Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Wetvoorstel wijziging Wet assurantiebemiddelingsbedrijf

Datum nieuwsfeit: 12-05-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Wetvoorstel wijziging Wet assurantiebemiddelingsbedrijf



DIRECTIE BINNENLANDS GELDWEZEN

Aan de Koningin

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BGW/2863M

Onderwerp

Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf naar aanleiding van het project Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit, alsmede naar aanleiding van een evaluatie van de doelmatigheid van de wet.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 16 januari 1998, nr. 98.000118, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen.

Dit advies, gedateerd 24 maart 1998, nr. W06.98.0024, bied ik U hierbij aan.


1. De Raad adviseert het voorgestelde artikel 10, eerste lid, te heroverwegen. Hij acht het doelmatiger de verzekeraar aan de hand van actuele informatie van de SER te laten controleren of de tussenpersoon, op het moment van in behandeling nemen van voorstellen tot het sluiten van verzekeringen, is ingeschreven in het SER-register.

Gezien de verwijzing van de Raad naar de passage in de memorie van toelichting dat de SER de benodigde informatie ook op digitale informatiedragers verstrekt, gaat de Raad er blijkbaar van uit dat die actuele informatie door verzekeraars op eenvoudige wijze is te verkrijgen. Indien de Raad meent dat de SER de actuele stand van zaken met betrekking tot inschrijvingen en doorhalingen in het register bijvoorbeeld door middel van een on-line verbinding aanbiedt, moet worden opgemerkt dat deze veronderstelling niet juist is. De passage in de memorie van toelichting waarnaar de Raad verwijst, beoogt slechts aan te geven dat de SER de jaarlijkse publicatie van het register niet alleen in boekvorm verzorgt, maar eveneens in digitale vorm op diskette. Aangezien niet op afzienbare termijn valt te verwachten dat de SER een systeem ter beschikking zal stellen waardoor verzekeraars op eenvoudige wijze de dagelijks bijgewerkte stand van zaken van het register kunnen raadplegen, zouden verzekeraars voor een groot deel van de tussenpersonen waarmee zij zaken doen, dagelijks telefonisch bij de SER navraag moeten doen of de betreffende tussenpersoon nog is ingeschreven. Dit zou een zeer zware administratieve belasting vormen voor zowel verzekeraars als voor de SER en om die reden niet in overeenstemming zijn met aanwijzing 13 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Het advies van de Raad op dit punt is dan ook niet overgenomen.

De opmerkingen van de Raad hebben er echter wel toe geleid artikel 10 nog eens nader te bezien. Daarbij is vastgesteld dat het zowel uit een oogpunt van consumentenbescherming, als ter verbetering van de integriteit van de verzekeringssector, zinvol is dat verzekeraars periodiek controleren of de tussenpersonen met wie zij zaken doen nog zijn ingeschreven. Artikel 10 is daarom aangepast in die zin dat verzekeraars ten aanzien van tussenpersonen met wie zij reeds zaken doen, eenmaal per jaar moeten controleren of de betrokken tussenpersonen nog zijn ingeschreven in het SER-register.

Teneinde tegemoet te komen aan de opmerking van de Raad dat het oorspronkelijk voorgestelde artikel betrekkelijk ingewikkeld was, is het artikel thans verdeeld in vier leden. Hierdoor diende ook de verwijzing in artikel II naar artikel 10 te worden aangepast.


2. Naar aanleiding van de opmerkingen van de Raad is paragraaf 6.7, vijfde alinea (de Raad verwijst abusievelijk naar de vierde alinea), van de memorie van toelichting verduidelijkt, met name op het punt van het klachtrecht met betrekking tot niet-georganiseerde tussenpersonen.


3. Met de redactionele opmerkingen van de Raad is rekening gehouden.


4. Behoudens de wijzigingen die zijn aangebracht naar aanleiding van het advies van de Raad en behoudens een aantal wijzigingen van redactionele aard, is een wijziging aangebracht in artikel 23, vijfde lid. De reden voor deze technische wijziging is dat van het besluit tot doorhaling in het register van gevolmachtigde agenten, op grond van artikel 23, tweede lid, in beroep kan worden gegaan, terwijl de Sociaal Economische Raad (SER) op grond van artikel 23, derde lid, bevoegd is de doorhaling gedurende een bepaalde tijd op te schorten. Ingevolge het huidige vijfde lid van artikel 23 dient de SER de doorhaling onverwijld bekend te maken en mededeling te doen in de Staatscourant.

Het ligt echter in de rede dat de SER pas nadat het besluit tot doorhaling definitief is geworden, dat wil zeggen indien geen bezwaar en beroep meer openstaan of een verleende opschorting is beëindigd, tot mededeling aan verzekeraar(s) overgaat.


5. Naar aanleiding van overleg door de ministers van Economische Zaken en van Financiën met het Verbond van Verzekeraars en de Consumentenbond is artikel V, tweede lid, gewijzigd. Artikel I, onderdelen D tot en met H, en artikel II zullen in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip (met voorhangprocedure), afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie van de marktwerking en concurrentie in het tussenpersonenkanaal en de effecten van het afschaffen van artikel 16.

Ik moge U, mede namens mijn ambtgenoot van Economische Zaken, verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

DE MINISTER VAN FINANCIEN,
Nr.

Wijziging van de Wet assurantie-

bemiddelingsbedrijf naar aanleiding

van het project Marktwerking,

Deregulering en Wetgevingskwaliteit,

alsmede naar aanleiding van een

evaluatie van de doelmatigheid van

de wet.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf te wijzigen in verband met de bevindingen van een onderzoek van de wet in het kader van het project Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit, alsmede naar aanleiding van een evaluatie van de doelmatigheid van de wet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet assurantiebemiddelingsbedrijf wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 3, vierde lid, komt te luiden:


4. Zo spoedig mogelijk na afloop van elk kalenderjaar doet de Raad mededeling van de namen van de tussenpersonen die op 31 december van dat jaar in het register stonden ingeschreven, door opname van deze gegevens in een door de zorg van de Raad tegen vergoeding van de kosten algemeen verkrijgbaar te stellen lijst. De Raad vermeldt daarbij tenminste het nummer van de inschrijving alsmede aan welke van de in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde vakbekwaamheidseisen de tussenpersoon of de feitelijk leider voldoet. Gelijktijdig doet de Raad mededeling van de in dat jaar doorgehaalde inschrijvingen. Tussentijds kan de Raad mededeling doen van wijzigingen.

B. Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:


1. Het cijfer 1 voor het eerste lid vervalt.
2. Het tweede lid komt te vervallen.

C. Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10


1. De verzekeraar die door een tussenpersoon voor de eerste maal wordt benaderd met een voorstel tot het sluiten van een verzekering gaat slechts tot behandeling van dat voorstel over indien hij zich ervan heeft vergewist dat de tussenpersoon is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid.


2. De verzekeraar gaat één maal per jaar na of de tussenpersoon, door wiens bemiddeling hij een verzekering heeft gesloten die nog niet is beëindigd, nog in het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is ingeschreven.


3. Indien uit de in het tweede lid bedoelde controle blijkt dat een tussenpersoon niet meer in het register is ingeschreven, gaat de verzekeraar niet meer over tot het in behandeling nemen van diens voorstellen tot het sluiten van verzekeringen.


4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing ten aanzien van de faillissementscurator van een tussenpersoon. Deze verstrekt aan de verzekeraar een bewijsstuk waaruit zijn aanstelling als curator blijkt.

D. Artikel 13 komt te vervallen.

E. Artikel 14, vierde lid, komt te vervallen.

F. Artikel 15 komt te vervallen.

G. Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:


1. Het tweede lid, tweede volzin, en derde lid komen te vervallen, onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot derde en vierde lid.


2. In het derde lid (nieuw) wordt "eerste tot en met derde lid" vervangen door: eerste en tweede lid.

H. In artikel 18 wordt "de artikelen 10, 12, 13, 14 en 17" vervangen door: de artikelen 10, 12, 14 en 17.

I. Artikel 21, elfde lid, komt te luiden:

11. Indien de richtlijn op de aanvrager van toepassing is en de aanvrager blijkens een verklaring als bedoeld in artikel 9 van de richtlijn voldoet aan de artikelen 4, 5, tweede lid, eerste gedachtestreep, 7 en 8 van de richtlijn, wordt het overleggen van die verklaring gelijkgesteld aan het bewijs dat wordt voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

J. Artikel 23, vijfde lid, komt te luiden:


5. De Raad maakt de doorhaling onverwijld bekend aan de gevolmachtigde agent en aan de verzekeraar(s) door toezending van een afschrift. Tevens wordt hiervan mededeling gedaan in de Staatscourant.

K. Artikel 32 komt te luiden:

Tegen een op grond van deze wet genomen besluit, met uitzondering van een besluit van Onze Minister van Financiën tot afgifte van een bewijs dat de aanvrager voldoet aan de in artikel 4, eerste lid, dan wel artikel 21, eerste lid, onderdeel b bedoelde vakbekwaamheidseisen, kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

ARTIKEL II


1. In artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten komt de zinsnede met betrekking tot de Wet
assurantiebemiddelingsbedrijf te luiden:

de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf, de artikelen 3, eerste lid, 7, eerste lid, 10, eerste tot en met derde lid, 11 en 20, eerste lid.


2. In afwijking van het eerste lid blijft de in dat lid bedoelde zinsnede, zoals deze luidde voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, van toepassing met betrekking tot verzekeringsovereenkomsten waarop artikel III van toepassing is.

ARTIKEL III

In afwijking van artikel I, onderdelen D tot en met H, blijft het bepaalde bij of krachtens de artikelen 13, 14, vierde lid, 15, 17 en 18 van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf, zoals deze bepalingen voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel luidden, tot het einde van de overeengekomen looptijd van toepassing met betrekking tot verzekeringsovereenkomsten die op dat tijdstip bestonden, tenzij partijen anders overeenkomen.

ARTIKEL IV

Op besluiten, genomen voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel K, blijft artikel 32, zoals dat artikel voorafgaand aan dat tijdstip luidde, van toepassing.

ARTIKEL V


1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.


2. In afwijking van het eerste lid wordt een koninklijk besluit tot inwerkingtreding van artikel I, onderdelen D tot en met H, en artikel II aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Het wordt gepubliceerd nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste de helft van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven inwerkingtreding van voornoemde artikel(-onderdelen) niet te doen plaatsvinden.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN,

MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

A. Algemeen


1. Inleiding 1


2. Evaluatie Wabb 2


2.1 Evaluatieopzet 2


2.2 Conclusies en samenvattende visie Wabb 3


2.3 Bedrijfseffecten 6


3. Reacties 8


3.1 Reacties op onderzoeksopzet en onderzoeksvragen 8


3.2 Reacties op wetsvoorstel 8


4. Beloningsartikelen 9


4.1 Kabinetsstandpunt MDW-project Wet assurantiebemiddelingsbedrijf 9


4.2 Doel beloningsregels 9


4.3 Overwegingen t.a.v. de consequenties van regulering 10


4.4 Reactie op bezwaren tegen de MDW-besluitvorming 11


4.5 Gevolgen afschaffen beloningsregels voor rechtspositieregels (artikelen 12, 14 en 17) 16


5. Vakbekwaamheidseisen 18


5.1 Algemeen 18


5.2 Niveau 18


5.3 Verbreding vakbekwaamheidseisen 20


5.4 Permanente educatie 20


5.5 Eisen van algemene ondernemersvaardigheden 21


5.6 Vakbekwaamheidseisen aan medewerkers

assurantiekantoren 22


6. Relatie assurantietussenpersonen en consument 23


6.1 Algemeen 23


6.2 Diensten van de tussenpersoon 23


6.3 Standaardopdrachtformulier 24


6.4 Bemiddelen 25


6.5 Beroepsaansprakelijkheidsverzekering 27


6.6 Onafhankelijkheid/ongebondenheid 28


6.7 Klachtrecht consument 30


7. Uitvoering en handhaving Wabb 32


8. Overige onderwerpen 33


8.1 Reikwijdte verplichtingen Wabb 33


8.2 Bevindingen inzake vervallen C- en D-register 34


9. Fiscale gevolgen 35

10. Internationale context 36

B. Artikelsgewijze toelichting 38

Bijlage I

Onderzoeksopzet voor de evaluatie van de Wet
assurantiebemiddelingsbedrijf

Bijlage II

Reacties op de onderzoeksopzet van onderstaande organisaties:

Afdeling Vestigingswetten van de Sociaal-Economische Raad (SER)

Economische Controledienst (ECD)

Commissie van Toezicht vakbekwaamheidsexamens Wet assurantiebemiddelings-bedrijf (CvT)

Stichting Examens Assurantiebedrijf (SEA)

Verzekeringskamer

Nederlandse Vereniging van makelaars in assurantiën en

Assurantieadviseurs (NVA)

Nederlandse Bond van Assurantiebemiddelaars (NBvA)

Vereniging van Assurantiegevolmachtigden ter Beurze van Amsterdam en Rotterdam (VABAR)

Nederlandse Vereniging van Gevolmachtigde Assurantie-agenten (NVGA)

Verbond van Verzekeraars

Consumentenbond.

Vereniging van Assurantiekantoren (VAK)

Nederlandse Vereniging van Assurantie Tussenpersonen (NEVAT).

A. ALGEMEEN DEEL


1. Inleiding

De aanleiding voor de onderhavige wijziging van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf (Wabb) is tweeledig:


a. de gevolgen voor de Wabb voortvloeiende uit het kabinetsbesluit inzake het project Wet assurantiebemiddelingsbedrijf, onderdeel van de operatie Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW); en


b. de tijdens de mondelinge behandeling van de Wabb op 6 september 1990 door de toenmalige Minister van Financiën toegezegde evaluatie van de Wabb vijf jaar na inwerkingtreding (1 april 1991) van de wet.

ad a. Het kabinetsbesluit inzake het MDW-project Wet assurantiebemiddelingsbedrijf

In MDW-kader is de Wabb onderwerp van onderzoek geweest op het gebied van de wettelijke toetredingseisen (vakbekwaamheidseisen en registerinschrijving) en het effect van de beloningsregels op de markt. In het kader van dat onderzoek zijn ook hoorzittingen gehouden. De Tweede Kamer is over de kabinetsbesluitvorming inzake het MDW-Wabb project geïnformeerd bij brief van 4 september 1996.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie