkeerswetgeving. De reden waarom dit in een overeenkomst is vastgelegd is dat op grond van de Wet Overdracht Tenuitvoerlegging Strafvonnissen, tenuitvoerlegging van buitenlandse rechterlijke beslissingen niet kan geschieden dan krachtens een verdrag.

Concreet betekent dit dat de overeenkomst het mogelijk maakt dat bijvoorbeeld een boete door de Nederlandse autoriteiten opgelegd aan een Duitse toerist gemakkelijker kan worden geïnd. Dit kan in eerste instantie door het opvragen van informatie bij de Duitse autoriteiten omtrent de identiteit van de bestuurder die schuil gaat achter een Duits nummerbord. Met deze informatie kunnen de Nederlandse autoriteiten vervolgens een verzoek tot betaling van de opgelegde boete direct richten tot de Duitse onderdaan die de overtreding beging. Indien betrokkene niet overgaat tot betaling kunnen de Duitse autoriteiten worden verzocht de boete ten uitvoer te leggen.

De Regering kan akkoord gaan met de tekst van de overeenkomst.


15. Overgang van het Schengen-secretariaat naar het Secretariaat-Generaal van de Raad.

Het betreft hier met name de boedelscheiding van het Schengen-secretariaat en het Secretariaat-Generaal van de Benelux met het oog op de integratie van het Schengen-secretariaat in het Secretariaat-Generaal van de Raad.


16. Opschoning van het Schengen-acquis.

Het is onbekend wat het Voorzitterschap met dit agendapunt beoogt. In principe zal de Algemene Raad op 26 april a.s., twee dagen voorafgaand aan het UC, een besluit nemen over: 1) de vaststelling van het Schengen-acquis, 2) de bepaling welk deel van het Schengen-acquis rechtsgrondslag wordt toegekend in de eerste dan wel derde pijler. Hiertoe heb ik Uw Kamer op 9 april j.l. een brief gestuurd waarin de Kamer werd verzocht via de schriftelijke procedure in te stemmen met een besluit tot opheffing van na inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam niet langer relevante besluiten en verklaringen van het UC en de Centrale Groep.

Het enige dat dan nog rest is te bepalen welke besluiten van het UC, die op onderhavige agenda staan, ook tot het Schengen-aquis behoren en rechtsgrondslag behoeven in de EG/EU. Het is thans onbekend hoe het Voorzitterschap denkt deze gang van zaken tot een goed einde te brengen vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam.


17. Handboek van documenten waarin visa kunnen worden aangebracht.

Hierover is geen document beschikbaar.

Zoals bekend is in het UC van 16 december 1998 een besluit voorgelegd betreffende de uitwerking van een handboek met reisdocumenten die geldig zijn bij grensoverschrijding, waarin een visum kan worden aangebracht (SCH/Com-ex (98) 56). Op dit besluit rust nog een Italiaans parlementair voorbehoud.

Het Voorzitterschap zal mededelingen doen over de laatste stand van zaken bij de ontwikkeling van het handboek. Tot nu toe zijn de delen I, II, III en V uitgewerkt.

Deel I van het Handboek met de titel "Reisdocumenten waarin een visum kan worden aangebracht" is met het oog op de toepassing daarvan toegezonden aan de posten in het buitenland met het verzoek om over de doelmatigheid hiervan te rapporteren. De reacties van de posten zullen in deel I worden verwerkt.

Deel II betreft "Vreemdelingenpaspoorten van de Schengen-staten waarin een visum kan worden aangebracht". Deel III betreft de "Lijst met reisdocumenten van internationale organisaties" en deel V verstrekt informatie over bekende, zogenaamde "fantasiepaspoorten".


18. Stand van Zaken bij de Harmonisatie van het Gemeenschappelijk Visumbeleid.

Voor dit agendapunt is geen document voorzien.

Zoals bekend is aan het UC in december 1998 een besluit voorgelegd tot afschaffing van de Grijze Lijst. Op dit besluit werd door Nederland en Italië parlementair voorbehoud gelegd. Het Nederlandse voorbehoud is inmiddels opgeheven. Dit geldt echter niet voor het Italiaanse voorbehoud.

Waarschijnlijk zal het Voorzitterschap met name dit laatste punt aan de orde willen stellen. Daarnaast zal worden nagegaan in hoeverre reeds opvolging is gegeven aan de genomen besluiten inzake de opheffing van de Grijze Lijst. Zoals bekend, zal uiteindelijk alleen Colombia nog op de Grijze Lijst blijven staan, vanwege de Spaanse voorkeur om dit land visum-vrij te houden.

Ter afsluiting verzoek ik Uw Kamer nadrukkelijk om goedkeuring van de ontwerp-besluiten onder agendapunten 4, 5, 10, 11 (meerjarenoverzicht en help desk) en 13.

DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie