Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag bezoek Directeur-Generaal Politieke Zaken aan Cuba

Datum nieuwsfeit: 29-04-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Directie Westelijk Halfrond

Afdeling Midden-Amerika en

Caraïbisch Gebied

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 29 april 1999
Kenmerk DWH/MC-145/99
Blad /1
Bijlage(n) 1
Betreft Verslag bezoek Directeur-Generaal Politieke Zaken

aan Cuba
C.c. -

Zeer geachte Voorzitter,

Bijgaand moge ik u het verslag aanbieden van het bezoek dat de Directeur-Generaal Politieke Zaken van mijn departement medio februari aan Cuba bracht. Het bezoek vond plaats vóórdat Cuba strengere wetgeving met hogere straffen invoerde inzake 'ondermijnende' contacten van Cubanen met het buitenland. Ook had het proces tegen de vier bekende dissidenten nog niet plaatsgevonden. Op beide aangelegenheden ging ik onlangs in bij de beantwoording van vragen van leden van uw Kamer.

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN,

VERSLAG VAN HET BEZOEK AAN CUBA VAN DE DIRECTEUR-GENERAAL POLITIEKE ZAKEN VAN HET MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN

INLEIDING

Van 8 t/m 11 februari jl. bezocht de Directeur-Generaal Politieke Zaken (DGPZ) van mijn ministerie Cuba. Tijdens dit eerste bezoek op hoog ambtelijk niveau werden besprekingen gevoerd met de minister en verschillende vice-ministers van Buitenlandse Zaken, de vice-minister van Buitenlandse Investeringen, met Kardinaal Ortega, een aantal leidende dissidenten, prominente leden van de communistische partij, buitenlandse vertegenwoordigers en het op Cuba gevestigde Nederlandse bedrijfsleven. De Cubaanse gesprekspartners toonden bereidheid over alle mogelijke onderwerpen te spreken en zagen dit bezoek als een voorbereiding op een mogelijk bezoek van mijzelf . Hieronder volgt een algemene indruk, alsmede een weergave van de gevoerde besprekingen.

ALGEMENE INDRUK

In veel opzichten heeft de tijd op Cuba stilgestaan. Dat blijkt uit het algemene straatbeeld in Havanna dat een grauwe indruk maakt. De aperte armoede en het ontbreken van economische activiteit zijn overal waarneembaar. Er zijn nauwelijks staatswinkels, de bevolking staat in eindeloze rijen te wachten op openbaar vervoer, terwijl voor de Cubaan onbetaalbare moderne dollartaxi's toeristen van de ene naar de andere bezienswaardigheid vervoeren. Het wegvallen van de steun van het voormalige O
ostblok heeft de verworvenheden en het elan van de revolutie definitief de das omgedaan. Het sociale stelsel, waarbij gezondheidszorg, onderwijs en levensverwachting vroeger op een hoog, met het westen vergelijkbaar peil stonden, wordt ernstig bedreigd door gebrek aan middelen.

De prijs die de Cubaanse bevolking moet betalen voor het isolement waarin het land verkeert -en waar President Castro in gedijt -,
is enorm. De economie is gekrompen, de verborgen werkloosheid groot. Deviezen worden steeds minder verdiend door een steeds verder afkalvende suikeroogst, lage nikkelprijzen en een buitengewoon inefficiënte landbouw- en industriële productie. Slechts de lage olieprijzen en de groeiende toeristenstroom bieden enig soelaas. De dollarisering van de samenleving heeft geleid tot een schisma. Aan de ene kant de beter opgeleiden in staatsdienst die met hun 10 US$ per maand en hun bonboekje niet rondkomen, aan de andere kant een groeiend leger van min of meer zelfstandigen, die aan dollars kunnen komen.

De tijd heeft ook in andere opzichten stilgestaan. Het antwoord op het wegvallen van de Oostbloksteun bestaat uit het zichzelf in staat stellen te overleven en
zich krampachtig aan de macht vastklampen. Met de introductie van enige bescheiden marktelementen in de economie wordt voorkomen dat de bevolking nog meer ontevreden wordt en in opstandkomt. Een partij-enquête onder de jeugd met de vraag wat zij later wil worden werd destijds massaal beantwoord met : buitenlander... CNN en AP zijn nu toegelaten, maar de informatie-achterstand bij de bevolking is enorm. Niet alleen bestaat er censuur en zijn buitenlandse media niet voorhanden, ook een middel als internet wordt slechts mondjesmaat toegestaan voor louter wetenschappelijke doeleinden, waarbij andere sites door de provider worden weggefilterd.

De grote noorderbuur, "de satan met zijn agressieve economische blokkade", krijgt overal de schuld van. Dat varieert van de armoede en het gebrek aan alles
tot en met het bestaan van bepalingen in het Wetboek van Strafrecht, waarmee andersdenkenden ("terroristen gefinancierd door de Amerikaanse Interestsection") vervolgd worden. De dialoog met Europa en het -verdergaande- constructieve engagement met Canada worden door het regime zeer op prijs gesteld en moet op den duur ook wel tot verdere verbetering in de politieke en economische situatie leiden. Het beoogde Lomé lidmaatschap zal hieraan moeten bijdragen. Vooralsnog lijkt Cuba echter niet van plan de fundamentele economische en politieke structuren ter discussie te stellen.

Mensenrechtenschendingen duren voort. Een herziening van het Wetboek van Strafrecht is niet aan de orde. Een lichtpuntje is echter dat sinds het pausbezoek het aantal politieke gevangenen is afgenomen en dat intimidatie en vervolging van dissidenten een meer subtiel karakter heeft gekregen. Dat neemt niet weg dat de 4 dissidenten van de "grupo de la dissidencia interna" al 20 maanden vastzitten, hoezeer veel landen terzake bij voortduring
ook demarcheren.

Aan een toekomstvoorspelling durven weinigen zich te wagen. Fundamentele veranderingen lijken niet bij leven van President Castro te zullen plaatsvinden, terwijl dit toch in de Europese visie een belangrijke garantie zou zijn voor een vreedzame transitie. Dat zou vermoedelijk leiden tot een abrupte verandering, die mogelijk met geweld zal plaatsvinden.

GESPREKKEN MET BEWINDSLIEDEN VAN BUITENLANDSE ZAKEN

In een open sfeer werden afzonderlijke gesprekken gevoerd met bewindslieden van Buitenlandse Zaken, t.w. minister Robaina, vice-minister voor Europese Zaken Mevr. Allende en vice-minister voor multilaterale zaken Mevr. Flores. Algemeen werd waardering geuit voor het feit dat Nederland thans besloten had de relaties met hoog ambtelijk bezoek te verstevigen. DGPZ werd gevraagd zijn eigen mening te vormen door zoveel mogelijk van het land te zien en met zoveel mogelijk Cubanen te spreken. DGPZ gaf aan dat hij Cuba bezocht ter voorbereiding van een mogelijk bezoek van mijzelf en openstond voor een
discussie, zolang maar alle onderwerpen bespreekbaar zouden zijn inclusief het gebrek aan respect voor fundamentele vrijheden en rechten van de mens.

GESPREK MET MINISTER ROBAINA

Het gesprek met minister Robaina vond plaats aan het einde van het bezoek, en bestond van zijn kant vooral uit een ideologisch geïnspireerde monoloog. Daarbij passeerden al de onderwerpen, waarover verschil van mening bestond, de revue: de Verenigde Staten, senator Helms en de EU met haar Lomé-voorwaarden. De minister wilde graag zonder voorwaarden de dialoog met Nederland intensiveren. Teveel
wordt ge sproken over Cuba en te weinig met Cuba. Ondanks de vele manipulaties van de VS was de vraag niet meer, zoals begin jaren '90, wanneer Cuba zou vallen, maar welke richting Cuba op zou gaan. Volgens de minister was dit een geleidelijk en langzaam proces. Met een uithaal naar de EU sprak hij over de voorwaarden die gesteld worden voor toetreding tot Lomé. Waren die ook van toepassing op landen als Liberia en Somalië, beide ACP landen? De behandeling van Cuba is discriminatoir. Senator Helms werd geprezen, omdat hij ervoor heeft gezorgd dat Cuba nog steviger op de kaart staat en veel landen dankzij hem het belachelijke van het embargo inzien.

DGPZ stelde dat economische hervormingen alleen konden slagen met politieke veranderingen. Men kan zich afvragen waarom zoveel Cubanen verkiezen hun land te verlaten, indien dat mogelijk zou zijn. Waarom staat Cuba geen politieke partijvorming toe? Vanzelfsprekend dient er sprake te zijn van respect voor elkaars soevereiniteit en bestaande politieke structuren . Dat neemt niet weg dat fundamentele vrijheden en respect voor mensenrechten universeel zijn en een zaak van het individu , niet van de partij of van de staat. Ook bracht DGPZ de zaak van de vier dissidenten van de "grupo de la dissidencia interna" op. Het gesprek werd besloten met de afspraak de dialoog voort te zetten en te intensiveren, mogelijk tijdens mijn bezoek. Minister Robaina nodigde mij gaarne uit Cuba te bezoeken.

GESPREKKEN MET VICE-MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

EU-VS-Cuba

Het VS embargo, geculmineerd in de Helms Burton act (HB), is volgens de Cubaanse gesprekspartners de oorzaak van alle problemen op Cuba. Cuba wordt geen enkele ruimte gelaten te kiezen voor een eigen politiek en economisch systeem. Terwijl elementen van een markteconomie
worden geïntroduceerd staat de VS zelfs niet toe dat van enig kapitalisme sprake is. De door de VS aangekondigde versoepelingsmaatregelen
worden als te weinig en te laat
gekwalificeerd. De EU heeft zich met de Understanding over HB in de luren laten leggen en zou zich veel harder tegenover de VS moeten opstellen.

DGPZ benadrukte dat de EU en Nederland een van de VS onafhankelijk beleid t.a.v. Cuba voeren. De isolatiepolitiek van de VS in het algemeen en HB in het bijzonder worden door Nederland verworpen als contra-productief. Niet alleen op grond van de extra- territoriale werking, maar vooral ook omdat zij leiden tot een niet productief Cubaans isolement. T.a.v. de Understanding m.b.t. HB merkte DGPZ op dat hierover door de Europese Commissie hard onderhandeld is. In feite worden door de Understanding de extra-territoriale maatregelen in de ijskast gezet, hetgeen ook uitdrukkelijk een Cubaans belang is. De Cubaanse gesprekspartners reageerden hier niet op. Over de EU Common Position inzake Cuba werd kort gesproken. Aan Cubaanse zijde vond men deze te kritischen onvoldoende gericht op elementen van positieve samenwerking. Bovendien was de Positie volgens Cuba onder druk van de VS aangenomen, hetgeen DGPZ met argumenten bestreed.

Politieke dialoog

DGPZ wierp op dat economische herstructurering pas kan slagen indien deze samengaat met politieke hervorming. Hij benadrukte dat fundamentele vrijheden en respect voor mensenrechten op Cuba ontbreken. Mensenrechten zijn universeel en komen toe aan het individu. Cuba zou deze garanties in haar politieke systeem moeten integreren. De gesprekspartners ontkenden dat van enig gebrek aan vrijheid van het individu of schending van mensenrechten sprake was. Geen enkel ander ontwikkelingsland waarborgt de sociale en culturele rechten zo goed als Cuba. Nederland meet met twee maten door geen kritiek te hebben op andere Latijns-Amerikaanse landen waar deze rechten niet gewaarborgd zijn. Met name t.a.v. het ontbreken van een pluriforme en representatieve democratie reageerde vice-minister Mevr. Flores fel. Zij kenschetste politici in Europese democratieën als opportunisten die slechts het eigen belang najoegen. In Cuba daarentegen stellen parlementariërs zich echter geheel in dienst van het volk. Het Wetboek van Strafrecht was aangepast aan de speciale omstandigheden in Cuba, waar destabiliserende elementen voortdurend vanuit Miami worden aangestuurd. Ook het Nederlandse Wetboek van Strafrecht is volgens haar niet volmaakt. De gesprekspartners gaven hoog op van hun eclatante overwinning in de jl. VN Mensenrechten Commissie waar Cuba en de Speciale Rapporteur van de agenda waren afgevoerd. Op de vraag of de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, mevrouw Robinson, welkom was in Cuba, werd onverbindend gereageerd. DGPZ hield een krachtig pleidooi voor de vrijlating van de vier dissidenten van de "grupo de la dissidencia interna". Hierop werd gereageerd met een verwijzing naar terroristische relaties in Miami.

Lomé, Cuba en het Caraïbisch gebied, drugs, Suriname

De gesprekspartners wilden niet aangeven of een aanvraag voor het Lomé lidmaatschap zou worden ingediend. Wel werd duidelijk gemaakt dat zo'n lidmaatschap zou passen in het Cubaanse streven zich meer te integreren in het Caraïbisch gebied. Cuba zou echter niet accepteren dat er t.a.v. het lidmaatschap door de EU met twee maten zou worden gemeten. Cuba is actief lid van de ACS, met name in de toeristische en vervoerssector. T.a.v. het bestrijden van de doorvoer van drugs stelden de gesprekspartners desgevraagd open te staan voor alle mogelijke bilaterale en multilaterale samenwerking. In dit verband en mede gezien het feit dat Cuba zal deelnemen aan een CARICOM vergadering in Suriname wees DGPZ op de verslechterde politieke situatie in dat land. De Cubanen namen hier nota van.

GESPREK MET VICE-MINISTER VAN BUITENLANDSE INVESTERINGEN

De economische betrekkingen werden door de vice-minister van Buitenlandse Investeringen en DGPZ als goed gekwalificeerd. Nederlandse banken (ING, Rabo), een advocatenkantoor en een tiental ondernemers zijn zeer actief en succesvol op het eiland. Cuba zou gaarne de betrekkingen verder willen verankeren door het sluiten van bilaterale verdragen inzake toeristische
aangelegenheden en het vermijden van dubbele belasting.Het ministerie van Investeringen gaf desgevraagd tijdens het bezoek een schriftelijk antwoord op uitstaande Nederlandse vragen inzake een mogelijke Investerings Beschermings Overeenkomst (IBO). Het afsluiten van een IBO leek nu slechts nog een kwestie van korte tijd. Cuba erkent het belang van het zich aanpassen aan een zich globaliserende economie. Ingezette wijzigingen in het economisch systeem zijn structureel en uitdrukkelijk ook
onomkeerbaar. Het politieke systeem zal echter hierdoor niet veranderen , zo meent men . Het Russische model van abrupte economische herstru cturering wordt van de hand gewezen.

GESPREK MET DISSIDENTEN

In zijn onderhoud met een aantal leidende dissidenten stelde DGPZ dat de Nederlandse regering een dialoog met Cuba voorstaat op basis van de overweging dat isolement niet bevorderlijk is voor de ontwikkeling van de democratie en van de economie van Cuba. In die dialoog spelen dissidenten een belangrijke rol. DGPZ stelde drie vragen aan de orde: hoe wordt de huidige situatie beoordeeld, wat staan de diverse dissidente groepen voor en wat kan daarbij de rol van het buitenland en eventueel van Nederland zijn.

In de daarop volgende discussie varieerden de meningen enigszins met name over de appreciatie van de huidige situatie. Overeenstemming bestond over het totalitaire karakter van de staat waar slechts 8,6% van de bevolking is aangesloten bij de enige toegelaten partij, de Partido Comunista de Cuba, die de hele gemeenschap tot in de kleinste kernen van de samenleving controleert. Er is sprake van een angstcultuur die de politieke oppositie verlamt. Ook tegen de economische misère ten gevolge van het wegvallen van de steun van het Oostblok durft de bevolking niet in opstand te komen. In de appreciatie van de huidige situatie wezen een aantal gesprekspartners op het feit dat dissidenten thans minder in de weg wordt gelegd. Het is thans mogelijk naar de ambassade te komen om te vergaderen. Dat was vroeger anders. Volgens andere aanwezigen is er weinig tot niets veranderd. Weliswaar is na het pausbezoek het aantal politieke gevangenen verminderd, maar de methoden van onderdrukking zijn subtieler, professioneler geworden. De repressie is ongewijzigd gebleven. Onder de gesprekspartners bestond overeenstemming dat isolement het Cubaans regiem in de kaart speelt. Het is belangrijk voor de ontwikkeling van de democratie dat politieke, sociale, culturele en economische uitwisselingen plaatsvinden. De hausse van officiële bezoekers, met name ook uit Europa, werd echter ook bekritiseerd. Het is alsof Europa zich heeft laten inpakken door Cuba. Economische samenwerking, culturele uitwisseling etc. gaan allemaal via het totalitaire bewind, waarmee blijkbaar westerse belangen worden gediend. Men zou zich bij al deze bezoeken echter moeten afvragen wat de meerwaarde is voor de Cubaanse bevolking. Het moet duidelijk zijn dat de bezoeken niet het oogmerk hebben het regiem te legitimeren. Ook het volk zou van deze bezoeken moeten profiteren. Kritiek op de schending van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden dient onomwonden in de dialoog aan de orde te komen.

Over het VS-embargo bestaat overeenstemming. Dit isoleert het eiland en het is het volk dat getroffen wordt; het regiem is ingespeeld op het embargo, niet op de opheffing daarvan. Het embargo belet de (geleidelijke) overgang naar de democratie.

Wat alle aanwezige dissidenten voor ogen staat is niet de gewelddadige omverwerping van het regiem, maar een graduele, vreedzame overgang binnen de huidige wetgeving naar eenmeer pluriforme democratische samenleving. En de wereld, Europa, en Nederland kunnen daarbij helpen door van hun hart geen moordkuil te maken.

DGPZ maakte duidelijk dat de Nederlandse regering het negatieve oordeel over het handelsembargo deelt. Hij merkte op dat officiële bezoeken aan Cuba inderdaad het regiem lijken te legitimeren, maar dat dergelijke bezoeken ook nodig zijn om de boodschap voor wat betreft mensenrechten uit te dragen. Hij was verheugd te kunnen constateren dat de aanwezige personen in het algemeen op een lijn zaten ten aanzien van de fundamentele rechten van de mens en een vreedzame overgang naar een democratisch Cuba. In dat streven kan op steun van Nederland gerekend worden.

GESPREK MET KARDINAAL ORTEGA

De kardinaal gaf een impressie van de situatie op Cuba na het pausbezoek. Hij sprak van minimale vooruitgang, waarbij de kerk met zeer veel moeite een dialoog met het regime kon voeren. Meestal verloopt deze via het staatsbureau voor religieuze zaken; echter na het pausbezoek sprak de kardinaal drie maal met President Castro. Hem was daarbij opgevallen dat de President sinds maart naast revolutionaire taal opeens een nieuw woordgebruik hanteerde : hij sprak van waarden in de samenleving, hij keek meer naar de buitenwereld sprekend over globalisatie. De kardinaal putte hier echter geen hoop uit. Fidel Castro had immers eind vorig jaar zijn gezag doen gelden door de politie en de rechters de les te lezen over de groeiende criminaliteit en de te lage straffen. Wetten werden vervolgens aangescherpt en straten schoongeveegd. Velen werden gedeporteerd en verdwenen in heropvoedingskampen. Dit staaltje van repressie duidde niet op een scheiding der machten en toonde aan dat het regime de touwtjes stevig in handen blijft houden.

Bitter sprak de kardinaal over de armoede, die zich manifesteert in gebrek aan alles. O.a. via Caritas, een van de weinige NGO's die Cuba rijk is, probeert de kerk de ergste nood te lenigen. Daarbij is de tegenwerking van het regime echter groot. De staat erkent de slechte situatie, maar zou naar eigen zeggen via de staatskanalen voldoende soelaas bieden. In de klasseloze Cubaanse maatschappij was een tweedeling ontstaan van peso klasse en dollarklasse. Dit leidde tot sociale ontwrichting.

Daarnaar gevraagd door DGPZ beoordeelde de kardinaal de rol van Europa in haar dialoog met het regime als constructief. Kritische samenwerking en voortdurend blijven wijzen op misstanden, waaronder het gebrek aan respect voor mensenrechten, zouden op den duur meer resultaat moeten opleveren dan het ook door de kerk verfoeide Amerikaanse embargo.

Enigszins hoopgevend was de afname van het aantal politieke gevangenen. De repressie leek meer verfijnd en minder grof te worden. Arrestatie van dissidenten was na het pausbezoek tot jl. november uitgebleven. Sindsdien waren enige tientallen dissidenten opgepakt en
-meestal voor een korte periode -
vastgehouden.

Tenslotte sprak de kardinaal zorg uit over de toekomst van het geloof op Cuba. Ondanks toezeggingen aan de Paus bleef het aantal priesters te klein. Nadat in jaren zestig de priesteropleiding was afgeschaft, mocht de Paus de eerste steen leggen voor een nieuw seminarie. De bouw werd echter nu al zoveel mogelijk gefrustreerd door de overheid.


----------------------------

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie