Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verklaring ministeriele conferentie van San Jose

Datum nieuwsfeit: 20-05-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

San José : 15. Ministerial Conference

Press Release: Klagenfurt (20-05-1999) - Nr. 8437/99 (Presse 162)


MINISTERIËLE CONFERENTIE VAN SAN JOSE XV

BONN, 20 MEI 1999

GEZAMENLIJK COMMUNIQUE


1. De vijftiende ministeriële conferentie over de politieke dialoog en de economische samenwerking tussen de Europese Unie en de lidstaten van het Centraal-Amerikaanse integratiesysteem heeft op 20 mei 1999 plaatsgevonden te Bonn, Duitsland. Als samenwerkende landen waren Colombia, Mexico en Venezuela aanwezig, en als waarnemers de landen Belize en de Dominicaanse Republiek. ()
2. De ministers verwelkomden de vergadering in Bonn als een belangrijke gelegenheid om van gedachten te wisselen over de bijdrage die de Europese Unie en Centraal-Amerika hebben geleverd in verband met de nasleep van de orkaan Mitch, die in oktober en november 1998 grote delen van Centraal-Amerika, in het bijzonder Honduras en Nicaragua, heeft verwoest. De Europese Unie prees de bevolking en de regeringen van Centraal-Amerika voor de vastberadenheid en moed waarmee ze hebben gereageerd op het lijden en de schade die door de orkaan veroorzaakt waren. De Centraal-Amerikaanse landen erkenden de snelle en ruimhartige reactie, van de Europese Unie en haar lidstaten op de ramp ten belope van meer dan 1 miljard euro. Zij toonden hun erkentelijkheid voor het schuldendienstmoratorium, voor de in de club van Parijs genomen besluiten tot schuldvermindering, voor de bilaterale kwijtscheldingen van schulden en voor de bijdragen aan de multilaterale schuldendienstfaciliteit, alsook voor de nieuwe Europese en andere internationale initiatieven voor schuldvermindering. Zij verwelkomden het actieplan van de EU voor de wederopbouw van Centraal-Amerika ten belope van 250 miljoen euro, dat tijdens de conferentie werd gepresenteerd. De ministers namen nota van de conclusies van de Raad van de EU d.d. 17 mei 1999 hierover. De onderhandelingen over de voorwaarden en details van dit programma dienen zo spoedig mogelijk te beginnen opdat het snel kan worden uitgevoerd. Wat de nasleep van de orkaan Mitch betreft, waren de Ministers het erover eens dat in de wederopbouwprogramma's de structurele problemen in Centraal-Amerika niet louter door middel van wederopbouw, maar ook via maatschappelijke hervormingen moeten worden aangepakt. De programma's dienen de kwetsbaarheid en de uitsluiting van de minder bevoorrechte bevolkingsgroepen te verminderen, rampenpreventie te verbeteren, de duurzaamheid van het economische, het sociale en het ecosysteem te verbeteren en de inspanningen tot consolidatie van de democratie, de rechtsstaat en de sociale gerechtigheid te continueren.
In dit verband erkent de Europese Unie de huidige inspanningen van Centraal-Amerikaanse kant om een behoorlijk bestuur te realiseren, in het bijzonder door het professionaliseren en decentraliseren van het overheidsbeheer, door meer doorzichtigheid en een verantwoord gebruik van de middelen. De Europese Unie nam met voldoening kennis van de verbintenis van de Centraal-Amerikaanse landen om de inspanningen op deze terreinen nog op te voeren. Beide zijden kwamen overeen ter zake samen te werken. De ministers onderstreepten dat het van belang is dat de civiele maatschappij, de NGO's en de particuliere sector meer bij de wederopbouw worden betrokken.
In dit verband herhaalden de partijen het belang van de komende vergadering van de consultatieve groep te Stockholm tussen de donorlanden en de ontvangende Centraal-Amerikaanse landen, waar deze punten in een breder kader kunnen worden besproken en gewerkt kan worden aan een geschikt mechanisme om de hervorming en de weder- opbouw in Centraal-Amerika te coördineren.
3. De ministers namen met voldoening kennis van de vooruitgang die geboekt is bij de consolidatie van het vredesproces en de democratisering in Centraal-Amerika. In dit verband beschouwden zij de verkiezingen in El Salvador op 7 maart en in Panama op 2 mei 1999 als een belangrijke bijdrage aan de versterking van het democratisch bestel. Zij toonden zich ingenomen met het lopende vredesproces in Guatemala en bevestigden dat zij een bijdrage zullen leveren aan de uitvoering van de vredesovereenkomsten. Zij spraken de hoop uit dat de aanbevelingen van de commissie voor historische opheldering verder zullen worden uitgevoerd. De ministers namen nota van het resultaat van het referendum in Guatemala op 16 mei 1999. In dit verband verwelkomden zij de bereidheid en de vastbeslotenheid van de Guatemalteekse regering om de vredesovereenkomsten binnen het kader van de grondwet te blijven toepassen. De Ministers waren het erover eens dat, met het oog op de consolidatie van de democratie in Centraal-Amerika, de inspanningen om de burgers meer bij het politieke leven te betrekken, dienen te worden opgevoerd. In dit verband onderstreepten zij dat het van belang is dat het proces tot modernisering van de kieswetten en -procedures wordt voortgezet. De Europese Unie stemde er mee in ook op deze terreinen haar medewerking te blijven verlenen.

4. De ministers herhaalden hun overtuiging dat versterking van het gerechtelijke systeem ter waarborging van de rechtsstaat en, in het bijzonder, versterking van de wetshandhavings- procedures van doorslaggevend belang zijn voor de toekomstige ontwikkeling van Centraal-Amerika. De partijen erkenden de geboekte vooruitgang en achtten het gewenst hun samenwerking op dit terrein voort te zetten en uit te breiden.

5. De ministers erkenden de inspanningen van Centraal-Amerika om de veiligheid van de burgers te waarborgen. In dit verband onderstreepte de Europese Unie dat zij vastbesloten is om de samenwerking voort te zetten en nog te intensiveren, in het bijzonder bij de opleiding van diegenen die betrokken zijn bij de veiligheid van de burgers.

6. Gezien het feit dat de economische mondialisering en de concurrentie echte uitdagingen vormen, namen de ministers met belangstelling kennis van het voornemen van de landen van Centraal-Amerika om tot een verdergaande en meer dynamische regionale integratie te komen. Zij erkenden de inspanningen die Centraal-Amerika zich op dit punt heeft getroost en benadrukte de noodzaak van verdere vooruitgang. De Europese Unie herhaalde, overeenkomstig haar onlangs goedgekeurde strategie voor regionale samenwerking, haar aanbod om haar medewerking te verlenen op het gebied van regionale institutionele hervormingen, het uitstippelen van gemeenschappelijke beleidsmaatregelen en de deelname van de civiele maatschappij aan het integratieproces. Ook verklaarde de Europese Unie zich bereid zich te beraden over een eventuele bijdrage aan het opzetten van een Centraal-Amerikaans opleidingsprogramma inzake regionale integratie.
7. De partijen gaven de verwachting te kennen dat de volgende topconferentie van staatshoofden en regeringsleiders tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika en het Caribische Gebied te Rio de Janeiro in juni 1999, evenals de diverse bestaande subregionale dialogen, zullen leiden tot versterking van de onderlinge samenwerking en vriendschap tussen de deelnemende landen. Tevens benadrukten zij de belangrijke rol van Centraal-Amerika bij deze gebeurtenis.

8. De ministers benadrukten dat de combinatie van interne conflicten en de ongecontro- leerde verspreiding van handvuurwapens een ernstige uitdaging voor de internationale gemeenschap vormt. In dit verband verwelkomden zij het Gemeenschap- pelijk optreden van de Europese Unie tot bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens, en onderstreepten zij hun vastberadenheid om op dit terrein nauwer samen te werken. De partijen kwamen overeen hoge prioriteit te verlenen aan inspanningen om een einde te maken aan het lijden en de vernietiging die worden veroorzaakt door het onzorgvuldig gebruik van anti-personeelmijnen. Zij verwelkomden de inwerkingtreding, per 1 maart 1999 van het Verdrag van Ottawa inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van anti-personeelmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens, en beklemtoonden het belang van een volledige en snelle uitvoering van het verdrag. Zij riepen alle landen op om zich aan te sluiten bij het streven naar de volledige uitbanning van anti-personeelmijnen in de gehele wereld. Zij beklemtoonden het belang van de verklaring inzake ontmijning in Centraal-Amerika die op 12 april 1999 door de ministers van Buitenlandse Zaken van de regio te Managua, Nicaragua, is ondertekend in het kader van het ontmijningsforum, van de bekrachtiging van het Verdrag van Ottawa door de nationale parlementen van Centraal-Amerika en Panama, en van het feit dat de vernietiging van de voorraden aan anti-personeelmijnen in Nicaragua van start is gegaan.
In dit verband werd van Europese zijde aangeboden samenwerking op het gebied van de revalidatie van door landmijnen getroffen personen voort te zetten.

9. De ministers bevestigden dat zij zeer vastberaden zijn om het werelddrugsprobleem te bestrijden op basis van gedeelde verantwoordelijkheid en samenwerking. In dit verband onderstreepte zij het belang van de eerste vergadering op hoog niveau van het coördinatie- en samenwerkingsmechanisme inzake drugs tussen de Europese Unie, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied van 8/9 april 1999 in Panama, en verwelkomden zij het alomvattende actieplan inzake drugs, dat aan de komende Top in Rio de Janeiro zal worden voorgelegd.
De partijen kwamen overeen het noodzakelijke studiewerk te laten verrichten met het oog op de ontwikkeling van subregionale strategieën voor de bestrijding van drugs en hiermee verbonden criminaliteit, in het kader van het coördinatie- en samenwerkings- mechanisme inzake drugs tussen de Europese Unie, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.
10. De ministers verwelkomden de inwerkingtreding, per 1 maart 1999, van de in San Salvador ondertekende raamovereenkomst inzake de samenwerking tussen de EG en Centraal-Amerika. De overeenkomst heeft ten doel de samenwerking op de verschillende terreinen, alsook de algemene betrekkingen tussen de partijen, te versterken met het oog op de nieuwe uitdagingen die zich aandienen.
11. De ministers onderstreepten het belang van de huidige en toekomstige multilaterale onderhandelingen in het kader van de wereldhandelsorganisatie, die zouden moeten leiden tot uitbreiding van de handel tot wederzijds voordeel van de partijen. 12. De partijen gaven hun voldoening te kennen over de hernieuwing van het speciale schema van aan Centraal-Amerika toegekende preferenties voor landbouwproducten, en de uitbreiding van dit schema per 1 januari 1999 tot industrieproducten. Zij waren ervan overtuigd dat een en ander zal bijdragen tot een sterkere integratie van Centraal-Amerika in de wereldeconomie, doordat de uitvoer van het gebied zal toenemen, er nieuwe productiesectoren zullen worden ontwikkeld, en nieuwe arbeidsplaatsen zullen worden geschapen. Van Centraal-Amerikaanse zijde werd het van belang geacht dat de voorwaarden van het preferentiestelsel gedurende de looptijd onveranderd zullen blijven.
De Europese Unie erkende dat dit speciale schema eveneens een aanzienlijke bijdrage vormt tot de inspanningen van de Centraal-Amerikaanse landen bij de bestrijding van drugs en het witwassen van geld.
Tenslotte waren de partijen het erover eens dat de toekenning van deze speciale preferenties het proces van economische integratie van de regio zal ondersteunen.
13. De partijen kwamen, naar aanleiding van de toezegging van de Europese Unie om Centraal-Amerika bij te staan met het oog op een optimale integratie in de wereldeconomie, overeen te blijven zoeken naar een passend kader voor hun toekomstige handels- en investeringsbetrekkingen, zulks teneinde de handelsstromen te versterken en te diversifiëren en aan het bedrijfsleven duidelijke en stabiele regels te verstrekken. Dit punt moet ter sprake komen tijdens een tweede vergadering van het handelsforum, die in de tweede helft van 1999 zal worden belegd.
De agenda zal op een later moment door de bevoegde autoriteit van beide partijen overeengekomen worden; belangrijke onderdelen van de discussie zouden kunnen zijn: voorwaarden voor wederzijdse markttoegang, harmonisatie van het economisch beleid, bescherming van de intellectuele eigendom en passende douaneprocedures. 14. De ministers erkenden de belangrijke rol van investeringen bij de versterking van de economische betrekkingen tussen beide regio's. Zij bevestigden de wederzijdse verbintenis om initiatieven die tot doel hebben een krachtiger stroom van investeringen op gang te brengen, aan te moedigen en erkenden het belang van bilaterale overeenkomsten die een juridisch kader bieden voor de bevordering en bescherming van bilaterale investeringen.
De ministers benadrukten het belang van de programma's EC Investment Partners (ECIP) en AL-Invest bij de bevordering van de handel en de investeringen tussen de twee gebieden. Zij kwamen overeen maatregelen te nemen ten gunste van een actieve deelname van Centraal-Amerika aan deze programma's en aan andere horizontale programma's van de Europese Gemeenschap ten behoeve van Latijns-Amerika, zoals het Programma voor de academische opleiding in Latijns-Amerika (ALFA), het Programma voor rationeel gebruik van energie in Latijns-Amerika (ALURE) en het Stadsprogramma in Latijns-Amerika (URBAL).
15. De partijen verwelkomden de blijvende deelname van de Europese Investeringsbank in Centraal-Amerika en benadrukten het belang van de recente gesloten lenings- overeenkomst met de Centraal-Amerikaanse Bank voor Economische Integratie (BCIE). Van Centraal-Amerikaanse zijde werden de lidstaten van de Europese Unie opnieuw uitgenodigd om als buitenregionale leden tot deze bank toe te treden.
Voorts namen de partijen met voldoening kennis van de vooruitgang die is geboekt tijdens recente discussies met de BCEI, die vooral betrekking hadden op het aanwenden van beschikbare middelen uit de lopende EG-BCIE-programma's ten behoeve van de algemene wederopbouw- en hervormingsinspanning van de regio in de nasleep van de orkaan Mitch.
16. Met betrekking tot de natuurrampen die zich om verschillende redenen op onze planeet voordoen, waren de ministers het erover eens dat gezamenlijke actie tot verzachting van de gevolgen, en een gecoördineerd en snel optreden, noodzakelijk zijn; tegen deze achtergrond achtten zij het nodig dat de maatregelen tot versterking en bescherming van het milieu in Centraal-Amerika worden uitgebreid, in het bijzonder gezien de kwetsbare situatie in die regio. Hiertoe wezen zij op het belang van een passend regionaal beleid in dit gebied, waarvoor van Europese zijde andermaal steun werd toegezegd.
17. De ministers verwelkomden de aanstaande overdracht op 31 december 1999 van het Panamakanaal waardoor dit onder Panamese souverreiniteit zal komen.
18. Centraal-Amerika en de Europese Unie achtten het een genoegen het belang en de speciale aard van hun voorbeeldige en langdurige relatie te bevestigen, alsook de solidariteit tussen de volkeren van de twee regio's, die bij de recente dramatische gebeurtenissen in Centraal-Amerika eens te meer gebleken is. 19. De partijen kwamen overeen de volgende ministeriële zitting te houden in Portugal tijdens de eerste helft van het jaar 2000. 20. De deelnemers spraken hun grote erkentelijkheid uit jegens het Duitse volk en de regering van Duitsland voor de attente ontvangst en de steun waarop zij mochten rekenen om de conferentie tot een goed einde te brengen.

voor de lidstaten van het
Centraal-Amerikaanse Integratiesysteem voor de Europese Unie de Minister van Buitenlandse Zaken
van Nicaragua
Voorzitterschap pro tempore de Voorzitter van de Raad de Vice-Voorzitter van de Commissie
BIJLAGE
LIJST VAN DE DEELNEMERS
EUROPESE UNIE

Duitsland

de heer Joschka FISCHER
Minister van Buitenlandse Zaken, voorzitter van de Raad van de Europese Unie
de heer Günter VERHEUGEN
Staatsminister van Buitenlandse Zaken
mevrouw Heidemarie WIECZOREK-ZEUL
Minister van Economische Samenwerking en Ontwikkeling Finland

de heer Jukka VALTASAARI
Vice-minister van Buitenlandse Zaken
Europese Commissie

de heer Manuel MARÍN
Vice-voorzitter
Secretariaat-generaal van de Raad

de heer Jürgen TRUMPF
Secretaris-generaal

CENTRAAL-AMERIKA

Costa Rica

de heer Roberto ROJAS
Minister van Buitenlandse Zaken
El Salvador

de heer Hector GONZALEZ
Vice-minister van Buitenlandse Zaken
Guatemala

de heer Arturo DUARTE
Directeur-generaal, ministerie van Buitenlandse Zaken Honduras

de heer Roberto FLORES
Minister van Buitenlandse Zaken
Nicaragua

de heer Eduardo MONTEALEGRE
Minister van Buitenlandse Zaken
Panama

de heer Enrique THAYER
Ambassadeur

SICA

de heer Ruben OROZCO
Directeur


* * *
SAMENWERKENDE LANDEN

Colombia

de heer Hernán BELTZ PERALTA
Ambassadeur
Mexico

de heer Roberto FRIEDRICH
Ambassadeur
Venezuela

de heer Erik BECKER BECKER
Ambassadeur


* * *
WAARNEMERS

Belize

de heer Assad SHOMAN
Ambassadeur
Dominicaanse Republiek

Dr. Vinicío TOBAL U
Ambassadeur


* * *

Europees Parlement

de heer José SALAFRANCA
Lid
Centraal-Amerikaans Parlement

de heer Ramon ABREU FLORES
Vice-voorzitter
BCIE

de heer Alejandro AREVALO
President
SIECA

de heer Alfonso PIMENTEL
Uitvoerend directeur


/newsroom/press/c/ACF67.html

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie