Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Werkhervatting afhankelijk van relatie werkgever-werknemer

Datum nieuwsfeit: 29-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CTSV

Persberichten

datum: 29 april 1999

nummer: 99/01

Werkhervatting afhankelijk van relatie werkgever-werknemer

Ongeveer driekwart van de werknemers met lage rugklachten is twee jaar na de eerste ziekmelding weer aan de slag, geheel of gedeeltelijk. In verreweg de meeste gevallen keren ze terug naar de oude werkgever.

Bepalend voor de vraag of de man of vrouw weer naar een bedrijf of instelling terugkeert, is de relatie met de werkgever. Aanpassingen van het werk en van de werkplek of toepassing van de zogeheten reïntegratie-instrumenten zijn meestal alleen ondersteunend. Dat zijn enkele hoofdpunten uit het eindrapport van het onderzoek ‘Werkhervatting na rugklachten’, uitgevoerd door het Leidse bureau AS/tri.

Het onderzoek maakt deel uit van een internationaal vergelijkend onderzoek in zes landen - Denemarken, Duitsland, Israël, Nederland, de Verenigde Staten en Zweden - naar werkhervatting van mensen met lage rugklachten. Het eindrapport heeft betrekking op de Nederlandse situatie. Het project staat onder auspiciën van de International Social Security Association. Opdrachtgevers van het Nederlandse deel van het onderzoek zijn de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) en het Ctsv.

In Nederland zijn twee jaar lang ruim vierhonderd werknemers met lage rugklachten gevolgd. Allen ontvingen al drie maanden een uitkering op grond van de Ziektewet. Iets meer dan de helft van hen had hernia (lumbosacraal radiculair syndroom, LRS). Bij de overigen ging het om de zogeheten a-specifieke rugklachten. Beide groepen zware rugpatiënten kregen drie maanden, één jaar en twee jaar na de eerste ziekmelding telefonisch en schriftelijk vragen voorgelegd. Met een aantal zieke werknemers hadden de onderzoekers ook een diepte-interview.

De onderzoekers ondervroegen daarnaast - telefonisch, schriftelijk of in een diepte-interview - de bedrijfsartsen (arbodiensten) van de werknemers en hun huisartsen. Ook stelden ze vragen aan de medewerkers van de uitvoeringsinstellingen (uvi’s) van de werknemersverzekeringen die rond de keuring op grond van de WAO met de rugpatiënten te maken kregen.

Weinig communicatie

De zieke werknemers hadden met veel verschillende mensen te maken: met huisartsen en specialisten, met fysiotherapeuten - 94% van de patiënten kreeg kortere of langere tijd fysiotherapie - met bedrijfsartsen/arbodiensten en bij de uvi met verzekeringsgeneeskundigen en arbeidsdeskundigen.

Uit het onderzoeksrapport blijkt dat ‘de verschillende betrokkenen maar in beperkte mate met elkaar communiceren’. Zo had de bedrijfsarts nauwelijks contact met de fysiotherapeut. Dit terwijl toch ruim een derde van de rugpatiënten dertig of meer keer fysiotherapie kreeg. Opvallend was ook dat de verschillende actoren de geringe communicatie meestal niet als een probleem zagen. Zo gaven de uvi’s in de meeste gevallen de voorkeur aan contacten met de werkgever boven overleg met de bedrijfsarts.

Eigen reïntegratie

De verschillende actoren waren door de beperkte communicatie maar voor een deel betrokken bij de behandeling van de zieke werknemer en de pogingen hem of haar in het arbeidsproces te laten terugkeren. Dat betekende dat de zware rugpatiënt in veel gevallen in feite optrad als de eigen ‘case-manager’, zijn of haar eigen reïntegratie in de gaten diende te houden.

De terugkeer in het arbeidsproces gebeurde meestal in het eerste jaar van de ziekte. Ongeveer 75 procent van de onderzochten was na een jaar weer aan het werk. Aan het eind van het onderzoek - dus na twee jaar - bleek het percentage werkhervattingen niet te zijn gestegen. Wel waren er in het tweede jaar mensen weer gaan werken, maar een ongeveer even groot aantal had zich opnieuw ziekgemeld.

In het eerste jaar gingen de rugpatiënten bijna altijd terug naar de eigen, oude werkgever. De mensen die weer aan het werk gingen - ongeveer driekwart van de onderzochten - hadden vaak de ‘goede’ persoonskenmerken. Veel waren man, vrij jong en kostwinner. Hun gezondheid was beter (of minder slecht). Ze waren meer tevreden met het oude werk en deden minder zwaar werk.

Van de overige 25 procent van de zieke werknemers ging een deel in het tweede ziektejaar weer aan de slag. Naar verhouding gebeurde dat dan veel vaker bij een andere werkgever. Aan het eind van het onderzoek bleek ongeveer tien procent van alle zware rugpatiënten een nieuwe werkgever te hebben gevonden. Die werkhervattingen waren meestal meer te danken aan het eigen ‘zoekgedrag’ van de werknemers dan aan formele arbeidsbemiddeling.


Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de afdeling Communicatie van het Ctsv, mw. B. Binkhuijsen, tel. (079) 329 17 63.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie