Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Notulen gemeenteraad Wervershoof

Datum nieuwsfeit: 20-05-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Wervershoof

Notulen van de openbare raadsvergadering van de gemeente Wervershoof, gehouden op donderdag 20 mei 1999 om 20.00 uur in het gemeentehuis.

AANWEZIG blijkens de presentielijst: J.J. Beerepoot, F. de Groot, S.M. Grooteman, P.N.M. Kuin (wethouder), G.H. Langedijk-Koeman, J.P. Luken, J.N. van Ophem (wethouder), W.H. Pekel, R.J.M. van Rooijen, W.C.J. Sijm, P. Steijn en E.C. van de Swaluw (wethouder)

VOORZITTER: Burgemeester H.P. Wokke

SECRETARIS: G.M. van Balen

AFWEZIG: P.W. Mosch (m.k.)

1. Opening (720)

De voorzitter opent de vergadering met gebed en heet de aanwezigen welkom.

2. Aanwijzing raadslid voor rondvraag en eventuele hoofdelijke stemming (1030)

Na loting blijkt mevrouw Langedijk de plaats op de presentielijst in te nemen bij wie de oproep tot stemmen over zaken alsmede de rondvraag begint.

3. Vaststelling notulen raadsvergadering van 25 maart 1999 (1280)

De notulen worden ongewijzigd vastgesteld.

De heer Van de Swaluw wil nog wel een aanvulling geven op de vorige raadsvergadering ten aanzien van het plaatsen van bloembakken naar aanleiding van de discussie die ontstond na die vergadering. Er waren twee bedrijven uitgenodigd voor het uitbrengen van een offerte. Deze offertes waren overigens niet bij de stukken gevoegd. Daarna is er geïnformeerd bij plaatselijke bedrijven of ze interesse hadden een offerte uit te brengen. Daar werd negatief op geantwoord. Binnen 1 week tot 14 dagen zullen de bloembakken worden geplaatst.

Mevrouw Langedijk is blij met dit antwoord omdat er twee offertes behoren te zijn. Het verbaast haar dat het plaatselijke hoveniersbedrijf geen interesse had, daar haar informatie daarover anders was.

4. Voorstel (no. 39) ingekomen stukken en mededelingen (2000)

De ingekomen stukken worden voor kennisgeving aangenomen.
5. Voorstel (no. 40) tot het vaststellen van de Telecommunicatieverordening gemeente Wervershoof (2060)

Zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten.

6. Voorstel (no. 41) inzake bevoorschotting / garantie in verband met opvoering rock-opera Jesus Christ Superstar in de week van 9 tot 16 april 2000 (2128)

De voorzitter meldt dat er een aangepast voorstel op tafel ligt en dat dit voorstel aan de orde is. Hij zegt dat er niet veel veranderd is maar dat er een paar fouten in zaten, waarvoor excuses.

Mevrouw Langedijk is enthousiast en positief over dit voorstel. De belangrijkste aanpassing vindt zij de optrekking van de garantiestelling tot een maximum van
ƒ 10.000,--. Zij is blij met dit voorstel. Er komt organisatorisch heel wat bij kijken om zo'n musical te organiseren ook wat betreft de financiële zaken. Zij vindt het een goed initiatief. Alle lof aan diegenen die dit op willen zetten. De garantie tot ƒ 10.000,-- vindt zij een heel bedrag maar zij is er van overtuigd dat het geld terug zal komen naar de gemeente. Zij wenst ze veel succes.

Ook de voorzitter is enthousiast over deze organisatie.

De heer Van Ophem zegt dat in de commissie is gesteld dat de gemeente zich garant wil stellen tot een maximum van
ƒ 10.000,--. De commissie heeft verzocht om ƒ 5.000,-- van die ƒ 10.000,-- zo gauw mogelijk beschikbaar te stellen. Dit is ook besloten en morgen wordt er ƒ 5.000,-- telefonisch overgeschreven. De volgende overschrijvingen zullen plaatsvinden in september en december.

Vervolgens wordt zonder hoofdelijke stemming conform het voorstel besloten.

7. Voorstel (no. 42) inzake het nemen van een voorbereidingsbesluit ten behoeve van de bouw van Kinderdagverblijf Elan nabij Zeehoek / Nijverheidsterrein (2850)

Mevrouw Langedijk merkt op dat dit besluit betekent dat het kinderdagverblijf Elan verplaatst wordt van het veilingterrein naar het terrein bij de Zeehoek. Zij wil graag weten wat de consequenties zijn voor de samenwerking met Drechterland. Als deze samenwerking zal stoppen baart dit haar zorgen omdat Elan tot nu toe een stijgende lijn vertoond heeft in de afgelopen 5 à 6 jaar. Ook de financiën waren steeds toereikend mede omdat dit samen opgezet is met Drechterland. Tevens vraagt zij of er buitenschoolse opvang gecreëerd wordt op hetzelfde terrein omdat zij van mening is dat in de toekomst daaraan een toenemende behoefte zal zijn. Tenslotte informeert zij naar de stand van de planvorming en of er volgend seizoen al een kinderdagverblijf is.

De heer Van Ophem zegt dat het de bedoeling is dat het kinderdagverblijf al dit jaar neergezet wordt, mits de raad vanavond akkoord gaat met het voorbereidingsbesluit. Elan moet 15 november van het veilingterrein af. Een tijdelijke verplaatsing brengt veel kosten met zich mee. Het budget is tot nu toe neutraal geweest en dat wil de gemeente in de komende jaren zo houden. Subsidies sluist de gemeente door naar Elan. De gemeente staat niet garant voor eventuele tekorten. Elan heeft ten opzichte van het jaar 2000 en 2001 weliswaar een exploitatietekort maar dat kan in de loop der jaren weer aangezuiverd worden. De gemeente heeft de laatste jaren overigens een bedrag van ƒ 130.000,-- overgemaakt naar het kinderdagverblijf. De verrekening over de jaren 1998 en 1999 zal ongeveer ook in deze orde van grootte zijn. Het aanloopverlies van ƒ 90.000,-- kan daar dan uit worden betaald. De samenwerking met Drechterland stopt inderdaad aan het einde van het jaar. Er wordt nog wel overleg gepleegd omdat Wervershoof verder is met de uitwerkingen dan Drechterland. Misschien dat Drechterland nog enkele maanden gebruik maakt van de voorziening of dat er een tijdelijke huisvesting komt. Bij een tijdelijke verplaatsing van de bestaande accommodatie vindt hij dat dit moet gebeuren op kosten van Drechterland zelf. De buitenschoolse opvang wordt ook gerealiseerd. Elan gaat er vanuit dat hier 80 m2 extra voor nodig is. Alles blijft echter wel op 1 verdieping. De omwonenden hebben in een onderhoud duidelijk te kennen gegeven dat zij in verband met hun privacy absoluut geen tweede verdieping willen. Ook is er gezegd dat er zover mogelijk van hun erf gebouwd zal worden. Dit is geen probleem omdat het terrein groot genoeg is. Dit werd zeer op prijs gesteld.

Mevrouw Langedijk vraagt of het mogelijk is om afspraken te maken met Wervershoof en Drechterland om in de overgangsperiode eventuele tekorten met elkaar op te heffen. Zij kan zich voorstellen dat Drechterland misschien met winst zal draaien, omdat Drechterland een grotere gemeente is en waarschijnlijk meer kinderopvang realiseert. Tevens vraagt zij of het bedrijf dat gevestigd is nabij de geplande lokatie op de hoogte is gesteld van de komst van de kinderopvang in verband met mogelijke uitbreidingsplannen.

De heer Van Ophem merkt op dat er momenteel meer kinderen uit Wervershoof gebruik maken van het kinderdagverblijf dan uit Drechterland. Wel is meegenomen dat deze verdeling in de komende jaren kan veranderen, omdat de hoeveelheid woningen in Drechterland in de komende jaren flink zal uitbreiden. Drechterland zal dan ook misschien groter gaan bouwen. In Wervershoof worden er twee lokalen gebouwd voor ongeveer 36 kinderopvangplaatsen. Daar zal Wervershoof waarschijnlijk genoeg aan hebben. Tenslotte deelt hij mee dat er een onderhoud is geweest met de heer Schoenmaker, de directeur van het bedrijf. Vooralsnog hebben zij geen problemen met de komst van het kinderdagverblijf. Uiteraard heeft iedereen het recht om bezwaarschriften in te dienen.

Vervolgens wordt zonder hoofdelijke stemming conform het voorstel besloten.

8. Voorstel (no. 43) inzake standpuntbepaling bestuurlijke organisatie West-Friesland na de gehouden inspraakavond voor de burgers (5180)

De heer Beerepoot zegt dat er over de bestuurlijke organisatie West-Friesland al veel gesproken is en dat er duidelijk twee meningen zijn. VVD wil zelfstandig verder. De redenen: de goede financiële positie, de goede organisatie, een goed voorzieningenpakket in alle drie de kernen, goede recreatie-voorzieningen, voldoende grond om bouwcapaciteit op te vangen en voldoende mogelijkheden voor uitbreiding van het bedrijventerrein. Fuseren moet natuurlijk niet gaan om het fuseren. Meedoen aan de discussie over bestuurlijke organisatie van West-Friesland werd niet ingegeven door de vrees dat Wervershoof niet voor zijn toekomstige taken berekend zou zijn, maar komt voort uit een gevoel dat het goed is de problemen van de gemeentes binnen de regio onder ogen te zien. De discussie over samengaan zou echter moeten worden gevoerd aan de hand van de beantwoording van een aantal wezenlijke vragen. Wat levert samengaan op voor de burger op het punt van doelmatigheid, efficiëntie, financiën. Voordelen bij de behartiging van de belangen als bij de aanslag op de portemonnees. Daarbij leidt schaalvergroting niet altijd tot een toename van doelmatigheid en efficiëntie. Ook de kosten per hoofd van de bevolking voor bestuurskosten nemen daarbij onevenredig toe. Wat zijn daarbij de nadelen c.q. de voordelen van het zelfstandig blijven? Wat is het individuele en wat is het groepsbelang? Het rapport van het KPMG laat deze vragen volledig onbeantwoord. Wat zijn de succes- en faalfactoren bij fusies tussen meerdere gemeenten? Wat bindt gemeente of wat houdt ze verdeeld? Het rapport van het KPMG laat deze vragen ook volledig onbeantwoord. Met welke partner zal het samengaan moeten worden bevorderd opdat de best denkbare voedingsbodem voor een snelle bestuurlijke en ambtelijke integratie aanwezig is? Gelijksoortige en gelijkgezinde belangen werken daarbij positief. Partners moeten het gevoel hebben dat samengaan voor alle participanten van meerwaarde zal zijn. De geografische factor zal daarbij niet uitgesloten worden maar is van secundair belang als er ruimte is voor alternatieven. De VVD merkt op dat cultuur een van de succes- en een van de faalfactoren is bij fusies en herindelingen. Helaas is in het rapport van het KPMG dit aspect volledig buiten beschouwing gelaten. De VVD denkt daarom aan meerdere vormen van samenwerken. Het SOW heeft al veel bereikt, maar de huidige bestuursstructuur van het SOW verdient de tijd te krijgen zichzelf te bewijzen. Vandaar dat de VVD vindt dat aan dit stuk moet worden toegevoegd: Het rapport van KPMG nemen wij voor kennisgeving aan zoals reeds eerder is overwogen, maar wij kunnen ons niet onttrekken aan het gevoel dat niet consistent is gewerkt vanuit een onafhankelijk oordeel over drie opties: intensieve samenwerking, versterkt zelfstandig blijven of samengaan. De uitgeoefende druk om reeds in deze verkennende fase het provinciaal bestuur uit te nodigen hun visie te geven, versterkt natuurlijk deze indruk zeer sterk.

De heer Grooteman merkt op dat ABC met betrekking tot bestuurlijke organisatie van West-Friesland niet van mening veranderd is. De fractie meent dat schaalvergroting absoluut noodzakelijk is. Een fusie op de langere termijn is noodzakelijk, omdat er signalen gekregen worden dat onze kleine ambtelijke organisatie kwetsbaar is. Het feit dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken een stuurgroep heeft ingesteld is voor hem een teken dat het Ministerie het serieus neemt. De ministeriële nota noemt de knelpunten zoals het ruimtegebrek van centrumgemeenten en de kwetsbaarheid van kleine gemeenten, zoals Wervershoof. Het is voor de fractie duidelijk dat schaalvergroting noodzakelijk is, maar wel onder voorwaarde dat de gemeente zelf onderhandelt, zelf voorwaarden stelt en mogelijk zelf een partner kiest. Belangrijk is dat vrijwilligheid duidelijk voorop staat. Om deze beslissing voor de toekomst van de gemeente verantwoord en weloverwogen te kunnen nemen is er een belangrijke maar ook wezenlijke rol toegekend aan de burgers tijdens een inspraakavond. De opkomst viel tegen maar de aanwezigen waren goed gemotiveerd en hadden zich terdege georiënteerd. De kwaliteit van de aanwezigen stond volgens hem borg voor een goede inspraak. Aan het einde van deze vergadering heeft de voorzitter de volgende conclusie getrokken: Wervershoof staat niet te trappelen maar we moeten wel blijven praten met andere gemeenten over herindeling. Wervershoof mag niet in een isolement belanden. Daarna is door de voorzitter de vraag gesteld of iedereen zich in deze conclusie kon vinden. Niemand van de aanwezigen verklaarde zich tegen. Naar aanleiding van dit gegeven heeft de heer Grooteman een drietal vragen. Als eerste vraagt hij of de voorzitter kan bevestigen dat deze conclusie inderdaad zo inhoudelijk is getrokken. Hij verwondert zich er over dat in het raadsvoorstel wel verwezen wordt naar de inspraakavond maar dat de eindconclusie in dit voorstel helemaal niet wordt genoemd of verwerkt. Als tweede wil hij de reden weten waarom de slotconclusie van die avond niet in dit voorstel is verwerkt. Als laatste wil hij weten waarom de notulen niet bij de stukken zijn gevoegd.

Volgens de heer Steijn kwam tijdens de inspraakavond niet duidelijk naar voren dat samenvoegen moet. Er zijn ook weinig argumenten gegeven. Het CDA heeft daarna een avond voor leden en niet-leden georganiseerd, waarbij de burgemeesters van Wervershoof en Andijk waren uitgenodigd. Deze avond werd goed bezocht. Na de discussie zijn ook daar geen argumenten aangedragen voor samenvoegen. Hij heeft nog geen enkel argument kunnen vinden voor samenvoegen op dit moment. Misschien dat de fractie hier over 5 jaar anders over denkt. De fractie heeft met name zorgen over de verenigingen, de dorpshuizen en andere culturele zaken met name in de kleinere kernen. Als er samengevoegd wordt is hij bang dat deze als eerste de dupe zullen zijn. Het CDA blijft tegenstander van samenvoegen.

De heer Pekel meent dat de reden waarom er vanavond over dit punt gesproken wordt, nadat de fracties hun standpunt in februari al hebben bekend gemaakt, is dat na die tijd de bevolking is geraadpleegd. Conform het programma dat in samenwerking met KPMG is opgesteld. Naar aanleiding van die avond zou bekeken moeten worden of er aanleiding is om die mening te herzien. De opkomst van de inspraakavond was laag. De kwaliteit van de aanwezigen was hoog. Hij gelooft dat 80% tot de vaste aanhang van ABC en Zwaagdijker Dorpsbelang behoorde. Dat zijn mensen die hij heel hoog acht, hij vraagt zich echter wel af of je dan kan spreken van een evenwichtige vertegenwoordiging van de bevolking. Naar zijn idee niet. Hij vindt dit jammer want hij had gehoopt dat er mensen uit alle lagen van de bevolking, uit alle geledingen, uit alle politieke richtingen aanwezig zouden zijn. Hij vindt dat de fractie niet zo veel kan met deze avond, zeker niet wat betreft de conclusies. Er was een gevarieerd aantal uitspraken zonder een duidelijke voorkeur voor welke optie dan ook. Progressief Wervershoof ziet dan ook geen reden om van het standpunt dat zij twee maanden geleden heeft geuit, af te wijken. De meeste redenen heeft de heer Beerepoot al genoemd. Hij wil nog wel de reden geven waarom hier indertijd mee begonnen is. Het idee leefde in de regio dat de gemeentes wel weer eens een herindeling zouden kunnen gaan krijgen. Een herindeling is in feite een verantwoordelijkheid van een hogere overheid en wordt meestal geïnitieerd door de provincie. De laatste jaren leeft de gedachte dat bij onderlinge overeenstemming de provincie akkoord gaat. De gemeente springt er dan waarschijnlijk beter uit dan bij een opgelegde herindeling. De heer Pekel heeft in de afgelopen jaren niet de indruk gekregen dat de gemeente een herindeling boven het hoofd hangt. Weliswaar heeft minister Peper enkele ambitieuze initiatieven ontplooid, maar deze zijn al weer snel teruggedraaid. Maar noch uit die initiatieven noch uit het regeeraccoord van Paars 2 kan afgelezen worden dat een herindeling opgelegd wordt. Hij ziet daarom geen redenen op dit moment dit soort gesprekken met andere gemeenten aan te gaan. Wellicht dat over een aantal jaren de omstandigheden anders zijn.

Ook de heer Sijm handhaaft het standpunt van Zwaagdijker Dorpsbelang. Hij vindt de argumenten van de heer Beerepoot om niet te fuseren, een ideale uitgangspositie om je als gemeente als sterke gesprekspartner te kunnen opstellen. Het standpunt is niet herindelen nu omdat het moet of omdat het de gemeente slecht gaat maar omdat als je verder kijkt dan 5 jaar een samengaan met één of andere gemeente onvermijdelijk is. Hij vindt het opmerkelijk dat CDA en Progressief Wervershoof zeggen dat zij er over 5 jaar misschien anders over denken. Dan is het zijn inziens te laat. Zwaagdijker Dorpsbelang wil pleiten voor meer visie vanuit een gezonde positie als gemeente. Ga de discussie daarover niet uit de weg. De heer Pekel stelde dat op de informatieavond 80% van de achterban van ABC en Zwaagdijker Dorpsbelang aanwezig was. Hij waardeert zijn inschattingsvermogen maar denkt toch dat hij ze dubbel heeft geteld. De heer Sijm merkt op dat ook aanhangers van ABC en Zwaagdijker Dorpsbelang burgers zijn die gehoord mogen worden. Wat betreft de conclusies van de inspraakavond wacht hij het antwoord van de voorzitter met belangstelling af. Met betrekking tot de plannen van de Minister van Binnenlandse Zaken zegt hij dat dit een te verwachten ontwikkeling is. Er komt straks een situatie waarbij iedereen zijn partner al gekozen heeft en hij stelt er prijs op om zélf een partner te kiezen. Hij vreest dat Wervershoof aan de kant dreigt te blijven staan. Dit vindt hij een slechte zaak. De opstelling van de gemeente om wel te willen praten, maar geen initiatieven te tonen vindt hij een passieve. Ook bij fusies van bedrijven zie je dat kerngezonde bedrijven elkaar aanvullen, elkaars sterke en zwakke punten kunnen opheffen. Vandaar de analyse die door de stuurgroep wordt gemaakt. Tot slot wil hij graag de allerlaatste informatie over de standpunten in de verschillende gemeenten in de regio.

De voorzitter beschouwt de discussie als een herhaling van argumenten en standpunten. Hij zal namens het college op een aantal opmerkingen ingaan en enkele vragen beantwoorden.

Met betrekking tot de opmerkingen van de heer Beerepoot over het rapport van het KPMG ziet hij geen redenen het rapport te moeten verdedigen. Het rapport ligt er. Als je een bepaalde overtuiging hebt die onvoldoende in het rapport terugkomt dan ben je kritischer dan anderen. Het is wel duidelijk dat ter zijner tijd dat wat vanavond behandeld is nog in een aantal vergaderingen in de regio aan de orde gesteld gaat worden.

Wat betreft de stuurgroep, genoemd door de heren Grooteman en Sijm, zegt hij dat er door de stuurgroep afgelopen maandagmiddag overleg is geweest met het bestuur uit de regio dat dit proces met KPMG begeleidt. Daar is afgesproken dat in een volgende vergadering (waarschijnlijk juni) de portefeuillehouders van de gemeenten worden uitgenodigd. Dan zal worden besproken wat er uiteindelijk in de desbetreffende raden is beslist. De stuurgroep heeft verzocht enkele vertegenwoordigers van Binnenlandse Zaken daarbij aanwezig te laten zijn. Geantwoord is dat daar aan op dit moment geen behoefte is. Tijdens de gesprekken in de regio zullen alleen vertegenwoordigers van de 13 gemeentes aanwezig zijn. De stuurgroep zal het Ministerie in september/oktober over het resultaat informeren.

Wat betreft de inspraakavond stelt de heer Grooteman dat de voorzitter de conclusie heeft getrokken dat niemand staat te trappelen. De voorzitter heeft daarbij ook nog gezegd: ikzelf ook niet. De voorzitter heeft ook de conclusie getrokken dat we blijven praten met andere gemeenten. Ook heeft hij gezegd dat er een aantal voor- en tegenstanders waren en dat het aantal tegenstanders niet veel verschilde met het aantal voorstanders. De voorzitter heeft aan de vergadering gevraagd of men zich in de eindconclusie kon vinden. Als de vraag van de heer Grooteman dan luidt of de eindconclusie die de voorzitter getrokken heeft juist is, kan hij dit met ja beantwoorden.

De volgende vragen van de heer Grooteman zijn waarom de eindconclusie niet in het voorstel staat en of er notulen van de inspraakavond zijn gemaakt. De voorzitter zegt dat er een aantal aantekeningen gemaakt zijn tijdens die bijeenkomst. Het resumé is door de secretaris in samenwerking met de gemeente aangereikt aan het college. Dit resumé staat ook in het voorstel. Daarbij is ook gezegd dat de opkomst teleurstellend laag was. Het lijkt minder te leven onder de bevolking dan wij denken. Dat is voor elke bestuurder een teleurstelling of je nou voor of tegen opschaling bent. De eindconclusie die door de voorzitter getrokken was, is eerst in het stuk gebracht maar is er later door het college weer uitgehaald.

Op de vraag van de heer Sijm omtrent de laatste informatie over de situatie in de regio meldt de voorzitter dat tussen tweederde en driekwart van de gemeente bereid is om verder te praten. Door een paar gemeenten zijn aanduidingen gegeven met wie ze verder willen praten zoals Drechterland en Venhuizen. Enkhuizen, Stedebroec en Andijk hebben geen behoefte. Medemblik wil wel met de buren praten. Noorder-Koggenland en de overige Wowon gemeenten (Wester-Koggenland, Wognum, Obdam, en Opmeer) opteren eerst voor een toenemende samenwerking op een aantal sectoren en zien dan hoe het verder uitkomt. De voorzitter zegt voor de vuist weg te spreken en geen exacte informatie bij de hand te hebben. Nadat alle raden tot besluitvorming zijn gekomen zal tijdens de vergadering in de regio het vervolg bepaald worden. Deze informatie zal het college zo snel mogelijk naar de raadsleden toesturen.

De heer Kuin zegt dat als de heer Grooteman suggereert dat de notulen van die bijeenkomst door het gemeentebestuur bewust niet zijn uitgeschreven hij die volledig van de hand wijst.

De heer Beerepoot zegt nog niets gehoord te hebben op het voorstel van de VVD. Deze toevoeging, zoals verwoord in eerste instantie, ziet de fractie graag in het stuk opgenomen. De heer Beerepoot verbaast zich over de uitspraak schaalvergroting zonder meer van de heer Grooteman. Als hij het goed begrijpt zou een rapport van het KPMG voor de heer Grooteman eigenlijk helemaal niet hoeven. Op de vraag wat Wervershoof doet als alle gemeenten voor herindeling zijn heeft hij geantwoord dat we niet op een eiland wonen. De opmerking als zou de conclusie er niet instaan, deelt hij niet. Er zijn voor- en tegenstanders. In de conclusie staat ook er dat er overlegd zal worden met andere gemeenten op hun verzoek. De VVD staat daarvoor absoluut niet te trappelen. Het waarom van herindelen kan de fractie niet uit het rapport halen. Hij ziet geen enkele reden voor samengaan die voordelen oplevert voor de burger en die heeft hij hier vanavond ook niet gehoord.

De heer Pekel zegt dat de heer Beerepoot eindigt met de zin waarmee hij wilde openen. Het uitgangspunt zou moeten zijn: worden de burgers er beter van? Zijn fractie is van mening dat de burgers in meerdere opzichten minder worden van een eventuele samenvoeging. Er is door de heer Sijm opgemerkt dat bedrijven ook fuseren, alsof het een trend is waar je als gemeente ook bij moet aansluiten. Bedrijven fuseren inderdaad, maar met als enige doel de aandeelhouder meer te laten verdienen. Vaak zijn er ook veel nadelen aan verbonden. Hij vindt dit voor een gemeente een vreemde benadering. Bij de gemeente zou iedereen er beter van moeten worden. En dat ziet hij niet gebeuren. Progressief Wervershoof ondersteunt de aanvulling van het standpunt van de heer Beerepoot.

Voor de heer Grooteman is het duidelijk dat de voorzitter de conclusie van de inspraakavond zo heeft getrokken. Over het antwoord op de vraag waarom de conclusie niet is opgenomen in het voorstel zegt hij dat hij dit vreemd vindt. De eindconclusie was wel verwerkt in het conceptvoorstel maar is er door het college weer uitgehaald. Hij heeft begrepen dat het met name de drie wethouders zijn die deze beslissing hebben genomen. Bewust of onbewust, hij voelt zich er zeer onplezierig bij en vraagt zich af wat hier eigenlijk aan de hand is. Er is altijd gezegd dat de gemeente participatie hoog in het vaandel heeft. De fractie heeft deze coalitie daarom geroemd en geprezen. Het is een belangrijk gegeven en wat hem betreft is het ook een speerpunt van beleid: inspraak van de burgers. De aanwezigen van de inspraakavond hadden een politieke kleur die de heer Pekel waarschijnlijk niet zinde, die de coalitie niet zinde en die de wethouders niet zinde. De eindconclusie van die avond was heel duidelijk. Ook was er een onafhankelijk waarnemer aanwezig die avond, de journalist van het Noordhollands Dagblad. De dag er na stond in de krant dat Wervershoof niet toe wil kijken bij herindeling. Er moet actief mee worden omgegaan. Wat er uiteindelijk die avond in meerderheid is gezegd is voor hem aan geen enkele twijfel onderhevig. Deze duidelijke uitspraken horen wat hem betreft thuis in het voorstel.

De heer Steijn is van mening dat iedereen het eens is met de conclusie die op de inspraak- avond getrokken is. Hij vindt het dan ook niet zinvol om op dit niveau hier nog een tijd over te praten. Hoe dit nou wel of niet in een rapport komt is volgens hem niet in het belang van de zaak. Wel wil hij nog benadrukken dat het CDA het voorstel van de heer Beerepoot ondersteunt.

De heer Sijm denkt niet dat iedereen er hetzelfde over denkt. Hij constateert dat er een sfeer heerst van wat ons niet past gaat in de kast, of dat nou het rapport van het KPMG is of een inspraakavond. Hij vindt dit voor een zaak van zo een eminent belang een vreemde zaak. De conclusie van de inspraakavond is er volgens hem door de meerderheid van het college uitgehaald. Om dit recht te trekken stelt hij voor om de conclusie van deze avond toe te voegen aan het raadsvoorstel, als zijnde belangrijke informatie. Hij besluit met de conclusie dat een meerderheid in de regio bereid is om verder te gaan met de discussie en een minderheid daar toe niet bereid is. Hij constateert dat binnen deze raad de situatie net andersom ligt.

De voorzitter schorst de vergadering om 21.05 uur en heropent deze om 21.10 uur.

De heer Van de Swaluw heeft behoefte aan een korte opmerking. Dat is op de uitspraak van de heer Grooteman dat de gekleurdheid van het publiek het college en de heer Pekel blijkbaar niet heeft aangestaan. Hij vindt dit een nare opmerking. Er is duidelijk gezegd door de heer Pekel dat hij grote waardering heeft voor het niveau van de fractie. Op geen enkele kwalijke manier heeft hij zich verder uitgelaten. Het gaat om het opnemen van een conclusie en niet om de beoordeling over de opkomst en welke gezindheid ze hebben. Het college vindt dat het een te zwakke afspiegeling van de grootte in de gemeente was. De heren Grooteman en Sijm hebben zich na die avond ook duidelijk naar hem toe in die zin uitgelaten.

De voorzitter deelt mede dat het college het voorstel van de heer Beerepoot dat ondersteund is door een deel van de raad heeft overgenomen. Het college heeft niet overgenomen het voorstel van de heer Sijm om de eindconclusies van de voorzitter van de inspraakavond, als zijnde belangrijke informatie in het voorstel op te nemen. De voorzitter vraagt of zijn conclusie juist is dat de meerderheid van de raad het voorstel van de heer Beerepoot namens de VVD ondersteunt en dat het voorstel van de heer Sijm niet wordt overgenomen. Hij vraagt of hier nog hoofdelijk stemming over nodig is. Dat is niet het geval.

Uit de vergadering komt de vraag of het voorstel van de heer Beerepoot namens de VVD nog eens duidelijk geformuleerd kan worden. Deze luidt: Het rapport van KPMG voor kennisgeving aan te nemen zoals reeds eerder is overwogen. Wij kunnen ons echter niet onttrekken aan het gevoel dat niet consistent is gewerkt vanuit een onafhankelijk oordeel over drie opties: intensieve samenwerking, versterkt zelfstandig blijven of samengaan. De uitgeoefende druk reeds in deze verkennende fase het provinciaal bestuur uit te nodigen hun visie te geven versterkt deze indruk. Na stemming blijken de fracties ABC en Zwaagdijker Dorpsbelang tegen deze toevoeging te zijn.

De voorzitter stelt het voorstel van de heer Sijm aan de orde die gevraagd heeft om de eindconclusie van de voorzitter van de inspraakavond op te nemen in het voorstel als zijnde belangrijke informatie. Ook over dit voorstel komt de vraag of die conclusie nog eens geformuleerd kan worden. In die eindconclusie stond dat de vergadering en ook de voorzitter niet staat te trappelen om tot herindeling/opschaling te komen. Wel blijven praten met andere gemeentes als daar behoefte aan is. Tevens heeft hij de conclusie getrokken dat een gedeelte uit de vergadering voor was en een gedeelte tegen was. Hij heeft daar gevraagd of hij dat juist vertaald had en daar is door de hele vergadering ja opgezegd. Dat is de conclusie van wat Zwaagdijker Dorpsbelang in het voorstel wil hebben. Dit neemt het college dus niet over.

De voorzitter stelt voor om nogmaals te vragen of zijn conclusie juist is dat de meerderheid van de raad, met tegenstemming van de fracties Zwaagdijker Dorpsbelang en ABC, het voorstel van de heer Beerpoot namens de VVD ondersteunt. Tevens vraagt hij of de conclusie juist is dat het voorstel van de heer Sijm, als zijnde belangrijke informatie, dat niet wordt overgenomen door het college dat daar ook de meerderheid van de raad voor is en dat de fracties ABC en Zwaagdijker Dorpsbelang tegen zijn. Hier wordt bevestigend op geantwoord. Met deze eindconclusies wil de voorzitter eindigen.

9. Voorstel (no. 44) tot het beschikbaar stellen van een krediet groot ƒ 25.000,-- ten behoeve van de uitgifte van een nieuwe Promotiemap gemeente Wervershoof (3680)

De heer De Groot ondersteunt de noodzaak van vernieuwing van de promotiemap volledig. De VVD pleit er echter wel voor om de aanbesteding zoveel mogelijk te doen binnen onze eigen gemeente. De fractie betreurt het dan ook dat de aanbesteding in Friesland is gedaan zonder onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden binnen onze eigen gemeente. Hij benadrukt dat hij hier geen halszaak van zal maken, maar hij rekent er op dat bij volgende opdrachten ook de eigen ondernemers in het voortraject worden meegenomen.

De heer Luken heeft drie vragen over dit onderwerp. Hij heeft er ook moeite mee dat er naar Friesland wordt gegaan om deze map, die uiteraard zeer nodig is, te laten drukken. De vorige keer heeft deze drukker de promotiemap ook gemaakt. Hij is van mening dat geen enkel bedrijf kan mee concurreren daar deze drukker al zoveel informatie van onze gemeente heeft. Als eerste stelt hij voor om in het vervolg de bedrijven die uitgenodigd worden om offerte uit te brengen gelijkluidende informatie te verstrekken. Zijn tweede vraag is wat de criteria zijn om in de promotiemap te komen. Tenslotte vraagt hij naar de bedrijven genoemd bij de voorzieningen. Er staan vermeld: De Dars, de Zeehoek, de Zwaan en de Vlietlanden. Alle vier met een vraagteken. Zijn vraag is waarom dit lijstje, waarom de vraagtekens en waarom geen andere horeca-ondernemers. Als campings staan vermeld de Vooroever en de Vlietlanden. Hij wil graag weten waarom er niet meer bij staan omdat we meer campings in onze gemeente hebben.

De heer Steijn zegt dat een promotiemap uiteraard wordt gemaakt om een gemeente te promoten. Deze map moet dan ook een uitstekende kwaliteit uitstralen anders is het een afgang. Om deze kwaliteit te garanderen moet je bij een ervaren drukker zijn. In dit geval is dit gebeurd omdat deze ervaring met deze drukker er al was. Er zijn twee offertes aangevraagd en uitgebracht. Had de gemeente nog een andere drukker gevraagd en had die bijvoorbeeld een gelijkluidende offerte gehad dan was er waarschijnlijk een probleem geweest. Dan zou er door het ambtenarenapparaat veel tijd besteed moeten worden om alle informatie aan die nieuwe drukker te geven. Hij denkt dat het in deze situatie het beste is geweest om het op deze manier te doen.

De heer Pekel belicht waarom de gemeente ongeveer 10 jaar geleden een promotiemap heeft laten maken in Friesland. Dit kwam omdat de gemeente toen niet zo goed wist bij wie ze terecht moest. De stedebouwkundige, op dat moment aanwezig, die ook uit Friesland kwam, wist wel iemand. Dat is dan de reden dat de gemeente dit nu in Friesland ondergebracht heeft. Ook de heer Pekel heeft hier wat moeite mee. Het feit dat de gemeente daar ooit is terechtgekomen wil niet zeggen dat het ook daar in eeuwige dagen moet blijven. Hij pleit ervoor dat in volgende gevallen offertes worden aangevraagd bij bedrijven in Wervershoof of in de regio. Hij is er van overtuigd dat ook deze bedrijven kwalitatief goed werk kunnen leveren op dit gebied.

De heer Kuin zegt dat het college probeert om met die dubbele offertes de prijs-kwaliteits-

verhouding goed in de gaten te houden. Daarnaast speelt er nog een aspect. In de commissie is dit al uitvoerig aan de orde geweest. Er is op een gegeven moment gevraagd of je dit als organisatie zelf moet oppakken of kan je dit nog uitbesteden. Het leek het college een goede zaak om dit uit te besteden. Dat kon aan de vorige tekstschrijver, die heeft het toen prima gedaan. Ook de ervaring met dit bedrijf is goed. Daarbij heeft het college wel gezegd dat er dubbele offertes moeten komen. Wetende dat in Friesland de prijsvorming lager is als gemiddeld zijn er twee bedrijven daarvandaan genomen. Dan is het voordeel ook dat op een gegeven moment de bedrijfskosten daarvan best inpassend zijn. Er is gekozen voor de drukker die dit de vorige keer ook gedaan heeft omdat die nu goedkoper is. Dit bedrijf heeft bovendien een eigen ontwerper in dienst en dat brengt op zich al lagere kosten met zich mee. In zijn algemeenheid kan gesteld worden (en dat wordt ook ter harte genomen) dat in het vervolg de plaatselijke bedrijven als die aan de prijs-kwaliteitsverhouding voldoen uitgenodigd zullen worden. Aan de andere kant wil de wethouder benadrukken, zoals de heer Steijn ook zegt, dat het aan bepaalde kwaliteitsaspecten moet voldoen. Wat dat betreft denkt hij op de goede lijn te zitten. Wat betreft de vragen van de heer Luken het volgende. Met betrekking tot de informatie zegt de wethouder dat het een heel nieuw ontwerp wordt. Er zijn een achttal onderwerpen aangegeven gericht op enkele doelgroepen. Een aantal zaken is daarvan ingevuld, bij andere is nog een vraagteken geplaatst. Hoe de invulling precies gestalte krijgt, is op dit moment nog niet zeker.

De heer Luken vindt het opvallend dat dit college steeds met een aanbesteding de plaatselijke bedrijven passeert. Hij wil nog een antwoord op de vragen die nog niet beantwoord zijn. Wat zijn de criteria voor bedrijven om in deze map te komen en wat betekenen de vraagtekens achter de genoemde bedrijven?

De heer Pekel zegt dat het college goed heeft geluisterd naar de woorden van de heer Wiegel die in reclames heeft aangegeven dat Friesland kwaliteit is. In onze eigen map, die nota bene door Friesland gemaakt wordt, wordt gezegd dat Wervershoof kwaliteit is. Hij zou er aan toe willen voegen dat West-Friesland kwaliteit is. Hij is het met de wethouder eens dat de map aan bepaalde kwaliteitseisen moet voldoen. Maar hij durft te beweren dat ook een bedrijf uit de gemeente of uit de regio in staat is deze kwaliteit te leveren.

De heer Kuin is het niet eens met de opmerking dat de plaatselijke bedrijven steeds gepasseerd worden. Er zijn voldoende voorbeelden van bedrijven in de gemeente die wel ingehuurd worden maar daar heeft de raad niet altijd zicht op. De vraagtekens achter bepaalde bedrijven betekenen slechts dat er besprekingen over gaande zijn en dat dat nog moet worden uitgewerkt. Om in de map te komen moet er sprake zijn van een stuk promotie en van een stuk algemene informatie. Opname van bedrijven of recreatiegebieden moet duidelijk een toegevoegde waarde hebben voor de map. Als een buitenstaander Wervershoof ziet moet je een beeld krijgen van de gemeente, welke bedrijven er zijn en welke culturele en sportverenigingen de gemeente heeft. De map moet in hoofdlijn inzicht geven van wat er leeft binnen de gemeente.

De voorzitter trekt de conclusie dat iedereen voor is om deze map te bestellen.

Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten. 10. Voorstel (no. 45) tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Haltbureau West- Friesland (6800)

Zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten.
11. Voorstel (no. 46) tot het beschikbaar stellen van een krediet groot ƒ 46.000,-- ten behoeve van het renoveren van het 3e veld van VVW-voetbal (6830)

De heer Van Rooijen heeft zelf geconstateerd dat het derde veld van VVW aan renovatie toe is. De offertes met betrekking tot renovatie inclusief drainage zijn vergeleken in de commissie en deze waren heel duidelijk. Hij en de fractie zijn blij dat uiteindelijk gekozen is voor het goedkoopste bedrijf dat offerte heeft uitgebracht. In het voorstel was het eerst anders. Na enig rekenwerk is uiteindelijk gebleken dat Kramer-Beemster goedkoper was. Voor dit bedrijf is ook uiteindelijk gekozen.

Zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten.
12. Voorstel (no. 47) tot het treffen van een voorbereidingsbesluit voor het perceel Zwaagdijk 214 (mevr. Kompier) ten behoeve van de vestiging van een paardenpension (7000)

Zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten.
13. Voorstel (no. 48) tot het treffen van een voorbereidingsbesluit voor het perceel Zwaagdijk 48 (café De Bak van de fam. Wagemaker) ten behoeve van de uitbreiding van het pension (7050)

De heer Beerepoot realiseert zich dat dit een gevoelig onderwerp is voor de gemeenschap van Zwaagdijk. Ook in de commissie is hier uitgebreid over gesproken. In principe staat hij er welwillend tegenover. In de eerste plaats zul je als ondernemer die wil overleven je bedrijregelmatig moeten aanpassen. Er zijn in Zwaagdijk al heel veel ondernemers die hebben uitgebreid, dus waarom deze ondernemer niet. Tevens vindt hij het belangrijk dat het bedrijf gezond blijft omdat het, naast de functie van pension, ook een belangrijke sociale functie in het kerkdorp heeft. Met nadruk stelt hij als voorwaarde dat de parkeervoorzieningen zeer aantrekkelijk gemaakt moeten worden. Ook moet er nauw overleg zijn met de buren. Hij heeft begrepen dat dit de goede kant opgaat. Tenslotte hoopt hij dat het plan van de heer Wagemaker mag slagen.

Ook de heer Sijm is van mening dat deze ontwikkeling met gemengde gevoelens wordt gevolgd door de inwoners van Zwaagdijk. Er bestaat angst over wat daar zou kunnen gebeuren. Aan de andere kant moet erkend worden dat het bedrijf als een soort dependance van het dorpshuis functioneert. De fractie stelt als voorwaarde dat er een goed overleg komt met de buren. Hij vindt dit heel belangrijk. Als het bestemmingsplan wordt gewijzigd kunnen zijn inziens voorwaarden gesteld worden om de privacy van de buren veilig te stellen.

De heer Grooteman merkt op dat er in het voorstel staat dat er is aangedrongen op goed overleg. Hij vindt dit te vrijblijvend. Hij heeft dit in de commissie Ruimte verwoord als een voorwaarde. Hij stelt nu als voorwaarde dat de aanvrager, voordat de artikel 19-procedure van start gaat, overleg voert met de belanghebbenden.

De heer Van de Swaluw merkt op dat het college dezelfde gevoelens had als de raad. Toch is hij, alles afgewogen hebbende, van mening dat dit stuk met de juiste voorwaarden is ingebracht. Inmiddels heeft er al overleg plaatsgevonden tussen de ondernemer en enkele buren. De ondernemer is gevraagd ook zo snel mogelijk met de gehele buurt een gesprek te hebben. Ook de wethouder is daarbij aanwezig zodat hij op de hoogte is van wat er leeft in de buurt en de aanwezigen weten dat hun bezwaren serieus worden genomen. Bepaalde angstgevoelens over mogelijke ontwikkelingen kunnen op voorhand nooit worden weggenomen. Het overleg leverde in ieder geval op dat er is toegezegd dat de ramen aan de oostkant worden voorzien van matglas. Het worden geen openslaande ramen maar uitzetramen. Deze moeten wel zover open kunnen dat er een mens doorheen kan. Ook heeft hij de buren geïnformeerd over de verdere procedure en over de bezwaar- en beroepsmogelijkheden. Hij denkt dat dit een goede bijeenkomst is geweest maar dat het niet direct alle gevoelens van onrust weggenomen heeft. Op dit moment kunnen de bewoners immers nog niet inschatten wat de gevolgen zijn. De eerste reacties waren echter niet negatief.

De heer Sijm wil nog graag weten of de bedrijfsleider die in dienst wordt genomen een inwonende bedrijfsleider is. Hij is blij dat er al op ruime schaal overleg is geweest met de belanghebbenden, met name met de buren. Hij is het met de wethouder eens dat je nooit een situatie zult krijgen dat iedereen staat te juichen. Voor iedereen zijn er echter democratische mogelijkheden om bezwaar in te dienen.

De heer Van de Swaluw wil nog toevoegen dat de door hem genoemde negatieve gevoelens die leven bij de buren absoluut niet gelden ten aanzien van de ondernemer.

Vervolgens wordt zonder hoofdelijke stemming conform het voorstel besloten.
14. Voorstel (no. 49) tot het treffen van een voorbereidingsbesluit voor het perceel Olympiaweg 24 (fam. Dol) ten behoeve van het uitbreiden van de woning met een hobbykamer (9325)

Zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten.
15. Voorstel (no. 50) tot het treffen van een voorbereidingsbesluit voor het perceel Raiffeisenlaan 43 (fam. Doosjen) ten behoeve van het aanbouwen van een berging (9360)

Zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten.
16. Voorstel (no. 51) tot het treffen van een voorbereidingsbesluit voor een perceel aan de Veenakkers (dhr Verdonk) t.b.v. het bouwen van een schuurkas (9395)

Zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten.
17. Voorstel (no. 52) tot het treffen van een voorbereidingsbesluit voor het perceel Zwaagdijk 26 (fam. Op den Kelder) ten behoeve van het bouwen van een hobbykas (9425)

Zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten.
18. voorstel (no. 53) tot het nemen van een voorbereidingsbesluit voor het perceel ten Zuiden van Zijdwerk 17 ten behoeve van het bouwen door de heer Slagter van een woning (9460)

De heer Grooteman merkt op dat ABC op zich mee kan gaan met dit voorstel. Hij vindt wel dat beseft moet worden dat dit een kwetsbare omgeving is. Hij vindt dat de sfeer die rond de molen hangt niet verstoord mag worden door deze woning. In zijn ogen worden er woningen gebouwd die niet altijd de juiste architectuur hebben. De nieuwe woning tegenover de Werenfriduskerk is echter een uitstekend voorbeeld van hoe het wel moet. Als minder goed voorbeeld noemt hij de nieuwe woning op de Simon Koopmanstraat. Zijn inziens is de hele omgeving hierdoor verarmd. Hij hoopt dat het college extra alert is op het bouwplan in deze kwetsbare omgeving.

De heer Beerepoot sluit zich voor 100% aan bij de woorden van de heer Grooteman. Hij wil niet op de stoel van de welstandscommissie gaan zitten maar vindt wel dat met deze plaats uiterst voorzichtig omgegaan moet worden. Hij vraagt ervoor te zorgen dat de entree van Wervershoof de sfeer krijgt die het nodig heeft.

De heer Van de Swaluw zegt dat het college daar alle aandacht aan gaat besteden. Hij wil daartoe een afspraak maken met de voorzitter van de welstandscommissie, om hem te vragen extra kritisch te zijn bij het ontwerp. Het is duidelijk dat het hier om een kwetsbare plek gaat. Hij gelooft dat de hele raad dezelfde gedachte hierover heeft als het college. Wel beseft hij dat het niet altijd zo uitkomt als op tekening wordt gepresenteerd. Dat zie je vaak later pas. Ook blijft het aan persoonlijke gevoelens onderhevig. Maar het is duidelijk dat het de aandacht heeft van het college.

De voorzitter onderschrijft de woorden van de wethouder.

Vervolgens wordt zonder hoofdelijke stemming conform het voorstel besloten.
19. Voorstel (no. 54) tot het nemen van een voorbereidingsbesluit ten behoeve van perceel Zwaagdijk 3 voor het maken door de heer Lakeman van een opslagplaats voor vuurwerk (220)

De heer Beerepoot vindt het eigenlijk de omgekeerde wereld dat het bedrijf een bouwvergunning aanvraagt terwijl de milieuvergunning al is afgegeven. Hij wil voorop stellen dat de VVD op zich niet staat te juichen bij de aanwezigheid over dit soort bedrijven in het dorp. Maar hij heeft moeite om de bouwvergunning niet te geven terwijl er al wel toestemming is om vuurwerk te verwerken, te verhandelen en op te slaan. Uit het rapport van de Koninklijke Landmacht van 1997 valt te lezen dat deze activiteiten niet gevaarlijk zijn en dat de inrichting voldoet aan alle criteria. Hij weet dat alle soorten vuurwerk brandbaar zijn, maar (sier)vuurwerk moet eerst worden aangestoken wil het ontploffen. Hij wil wel instemmen met dit voorstel, zij het met gemengde gevoelens, maar zegt daarbij nadrukkelijk dat de 10 ton grens absoluut een maximum is.

Volgens de heer Steijn is het duidelijk dat het ene bedrijfstype wat makkelijker binnen de gemeente past als het andere en dat niet iedereen blij is met een vuurwerkdepot in de buurt. Hij denkt, het verslag van defensie over de eisen en de gevaren die zoiets met zich mee kunnen brengen gelezen hebbende, dat de fractie hier toch wel in mee moet kunnen gaan. Het is een bedrijfsactiviteit die aan de eisen voldoet en daarom wil het CDA dit voorstel ondersteunen.

De heer Pekel vindt evenals de heer Beerepooot dat het de omgekeerde wereld is. Er moet nu een besluit komen in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening terwijl er in het kader van de Wet Milieubeheer al een milieuvergunning is afgegeven. Als er een bouwaanvraag binnenkomt wordt er volgens hem eerst gekeken of het past in de bestemming. Bestemmingsplan Zwaagdijk 1975 biedt hiervoor niet de ruimte. Dan wordt er gekeken of het wenselijk is de bestemming te wijzigen, immers een voorbereidingsbesluit houdt het voornemen in de bestemming te wijzigen in. Als de gemeenteraad vervolgens bereid is de bestemming te wijzigen dan kan er begonnen worden met de procedure bouwplan, milieuplan, milieuvergunning. Het is wel zo dat er pas aan de bouwvergunning begonnen wordt als het zeker is dat de milieuvergunning verleend gaat worden. Er is nu een milieuvergunning afgegeven voor een activiteit die volgens het bestemmingsplan daar niet is toegestaan. Er vindt op die plek wel een dergelijke activiteit plaats maar op het stuk waarop de bunkers moeten worden geplaatst rust op dit moment een andere bestemming. De raad heeft op dit moment de keuze om akkoord te gaan met de uitbreiding van opslagcapaciteit of om het bij het oude te laten. Hij kan zich herinneren dat destijds de raad het met de goedkeuring voor 6 ton opslagcapaciteit behoorlijk moeilijk gehad heeft. De raad heeft toen uiteindelijk de ondernemer die mogelijkheid gegeven. Het is goed gegaan maar dat neemt niet weg dat ondanks alle strenge regels dit bedrijf een verhoogd risico heeft. Hij is benaderd door omwonenden die verontrust zijn over het voornemen daar nog meer ontplofbaar materiaal op te slaan. Dit is voor hem reden om afwijzend op dit voorstel te reageren. Zijn inziens past dit bedrijf met die omvang niet in een woonomgeving, maar op een andere, meer afgelegen, plaats buiten de woonbebouwing.

De heer Sijm is het in grote lijnen eens met de heer Pekel vooral met betrekking tot de ruimtelijke ordening aspecten. Hij vraagt wie de milieuvergunning heeft afgegeven. Is deze door het college afgegeven of is het in de raad behandeld. Uit de vergadering komt de opmerking dat dit niet in de raad is geweest. Ook toen was er een aanpassing van het bestemmingsplan op het gebied van ruimtelijk ordening nodig. De heer Sijm merkt op dat er nu een situatie is waarbij de milieuvergunning al is afgegeven door het college maar dat het bedrijf zijn opslagcapaciteit niet zou mogen uitbreiden. In het eerste heeft de raad geen zeggenschap gehad. Hij vindt dan ook deze discussie een beetje scheef. Hij pleit ervoor gezien de argumenten het perceel zijn huidige bestemming te laten behouden.

De heer Grooteman houdt van activiteit en levendigheid in de woonwijken en daar zou dit vuurwerk ruimschoots aan kunnen voldoen. Een kritische afweging is echter noodzakelijk. Hij vindt het belangrijk dat de omgeving er vrede mee heeft. Hij is van mening dat dit bedrijf niet in de bebouwde kom hoort, maar op een industrieterrein. Ook na nadere informatie van de familie Lakeman, die zeer op prijs is gesteld, wijzigt de heer Grooteman zijn standpunt niet. Hij is tegen de bestemmingswijziging van perceel Zwaagdijk 3.

De heer Van de Swaluw geeft aan dat de plus- en de minpunten zijn besproken door het college. Deze zijn hetzelfde als die besproken zijn in de commissie en die nu worden gehoord. Na afweging is tot dit voorstel gekomen. Met de regels die daarvoor gelden blijft de veiligheid voor de mensen zelf en de omwonenden gewaarborgd ook als er verhoogd wordt tot een opslagcapaciteit van 10.000 kilo. Bepaalde onrustgevoelens neem je echter niet weg bij omwonenden, ook niet in direct overleg tussen de betrokkenen en de omwonenden. In de commissie is de discussie afgesloten zonder advies. De wethouder kan niets toevoegen aan hetgeen in de commissie is gezegd. De negatieve gedachten en onrustgevoelens die bij de commissieleden leven kan hij niet wegnemen. De heer van de Swaluw zegt dat als het college op enigerlei wijze zou denken dat dit te gevaarlijk zou zijn voor de omwonenden, het voorstel niet ingebracht zou zijn.

De heer Beerepoot merkt op dat het hier gaat om een bestaand bedrijf dat meer ruimte nodig heeft. De eigenaar heeft een grotere bunker voor grotere opslag ergens anders en dat bedrijf wil ook weten waar het aan toe is. Hij geeft aan dat met die 10 ton de eigenaar zijn bedrijf kan blijven uitvoeren maar dat hij 10 ton absoluut de limiet vindt. Achteraf bekeken had het bedrijf daar misschien nooit moeten starten. Hij is er van overtuigd dat de veiligheid voor omwonenden gewaarborgd is, mede omdat het een open woonwijk is.

De heer Pekel wil ingaan op de opmerkingen veilig en niet gevaarlijk. Consumenten-vuurwerk behoort volgens de wetgeving tot de categorie gevaarlijke stoffen waar allerlei restricties aan verbonden zijn vooral met betrekking tot vervoer. Het houdt in dat wanneer je meer dan 500 kilo vervoert het voertuig onder permanente bewaking moet staan. In 10.000 kilo vuurwerk zit 1000 kilo kruit; een explosieve stof dus. Dat hoort niet in de bebouwde kom, ook al wordt er voldaan aan een afgegeven vergunning die weliswaar bepaalde waarborgen biedt. Er moeten zijn inziens geen besluiten worden genomen die het betreffende bedrijf het gevoel geven daar nog jaren mee uit de voeten te kunnen. Er zou niet verder meegewerkt moeten worden aan uitbreiding. Er zou geprobeerd moeten worden de ondernemer zover te krijgen dat hij een andere plek zoekt voor de opslag van zijn materiaal. Wonen mag hij daar uiteraard wel maar geen bedrijfsuitbreiding.

De heer Sijm vindt het opvallend dat de wethouder in zijn beantwoording eigenlijk louter de milieuaspecten heeft gehanteerd. Terwijl er over een voorstel gepraat wordt in het kader van de Wet Ruimtelijke Ordening. Daar wil hij zich dan ook toe beperken. Uit een onderzoek dat hij verricht heeft blijkt dat voor een vuurwerkopslag met een capaciteit van meer dan 1000 kilo een milieuvergunning moet worden aangevraagd. Deze is door het college verleend. Slechts als je minder dan 1000 kilo hebt is een algemene verordening voldoende. Voor de milieuvergunning moet er advies gevraagd worden aan een aantal instanties met betrekking tot brandwerendheid, brandblusvoorzieningen en afstand tot bebouwing. Dit is uiteraard ook in de vergunning opgenomen. Wat dat betreft klopt het precies Bij een verdere uitbreiding van de opslagplaats dient er weer een vergunning en een advies aangevraagd te worden. Op grond van de milieuvergunning is er dan ook weinig reden om deze te weigeren. Wanneer er een verzoek komt om van die 10 ton naar 10 ton plus te gaan vraagt hij hoeveel argumenten je dan nodig hebt om nee te zeggen als je nu ja zegt. Hij denkt dat wanneer je op grond van de ruimtelijk ordening nu zegt dat je deze ruimte niet voor dit doel wilt bestemmen omdat het een woongebied is, dat het enige argument is wat telt. Hij wil graag nu de mogelijkheden en argumenten horen met betrekking tot een eventuele uitbreiding naar 10 ton plus want die zouden nu ook gelden.

De heer Van de Swaluw is het eens met de heer Sijm over de gang van zaken rond het verkrijgen van een milieuvergunning. Dit zal ook gelden voor een vervolg als daar positief advies over gegeven wordt. Ook is hij het eens met de opmerking dat hij meer inging op de milieuvergunning en wat er leeft bij de buren en niet zo zeer over de ruimtelijke aspecten. Dit komt toch door de geest van de discussie die er was en is. Het is duidelijk dat de vragen en zijn antwoorden daar mee verband houden Het moet duidelijk zijn zoals ook de heer Pekel schetste dat als de raad dit niet wil de keuze aan de raad is om dit af te stemmen. Dat wordt dan niet gedaan omdat het daar te gevaarlijk is maar omdat er niet meegewerkt wordt aan het treffen van een voorbereidingsbesluit op planologische gronden.

De voorzitter denkt dat het goed is dat we duidelijk twee zaken uit elkaar uit elkaar houden.

Als eerste is voor het college bepalend een advies van de Landmacht met betrekking tot veiligheid en milieu. Als tweede is bepalend de vakmanschap van de ondernemer. Beiden zijn gewaarborgd door de milieuvergunning. Nu is aan de orde de vraagstelling inzake de ruimtelijke ordening en in hoeverre de raad daar in mee wil. Hij denkt dat hier genoeg over gediscussieerd is en wil tot hoofdelijke stemming overgaan.

De heer Sijm wil nog duidelijk een antwoord op één vraag. Als er een aanvraag komt voor 10 ton plus is het dan zo dat er weer een advies gevraagd wordt aan dezelfde dienst en zul je dan op grond van dat advies ook aan dat verzoek gevolg moeten geven?

De voorzitter antwoordt dat er fysiek door de bouwwerken aan de voorwaarden voldaan kan worden. Als dat niet het geval is, en dat speelt nu ook van 6 naar 10 ton, dan heb je weer een bouwvergunning nodig en dan is opnieuw een voorbereidingsbesluit nodig.

De voorzitter gaat tot hoofdelijke stemming over.

Het voorstel wordt met 7 stemmen voor en 5 stemmen tegen aangenomen. 20. Voorstel (no. 55) tot het vaststellen van de vierde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening APV (3660 cassette 2)

De voorzitter merkt op dat bij de tweede zin "aan de raad" een datum van 11 december 1998 vermeld staat. Dit moet zijn 1997. Deze derde wijziging is op 1 januari 1998 in werking getreden.

Zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten.
21. Voorstel (no. 56) inzake vaststelling begrotingswijzigingen (3770)

Zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten.
22. Rondvraag (3800)

De heer Luken merkt op, naar aanleiding van een vraag na afloop van de vergadering commissie middelen, dat de heer Steijn gezien heeft dat er op Koninginnedag `s morgens vroeg vrachtwagens grond stortten op het gemeentelijk gronddepot aan de Vok Koomenweg. Hij wil graag weten of dit legaal was of niet. Mocht dit twijfelachtig zijn dan adviseert hij om de hekken op zaterdag en op zon- en feestdagen gesloten te houden zodat er meer controle is op de stort van grond. Hij vindt het levensgevaarlijk als daar eventueel vervuilde grond zou worden gestort.

De heer Van de Swaluw zegt dat door de afdeling voor het transport toestemming was verleend. Op het moment dat hij hier van hoorde is er overleg geweest. Er is gezegd dat als er goedkeuring gegeven wordt aan aanvoer van grond dit wel onder controle moet gebeuren en niet op dergelijke tijdstippen. Dit zal in het vervolg niet meer gebeuren. Alhoewel het tijdstip dat zou kunnen vermoeden is er geen sprake van vervuilde grond.

De heer Beerepoot is benaderd door een groep jongeren met het verzoek om een half-pipe. Dit is een baan waarop je kunt skeeleren en skaten. Hij vraagt of het college wil onderzoeken wat de kosten hiervan zijn, of er een geschikte plek voor is en of de hele raad dit leuk vindt voor de jeugd. Hij vond het idee van die jongens absoluut niet verkeerd en is van mening dat als er een half-pipe geplaatst wordt ze ergens anders geen narigheid uithalen.

De voorzitter is van mening dat het college dit in positieve zin wil oppakken. Hij weet dat de kosten hiervoor tussen de ƒ 20.000,-- en ƒ
30.000,-- liggen. Daar is wel geld voor alleen kun je het dan niet meer aan iets anders besteden. Hij heeft de ervaring dat de plaats de grootste problemen geeft, want waar je het plaatst, mensen komen met klachten .Met dit gegeven zal hij het in het college bespreken

Vervolgens sluit hij de vergadering om 22.20 uur.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Wervershoof in zijn openbare vergadering van 15 juli 1999.

De raad voornoemd,

De secretaris, De voorzitter,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie