Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen export militaire goederen naar India

Datum nieuwsfeit: 09-05-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's-Gravenhage

Directie Veiligheidsbeleid

Afdeling Wapenbeheersing

en Wapenexportbeleid

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 9 mei 1999
Kenmerk DVB/WW-273/99
Blad /1
Bijlage(n) 1
Betreft Vragen van de leden Hessing en Van den Doel over de export van militaire goederen naar India en Pakistan
C.c. ---

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer, d.d. 3 maart 1999, kenmerk 2989908720, waarbij gevoegd waren de door de leden Hessing en Van den Doel overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister voor Ontwikkelings-samenwerking en de Staatssecretaris van Economische Zaken, op vragen van de leden Hessing en Van den Doel over de export van militaire goederen naar India en Pakistan

Vraag 1: Bent U van mening dat het recente overleg in Lahore tussen de premiers van India en Pakistan, een voldoende basis is om de bestaande vergunningenstop op de export van militaire goederen naar India en Pakistan op te heffen en zodoende weer aan te sluiten bij het beleid van andere lidstaten van de EU?

Vraag 2: Bent U bereid dat besluit op korte termijn te nemen, mede met het oog op de concurrentiepositie van het betrokken Nederlandse bedrijfsleven?

Antwoord vragen 1 en 2:

Reeds in mijn brief van 23 november 1998 constateerde ik enkele hoopgevende ontwikkelingen in de opstelling van India en Pakistan na de kernproeven. In dat verband kondigde ik aan dat als eerste stap binnen de vergunningenstop uitzonderingen mogelijk worden gemaakt voor leveranties voortvloeiend uit verplichtingen die vóór de proeven bestonden. Tevens stelde ik dat de regering overwoog op termijn ook andere vergunningaanvragen in behandeling te nemen. In overeenstemming met de wens van Uw Kamer zijn tot dusver echter geen vergunningaanvragen voor beide landen in behandeling genomen.

Inmiddels hebben enkele positieve trends in de opstelling van India en Pakistan zich doorgezet. De ontmoeting van de regeringsleiders van beide landen te Lahore op 20 en 21 februari jl. lijkt een indicatie te zijn van een werkelijke toename in de politieke wil van beide landen om tot een vreedzame oplossing van de geschillen te komen, niettegenstaande de weerstand in eigen land de ontmoeting te laten plaatsvinden. De regeringsleiders kwamen overeen vertrouwenwekkende maatregelen te nemen op nucleair en conventioneel terrein, en spraken tevens af elkaar vooraf op de hoogte te stellen van het voornemen raketproeven uit te voeren.

Ofschoon voorzichtigheid blijft geboden en zorg blijft bestaan over de militaire operationalisering van de nucleaire mogelijkheden van beide landen, is met de Lahore Declaration naar mijn oordeel een belangrijke eerste stap in de verbetering van de onderlinge betrekkingen en van de veiligheid in de regio gezet. Vooral de uitgesproken bereidheid van beide landen te zoeken naar een oplossing van de kwestie Kashmir is van betekenis.

Wat betreft de wapenexport ontbreekt nog altijd een EU-positie jegens beide landen. Gelet op de genoemde positieve ontwikkelingen is een EU-positie op het door Nederland gekozen niveau uitgesloten.

In dit licht wil ik de lijn zoals uiteengezet in de brief van 23 november 1998 thans met enige precisering doortrekken, rekening houdend met de voorzichtigheid die nog is geboden. Binnen de huidige vergunningenstop wil ik uitzonderingen mogelijk gaan maken voor leveranties voortvloeiend uit verplichtingen die vóór de proeven bestonden, doch alléén inzoverre de Nederlandse exporteur verplicht is een duidelijk bepaalde hoeveelheid goederen te leveren aan een Indiase of Pakistaanse afnemer. Ik wil dit echter pas doen na nog drie maanden te hebben aangezien of de genoemde positieve ontwikkelingen zich inderdaad hebben voortgezet. Ook daarna behoudt de regering zich het recht voor sanctiemaatregelen, waaronder de totale vergunningenstop op de wapenexport, weer in te voeren zodra de aanleiding daartoe zich opnieuw zou voordoen. Vanzelfsprekend zullen de vergunningaanvragen die na hoger genoemde termijn weer in behandeling worden genomen zeer zorgvuldig worden getoetst aan het wapenexportbeleid en de EU-gedragscode.

Voor de behandeling van nieuwe aanvragen is het thans nog te vroeg. Deze aanvragen zouden bijvoorbeeld weer in behandeling kunnen worden genomen zodra beide landen het CTBT ondertekenen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie