Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over wijziging Wet op de studiefinanciering

Datum nieuwsfeit: 28-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : Wijziging Wet op de studiefinanciering in verband met het onder de prestatiebeurs brengen van de reisvoorziening (230499)

Den Haag, 23 April 1999

CDA Tweede Kamerfractie
Ir. Camiel Eurlings

Inbreng:
Laat ik beginnen te stellen dat de CDA-fractie het een goede zaak vindt dat de huidige OV-kaart met vrije keuze voor week of weekend blijft gehandhaafd. Wij zijn een groot voorstander van een OV-kaart voor studenten. Het overgrote merendeel van de studenten maakt een dusdanig gebruik van de kaart dat de kosten tegen de baten opwegen. Bovendien is het belangrijk om het gebruik van het openbaar vervoer door studenten te stimuleren. Het is goed voor het milieu en voor het tegengaan van filevorming op de wegen. Met name omdat ook wat het reizen per trein of bus betreft geldt: jong geleerd is oud gedaan. Een overgang naar een OV-kaart waarbij alleen de rit van huis naar de onderwijsinstelling gratis is, zou de uitgangspunten en doelen die destijds ten grondslag lagen aan de invoering van de kaart onbereikbaar hebben gemaakt.

Waar we heel wat minder gelukkig mee zijn is het onder de prestatiebeurs brengen van de OV-kaart. Wij zijn nooit een voorstander geweest van de huidige prestatiesystematiek van de studiefinanciering. De beperkte duur van de beursrechten leveren voldoende drang op tot het leveren van prestatie. Bovendien veroorzaakt het opjaagkarakter van de prestatiesystematiek tal van negatieve bijeffecten zoals een sterke afname van de maatschappelijke ontplooiing en internationalisering van studenten. Zowel de koepel van Nederlandse universiteiten (VSNU) als de studentenorganisaties ISO en LSVB zijn deze zelfde mening toegedaan. Door nu ook de OV-kaart onder de prestatiebeurs te brengen wordt het prestatieregime nog verder opgetuigd en lijkt het afschaffen van deze systematiek verder weg dan ooit. Is de minister dit met ons eens?

Als wij dit voorstel leggen naast de eergisteren behandelde nota Flexibele Studiefinanciering, dan wordt onze verbazing alleen nog maar groter. In de nota lijkt de minister zich in onze richting te bewegen. Eén van de uitgangspunten van het studiefinancieringsvoorstel is zijn uitgangspunten is immers het weghalen van de scherpe kanten van het prestatiesysteem. Terwijl de nota verschillende voorstellen in deze richting doet, wordt door dit voorstel de prestatiesystematiek in de praktijk niet verlicht maar verzwaard. Dit is voor ons niet te begrijpen. Graag een duidelijke reactie van de minister.

Naast genoemd onderwijskundig bezwaar hebben wij ook een principieel bezwaar tegen het voorliggende voorstel. Toen in 1991 de complexe individuele reisvoorziening werd vervangen door de OV-kaart, werden studenten behoorlijk gekort op hun basisbeurs (62,50 voor uitwonenden en 41,65 voor thuiswonenden.) De overgang van de individuele reisvoorziening naar de OV-kaart koste de overheid zo geen geld. Integendeel: het leverde een besparing van 140 miljoen op in de begroting van 1991. Dit met name door de grote eigen bijdrage van studenten. (353 mln gulden in 1991). In de tussentijd is de eigen bijdrage van studenten relatief niet afgenomen. Wij vinden het dan ook principieel niet juist dat gelet op het feit dat het overgrote deel van de kosten van de kaart door de studenten zelf wordt opgebracht, er nu ook nog eens het risico van terugbetaling achteraf ontstaat indien de prestatienorm niet wordt gehaald. Studenten die de prestatienorm niet halen gaan zo immers dubbel voor de kaart betalen. Graag een duidelijke reactie van de minister.
Bovendien is het onder de prestatiebeurs brengen van de OV-kaart geen structurele oplossing. Integendeel: de uitgaven worden alleen maar een paar jaar vooruitgeschoven in de tijd. Niet alleen wordt het hierdoor bijna onmogelijk om later weer terug te keren op deze prestatiesystematiek. Ook zullen wij over enkele jaren weer met exact hetzelfde financiële probleem worden geconfronteerd. Als de minister dan overigens niet alsnog de OV-kaart verder uitkleedt. Het CDA heeft duidelijk gekozen voor voortzetting van de huidige OV-kaart zonder prestatiesystematiek. Daarom dat het CDA in zijn verkiezingsprogramma structureel ruimte heeft ingepland voor het behoud van deze kaart.

Volgens het voorstel zal de nieuwe kaart vrijwillig zijn. Elke student heeft de keuze of hij er gebruik van maakt of niet. Wat opvalt is dat bij weigering er weliswaar geen sprake zal zijn van een oplopende schuld maar dat er geen compensatie plaatsvindt van de voor de kaart ingehouden studiebeurs. Wij vinden dit dubieus. Voor tijdelijk in het buitenland studerende studenten geldt deze terugbetaling wel. Is het niet zo dat iemand die zijn kaart niet opneemt evenmin in staat is ervan gebruik te maken als een student die tijdelijk in het buitenland verblijft en wel recht heeft op een teruggave? Wij begrijpen niet dat er geen regeling is getroffen die studenten bij weigering ten minste een deel van het geld dat ze normaal voor de kaart betalen teruggeeft. Ook niet dat bij minder gebruikmakende studenten het bedrag dat per kaart op de beurs wordt ingehouden niet kan worden verlaagd. Op beide punten hebben wij eind vorig jaar moties meeondertekend. Waarom is de minister hier niet in geslaagd? Kan hij aangeven of hij het ook niet onrechtvaardig vindt dat studenten die de kaart weigeren daar toch elke maand behoorlijk voor op hun beurs worden gekort?

In beantwoording op onze vraag geeft de minister aan dat de studenten maandelijks zullen kiezen tussen het al dan niet aannemen van de kaart. Wij vragen ons echter sterk af in hoeverre dit reëel is. Dit mede gelet op de maximum termijn van maximale termijn van twee maanden die de IBG nodig heeft voor alleen al het verwerken voor een aanvraag voor een kaart.

Ter afsluiting, voorzitter, een laatste bezwaar tegen het voorliggende voorstel is dat het onduidelijk is hoe dit past binnen de toekomstvisie van de minister. Immers, het is zeer onzeker hoe de OV-kaart er na 2002 uit zal zien. In beantwoording op schriftelijke vragen die ik vorige maand heb gesteld, gaf de minister aan dat rond 1 mei aanstaande de interdepartementale overleggroep die de toekomst van de OV-kaart onderzoekt, met haar advies zal komen. Door nu over te gaan op het onder de prestatiebeurs brengen van de OV-kaart ontnemen we onszelf veel flexibiliteit naar de toekomst toe. Immers, net als dat nu bij de studiebeurs al het geval is, zal het later weer onder de prestatiesystematiek uithalen van de OV-kaart in de praktijk financieel vrijwel onmogelijk zijn. Wij vragen ons sterk af hoe er zo een fundamentele gedachtenvorming over de OV-kaart van de toekomst zal kunnen plaatsvinden en hoe in de praktijk iets terecht kan komen van de door de minister in de nota flexibele studiefinanciering voorgespiegelde afzwakking van het prestatieregime.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie