Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Conclusies 11e zitting EER-Raad

Datum nieuwsfeit: 18-05-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

EEA Council : 11. Meeting

Press Release: Brussels (18-05-1999) - Nr. 1604/99 (Presse 157)


CONCLUSIES VAN DE 11e ZITTING

VAN DE EER-RAAD

OP 18 MEI 1999


1. De elfde zitting van de EER-Raad vond op 18 mei 1999 in Brussel plaats onder het voorzitterschap van de heer Günter VERHEUGEN, staatsminister van Buitenlandse Zaken van Duitsland. De zitting werd bijgewoond door de leden van de Raad van de Europese Unie, het bevoegde Commissielid en leden van de regeringen van de EVA-Staten die partij zijn bij de EER-Overeenkomst.
2. De EER-Raad nam nota van het voortgangsverslag dat de voorzitter van het Gemengd Comité van de EER voorlegde.
3. De EER-Raad nam met belangstelling nota van de resoluties welke op 16 maart door het Gemengd Parlementair Comité zijn aangenomen tijdens zijn 12e zitting; zij hadden betrekking op de homogeniteit van de Europese Economische Ruimte, voedselveiligheid, consumentenzaken, het jaarverslag over de werking van de EER over 1998 en de uitbreiding van de EU en de gevolgen daarvan voor de EER-Overeenkomst. De EER-Raad onderstreepte het belang van de parlementaire samenwerking in het kader van de EER, die bijdraagt tot een beter inzicht in het functioneren en de voordelen van de EER-Overeenkomst.

4. De EER-Raad evalueerde de algemene werking en de ontwikkeling van de EER-Overeenkomst tot op heden en:


- sprak er zijn voldoening over uit dat de Overeenkomst opnieuw goed functioneert;


- nam er nota van dat sedert de vorige zitting van de EER-Raad door het Gemengd Comité van de EER 83 besluiten zijn aangenomen waarbij communautaire wetgeving betreffende o.a. technische voorschriften en normen, oorsprongregels, statistieken, sociale zekerheid, vervoer, mededinging, overheidssteun, financiële diensten, telecommunicatie, energie, arbeids-wetgeving, consumentenbescherming en het milieu in de EER-Overeenkomst worden opgenomen; ook sprak de EER-Raad zijn voldoening uit over de verwachte voortzetting van de samenwerking op het gebied van onderwijs en onderzoek uit hoofde van het 5e kader-programma en met betrekking tot het Karolus-programma, Altener II en het Europees vrijwilligerswerk;

- nam er nota van dat niet alleen het tempo van de besluitvorming aanzienlijk gestegen is, doch ook het aantal nog ter tafel liggende teksten dat in de EER-Overeenkomst zou moeten worden opgenomen, vooral dankzij de toegenomen samenwerking op veterinair gebied; ook werden beide partijen aangemoedigd zich verder in te spannen om de homogeniteit van de EER te vergroten;
- stelde met voldoening vast dat de EVA-Staten op hoog niveau blijven deelnemen aan het EER-besluitvormingsproces;
- sprak zijn voldoening uit over de inwerkingtreding van Besluit van het Gemengd Comité nr. 69/98 van 17 juli 1998 betreffende de herziene bijlage I betreffende veterinaire aangelegenheden, hij stelde tot zijn genoegen vast dat de samenwerking op dit belangrijke gebied is versterkt, doch drong er bij het Gemengd Comité op aan alles in het werk te stellen om het resterende acquis op veterinair gebied zo spoedig mogelijk in de overeenkomst op te nemen teneinde voor de handel in deze sector homogene voorwaarden te scheppen;

- stelde met voldoening vast dat op korte termijn een besluit van het Gemengd Comité zal worden aangenomen tot wijziging van Protocol 37 en van bijlage II, waarbij wetgeving betreffende geneesmiddelen in de overeenkomst zal worden opgenomen en de deelname van de EVA-Staten aan het Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (EAMP) mogelijk wordt gemaakt;
- stelde met voldoening vast dat de werkzaamheden betreffende de definitieve tekst van Protocol 3 (verwerkte landbouwproducten) van de EER-Overeenkomst in een constructieve geest zijn hervat, en verklaarde erop te vertrouwen dat de besprekingen vóór het zomerreces aanzienlijke resultaten zullen opleveren;
- nam er nota van dat er een technische bespreking zal worden gewijd aan de verduidelijking van een aantal punten inzake Protocol 9 betreffende de handel in vis en andere producten van de zee;

- nam nota van de lopende bestudering van de voorwaarden voor de handel in landbouwproducten tussen de Gemeenschap en Noorwegen overeenkomstig artikel 19 van de Overeenkomst en vertrouwde erop dat de discussies zullen leiden tot een snelle, evenwichtige oplossing;

- stelde met voldoening vast dat, in het kader van het lopend onderzoek naar de overgangsmaatregelen voor Liechtenstein op het gebied van het vrije verkeer van personen nieuwe bepalingen zijn opgesteld en drong aan op het nemen van de verder nog noodzakelijke stappen;

- stelde met voldoening vast dat de EVA-staten die deel uitmaken van de EER, actief hebben deelgenomen aan de voorbereiding van nieuwe en vervolgprogramma's, met name het vijfde kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling, doch wees op het belang van een spoedige afronding van de procedures en van het vinden van pragmatische oplossingen om de continuïteit van de deelname aan de opeenvolgende programma's - zoals het vijfde kaderprogramma en programma's betreffende toekomstige samenwerkingsterreinen als cultuur en onderwijs - te waarborgen wanneer tijdelijke juridische leemtes ontstaan als gevolg van de EER-besluitvormingsstructuur.


5. De EER-Raad sprak er zijn voldoening over uit dat de EVA-staten die deel uitmaken van de EER en Nieuw-Zeeland en Australië overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning (MRAs) betreffende de conformiteitsbeoordeling hebben ondertekend welke gelijkwaardig zijn aan die welke door de Gemeenschap met deze landen zijn gesloten. De EER-Raad nam er nota van dat de Gemeenschap dergelijke overeenkomsten gesloten heeft met de VS en Canada en dat zij vooruitgang boekt bij de sluiting van dergelijke overeenkomsten met Japan en met Tsjechië, Hongarije en Polen. De EER-Raad memoreerde dat de Gemeenschap bij onderhandelingen over MRAs ervan uit zal gaan dat de betrokken derde landen met de EVA-staten die deel uitmaken van de EER parallelle overeenkomsten sluiten, en hij verzocht de Commissie deze bepalingen in de besprekingen met de betrokken derde landen aan de orde te stellen overeenkomstig Protocol 12.


6. De EER-Raad nam nota van de resoluties die op 11 maart 1999 zijn aangenomen tijdens de vergadering van het Raadgevend Comité van de EER; het gaat hier om resoluties betreffende de interne markt, het milieu, de uitbreiding van de EU en werkgelegenheid en sociaal beleid; ook was de EER-Raad verheugd over de grotere bijdrage van de economische en sociale partners aan een hechtere samenwerking binnen de EER.


7. De EER-Raad bracht in herinnering dat de Commissie in de loop van de doorlichting van het EU-acquis op het gebied van de externe betrekkingen, de kandidaat-lidstaten op de hoogte heeft gebracht van de verplichting waarin artikel 128 van de EER-Overeenkomst voorziet, namelijk dat een staat die tot de Gemeenschap toetreedt bij de EER-Raad een aanvraag moet indienen om partij te worden bij de Overeenkomst.

Voorts herinnerde de EER-Raad eraan dat hij tijdens zijn laatste twee zittingen tot de slotsom was gekomen dat de EVA-staten die deel uitmaken van de EER volledig en regelmatig op de hoogte dienen te worden gehouden van het uitbreidingsproces, met het oog op een gezamenlijke evaluatie en om een oplossing te vinden voor de mogelijke gevolgen voor de EER-Overeenkomst. De Raad stelde met voldoening vast dat de Commissie in het Gemengd Comité van de EER regelmatig briefings over het doorlichtingsproces heeft verzorgd en toonde zich ingenomen met de procedures die zijn vastgesteld voor sectorspecifieke briefings. De Raad memoreerde dat het EU-voorzitterschap heeft toegezegd de EVA-staten die deel uitmaken van de EER regelmatig passende informatie te verstrekken over de intergouvernementele conferenties in verband met het uitbreidingsproces.


8. De EER-Raad nam er nota van dat het Verdrag van Amsterdam op 1 mei in werking

is getreden en herinnerde eraan dat hij vastbesloten is gezamenlijk de gevolgen van het Verdrag van Amsterdam voor de EER-Overeenkomst te evalueren. De EER-Raad sprak de hoop uit dat een informele bijeenkomst van de ministers van Milieu van de EU en van de EVA-landen die deel uitmaken van de EER, - waarvan sprake is in zijn conclusies van 9 juni 1998 - in de komende maanden zal kunnen plaatsvinden.

9. De EER-Raad was ingenomen met de overeenkomst die tussen de Raad van de Europese Unie en IJsland en Noorwegen gesloten is en waarmee deze landen betrokken worden bij de uitvoering, toepassing en ontwikkeling van het acquis van Schengen, deze overeenkomst is vandaag ondertekend en waarborgt de verdere deelname van deze landen aan de samenwerking in het kader van Schengen na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam. 10. De EER-Raad nam met belangstelling nota van de lopende bilaterale onderhandelingen met Noorwegen en besprekingen met IJsland over een eventuele betrokkenheid van IJsland en Noorwegen bij het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving; aldus zou voor de bestrijding van de drugshandel en drugsgebruik nuttige informatie tussen de partijen kunnen worden uitgewisseld. 11. De EER-Raad juichte de lopende onderhandelingen toe over de oprichting van een Europese gemeenschappelijke luchtvaartzone, waarmee de interne markt voor het luchtvervoer zou worden uitgebreid tot 27 landen, en hij vertrouwde erop dat spoedig een oplossing zal worden gevonden voor de institutionele voorwaarden voor de deelname van IJsland en Noorwegen.
12. De EER-Raad betuigde zijn ingenomenheid met de geslaagde invoering van de euro op 1 januari 1999, de munt heeft een gunstig onthaal gevonden bij de burgers en het bedrijfsleven in de landen van de euro-zone en op de financiële markten in en buiten Europa; tevens nam hij er nota van dat het welslagen van de Economische en Monetaire Unie belangrijk zal zijn voor het goed functioneren van de interne markt en voor de welvaart van Europa als geheel. 13. De EER-Raad nam er nota van dat er eensgezindheid bestaat over de fundamentele onderdelen van een nieuwe financiële regeling
- met inbegrip van het totaalbedrag, de rechtsgrondslag, de looptijd en de in aanmerking komende gebieden - voor een aanvullende bijdrage van de EVA-staten die deel uitmaken van de EER aan het verder terugdringen van de sociale en economische ongelijkheid in Europa. De EER-Raad verzocht het Gemengd Comité de voorwaarden vast te stellen voor deze regeling en definitieve versies van alle noodzakelijke teksten op te stellen, opdat deze zo spoedig mogelijk door het Gezamenlijk Comité kunnen worden aangenomen.
14. De EER-Raad nam er nota van dat de ministers van Buitenlandse Zaken in het kader van de politieke dialoog onderwerpen van gemeenschappelijk belang op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid hebben besproken, onder meer Kosovo, Rusland en de Europese veiligheidsarchitectuur.

_______________


/newsroom/press/c/ACF120.htm

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie