Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Besluit Wet toezicht beleggingsinstellingen

Datum nieuwsfeit: 10-05-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Regeling houdende wijziging van de Regeling van 9 oktober 1990 tot uitvoering van artikel 14 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen



DIRECTIE BINNENLANDS GELDWEZEN

Aan:

Ministeriële regeling

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BGW 99/1077-M

10 mei 1999

Onderwerp

Regeling houdende wijziging van de Regeling van 9 oktober 1990 tot uitvoering van artikel 14 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen

Gelet op artikel 14 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen;

Gezien het advies van De Nederlandsche Bank N.V. van 3 mei 1999;

BESLUIT:

Artikel I

De Regeling van 9 oktober 1990 tot uitvoering van artikel 14 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen wordt als volgt gewijzigd:

Na artikel 2a wordt een artikel 2b toegevoegd luidende:

Artikel 2b

Van het in artikel 4, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verbod wordt vrijstelling verleend indien is voldaan aan de volgende vereisten:

a in de beleggingsinstelling kunnen ten hoogste 25 natuurlijke personen deelnemen;

b per deelnemer wordt niet meer dan 20.000 ingelegd;

c de gelden of andere goederen worden niet gevraagd, dan wel de rechten van deelneming worden niet aangeboden, door natuurlijke of rechtspersonen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen of beleggen in beleggingsobjecten; en

d de beleggingsinstelling gaat geen verplichtingen aan waardoor voor de deelnemers een verplichting kan ontstaan tot bijbetaling.

Artikel II

In afwijking van artikel I luidt artikel 2b van de regeling van 9 oktober 1990 tot uitvoering van artikel 14 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen tot de eerste dag van de zevende kalendermaand na de datum van inwerkingtreding van deze regeling als volgt:

Artikel 2b

Van het in artikel 4, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verbod wordt vrijstelling verleend indien is voldaan aan de volgende vereisten:

a in de beleggingsinstelling kunnen ten hoogste 25 natuurlijke personen deelnemen en de gelden of andere goederen worden niet gevraagd, dan wel de rechten van deelneming worden niet aangeboden, door natuurlijke of rechtspersonen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen of beleggen in beleggingsobjecten; of

b per deelnemer wordt niet meer dan 20.000 ingelegd en de gelden of andere goederen worden niet gevraagd, dan wel de rechten van deelneming worden niet aangeboden, door natuurlijke of rechtspersonen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen of beleggen in beleggingsobjecten.

Artikel III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

DE MINISTER VAN FINANCIEN,
Toelichting

Algemeen

De Wet toezicht beleggingsinstellingen (Wtb) schept randvoorwaarden, zodat het publiek zich een verantwoord beeld kan vormen van het aanbod van de beleggingsinstellingen en de daaraan verbonden risicos.

Op grond van de Wtb is het verboden in of vanuit Nederland buiten een besloten kring gelden of andere goederen ter deelneming in een beleggingsinstelling waaraan geen vergunning is verleend, te vragen of te verkrijgen dan wel rechten van deelneming in een dergelijke beleggingsinstelling aan te bieden (artikel 4 Wtb). Uit deze bepaling volgt dat beleggingsinstellingen die deze activiteiten binnen besloten kring uitoefenen niet vergunningplichtig zijn. Bij beleggingsinstellingen in besloten kring wordt verondersteld dat bij de deelnemers voldoende informatie aanwezig is om zich een beeld te vormen over de activiteiten van de instelling en dat voor deze deelnemers derhalve geen waarborgen uit hoofde van de Wtb hoeven te gelden1.

In de praktijk is gebleken dat er kleine beleggingsinstellingen bestaan die niet aan de besloten kring-criteria voldoen en zodoende vergunningplichtig zijn. Gedacht wordt aan kleine particuliere initiatieven waarbij tussen de deelnemers geen objectiveerbare relatie bestaat, maar waarbij het aantal deelnemers en de in te leggen bedragen beperkt zijn, waardoor het aanbod en de daaraan verbonden risicos voor de (potentiële) deelnemers te overzien zijn. Onder deze kleine instellingen bevinden zich beleggings(studie)clubs. Ondergetekende acht het nodig noch doelmatig deze kleine instellingen onder toezicht te stellen. Toezicht op de kleine beleggingsinstellingen is niet nodig, omdat de beperkte omvang van de instellingen waarborgt dat de deelnemers inzicht hebben in (de uitvoering van) het beleggingsbeleid, de bestuurders kunnen controleren en ook over voldoende informatie kunnen beschikken. Toezicht is niet doelmatig, omdat het moeten voldoen aan de Wtb-eisen voor deze instellingen zou betekenen dat ze niet levensvatbaar zouden zijn. De desbetreffende instellingen kunnen niet aan een aantal vergunningvereisten, bijvoorbeeld ten aanzien van het eigen vermogen en de jaarverslaggeving, voldoen.

Tot nu toe werd incidenteel in individuele gevallen door DNB een enigzins ruimere uitleg gegeven aan het begrip besloten kring. Voorts zijn er kleine beleggingsinstellingen die formeel gezien soms ten onrechte dachten dat ze binnen besloten kring handelden en zich daarom nooit tot DNB hebben gewend.

Genoemde kleine beleggingsinstellingen worden in onderhavige wijziging van de Regeling van 9 oktober 1990 tot uitvoering van artikel 14 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (hierna: vrijstellingsregeling) om voorgaande redenen vrijgesteld van het verbod van artikel 4, eerste lid, van de Wtb. De vrijstellingsregeling biedt duidelijke, voor de beleggers en de aanbieders kenbare, criteria. Dit komt de rechtszekerheid ten goede. Tegelijk met het inwerkingtreden van deze wijziging van de vrijstellingsregeling publiceert DNB haar besloten kring-beleid.

Reikwijdte van de vrijstelling

In het nieuwe artikel 2a zijn vier criteria opgenomen waaraan de beleggingsinstelling moet voldoen om onder de vrijstelling te vallen.

Onder a is bepaald dat het maximale aantal deelnemers 25 is. Dit aantal berust op het uitgangspunt dat dit het maximale aantal personen is waarbij het mogelijk is onderling te overleggen over het te voeren beleggingsbeleid en de bestuurders te controleren. Onder b wordt bepaald dat de totale inleg per deelnemer maximaal ¦ 20.000,-. mag bedragen. De beperktheid van dit bedrag rechtvaardigt het ontbreken van toezicht; de adequate werking van de financiële markten is niet in het geding. Voornoemd grensbedrag zal het grootste deel van de doelgroep onder de vrijstelling brengen. Het genoemde netto bedrag betreft het bedrag dat in totaal per deelnemer ingelegd mag worden. Dit betekent dat eventuele terugstortingen ten gevolge van vermogensaanwas door de beleggingsinstelling aan de deelnemers van de beleggingsinstelling met de inleg gesaldeerd mogen worden.

Het onder c geformuleerde criterium sluit aanbiedingen van deelnemingsrechten door professionele marktpartijen uit. De omschrijving van laatstgenoemde groep is ontleend aan artikel 1 van de vrijstellingsregeling. Hierdoor worden beleggingsclubs die worden aangeboden door professionele marktpartijen, zoals banken, effectenbemiddelaars en institutionele beleggers, uitgesloten van de vrijstelling. Meer dan één aanbieding door een zelfde aanbieder kan een aanwijzing zijn dat sprake is van bedrijfsmatig handelen door een professionele marktpartij.

Onder d wordt bepaald dat de beleggingsinstelling geen verplichtingen aangaat waardoor voor de deelnemers een verplichting kan ontstaan tot bijbetaling. Hierdoor wordt voorkomen dat het risico per deelnemer groter wordt dan het ingelegde bedrag. Deze beperkende voorwaarde moet bij de aanbieding bekend worden gemaakt.

Overgangsregeling

Een bepaalde categorie bestaande kleine beleggingsinstellingen zal zich onder het door DNB te publiceren besloten-kring beleid niet als opererend binnen besloten kring kwalificeren, en anderzijds nog niet geheel (kunnen) voldoen aan alle in het nieuwe artikel 2b vastgelegde criteria. De bedoelde instellingen krijgen door het aanbieden van een tijdelijke vrijstelling (artikel II) de gelegenheid om zich om te vormen tot een instelling die wel aan alle eisen van het in artikel I bepaalde voldoet, een vergunning aan te vragen of hun activiteiten te staken. Om in aanmerking te komen voor deze tijdelijke vrijstelling moet een instelling aan twee van de in artikel I bepaalde criteria voldoen; namelijk dat er geen sprake is van betrokkenheid van professionelen en aan hetzij het getalscriterium, hetzij aan het criterium voor de maximale inleg.

DE MINISTER VAN FINANCIEN,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie