Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak Van den Brande bij Fabrimetal-Vlaanderen

Datum nieuwsfeit: 20-05-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

PERSMEDEDELING VAN HET KABINET VAN MINISTER LUC VAN DEN BRANDE

MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING

20 mei 1999

Luc Van den Brande den Brande minister-president van de Vlaamse regering

«Europa en de wereld :
kompas voor wetenschap, technologie en innovatie in Vlaanderen»

Slottoespraak voor de
Algemene Vergadering van Fabrimetal-Vlaanderen Donderdag 20 mei 1999 - Diamant Building, Brussel.

Mijnheer de voorzitter,
Mijnheer de vice-voorzitter,
Mijnheer de directeur-generaal,
Heren professoren,
Dames en Heren,

Fabrimetal-Vlaanderen verdient aanmoediging voor zijn inzet, om innovatie als strategische uitdaging in het bedrijfsbeleid te integreren. Omdat Vlaamse ondernemers met kennis, creativiteit, durf, innovativiteit en ondernemerschap "het verschil" maken in de economische groei en de daling van de werkloosheid.

De regio's: natuurlijke dragers van innovatie

In een tijdspanne van 10 jaar groeide de werkgelegenheid in heel Vlaanderen netto met 230.000 jobs, het verschil tussen nieuwe jobs en verloren arbeidsplaatsen is dus positief en groot. Het aantal niet-werkende werkzoekenden is in vier jaar tijd met een kwart gedaald, het aantal uitkeringsgerechtigde volledig werklozen met één derde. Dat is al een flink eind op weg naar de halvering op middellange termijn, die in het regeerakkoord voorop werd gezet. De werkloosheidsgraad bedraagt in Vlaanderen slechts 5.3%, in heel België gemiddeld 8.7%, en in Europa 11.2%.

De krachtige sociaal-economische dynamiek is te danken aan gemotiveerde werknemers en dynamische ondernemers, en aan goede omstandigheden. Voor die omstandigheden is de politiek mee verantwoordelijk. De Vlaamse regering voert een economisch beleid, waarin initiatief en ondernemerschap kunnen gedijen, en waarin wetenschap en technologie een belangrijke rol spelen. In tegenstelling tot wat men vroeger geloofde, brengt dit beleid netto werkgelegenheid tot stand, en niet alleen voor hooggeschoolden.

Dat Vlaanderen een aantrekkelijke omgeving is om te investeren, blijkt uit het recordaantal buitenlandse investeringen dat de jongste maanden toestroomt: in het eerste kwartaal van dit jaar werden reeds 50 miljard investeringen beslist, goed voor 3.500 nieuwe rechtstreekse jobs en 14.000 jobs door afgeleide effecten. In 1997 was nog een heel jaar nodig om dat resultaat te bereiken.

Dit positieve beeld mag ons de strategische uitdagingen niet uit het oog doen verliezen. Het bedrijfsleven is in beweging. De sluiting van Renault heeft een bezinning in gang heeft gezet. Het Vlaams Parlement vroeg op 29 april 1998, in de resolutie betreffende een strategisch beleid voor de automobiel- en toeleveringsindustrie in Vlaanderen, dat de Vlaamse regering "het innovatiepotentieel van de toeleveringsindustrie zou versterken meer bepaald door middel van een coherent innovatie- en clusterbeleid dat de vorming van clusters en de oprichting van speerpuntcentra mogelijk maakt en stimuleert."

De Vlaamse toeleveranciers in de automobielindustrie dienden in juli 1997 met de steun van Fabrimetal Vlaanderen een concreet clustervoorstel in. Het is het grootste clusterproject binnen Vlaanderen, en het heeft verregaande financiële gevolgen voor de Vlaamse begroting. Daarom streefde ik van bij het begin naar een zo breed mogelijk draagvlak voor het project, wat de nodige tijd vroeg. Het voorstel werd uitgebreid besproken met tal van betrokken partijen [de initiatiefnemers, de Vlaamse minister bevoegd voor economie, de GOM-Limburg, de Europese Commissie, het Managementcomité voor het doelstelling 2-gebied, het Limburgfonds, het IWT, de Inspectie van Financiën, enz. ]. Tijdens dit proces werden zo veel mogelijk vragen opgehelderd en obstakels uit de weg geruimd.

Ik heb het initiatief genomen, om nog de volgende weken tot een beslissing van de Vlaamse regering hierover te kunnen komen. Dit moet een voldoende signaal zijn voor de initiatiefnemers om de concrete start van het project Flanders Drive de komende maanden grondig voor te bereiden, zodat de Vlaamse regering in het najaar op basis van een volledig dossier een eindbeslissing kan nemen.

Dames en Heren,

Dit project is een voorbeeld van regionale dynamiek. Ik stel vast, dat regionale dynamiek sinds kort internationaal erkend wordt als een bron van werkgelegenheid. Dat is een aanmoediging om in de komende jaren verder te bouwen op de lijnen die we uittekenden. Een recente studie die gebruik maakt van gegevens van de Europese Investeringsbank, toont aan dat in drie Europese landen (België, Italië en Duitsland) de interne regionale verschillen inzake werkloosheid en economische groei groot zijn, en zelfs nog verder aangroeien, terwijl ze in de andere landen zoals Nederland zeer klein zijn. De drie landen hebben centralistische regelingen voor de arbeidsmarkt: lonen en arbeidsvoorwaarden worden er uniform geregeld. Dit zou een verlies aan werkgelegenheid van 2 % opleveren.

Hoewel de cijfers dus het tegendeel aantonen, beweren sommigen recent dat een unitaire benadering meer waarborgen inhoudt. De federale diensten voor wetenschapsbeleid - de DWTC - pleitten onlangs paginagroot om hun diensten unitair te houden. Opnieuw werd het idee geopperd om de VDAB weer nationaal te bundelen. Welnu, ik geloof dat juist op deze beide terreinen de regionalisering een positieve energie heeft vrijgemaakt, en een dynamiek in gang heeft gezet die bij een unitaire benadering onmogelijk bleek. Vandaag hoorde u ook van prof. Utterback dat de regio's en niet de staten de beste drager zijn van innovatie. Een breed gedeelte van de wetenschappelijke wereld deelt deze opvattingen. Ik stel ook vast dat sociale partners in de andere regio's, zoals de Union Wallonne des Entreprises, voor een eigen regionale dynamiek pleiten. Mijn besluit luidt, dat men ook op institutioneel vlak moet durven verdergaan.

Hogere uitgaven

Vlaanderen besteedde in 1995 slechts 1,63 % van het BRP aan O&O. Driekwart van die inspanning werd door bedrijven geleverd. In een gemiddeld OESO-land gaat 2% naar O&O, in een 50/50 verhouding. Vlaanderen heeft in 1996 op eigen kracht een inhaalbeweging ingezet. Aan een basisprogramma van circa 8OO mln. Euro werden 500 miljoen Euro toegevoegd. Dat brengt Vlaanderen nagenoeg bij het het OESO-gemiddelde.

Fabrimetal-Vlaanderen bepleit de doortrekking van budgettaire inhaalbeweging in de volgende legislatuur. Uiteraard zullen het herverkozen Vlaams Parlement en de Vlaamse regering een budgettaire koers moeten uitstippelen, die binnen de marges blijft. Ik geloof dat de inhaalbeweging op peil moet blijven. Verder meen ik dat ook de bedrijfswereld, hoewel die historisch het grootste aandeel van de O&O-uitgaven droeg, in een gezonde dynamiek zijn inspanningen voor O&O moet verhogen samen met de overheid, gekoppeld aan creatieve sociale afspraken over innovatie. Vanzelfsprekend zou een grotere fiscale autonomie voor de deelstaten ook de mogelijkheid scheppen om, daar waar ze effectief en efficiënt kunnen zijn, fiscale instrumenten te hanteren in het innovatiebeleid. Ik verwelkom de steun van Fabrimetal-Vlaanderen voor deze idee.

Administratieve en wettelijke kader

Het innovatiedecreet werd op 5 mei jongstleden in het Vlaams Parlement goedgekeurd. Het is een kleine, maar noodzakelijke schakel in een meer efficiënt overheidsbeleid voor de aanmoediging van innovatie. Ik ben overtuigd, dat het horizontaal beleidsplan voor inovatie, dat de Vlaamse regering krachtens het innovateidecreet moet voorleggen, een verdieping van het innovatiebeleid zal meebrengen, en dat het een homogene - wat niet hetzelfde is als een centralistische aanpak ! ! - binnen de Vlaamse regering en administratie waarborgt.

Betere valorisatie

De uiteindelijke toetsteen voor het innovatiebeleid moet echter blijven liggen bij de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde die tot stand gebracht worden. In het verlengde hiervan spreekt het vanzelf dat het bedrijfsleven een sterke beleidsinspraak heeft. Fabrimetal Vlaanderen schuift in zijn beleidsplan enkele stimulerende ideeën vooruit, om het instrumentarium voor het innovatiebeleid beter af te stemmen op de snel veranderende noden van de industrie. Het gesprek over dit soort ideeën kan in de raad van bestuur van het IWT-Vlaanderen daadwerkelijk door het bedrijfsleven aangetrokken en gestuurd worden.

Maatschappelijk draagvlak en buitenlandse erkenning.

De Vlaamse regering draagt zorg voor een maatschappelijke en strategische aanpak, zoals met het actieprogramma PC/KD dat de democratisering van de ICT-technologie bevordert. De nieuwe formule van de innovatie-opleidingen geeft een meer directe, vraaggerichte invulling van de opleidingsnoden. Het is een eerste aanzet voor een beleid, dat in de komende legislatuur aan permanente vorming een centrale plaats zal toebedelen. Zowel de permanente vorming met economische finaliteit als de vorming met een meer maatschappelijk- vormend oogmerk zullen een stevige impuls krijgen.

Mijnheer de Voorzitter,
Dames en Heren,

Deze cijfers bevestigen het beeld van een innovatief Vlaanderen : de erkenning gaat in de eerste plaats naar uw inzet. Innovatie wordt aan de basis gedragen door de inzet en creativiteit van zovele ondernemende Vlamingen, in bedrijven en organisaties, binnen en buiten technologievalleien of clusters.

De Vlaamse regering heeft met succes een beleid gevoerd, dat aan deze creatieve inzet van zovele Vlamingen alle kansen geeft. Met het oog op volgende regeerafspraken, overweeg ik nieuwe mogelijkheden om economische en technologische innovatie nog beter in de hand te werken. Ik vraag binnenkort aan de kiezer het mandaat om dit beleid verder te kunnen zetten en verdiepen. Ik vertrouw op uw steun hierbij.

Ik dank U.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie