Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA: Ruimte voor recreatie en toerisme

Datum nieuwsfeit: 29-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : Toerisme en recreatie (280499)

Toerisme en recreatie (280499)

Den Haag, 28 april 1999

Kamerlid: J.M.G. Schreijer - Pierik

Ruimte voor recreatie en toerisme
De toerisme- en recreatie sector is een economische groeisector waar wij zuinig op moeten zijn: (in 1997 230.000 arbeidsplaatsen; 3% werkgelegenheidsgroei per jaar; omzet 42 miljard gulden; omzet per hectare 1.400.000 gulden (agrarische sector: 23.000); arbeidsplaatsen per hectare: 7,67 (agrarische sector 0,15)). De dagrecreant besteedde in 1996 fl. 15,81 per persoon; de totale bestedingen van dagrecreanten in dat jaar bedroegen: fl. 14.796.000.000. Deze sector is dus zeer belangrijk voor economie en werkgelegenheid, met name ook aan de onderkant van de arbeidsmarkt, en verdient ruimte voor ontwikkeling en steun van een overheid die zich op hoofdlijnen duidelijk blijft uitspreken over het te voeren beleid, en op hoofdlijnen kaders en randvoorwaarden schept en richting aangeeft. De verantwoordelijkheid voor beleidsvorming moet daarbij niet ál te nadrukkelijk of uitsluitend neergelegd worden bij de spitsorganisaties. Zij zijn immers vooral marketingorganisaties. De toerisme- en recreatiesector kan een belangrijke bijdrage leveren aan de vitaliteit van het platteland, mits daarbij óók voldoende rekening wordt gehouden met het draagvlak bij agrarische ondernemers, lokale bevolking en alle direct belanghebbenden.

De brief van de staatssecretarissen van LNV en EZ, met een gemeenschappelijke beleidsvisie is een goede zaak. De brief van 19 februari 1999 bevat een beleidsfilosofie die wij in grote lijnen kunnen onderschrijven maar wij vinden dat de bewindslieden iets te veel op afstand zijn gaan, staan. Wij missen op sommige punten concrete beleidsvoornemens, en duidelijke taakstellingen. Daarover hierna meer. Ook staat ons na lezing nog niet geheel helder voor ogen hoe de bewindslieden de onderlinge afstemming en samenwerking tussen LNV en EZ willen verbeteren.

Allereerst de vraag aan de bewindslieden: in hoeverre krijgt de sector nu letterlijk en figuurlijk de ruimte om zich verder te kunnen ontplooien?

In de startnota Ruimtelijke Ordening wordt tot 2030 een ruimtebehoefte van 18-25.000 hectare voor dag- en verblijfsrecreatie gesignaleerd. De CDA-fractie vraagt deze ruimtebehoefte ook op te nemen in de notas Ruimtelijk Economisch Beleid Vitaal Platteland en eventuele vervolgnotas, zodat het groeipotentieel van de sector daadwerkelijk in de ruimtelijke ordening tot ontplooiing kan komen. Er zou gedacht kunnen worden aan een ruimtegroei die in ieder geval gelijke tred houdt met de bevolkingsgroei (2%).

De aanwijzing van gebieden in het kader van de EU-Vogelrichtlijn (één zesde van het Nederlandse grondgebied) op de wijze waarop dit nú is geschied, kan leiden tot een inperking van de
ontwikkelingsmogelijkheden van het toeristisch en recreatief bedrijf in Nederland. De CDA-fractie onderschrijft volmondig de noodzaak en het nut van deze Richtlijn, maar wil vandaag nog eens wijzen op de onzekerheid die binnen de recreatie- en toerismesector is ontstaan. Die zorg is nog niet weggenomen: ontwikkeling van nieuwe economische activiteit in aangewezen gebieden is onzeker; het is nog steeds de vraag in hoeverre bestaande activiteiten kunnen worden voortgezet in die gebieden, die voor recreatie en toerisme zo belangrijk zijn. Aanwijzing van speciale beschermingszônes heeft in het buitenland reeds geleid tot beperkingen aan het recreatieve medegebruik. De aanhoudende onduidelijkheid rond de (rechts)gevolgen van de aanwijzing voor het huidig gebruik en voor verdere ontwikkelingsmogelijkheden is contraproductief voor de sector en werkt demotiverend. Het kan leiden tot uitstel van investeringen, zodat het toeristisch product op termijn in gevaar komt. Wij vragen de bewindslieden met klem meer duidelijkheid te scheppen naar de sector toe, en er zorg voor te dragen dat er voldoende ontwikkelingsmogelijkheden blijven bestaan. Alleen op die manier kan Nederland zijn concurrentiepositie op toeristisch en recreatief terrein behouden en versterken. Is de staatssecretaris van LNV bereid in de Nota NBL21 of de Nota vitaal platteland een duidelijke visie te ontwikkelen en helderheid te verschaffen omtrent de ontwikkelingsmogelijkheden van toerisme- de recreatiesector in relatie tot wet- en regelgeving, zoals de nu voorgestelde implementatie van de Vogel- en Habitatrichtlijn?

De noodzaak van het bieden van ruimte aan de potenties van de recreatie- en toerismesector erkennen de bewindslieden expliciet in hun brief. Kunnen zij meer concreet aangeven hoe zij deze voornemens nu werkelijk om willen zetten in beleid en hoe zij bestaande hindernissen daadwerkelijk willen slechten? Wat is er gebeurd naar aanleiding van het KPMG/BEA-rapport Toeristische sector en gemeenten samen in zee; ideeën voor aanpak van knelpunten in wet- en regelgeving (december 1998) de CDA-fractie dringt aan op een concreet actieplan voor het oplossen van de knelpunten; Hoe gaat het project Groen in en om de Stad (GIOS) verder ingevuld worden? Hoe staat het met het project Concurrentiekracht recreatie en toerisme? Wat is er terechtgekomen van het gesprek met de VNG over de toeristenbelasting? Kan nu bereikt worden dat de VNG toeristenbelasting ook ziet als een soort prikkel om meer toerismebeleid te gaan voeren? Wij hebben de indruk dat het met betrekking tot de lokale heffingen nog steeds niet goed zit. De CDA-fractie is verontrust over de uitkomsten van de Monitor Lokale Lasten 1998 en de bevindingen in een recent rapport van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs (NFB): de recreatiesector ondervindt volgens de federatie meer dan andere bedrijfstakken nadeel van de (sterk stijgende) lokale belastingen. Bovendien is er sprake van grote verschillen per gemeente. Wij vragen de staatssecretaris met een schriftelijke reactie te komen op dit rapport, en aan te geven hoe wij kunnen bereiken dat de situatie voor de recreatiesector verbetert. De CDA-fractie vindt dat negatieve effecten van rekeningrijden op recreatie en toerisme voorkomen moeten worden. Hebben de bewindslieden hier al gedachten over ontwikkeld?

In de pers zijn er signalen dat in de concept-Nota Natuur, Bos en Landschap in de 21e eeuw (NBL21) rekening wordt gehouden met de wensen van de recreant. Dat is winst. Wij hebben ook vernomen dat het ministerie recreatieondernemingen mee wil laten betalen aan de vorming van natuurgebieden. Kan de staatssecretaris hier al wat meer informatie geven over dit voornemen? Welke systematiek zal worden gehanteerd? Hoe gaan de lasten verdeeld worden?

De bewindslieden geven aan kaders te willen stellen en randvoorwaarden te willen scheppen voor de ontwikkeling van recreatie en toerisme. Toch zien we in de brief nog te veel versnippering van initiatieven, bijvoorbeeld om toerisme bij gemeenten hoger op de agenda te krijgen: zie de projecten, genoemd op pagina 7 bovenaan. Dat is jammer, en kan leiden tot verspilling van energie. De kans op dubbel werk en gebrek aan efficiency is groot. Hoe er samengewerkt moet worden is ook onduidelijk. Waarom de krachten niet meer bundelen? (Zie brief: Platform toerisme en recreatie VNO/NCW d.d. 8 april 1999). Wij vragen de bewindslieden in algemene zin heldere en eenduidige beleidslijnen voor toerisme en recreatie uit te zetten en initiatieven op te zetten, steeds in goed overleg met alle betrokken belanghebbenden, en in goede afstemming tussen alle betrokken ministeries.

Toeristisch Huis
Snelle totstandkoming van het Toeristisch Huis is van groot belang. Nederland is te klein voor versnippering. Er moet ook meer ruimte komen voor de uitbouw van de kennis- en innovatietaken van het nieuwe toeristisch huis. De CDA-fractie is van mening dat een intensieve samenwerking met de Stichting Recreatie (KIC) van LNV daarbij een grote meerwaarde kan hebben. Wij moeten daarbij wel bedenken dat de Stichting recreatie een andere rol en functie heeft en wil behouden: de stichting recreatie is geen productontwikkelaar maar een kennis en informatiecentrum! Wij achten het ook van belang dat het recreatieve bedrijfsleven op enigerlei wijze deelneemt aan dit toeristisch huis, teneinde draagvlak te verbreden en effectiviteit te verhogen. Kunnen de bewindslieden nog een extra impuls geven aan het proces van de totstandkoming van de samenwerking in het toeristisch huis, hopelijk in samenwerking mét de Stichting Recreatie en het recreatieve bedrijfsleven? Waarom loopt dit proces zo moeizaam.

Grote stedenbeleid en plattelandsontwikkeling
De interventie van minister van Boxtel in het Grote Stedenbeleid ziet er veelbelovend uit. Het idee van de ontwikkeling van een toeristische stad is goed. Wel hebben wij hebben wel enige zorg over de rol/kwaliteit van regionale en lokale VVVs. Hoe staat het met de kwaliteitsverbetering in de regionale en lokale VVV-organisatie? Wat zou het toeristisch huis hierin kunnen betekenen?

Op het platteland komen allerlei goede initiatieven van de grond: het agrotoerisme slaat aan. Net als bij het Grote Stedenbeleid pleit de CDA-fractie bij plattelandsontwikkeling voor een samenhangend en vooral een geïntegreerd beleid, niet alleen op papier, maar ook in de praktijk van planning, inrichting en beheer. We moeten af van het idee dat toerisme en recreatie op het platteland een bijproduct is, een second best. Recreatie en toerisme kunnen, mits er rekening wordt gehouden met draagvlak bij het agrarisch bedrijfsleven en lokale belanghebbenden, een belangrijke impuls geven aan de vitaliteit van het platteland en de economie in het algemeen. Daarbij moet er naar gestreefd worden dat de activiteiten van het recreatief en toeristisch bedrijfsleven en de toeristische nevenactiviteiten van agrariërs elkaar niet verdringen en uitsluiten, maar elkaar juist aanvullen. Daarvoor zijn allerlei oplossingen denkbaar. Daarvoor is goed overleg en afstemming nodig. Daarom vraagt de CDA-fractie de bewindslieden of er op dit moment ruimte en reden is aan het toeristisch huis te vragen, na de succesvolle Zee van Cultuur voor kust en steden (1997) een Zee van Cultuur voor de rest van Nederland / het platteland op te stellen. Dit zou moeten gebeuren in nauwe samenspraak met landbouw- natuur- en milieu-organisaties en lokale belangengroeperingen. Ook langs deze weg zouden wij kunnen komen tot een meer geïntegreerd toerismebeleid. Samenwerking en integratie zijn dus sleutelbegrippen. Een Zee van Cultuur voor de rest van Nederland zou mooi kunnen aansluiten op de ervaring die is opgedaan met de projecten van ROEB (Recreatie Op Eigen Benen projecten). Wij zijn zeer benieuwd in hoeverre de bewindslieden er in de komende notas in zullen slagen van het toerismebeleid meer integraal en interactief beleid te maken.

Toerisme en EU
Toerisme in Europees perspectief bevindt zich in een beleidsmatig vacuüm. Dat is jammer. Ook op Europees niveau verdient toerisme een positieve benadering. Wij huldigen zeker het idee van de subsidiariteit, maar er zijn daarbuiten belangrijke beleidsvelden, zoals onderzoek, statistiek, interventie- en coördinatiebeleid, marketing in derde landen, onderwijs, paspoorten, begrip en uitwisseling van culturen, waar Europa een belangrijke rol kan spelen. Wat gaan de bewindslieden doen met het rapport van de High Level Group on Tourism and Jobs (okt. 1998)? Uit de Structuurfondsen gaat Nederland tussen 2000-2006 meer EU-geld halen! De sector kan en moet wat ons betreft meer profiteren van de EU. Wat gaan de bewindslieden doen met de structuurfondsen in relatie tot toerisme en recreatie?

Maar het gaat niet alleen om geld. Wij vragen de bewindslieden zich krachtig in te zetten voor de ontwikkeling van een samenhangende toeristische beleidsvisie van alle lidstaten, een Europees toetsingskader voor toerisme en alle wet- en regelgeving die daar impact op heeft. Wij hebben begrepen dat er een studie wordt verricht naar de situatie van het Europees toerisme, zodat we in een Europees kader met elkaar kunnen praten over prioriteiten op het vlak van toerisme. Daarna kunnen we op nationaal niveau invulling gaan geven aan de Europese prioriteiten ter zake. Wij hebben de vraag aan de staatssecretaris van economische zaken: wanneer komt dat plan er nu? Ook dat kan de concurrentiepositie van de sector en de samenwerking versterken!

Evenementenfonds
Wij zijn zeer benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek naar knelpunten bij de organisatie van evenementen, en de eventuele rol hierbij van een revolving fund. Welke beleidsconclusies heeft u getrokken uit het onderzoek tot nu toe? Festivals en evenementen zijn van groot belang voor het toerisme in en naar Nederland: ze kunnen zorgen voor naamsbekendheid, imagoverbetering en leiden tot herhalingsbezoek; ze dragen dus bij aan omzet, inkomen en werkgelegenheid. Als een revolving fund niet mogelijk mocht blijken dan willen wij de staatssecretaris vragen zich in te spannen in het zoeken naar andere wegen om festivals en grote evenementen te stimuleren.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie