Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief BUZA inzake Kosovo

Datum nieuwsfeit: 07-05-1999
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4


2513 AA 's-Gravenhage
Directie Europa

Afdeling Midden-Europa

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 7 mei 1999 Behandeld Drs. R.H. Cohen
Kenmerk DEU-240/98 Telefoon 3484588
Blad 1/7 Fax 3485329
Bijlage(n)
Betreft Kosovo

Zeer geachte Voorzitter,

Mede namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking en de Staatssecretaris van Justitie berichten wij u over de stand van zaken aangaande de diplomatieke, militaire en humanitaire ontwikkelingen in de crisis in Kosovo. Aan het eind van deze brief bespreken wij ook de ondersteuning van de regio en het Stabiliteitspakt voor Zuid-Oost Europa.

Diplomatieke ontwikkelingen

Zoals bekend is op de NAVO-top in Washington besloten de diplomatieke initiatieven te intensiveren. Daarom constateert de regering met voldoening dat vooruitgang wordt geboekt bij de diplomatieke inspanningen om te komen tot een politieke oplossing voor het conflict in Kosovo. Het Duitse EU-voorzitterschap heeft zich in dit kader actief betoond, terwijl ook Rusland en de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties metterdaad gestalte geven aan de belangrijke diplomatieke rol die de internationale gemeenschap hun heeft toegedacht. De afgelopen week hebben intensieve diplomatieke activiteiten plaatsgevonden, waaronder bezoeken van de Russische gezant Tsjernomyrdin aan Belgrado, Bonn, Rome en Washington. Voorts hebben zowel de SG VN als de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Talbott Moskou en Berlijn bezocht. President Clinton brengt dezer dagenbezoeken aan Brussel en Bonn.

Deze activiteiten hebben een ministeriële bijeenkomst van de landen van de G-8 op 6 mei mogelijk gemaakt, welke heeft geresulteerd in overeenstemming over zeven uitgangspunten, die de basis zouden moeten vormen van een resolutie van de Veiligheidsraad.

De regering is verheugd over deze doorbraak, die een nieuw diplomatiek momentum teweeg heeft gebracht. Van belang is met name dat de Russische Federatie nu actief betrokken is bij het politieke proces en dat thans wordt voorzien dat de Veiligheidsraad hierin een actieve rol zal kunnen spelen. Als lid van de Raad zal Nederland actief deelnemen aan de verwoording van de overeengekomen uitgangspunten in een resolutie. Deze zijn:


- een onmiddellijke en verifieerbare beëindiging van het geweld en de repressie in Kosovo;


- terugtrekking uit Kosovo van de politie-, militaire en paramilitaire troepen;


- ontplooiing in Kosovo van effectieve internationale 'civiele en veiligheidspresenties', bekrachtigd en aanvaard door de VN, die in staat zijn de gemeenschappelijke doeleinden te bereiken;


- de VR zal besluiten tot een interim-bestuur voor Kosovo;


- terugkeer van alle vluchtelingen en ontheemden en ongehinderde toegang voor de hulpverleningsorganisaties;


- een politiek proces, gericht op interim-bestuur, dat voorziet in een substantiële mate van zelfbestuur voor Kosovo, waarbij volledig rekening wordt gehouden met Rambouillet, de territoriale integriteit van de FRJ en de demilitarisatie van het Kosovo Bevrijdingsleger;


- een alomvattende aanpak van de economische ontwikkeling en de stabilisatie van de regio.

Deze principes zullen verder moeten worden uitgewerkt. Daarbij zullen ondermeer kwesties aan de orde moeten komen als het moment waarop de terugtrekking dient aan te vangen en de luchtaanvallen zouden kunnen worden opgeschort, de verificatie van de terugtrekking, alsmede de modaliteiten van de internationale presentie. De Ministers van Buitenlandse Zaken van de G-8 zullen opnieuw bijeenkomen om de voortgang van het proces te bespreken. Bijgaand treft U kopie aan van de na afloopvan de bijeenkomst afgelegde Voorzittersverklaring.

Militair

Ook de intensivering van de luchtcampagne, waartoe de Top in Washington

besloot, is vooral gericht op objecten die deel uitmaken van de infrastructuur die Milosevic in staat stelt zijn militaire onderdrukkingscampagne in Kosovo voort te zetten. In de brief van 6 april j.l. aan Uw Kamer werd, evenals in die van 29 maart j.l., de noodzaak onderstreept van acties gericht tegen leger- en politieeenheden in Kosovo en werd voorts gewezen op het belang om de voor het optreden van de FRJ-eenheden in Kosovo relevante infrastructuur in de rest van Joegoslavië uit te schakelen. Daaronder vallen ook installaties zoals communicatiecentra, electriciteitscentrales en verkeersknooppunten. De doelen zijn dus niet beperkt tot objecten die een exclusieve militaire functie hebben, zoals ook vermeld in ons antwoord d.d. 4 mei j.l. op vragen van de geachte afgevaardigden mevrouw Vos en de heer Harrewijn..

Inmiddels is aanzienlijke schade toegebracht aan de luchtverdedigingscapaciteit, de commando- en communicatiestructuur, de aanvoerlijnen en installaties van de VJ en de MUP. De logistieke infrastructuur is verzwakt. Het afsnijden van aanvoerlijnen versterkt het effect van het vernietigen van productie-, onderhouds- en opslagplaatsen. Het groeiende tekort aan brandstof vermindert de mobiliteit van de FRJ-strijdkrachten. Daarenboven hebben de luchtaanvallen steeds meer rechtstreeks effect op de inzetmogelijkheden van de (para)militaire en politie eenheden van de FRJ in Kosovo.

In de geest van het tijdens het debat met Uw Kamer op 28 april j.l. besprokene, worden thans in NAVO-verband de uitvoeringsmodaliteiten uitgewerkt voor de instelling van een "Visit and Search"-regime in de Adriatische Zee.

Van 29 april t/m 1 mei heeft de tweede ondergetekende een werkbezoek gebracht aan de Nederlandse eenheden in de Macedonië, Albanië en Italië om zich persoonlijk op de hoogte te stellen van het verloop van de operaties waarbij deze eenheden zijn betrokken. Nederlandse militairen leveren een omvangrijke en waardevolle bijdrage aan de NAVO-luchtoperaties boven Kosovo en de FRJ, de stabilisering van Macedonië en Albanië en de leniging van de humanitaire nood in Albanië, uitgevoerd in het kader van de operatie "Allied Harbour".

Tijdens zijn gesprek met de commandant van de NAVO-eenheden in Macedonië kwamen onder meer de moeilijke omstandigheden ter sprake, waaronder een vredesmacht in Kosovo zal moeten optreden. Sinds begin maart is de situatie inmiddels aanzienlijk gewijzigd als gevolg van de verdrijving van honderdduizenden Kosovaren, de vernietiging van hun woonplaatsen door Servische leger- en politieeenheden, de schade aan de infrastructuur en de aanwezigheid van mijnen enexplosieven. Hiermee zal, evenals met het ontbreken van een professioneel openbaar bestuur en politie-apparaat, rekening moeten worden gehouden bij de wederopbouw van Kosovo en bij de planning van een vredesmacht.

Humanitair

Sinds de brief inzake Kosovo aan uw Kamer van 27 april jl. is het aantal vluchtelingen in de regio verder toegenomen. Zowel in Albanië als in Macedonië was sprake van een instroom die fluctueerde tot een maximum van 12.000 op één dag. In het licht van de aankomst van grote groepen vluchtelingen heeft de Macedonische regering op 1 mei besloten toestemming te verlenen de capaciteit van het Cegrane-kamp te vergroten tot 30.000 personen. In Albanië wordt intensief gezocht naar locaties waar nieuwe tentenkampen kunnen worden opgericht en naar grote leegstaande gebouwen die kunnen worden ingericht voor de huisvesting van vluchtelingen.

Voor de langere termijn trachten hulporganisaties nu beleid te formuleren voor de opvang van vluchtelingen in de winter, wanneer huisvesting in tenten niet zal volstaan. Alternatieven zijn meer opvang in gastgezinnen en inrichting van leegstaande gebouwen voor de huisvesting van vluchtelingen. Voorts moet reeds nu worden gewerkt aan de voorbereidingen voor de terugkeer van vluchtelingen naar Kosovo. De regering heeft nogmaals een beroep gedaan op de in de regio actieve hulporganisaties maximaal samen te werken met elkaar en met de UNHCR. Het Bureau van de Europese Commissie voor Humanitaire Hulp (ECHO) heeft 50 miljoen euro gereserveerd voor humanitaire hulp in Kosovo zodra daartoe mogelijkheden bestaan, dan wel voor ondersteuning van de terugkeer van vluchtelingen.

Tegen de achtergrond van de politieke spanningen die gepaard gaan met de instroom van vluchtelingen in Macedonië heeft de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, mevrouw Ogata, een oproep gedaan tot landen die zich bereid hebben verklaard vluchtelingen van Macedonië over te nemen, om hun toezeggingen spoedig gestand te doen.

Hoewel opvang in de regio de voorkeur van de regering behoudt, is het duidelijk dat de aantallen vluchtelingen uit Kosovo een actieve ondersteuning door de Europese landen noodzakelijk maken. De opvang van 2000 etnisch Albanezen uit Kosovo in Nederland zal op 7 mei gerealiseerd zijn. Gelet op de vrijwel onhoudbare situatie ter plekke en op de dringende oproep van de UNHCR van 30 april jl. aan de Europese landen - en nu ook aan de niet-Europese landen - om meer te doen dan tot dusver was toegezegd, is de regering voornemens om de Nederlandse opvangmogelijkheden voor Kosovaren te verdubbelen tot
4000.

Daartoe worden voorzieningen in gereedheid gebracht in onder meer Arnhem, zodat vanaf het midden van de volgende week duizend nieuwe plaatsen in gebruik kunnen worden genomen, terwijl er intensief gewerkt wordt aan het realiseren van de nog resterende extra benodigde capaciteit. Inmiddels hebben in een bestuurlijk overleg op 6 mei j.l. van kabinet, VNG en IPO de gemeenten de bereidheid uitgesproken aan een verhoogde taakstelling te willen voldoen om statushouders (onder wie Kosovaren met een VVTV-status) tijdelijk te huisvesten. Het algemene beeld is dat het overbrengen van Kosovaren naar de EU-landen geen gelijke tred houdt met de aanhoudende instroom in Albanië en Macedonië. Op 5 mei waren volgens UNHCR ruim 30.000 Kosovaren uit Macedonië overgebracht naar landen in de Europese regio. Daarmee waren nog lang niet alle landen hun toezeggingen nagekomen.

Het streven blijft er op gericht om binnen de EU tot een evenredige verdeling van de opvang te komen. Het is duidelijk dat de onderscheiden lidstaten van de EU op dit vlak ongelijke inspanningen leveren. Helaas moet worden vastgesteld dat de Nederlandse pogingen om overeenstemming te bereiken over een Europees opvangbeleid, dat naast een verdeling van aantallen ook voorziet in een gemeenschappelijke invulling van het principe van de tijdelijke bescherming, nog geen succes hebben gehad. Verschillende lidstaten van de Europese Unie wensen deze onderwerpen naar eigen, nationale beleidsinzichten te blijven behandelen. Thans zal worden aangestuurd op een hernieuwde discussie in het kader van de JBZ-Raad, zo nodig gevolgd door een discussie in de Algemene Raad.

Ondersteuning van de regio

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking heeft, mede namens haar ambtgenoot van Financiën, reeds bij brief van 5 mei 1999 verslag gedaan van de speciale vergadering op ministerieel niveau die, mede op Nederlands initiatief, op 27 april jl. in Washington is gehouden, over de economische en sociale gevolgen van de crisis in Kosovo voor Albanië, Macedonië, Bosnië, Bulgarije, Roemenië en Kroatië.

Tijdens de G-24 Consultatieve Groep over Macedonië op 5 mei in Parijs oogstte de Macedonische Regering waardering voor de wijze waarop de gevolgen van het conflict in Kosovo worden opgevangen en voor haar committering om door te gaan met het voorgenomen hervormingsbeleid en, naar vermogen, zorgvuldige opvang van vluchtelingen. De financieringsbehoefte van 440 miljoen dollar kon in dit stadium voor meer dan de helft worden ingevuld. Nederland kondigde een verdubbeling aan van de reeds in april verstrekte betalingsbalanssteun van 10 miljoen gulden.

Door het IMF en de Wereldbank is voorlopig geschat dat op korte termijn zeker USD 1,8 miljard nodig zal zijn voor additionele betalingsbalans - en begrotingssteun voor de getroffen landen. Reeds een maand geleden heeft Nederland gewezenop de ernst van de problemen in de omringende landen en de mogelijke bedreiging van de regionale stabiliteit. Minister Herfkens heeft andere landen herhaaldelijk opgeroepen om aanvullende financiële steun te verlenen. Nederland heeft inmiddels ruimhartig extra middelen ter beschikking gesteld.

Wat betreft Bosnië-Hercegovina is Nederland voornemens via de Wereldbank macro-economische steun te verlenen. Het IMF verzamelt op dit moment gegevens om tot een inschatting van de gevolgen voor de economie te komen. De Wereldbank treft thans voorbereidingen voor ophoging van de bestaande aanpassingsleningen.

Het grootste deel van de Nederlandse humanitaire hulp komt ten goede aan Albanië. Daarnaast wordt de humanitaire hulpoperatie in Albanië door de Nederlandse militairen ondersteund. De Europese Unie heeft inmiddels 62 miljoen Euro aan begrotingssteun toegezegd aan de Albanese regering.

Ook Bulgarije lijdt forse economische schade als gevolg van de crisis in Kosovo. Nederland is bereid 5 miljoen gulden ter beschikking te stellen, onder voorwaarde dat Bulgarije zich constructief opstelt ten aanzien van de opvang van vluchtelingen uit Kosovo. Een en ander is toegezegd op de G-24 bijeenkomst voor Bulgarije op 21 april jl.

Stabiliteits Pakt voor Zuid-Oost Europa

In de marge van de viering van het 50-jarig bestaan van de Raad van Europa, had de eerste ondergetekende op 5 mei j.l. in Londen ontmoetingen met zijn ambtgenoten van Macedonië, Albanië en Hongarije alsmede met de Plaatsvervangend Minister van Buitenlandse Zaken van Kroatië. Daarbij werd met name gesproken over het EU-initiatief te komen tot een Stabiliteits Pakt voor Zuid Oost Europa. Toegelicht werd dat dit Pakt een raamwerk moet worden waarbinnen projecten en samenwerking kunnen worden ontwikkeld ter bevordering van stabiliteit in de gehele regio. Gedacht wordt binnen het Pakt drie hoofdterreinen te onderscheiden: veiligheid, economie en goed bestuur. Op 27 mei a.s. vindt in Bonn een bijeenkomst plaats waarvoor, conform het Royaumont-formaat, alle betrokken landen en instellingen alsmede o.m. de internationale financiële instellingen voor worden uitgenodigd.

Grensoverschrijdende samenwerking, waaronder economische integratie, zal in het Pakt zowel middel als doel moeten worden. Ook Nederland meent dat bestendige regionale stabiliteit toenemende onderlinge samenwerking en integratie vergt. Vanuit de EU en andere landen en instellingen kan hiertoe concreet en productief worden bijgedragen middels investeringen, met name in de infrastructuur van de betrokken landen, naast uiteraard bijdragen op het gebied van veiligheid en goed bestuur.

Onder de landen in de regio, zo bleek in Londen, leven nu nog geen duidelijke, concrete ideeën over de invulling van het Pakt. Op dit moment is men gepreoccupeerd door de acute problemen die voortvloeien uit de humanitaire noodsituatie. Niettemin moet naar het oordeel van de Regering nu reeds worden gewerkt aan vormgeving en invulling van het Pakt, wil het gereed zijn wanneer de huidige crisis voorbij is. De betrokken landen stemmen daarmee in.

De Minister van Buitenlandse Zaken

De Minister van Defensie

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie