Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Tentoonstelling: Voor het leven, na de dood

Datum nieuwsfeit: 06-05-1999
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

PERSBERICHT

Tentoonstelling Zoölogisch Museum Amsterdam
VOOR HET LEVEN, NA DE DOOD

Het hart van een jonge man. Het strottenhoofd van een Tasmaanse Duivel. Een hondje met een hazenlip en het skelet van een tweekoppig schaap. De privé-collectie van Amsterdamse geleerden Gerard en Willem Vrolik. Het naar hun zelf genoemde Museum Vrolikianum geniet in de negentiende eeuw internationale faam. Omschreven als grootste en mooiste particuliere museum in Europa.

Donderdag 6 mei opent het Zoölogisch Museum van de Universiteit van Amsterdam de tentoonstelling De Collectie Vrolik, van voor het leven tot na de dood. Tevens opening van een foto-expositie met nieuw werk van kunstfotograaf Paul den Hollander die een foto-impressie maakte van objecten uit de Vrolik-collectie.

Wat bezielt Gerard en Willem Vrolik om menselijke en dierlijke resten te verzamelen en tentoon te stellen in hun eigen woonhuis? Is deze verzameling met zijn wonderlijke en soms bizarre objecten een rariteitenkabinet of een wetenschappelijk werkplaats? De objecten in de tentoonstelling 'de Collectie Vrolik, van voor het leven tot na de dood' maakten deel uit van de ooit zo indrukwekkende verzameling van Gerard en Willem. Het is voor het eerst in 135 jaar dat de verzameling weer verenigd wordt.

Gerard Vrolik begint rond 1795 -tijdens zijn studie- met het verzamelen van zoölogische, menselijke en botanische preparaten. Later wordt hij terzijde gestaan door zijn zoon Willem. Waarschijnlijk is het verzamelen voor Gerard in eerste instantie een vergaande vorm van hobbyisme. Het is voornamelijk Willem die de collectie ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek uitbreidt en zijn wetenschappelijke karakter geeft. Beiden zijn als hoogleraar verbonden aan het Athenaeum Illustre, de voorloper van de Universiteit van Amsterdam, maar hebben ook buitenschoolse activiteiten ter bevordering der beschaving in diverse geleerde genootschappen. Regelmatig publiceren zij wetenschappelijke verhandelingen over objecten uit de verzameling.

De objecten zijn zo stille getuigen van de opkomst van de biologie als zelfstandige wetenschap.
Zij vertellen het verhaal van de zoektocht naar het Natuurlijk Systeem die zal uitmonden in voorzichtige ideeën over veranderlijkheid der soorten.

EINDE BERICHT

Opening donderdag 6 mei 1999, 17.15 uur
Duur 7 mei 1999 t/m 31 oktober 2000
Contactpersoon Tiziana Nespoli, hoofd afdeling tentoonstellingen Zoölogisch Museum
T. 020-525 6619, F. 020. 525 6617, E. (nespoli@bio.uva.nl) Beeldmateriaal op aanvraag
Adres Plantage Middenlaan 53, Postbus 94766, 1090 GT Amsterdam.

ACHTERGRONDEN BIJ HET PERSBERICHT

Zoölogisch Museum Amsterdam
Het Zoölogisch Museum Amsterdam is eigendom van de Universiteit van Amsterdam. Momenteel is de publieksafdeling van het museum gevestigd in het Aquariumgebouw van Artis, waardoor het uitsluitend te bereiken is via Artis. Het ZMA beheert circa 13 miljoen natuurobjecten (zoals schelpen, insecten, zoogdieren, vogels en vissen) en is hiermee het grootste natuurhistorisch museum van Nederland. Veel waardevolle objecten zijn afkomstig van de voormalige Nederlandse koloniën.
"De missie van het ZMA," aldus directeur Wouter Los, "is de wetenschappelijke collecties te behouden en uit te breiden om te kunnen functioneren als service-instelling voor onderzoek en onderwijs. Centraal staat een zorgvuldige selectie van de collectie-exemplaren die de historische variëteit en de geografische verspreiding documenteren."

Behoud
In de afgelopen twintig jaar hebben de academische collecties, waaronder die van het Zoölogisch Museum sterk geleden onder bezuinigingen. Omdat de collectie uit bederfelijk materiaal bestaat, zijn een goede conservering en berging van groot belang. Om achterstallig onderhoud te financieren, investeerde de UvA onlangs 1 miljoen in de collecties van het museum en subsidieerde het ministerie van OC&W via de Mondriaan Stichting ruim 1,5 miljoen.
De kosten voor behoud van collectie-onderdelen die van wetenschappelijk belang zijn bedragen vijf miljoen gulden. Daarnaast is nieuwe huisvesting dringend nodig. Het museum zoekt naar aanvullende budgetten om de gehele collectie in de toekomst veilig te stellen
Academische collecties, zoals die van Vrolik, zijn concrete pijlers van de Nederlandse wetenschap en geschiedenis en dus een waardevol cultuurbezit. Om het behoud van deze collecties publiekelijk te ondersteunen, kunnen bezoekers van de tentoonstelling een petitie ondertekenen. Hierin geven zij aan dat ook deze collecties als erfgoed behouden moeten blijven. Na afloop van de tentoonstelling zal de petitie aangeboden worden aan het ministerie van OC&W.

Foto-expositie
Kunstfotograaf Paul den Hollander heeft diverse objecten uit de collectie Vrolik vastgelegd. Centraal in het werk van Den Hollander staat de relatie tussen mens en natuur. De foto's zijn te bezichtigen in het Zoölogisch Museum. Onlangs won Den Hollander de Kees Scherer Prijs voor Voyage Botanique, volgens de jury het beste fotoboek dat de afgelopen twee jaar in Nederland verscheen.

BIJZONDERE OBJECTEN in de tentoonstelling

Kaapse leeuw
Opvallend exemplaar in de collectie Vrolik is het skelet van de Kaapse leeuw. De beschrijving bij het skelet luidt: 'Don du Roi Louis Napoleon' (geschenk van koning Lodewijk Napoleon). In 1808 maakte de leeuw onderdeel uit van de menagerie van Lodewijk Napoleon, destijds koning van Holland. Toen de menagerie naar Amsterdam kwam, werd Gerard Vrolik, commissaris van de Hortus Botanicus, belast met de zorg over de dieren. Nadat de leeuw in de dierentuin was overleden, kreeg Vrolik het kadaver. Hij liet het prepareren voor zijn collectie. Naderhand kon de dierentuin geen vervangend exemplaar vinden: de diersoort bleek inmiddels uitgestorven. De kaapse leeuw staat opgesteld in het zoogdierenkabinet tussen de tasmaanse duivel en de Aziatische olifant.

Zandvoortse butskop
In 1846 spoelde op het strand van Zandvoort een walvis aan. Het dier bleek een butskop te zijn. Willem Vrolik onderbrak zijn vakantie in Katwijk aan Zee en kwam naar Zandvoort om het kadaver te ontleden. In een brief vertelde Vrolik hoe dit in zijn werk ging, en later schreef hij een artikel over de Hyperoodon. Het skelet en de orgaanpreparaten stonden tot 1864 in het kabinet van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem. Daarna werden de objecten in bruikleen afgestaan aan Artis. Sinds 1938 is het skelet van de butskop in het bezit van het Zoölogisch Museum, en hangt het in de tentoonstelling boven de hoofden van de bezoekers.

Opstandige prinsen
Aan het begin van de negentiende eeuw leefden er in Sumatra twee prinsen. De ene heette Depati-toetoep-hoera. Hij vertelde de inwoners van Palem-bang dat ze de Hollanders niet mochten gehoorzamen. De andere prins heette Boedjang Toea, maar noemde zichzelf een door God gezonden heilige. Door deze opstandige daden werden ze gevangen genomen, en streng gestraft: beiden werden onthoofd op dezelfde dag. Officier Hoofd schonk de schedels van deze oproerkraaiers aan het Museum Vrolikianum. De objecten gebruikte Vrolik om te vergelijken met schedels van verschillende andere menselijke stammen, die samen in het etnografisch kabinet staan tentoongesteld.

Kleurige kameleon
In 1826 bestudeerde Willem Vrolik gedurende enkele weken een levende kameleon Hij zag een merkwaardige kleurverandering, waarvan hij de oorzaak uitsluitend aan het licht wijdde. Nadat Vrolik het diertje had ontleed, publiceerde hij z'n bevindingen in het boek Natuur- en ontleedkundige opmerkingen over de kameleon. De bijbehorende illustraties tekende hij zelf. De eigenschap van het dier om met z'n tong een insect te vangen, probeerde Vrolik tevergeefs te verklaren door de tongspieren nauwkeurig te onderzoeken.
De kameleon staat opgesteld in het biografisch gedeelte van de tentoonstelling.

Gespierde chimpansee
In 1840 kocht Gerard Vrolik in Londen een chimpansee van naturaliënhandelaar Oscar Frank. Het dier was oorspronkelijk afkomstig van de kust van Guinea in Afrika. De aapsoort was in 1700 voor het laatst ontleed en beschreven door Edward Tyson, die zijn chimpansee verward had met een orang-oetan. Omdat de kennis over de anatomie van de chimpansee sterk verouderd was, besloot Willem Vrolik het dier te onderzoeken. Dit leverde informatie op over de spieren. Ook vergeleek hij zowel spieren, bloedvaten als ingewanden met die van andere zoogdieren. Omdat de hersenen van de chimpansee in verregaande staat van ontbinding verkeerden, gebruikte hij de hersenen van een orang-oetan om het zenuwstelsel te onderzoeken. Het skelet van de chimpansee staat naast die van een gorilla en een orang-oetan in het primatenkabinet.

Ziekte van Vrolik
Willem Vrolik beschreef een afwijkend skeletje van een kind dat vlak na de geboorte was gestorven. Hij zag dat de beenderen en ribben op meerdere plaatsen tijdens de zwangerschap waren gebroken, en dat de schedel scheuren en gaten vertoonde. Volgens Vrolik kwam dit door rachitis, de Engelse ziekte, waardoor de groei van zowel de botten als de schedel werd geremd. Ook dacht hij gezien de vorm van de schedel aan een waterhoofd. Dit laatste was een misverstand. Doordat het aangezicht onderontwikkeld was, leek de schedel in verhouding veel te groot.
Tegenwoordig is de diagnose Osteogenesis imperfecta, wat deels overeenkomt met de conclusies van Vrolik. De beschrijving van Vrolik is zo bekend geworden, dat medici nog af en toe het synoniem ziekte van Vrolik gebruiken.
Het skeletje van de beschreven pasgeborene staat in het teratologisch (Gr. teras, monster) kabinet dat misvormde skeletten van mens en dier bevat.

tiziana nespoli

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie