Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Vragen SP naar aanleiding van rapport "Een beladen vlucht"

Datum nieuwsfeit: 29-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Nieuws van de Socialistische Partij

TIP: Wil je weten waarmee de SP zich zoal bezighoudt, lees dan Handen uit de mouwen! en de Nieuws-pagina's.

Vragen van de SP-fractie aan de regering

naar aanleiding van het rapport "Een beladen vlucht"

ALGEMEEN

1. Waarom hebben de verantwoordelijk bewindslieden zo snel gereageerd op de conclusies van het eindrapport?
Waarom is niet gewacht tot het Kamerdebat?

2. Heeft de minister-president maatregelen genomen om de problemen in verband met de verkokering en gebrekkige coördinatie tussen de departementen te doorbreken?
Zo ja: waaruit bestonden deze?

3. Is de minister-president, na de uitspraken van de fractievoorzitters van twee coalitiepartijen, nog steeds van mening dat hem nooit vanuit de kamer verzocht is om de coördinatie van de afhandeling van de Bijlmerramp op zich te nemen of anderszins een actieve rol te spelen?
Zo ja: wat is dan zijn commentaar op de uitspraken van de fractievoorzitters?
Zo nee: hoe valt dit te rijmen met zijn uitspraken tijdens het verhoor door de enquêtecommissie?

4. Kan de minister-president aangeven in welke situatie hij het tot zijn taak rekent om in te grijpen bij meningsverschillen of afstemmingsproblemen tussen ministers?

5. Kan de minister-president aangeven waarom hij de opmerking van de commissie ten aanzien van zijn functioneren als minister-president staatsrechtelijk onjuist vindt? Het moet toch altijd zo zijn dat de minister-president leiding geeft in zaken waarbij meerdere, in dit geval 10 van de 14, ministers betrokken zijn, zeker waar de zaak verzandt en er geen vooruitgang meer geboekt wordt?
6. Acht de regering het de plicht van afzonderlijke ministers om, indien zij departementale verkokering, gebrekkige coördinatie tussen of het in gebreke blijven van ministeries constateren, hiervan melding te doen in de ministerraad en/of anderszins actief dit probleem aan te pakken?
Zo ja: welke activiteiten hebben de verantwoordelijk bewindspersonen op dit gebied ontwikkeld?

7. Is de regering het eens met de conclusie dat ambtenaren cruciale informatie niet hebben doorgegeven aan de verantwoordelijk bewindslieden en met de aansturing van deze ambtenaren? (conclusie
18, blz.402)
Zo nee: kan per geval dat de commissie ter onderbouwing van haar conclusie aanvoert worden aangegeven hoe de regering de verdeling van verantwoordelijkheden ziet?

ANALYSE

8. Welke maatregelen hebben de opeenvolgende ministers van Verkeer en Waterstaat sinds oktober 1992 genomen om de controle op adequaat onderhoud van vliegtuigen die opstijgen vanaf Nederlands grondgebied te verbeteren?

9. Betreft het alleen papieren controles of worden ook daadwerkelijk steekproeven genomen van de onderhoudstoestand van vliegtuigen?
10. Welke initiatieven in internationaal verband hebben de opeenvolgende ministers van Verkeer en Waterstaat sinds oktober
1992 genomen om de veiligheid van de luchtvaart te verbeteren?
11. De commissie concludeert dat er zich gevallen hebben voorgedaan bij El Al op Schiphol, waarbij vrachtvliegtuigen tegen het advies in van onderhoudsmonteurs een goedkeuring voor vertrek hebben gekregen. (blz.100). Wanneer was dit bekend bij de regering en wat is vervolgens ondernomen om aan deze praktijken een einde te maken?

RAMPENBESTRIJDING EN BERGING

12. Waarom is de berging van elementen van het vliegtuigwrak onzorgvuldig verlopen? (conclusie 5, blz. 401) Werd dit veroorzaakt door incorrecte procedures, door foutieve beslissingen of door het niet naleven van vastgestelde procedures?
13. Waarom is geen aangifte gedaan van de verdwijning van vermiste elementen? (conclusie 6, blz. 401)

14. Waarom zijn niet direct (bij het eerste onderzoek) alle beschikbare getuigen over de mannen in witte pakken door de Rijksrecherche gehoord? (conclusie 7, blz. 401)
15. Waarom is de directeur Rijksluchtvaartinspectie benoemd tot vooronderzoeker, als de RLD ook als partij betrokken is bij de ramp? (blz. 98)

16. Waarom heeft de minister van Verkeer en Waterstaat zich bij enkele gelegenheden bemoeid met het werk van de vooronderzoeker, in tegenspraak met het door haarzelf geformuleerde uitgangspunt? (blz.100)

17. Zijn de procedures voor de luchtverkeersleiding sinds de ramp zodanig veranderd dat, wanneer een vliegtuig in een noodsituatie verkeert, in beginsel niet meer over een dichtbevolkt gebied wordt gevlogen? (blz.101)

LADING

18. Wat is de verklaring van de regering voor het feit dat de parlementaire enquête- commissie in zes maanden gelukt is (het achterhalen van de complete ladingpapieren), wat drie opeenvolgende kabinetten in zes jaar niet gelukt is?
19. Is het juist dat in februari 1999, op het moment een Boeiing van El Al op Schiphol naast de baan terechtkwam, noch bij de Nederlandse luchtvaartautoriteiten, noch bij de douane, de samenstelling van de lading exact bekend was? Zo ja: wat is er de periode tussen oktober 1992 en februari 1999 ondernomen om een tijdige bekendheid van de lading (voor het binnenvliegen van het Nederlandse luchtruim) te verzekeren?
20. Voor welk percentage van de vliegtuigen die Schiphol aandoen werd in 1998 gecontroleerd of de lading overeenstemt met de vrachtpapieren?
Welk percentage van de El Al vliegtuigen werd in 1998 gecontroleerd?

21. Wordt er door de Nederlandse luchtvaartautoriteiten anders dan op papier vastgesteld of vliegtuigen overbeladen zijn? Zo nee: is er reden om te veronderstellen dat in de luchtvaart minder overbelading voorkomt dan bij het wegtransport?
22. In haar brief van 28 augustus 1996 aan de Kamer verklaart minister Jorritsma dat alle gegevens over de vracht zijn nagegaan en kloppen. Waarop baseerde de minister haar mededeling? Is de regering nu van mening dat deze informatie voorbarig en daardoor onjuist was?

GEZONDHEID

23. In verband met de beantwoording van Kamervragen heeft minister Borst steeds contact opgenomen met de GG & GD met de vraag of er nadere inzichten waren om de situatie anders te beoordelen dan in
1994. Heeft zij zich daarbij vergewist wat de GG & GD na haar eerste onderzoek nog precies ondernomen heeft om te beoordelen of na een aantal jaren de gezondheidsklachten bij bewoners en hulpverleners een afwijkend beeld vertonen? Hoe heeft de GG & GD hiertoe informatie verzameld en bij wie? Op welke manier heeft ze getracht een beeld te krijgen van de gezondheidsklachten van de bewoners en de hulpverleners? In hoeverre beschikte de GG & GD over de noodzakelijke deskundigheid of heeft zij hierbij deskundigen van buiten zoals toxicologen in verband met de vorming van mogelijke toxische stoffen bij een dergelijke brand, betrokken? Op grond van welke gegevens van de GG & GD heeft de minister zich laten geruststellen en waarom heeft zij deze gegevens niet meegenomen in haar antwoorden aan de Kamer? (blz.
325).

24. Indien er geen nieuwe feiten waren en de GG & GD haar conclusie dat geen nader bevolkingsonderzoek nodig was baseerde op haar eerste onderzoek, is minister Borst dan van mening dat dit eerste onderzoek uitgebreid en gedegen genoeg was om een dergelijke conclusie te kunnen trekken? (blz. 300).

25. Minister Borst heeft achteraf geconcludeerd, dat voortaan altijd epidemiologisch onderzoek moet worden gedaan na een vliegramp, om de gezondheid van de omwonenden beter in de gaten te houden. Wat zou zon epidemiologisch onderzoek volgens haar moeten inhouden? In hoeverre heeft het onderzoek van de GG & GD hier niet aan voldaan en hoe heeft de minister zich hierdoor dan kunnen laten geruststellen? (blz. 300).

26. Minister Borst heeft pas n.a.v. Kamervragen informatie ingewonnen bij de GG & GD, u heeft gewacht op informatie over de lading van V & W, zij was niet op de hoogte van een rapport van het RIVM uit
1993 over de gezondheidsaspecten en gezondheidseffecten van verarmd uranium. Hoe verklaart zij deze afwachtende houding vanuit haar verantwoordelijkheid voor het welzijn en de volksgezondheid van de burgers in Nederland? Waarom heeft zij bijvoorbeeld niet zelf het initiatief genomen om in het kabinet aan te dringen op sneller onderzoek naar de vrachtbrieven?

27. Door het RIVM is in 1993 in opdracht van de regionale inspectie onderzoek gedaan naar de gezondheidsrisicos van de ramp. Dit was minister Borst niet bekend tot zij dit in een rapport van het RIVM van 1998 als bijlage tegenkwam. Hoe kan het dat zij zelf niet eerder opdracht heeft gegeven tot een dergelijke onderzoek, onder meer naar aanleiding van de mogelijke risicos van verarmd uranium? (blz. 332).

28. Hoe beoordeelt minister Borst nu de mogelijkheid dat mensen blootgesteld zijn aan uraniumoxide, alsmede de risicos voor de gezondheid in relatie tot de blootstelling? (blz. 332)
29. Tot september 1997 was minister Borst van mening dat een onderzoek naar de gezondheidsklachten meer kwaad dan goed zou doen. Op welke gegevens en feiten was deze afweging gebaseerd? Heeft zij hierover deskundigen geraadpleegd? Waarop is haar mening gebaseerd dat door het verrichten van onderzoek de onrust onder bewoners en hulpverleners zou toenemen? Zou onrust van bewoners en hulpverleners niet juist ook tot gezondheidsklachten kunnen leiden?

30. Waarom heeft minister Borst zo lang een gebrek aan inzicht over een causale relatie laten prevaleren boven toenemende gezondheidsklachten van bewoners en hulpverleners? Denkt zij niet dat bij zon inferno per definitie een cocktail aan schadelijke stoffen kan vrijkomen? Is zij van mening dat bij dergelijke rampen direct ook toxicologische deskundigheid ingeschakeld moet worden? Waarom is dat dan niet gebeurd?

31. In september 1997 hierziet minister Borst haar standpunt ten aanzien van vervolgonderzoek naar de gezondheidsklachten van de mensen. Welke feiten hebben er precies toe geleid dat zij in september van gedachten verandert, heeft de toename van de klachten hierbij een rol gespeeld of vooral het feit dat het onderzoek naar de lading dood liep? (blz. 328).
32. Heeft 3 april 1998 een overleg plaatsgevonden tussen de Hoofdinspectie en het AMC waarin afgesproken is dat er geen lichamelijk onderzoek zal worden verricht zolang de lading van het vliegtuig niet bekend is? Was minister Borst hiervan op de hoogte, was zij het hiermee eens en waarom heeft zij de Kamer hierover niet expliciet geïnformeerd? (blz. 330).

33. Wat is de reden dat er ruim 8 maanden zit tussen de toezegging van minister Borst aan de Kamer en de start van het AMC-onderzoek? Is dat in de eerste plaats vanwege de discussie over de opzet zoals onder andere IJzermans in zijn verhoor zegt of het wachten op de resultaten van de commissie Hoekstra zoals de minister aan de Kamer meldde? Waarom heeft zij de Kamer hier niet volledig over geïnformeerd? (blz. 331).

34. Bij de start van het AMC-onderzoek hebben de hoogleraren De Wolff en De Goey een voorstel ingediend bij de Gezondheidsraad om een onderzoek te doen naar de blootstelling aan uranium. Wat houdt dit voorstel in en hoe zou minister Borst gereageerd hebben als dit voorstel toen met haar besproken was? (blz. 328).
35. Is minister Borst van mening dat de inspectie voor de Gezondheidszorg de signalen over auto-immuunziekte voldoende op waarde heeft geschat en haar hierover altijd tijdig heeft geïnformeerd? Heeft de inspectie onder haar verantwoordelijkheid verkeerd gehandeld? (blz. 333).

36. Onder andere de patholoog Weening heeft ten aanzien van auto-immuunziekten in oktober 1998 geadviseerd om alle artsen in Nederland een brief te sturen om ze alert te maken op auto-immuunziekte, omdat verschijnselen die niet of niet volledig herkend worden, voortsluimeren en weefselschade kunnen veroorzaken, die bij vroege diagnostiek wellicht kunnen worden beperkt. Minister Borst heeft dit advies in overleg met de inspectie niet opgevolgd omdat zij dit op grond van 2 gevallen niet verantwoord vond en dit te veel onrust zou creëren. Waarom heeft de inspectie de brief naar de artsen op 31 maart alsnog verstuurd? Betekent dat dat de minister het alsnog met de heer Weening eens is en dat zij hiermee mogelijke schade zoveel mogelijk wilt beperken? Waarom is deze brief niet eerder en in elk geval niet direct na 19 januari, n.a.v. de tweede tussenrapportage van het AMC-onderzoek, verstuurd? (blz. 335).
37. Op 19 januari besluit minister Borst, naar aanleiding van de tweede tussenrapportage van het AMC, om een onderzoek onder de getroffen bewoners van de Bijlmerramp te financieren. Is de reden hiervoor dat de minister op dat moment overtuigd is dat men nu, met de auto-immuunziekten, iets op het spoor is en ook gerichter onderzoek kan doen?
Zal het voorstel van Weening in het onderzoeksprotocol voor lichamelijk onderzoek wordt opgenomen? (blz. 334).
38. Was minister Borst op de hoogte van de mening van toxicologen dat bij milieu-incidenten sprake kan zijn van schadelijke effecten van gifstoffen op het immuunsysteem, dat je niet alleen moet kijken naar klinische beelden maar ook immunologisch onderzoek zou moeten doen?
Heeft zij dit de afgelopen jaren overwogen?
39. Het AMC stelt in haar conclusies bij de derde tussenrapportage: "Wij zijn niet geheel zeker over de gemelde auto-immuunaandoeningen. De extra aandacht die wij hebben besteed aan deze groep ziektes heeft geen aanwijzingen opgeleverd die nader onderzoek (wetenschappelijk, zowel als lichamelijk) gewenst maken." Is minister Borst het hiermee eens op grond van de gepresenteerde cijfers?

40. Erkent minister Borst de kritiek van epidemiologen dat de gepresenteerde berekeningen over incidentie niet juist zijn? Is de gevonden incidentie niet gelijk aan de verwachte incidentie op basis van de landelijke incidentie zoals in de tabel wordt gepresenteerd, maar ruim drie tot zes keer zo hoog? Hoe verklaart de minister dat haar departement deze fout niet heeft opgemerkt, is het rapport zorgvuldig bestudeerd?

41. Is minister Borst het eens met de Nijmeegse epidemioloog, die stelt dat op grond van de juiste cijfers nooit geconcludeerd kan worden dat er wetenschappelijk gezien geen aanleiding is voor nader onderzoek? Dit ondanks beperkingen van het onderzoek en een aantal zaken waar in eerste instantie nog niet voor gecorrigeerd is?

42. Heeft minister Borst het AMC opdracht gegeven alle mensen met onduidelijke diagnose wat betreft auto-immuunziekte alsnog nader te onderzoeken, inclusief een bloedtest? Heeft zij gezegd dat zij niet begrijpt waarom het AMC de elf mensen uit de onzekere categorie gewoon laat bungelen en dat het AMC deze slachtoffers al lang had moeten oproepen om hen zelf te onderzoeken? Bent u daarmee van mening dat het AMC onzorgvuldig is geweest en voorbarige conclusies heeft getrokken?

43. Indien minister Borst de conclusie aangaande auto-immuunziekten deelt dat er wel degelijk wat aan de hand kan zijn, wat heeft dat voor gevolgen voor verdere actie van haar kant, mede gezien in het licht van het uitgestelde lichamelijk onderzoek?
44. Blijft minister Borst bij haar eerdere uitspraak dat indien het parlement concludeert dat als een politicus zelf niet goed of onverantwoordelijk heeft gehandeld, of onder diens verantwoordelijkheid niet goed of onverantwoordelijk is gehandeld, je daar altijd consequenties aan moet verbinden? Welke consequentie zou zij hieraan verbinden?

45. Heeft minister Borst als reactie op het rapport gezegd dat zij aftreedt als de Tweede Kamer eindconclusie 14 onderschrijft? Zo ja: waarom?

46. Op welke manier zal epidemiologisch vervolgonderzoek plaatsvinden? Is minister Borst bereid het advies van Weening op te volgen om via de archieven van alle pathologie-laboratoria het voorkomen van SLE voor en na de ramp op te sporen en ander te onderzoeken? (deel
3, blz. 827).

47. Indien er een causale relatie blijkt tussen auto-immuunziekten en de ramp, erkent minister Borst dan dat indien op een eerder moment besloten was tot een inventarisatie van de klachten, deze ziekten mogelijk minder onherstelbare schade hadden berokkend? (deel 3, blz. 1035).

48. Kan minister Borst informatie geven over de voortgang van het lichamelijk onderzoek? Waarom is het onderzoek vertraagd? Zijn de ziekenhuizen tot medewerking bereid en kan de minister garanderen dat het onderzoek echt van start gaat?

49. Wordt bij het onderzoek ook toxicologische expertise ingeschakeld, nu door verschillende toxicologen erop gewezen is dat auto-immuunziekten onder andere veroorzaakt kunnen worden door kwik, goud, bacteriële toxines of uranium?

50. Wat is het oordeel van minister Borst over het feit dat de hulpverleners (exclusief de brandweer) gewone beroepskleding hebben gedragen, geen persluchtmaskers en bescherming tegen opname via de huid? Wordt het wel of niet dragen van bescherming in het onderzoeksprotocol betrokken? (blz. 778).

51. Gaat het in de eerste plaats om een lichamelijk onderzoek naar de gezondheidsklachten en in de tweede plaats om epidemiologisch onderzoek naar mogelijke relaties met de ramp? In hoeverre zal daarbij in het onderzoeksprotocol gestreefd worden naar de opzet van een epidemiologisch onderzoek? In hoeverre dient rekening gehouden te worden met de eisen van de Wet op Medisch Wetenschappelijk onderzoek?

52. Is minister Borst van mening dat er een directe relatie is tussen psychische klachten (waaronder PTSS) en de Bijlmerramp? (blz.
755).

53. In het debat van 2 april 1998 heeft minister Jorritsma in de Kamer verklaard, dat de kerosinebrand niet heet genoeg was voor het verbranden van uranium, waardoor het niet tot verstoffing kon overgaan.
Op welk onderzoek baseerde de minister destijds haar uitspraak? Is de regering inmiddels overtuigd dat deze uitspraak onjuist was?


Zie ook de SP-vragen aan de enquêtecommissie

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie