Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Geannoteerde Agenda Algemene Europese Raad 31 mei 1999

Datum nieuwsfeit: 21-05-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Algemene

Commissie voor Europese Zaken

en de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's Gravenhage
Directie Integratie Europa

Associatie en andere Bijzondere Betrekkingen

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 21 mei 1999
Kenmerk 336/99
Blad /22
Bijlage(n) *
Betreft Geannoteerde Agenda

Algemene Raad d.d. 31 mei 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij de geannoteerde agenda van de Algemene Raad van 31 mei a.s. aan te bieden.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Geannoteerde Agenda Algemene Raad d.d. 31 mei 1999

Horizontale vraagstukken

Voorbereiding van de Europese Raad van Keulen


- Europese Veiligheids- en Defensieidentiteit (EVDI)

De Europese Raad in Wenen in december 1998 heeft bepaald dat de Europese Raad in Keulen het vraagstuk betreffende een gemeenschappelijk Europees beleid inzake veiligheid en defensie zal bespreken en conclusies terzake zal formuleren. De Algemene Raad van
31 mei zal deze bespreking voorbereiden.

Het verdrag van Amsterdam voorziet in het ontwikkelen van een gemeenschappelijk Europees defensiebeleid in de EU, en voorziet in de mogelijkheid om de WEU in de EU te integreren (artikel 17).

De Nederlandse regering stelt zich al sinds 1994 op het standpunt dat zulks op den duur wenselijk zou zijn.

Met name het Verenigd Koninkrijk heeft zich hier altijd tegen verzet, maar het VK wijzigde zijn positie, getuige de Frans-Britse verklaring van Saint-Malo van 4 december 1998. Voortbouwend op deze positieve ontwikkeling presenteerde het Duitse Voorzitterschap gedachten over EU-geleide vredesoperaties die tijdens het informele Gymnich-overleg van de Ministers van Buitenlandse Zaken van de EU medio maart jl. te Reinhartshausen werd besproken. Hierover werd Uw Kamer geïnformeerd (brief DPZ-159/99 d.d. 16 maart 1999, met het Duitse non-paper als bijlage.) Het gaat in dit voorstel om zgn. Petersberg-taken (d.w.z. vredesoperaties), niet om collectieve verdediging. De NAVO-top te Washington van apriljl. besloot vervolgens een perspectief te bieden NAVO-middelen te gebruiken voor door de EU geleide vredesoperaties en een directe EU-NAVO relatie zonder tussenkomst van de WEU. Het NAVO-aanbod werd voorwaardelijk gedaan en de uiteindelijke besluitvorming in de NAVO zal mede afhankelijk zijn van de ontwikkeling van relevante arrangementen in de EU (para 9 en 10 van NAVO communiqué van Washington van 24 april).

Nederland beschouwt het Duitse werkdocument als een goede basis. Nederland is van mening dat de ontwikkeling van de EVDI op het terrein van de Petersburg-taken een belangrijke impuls kan worden gegeven door met name maximaal gebruik te maken van NAVO-middelen voor EU-geleide vredesoperaties en een rechtstreekse EU-NAVO relatie zonder tussenkomst van de WEU. Het politieke momentum dat is ontstaan door het aanbod tijdens de NAVO-Top in Washington, zal moeten worden benut en de ER van Keulen zou hierop positief moeten reageren. De ER in Keulen zal de politieke doelstellingen duidelijk moeten aangeven, waarbij de institutionele aspecten later aan de orde zullen komen. De formele besluiten zullen bij voorkeur eind 2000 moeten vallen.

Daarnaast is het voor Nederland van belang dat adequate betrokkenheid bij dit proces wordt voorzien van de Europese niet-EU NAVO-lidstaten (Turkije, Noorwegen, IJsland, Polen, Hongarije en Tjechië). Dit is van belang teneinde te voorkomen dat deze landen in de NAVO besluiten blokkeren over 'uitleen' van NAVO-middelen t.b.v. EU-geleide vredesoperaties uit onvrede over onvoldoende betrokkenheid bij EU-besluitvorming. Voor EU-geleide vredesoperaties zal verder naar Nederlandseopvatting maximaal gebruik moeten worden gemaakt van NAVO-middelen en -capaciteiten, behalve voor kleinschalige, ongecompliceerde operaties waarvoor een beroep op de NAVO niet zinvol zou zijn.


- Institutionele hervormingen

De Algemene Raad zal ter voorbereiding van de Europese Raad van Keulen een tweede debat houden over de aanpak van de institutionele hervormingen. Tijdens de laatste Algemene Raad van 17 mei jl. bleek dat de lidstaten nog verschillend denken over de reikwijdte en de voorbereiding van de intergouvernementele conferentie over deze hervormingen. Sommige lidstaten willen een beperkte agenda waarop alleen de samenstelling van de Commissie en de stemmenweging in de Raad staan. Nederland en verschillende andere lidstaten vinden dat in het licht van een Europese Unie van 25 of meer lidstaten een meeromvattende agenda een beter vertrekpunt van de komende IGC vormt. Ook over de voorbereiding van de conferentie, bijvoorbeeld door een verkenning van een 'groep van wijzen', zijn de meningen vooralsnog verdeeld.

Er bestaat wel een redelijke mate van overeenstemming om de conferentie eind 2000 onder Frans Voorzitterschap af te ronden.

De regering heeft de Kamer inmiddels een notitie over de IGC toegezonden, waarin de Nederlandse zienswijze op de voorbereiding, tijdpad en agenda van de conferentie nader worden toegelicht.


- EU-handvest voor de grondrechten

Het Duitse Voorzitterschap hoopt dat de Europese Raad in Keulen zal willen instemmen met de instelling van een breed samengestelde groep die een ontwerp-tekst voor een Handvest inzake grondrechten zou moeten opstellen. Onder meer vertegenwoordigers van het Europees Parlement en de nationale parlementen zouden van deze groep deel moeten uitmaken. Deze werkgroep zou zijn werk aan de Europese Raad van december 2000 moeten voorleggen. Deze tekst zou vervolgens als een soort 'plechtige verklaring' geproclameerd kunnen worden door de Raad, de Commissie en het Europees Parlement. Het Handvest zou, als politieke verklaring, los moeten staan van de institutionele hervormingen en niet mogen raken aan bevoegdheidsverdeling.

Tijdens de Algemene Raad van 17 mei jl. werden door verschillende lidstaten kanttekeningen geplaatst. Iedereen erkent het belang van grondrechten, maar er bestaat twijfel over de vraag of de Unie naast de bestaande mensenrechtenverdragen, zoals het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), een eigen (concurrerend?) charter zou moeten aanvaarden. Een EU-Handvest brengt het risico met zich mee dat de bestaande rechtsontwikkeling in Straatsburg (Europees Hof voor de Rechten van de Mens) wordt verstoord.

Nederland heeft positief op het voorstel van het Voorzitterschap gereageerd. Nederland heeft gewezen op de versterkte verankering van de grondrechten in het Verdrag van Amsterdam.

De bescherming van mensenrechten is inmiddels ver gevorderd binnen de EU. Het Verdrag van Amsterdam en de koppeling die daarin gelegd wordt met nationale grondrechten en het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens geeft behoorlijke waarborgen. Bovendien baseert het Hof van Justitie in Luxemburg, waar nodig, zijn uitspraken mede op de Europese Conventie en de jurisprudentie van het Straatsburgse Hof. Een nieuw initiatief zou derhalve ambitieus moeten zijn en verder moeten gaan dan een politieke verklaring, wil het zich kunnen onderscheiden.


- Mensenrechten

De Algemene Raad in december 1998, aanvaarde een zestal actiepunten op het gebied van de rechten van de mens. In het kort betrof het: (1) verbetering van de gemeenschappelijke vaststelling van mensenrechtensituaties, inclusief een mogelijk jaarlijks EU-mensenrechtenrapport; (2) verdere ontwikkeling van onderwijs en trainingsactiviteiten; (3) beoordeling van het nut van een periodiek discussieforum, waaraan de EU instituties en vertegenwoordigers van universiteiten en NGO's zouden kunnen deelnemen; (4) het opzetten van een gemeenschappelijk rooster van Europese mensenrechten experts met het oog op veldoperaties en verkiezingswaarneming; (5) ontwikkelen van regels voor samenwerkingsprogramma's met derde landen; en (6) mogelijke versterking van de EU-structuren met het oog op een coherente verwezenlijking van de eerste vijf punten. Het Duitse voorzitterschap zal een voortgangsrapport over deze aangelegenheid aan de Algemene Raad ter goedkeuring voorleggen. In de conclusies van de Raad zal alleen de goedkeuring figureren. Het voortgangsrapport zal in een annex worden opgenomen.

Ten tijde van de opstelling van deze geannoteerde agenda was het voortgangsrapport nog niet verspreid door het Voorzitterschap. Het valt echter te verwachten dat Nederland zal kunnen instemmen met de uiteindelijke inhoud ervan.

(Event.) Uitbreiding

Op 22 juni a.s. zullen de ministeriële Intergouvernementele Conferenties (IGC's) met zes kandidaatlidstaten plaatsvinden. Daartoe zal de Algemene Raad de EU-posities inzake het hoofdstuk vrij verkeer van goederen vaststellen. Naar verwachting wordt dit een A-punt.

Veel van het voorbereidende werk voor de IGC van 22 juni a.s. is reeds verricht in de aanloop naar en tijdens de twee IGC's op niveau van plaatsvervangers op 19 april en 19 mei jl. De Algemene Raad stelde in dat verband reeds de EU-posities vast ten aanzien van de hoofdstukken consumenten & gezondheidsbescherming, visserij, statistieken, ondernemings-recht, externe betrekkingen en douane unie.

Naar verwachting zal tijdens de ministeriële IGC's van 22 juni geconstateerd kunnen worden dat het Duitse Voorzitterschap de onderhandelingen goed op koers heeft gehouden. Acht nieuwe hoofdstukken zullen dan in behandeling zijn genomen, waarmee het aantal geopende hoofdstukken op 15 komt. Het gehele acquis is in 31 hoofdstukken onderverdeeld.

Artikel 4 Verslag over de door de Unie gemaakte vooruitgang (kan A-punt worden)

Artikel 4 van het Verdrag van Amsterdam (voorheen artikel D) bepaalt dat de Europese Raad een schriftelijk jaarverslag voorlegt aan het Europees Parlement over de door de Unie gemaakte vooruitgang inzake de ontwikkeling van de Unie en de vaststelling van de algemene politieke beleidslijnen.

Het voorliggende verslag is in algemene bewoordingen gesteld en geeft geen aanleiding tot bijzondere opmerkingen. Het is niet de verwachting dat de Raad er een inhoudelijk debat aan zal wijden. Dit agendapunt zal hoogstwaarschijnlijk als A-punt worden behandeld.

Comitologie/ de vernieuwing van het comitologie-besluit

De Raad zal dit onderwerp voor het eerst inhoudelijk bespreken aan de hand van een voorstel van het Voorzitterschap voor een ontwerp-besluit. Het voorzitterschap streeft ernaar tot (politieke) besluitvorming te komen.

De Intergouvernementele Conferentie (IGC) die leidde tot het Verdrag van Amsterdam heeft bij het nieuwe Verdrag een verklaring aanvaard waarin de Commissie wordt opgeroepen "om uiterlijk eind 1998 een voorstel bij de Raad in te dienen tot wijziging van het besluit van de Raad van 13 juli 1987 tot vaststelling van de voorwaarden die gelden voor de uitoefening van aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden". Dit besluit van de Raad staat bekend als het "comitologiebesluit".

Het comitologiebesluit is gebaseerd op artikel 145 van het EG-Verdrag. Dit artikel bepaalt dat de Raad de uitvoering van zijn besluiten in beginsel aan de Commissie overlaat. Aan deze uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie kan de Raad voorwaarden verbinden. De voorwaarden moeten beantwoorden aan de regels en beginselen die de Raad vooraf heeft vastgesteld in een besluit dat, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, met eenparigheid van stemmen door de Raad is genomen.

Over de uitvoering van communautaire wetgeving wordt over het algemeen weinig geklaagd. Het comitologiebesluit zelf wordt echter vaak bekritiseerd omdat de daarin vastgelegde uitvoeringsprocedures als ingewikkeld en weinig doorzichtig worden ervaren. Zie ook de brief met bijgaande notitie van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken aan Uw Kamer d.d. 14 december 1998, Kamerstuk 22 112 en het verslag van het Algemeen Overleg inzake comitologie op 4 maart jl., Kamerstuk 26
200 V.

Voorstel Commissie

Het voorstel dat de Commissie op 16 juli 1998 bij de Raad heeft ingediend beoogt onder meer (1) de keuze van de te volgen uitvoeringsprocedure in de basiswetgeving te vergemakkelijken, (2) de procedures te vereenvoudigen en (3) de controlemogelijkheden op de uitvoering van communautaire wetgeving te verscherpen.

Inzet Europees Parlement

Het EP zet onder meer in op wijziging van de huidige zwaarste comitologievariant, de regelementeringsprocedure. Deze kan er toe leiden dat door de Commissie voorgestelde uitvoeringsmaatregelen aan de Raad moeten worden voorgelegd. De Raad kan dan een besluit nemen, terwijl het basisbesluit, waaraan de maatregelen uitvoering beogen te geven, in de meeste gevallen door EP en Raad gezamenlijk was vastgesteld. Het EP wenst bovendien te kunnen controleren of de Commissie bij de uitvoering haar boekje te buiten gaat met voorstellen die het karakter van uitvoering ontstijgen en in feite neerkomen op wetgeving.

Plenaire behandeling op 10 mei jl. van het Commissievoorstel in het Europees Parlement heeft geresulteerd in een resolutie waarin het EP, onder erkenning van een zekere vooruitgang in de onderhandelingen, zijn goedkeuring laat afhangen van de verwerking van de amendementen in het voorstel. Volgens het voorzitterschap is het EP in hoofdzaak te doen om de reglementeringsprocedure en het toetsingsrecht en zou het minder waarde hechten aan de andere amendementen.

Inzet Raad

De Raad is, wat betreft de reglementeringsprocedure, in meerderheid voorstander van handhaving van het laatste woord voor de Raad indien de Commissie contrair wil gaan aan de bevinding van het comité. Voorts zal een controlerecht voor het EP zich puur moeten beperken tot toetsing of de voorgestelde maatregelen de uit het basisbesluit voortvloeiende uitvoerende bevoegdheden overschrijden.

Nederlandse inzet

Nederland is voorstander van stroomlijning, vereenvoudiging en verduidelijking van de comitologieprocedures onder handhaving, en waar mogelijk verbetering, van de werkbaarheid ervan, vooral ook in urgente gevallen.

Een nieuw comitologiebesluit zal moeten voorzien in betere, stelselmatige informatievoorziening aan het Europees Parlement over alle besluiten in comitologie genomen en meer toezicht van het EP op de in de communautaire wetgeving aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden. Een grotere rol voor het EP in de procedure zal er echter niet toe mogen leiden dat wetgevende en uitvoerende taken door elkaar lopen en dat werkbaarheid en effectiviteit van de procedure in gevaar komen. Voorts deelt Nederland de hiervoor genoemde standpunten van een raadsmeerderheid.

Laatste stand van zaken

Het voorzitterschap staat, gegeven de toch nog grote tegenstellingen tussen EP en Raad, voor een zware opgave indien het streeft naar aanvaarding (met eenparigheid van stemmen) in de Raad van een compromis dat inhoudelijk aan de wensen van het zittende parlement tegemoetkomt. Bovendien zal het EP opnieuw moeten worden geconsulteerd indien de Raad het Commissievoorstel substantieel wijzigt.

Het valt dus zeker niet uit te sluiten dat dit onderwerp over de EP-verkiezingen en het Duitse voorzitterschap zal moeten worden heengetild.

Externe betrekkingen

(eventueel) Onderhandelingsrichtsnoeren voor associatie- overeenkomsten met Mercosur en Chili

De Algemene Raad zal verzocht worden zich uit te spreken over de concept-onderhandelingsrichtsnoeren voor onderhandelingen over handelsakkoorden met Mercosur en Chili. In de Raad zal gesproken worden over een voorstel van het Voorzitterschap, dat een compromis vormt tussen enerzijds het Commissievoorstel, dat uitgaat van directe start van preferentiële onderhandelingen en anderzijds een Frans voorstel dat inhoudt dat er slechts gesproken zal worden over een non-preferentieel akkoord.

Het voorstel bevat drie voor Nederland belangrijke elementen: volledige WTO-conformiteit van eventuele vrijhandelsakkoorden, er wordt rekening gehouden met de komende onderhandelingen in WTO-kader en er wordt, mede met het oog op de top EU-Latijns-Amerika/Caraïben, aangegeven dat de EU bereid is te starten met de onderhandelingen. Nederland kan, op basis van deze drie geformuleerde criteria het voorstel van het Voorzitterschap steunen.

Voorbereiding Top EU - Latijns-Amerika en de Caraïben

Tijdens de Algemene Raad zal gesproken worden over de voorbereiding van de Top EU - Latijns-Amerika en de Caraïben (EU-LAC Top), die op
28/29 juni a.s. zal plaatsvinden te Rio de Janeiro. De eerste EU-LAC Top zal plaatsvinden op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders. Voorafgaand aan de Top is een bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken. Deelnemers aan de Top zijn de landen van Midden- enZuid-Amerika, de Caraïbische landen (inclusief Cuba), de EU-15 en de EU-Commissie.

De Algemene Raad zal gevraagd worden zich uit te spreken over de agenda van de bijeenkomst.

Tijdens de EU-LAC Top zullen drie terreinen van samenwerking besproken worden:


1. Politieke dialoog (democratie, mensenrechten, good governance, rule of law, duurzame ontwikkeling, regionale integratie processen, samenwerking in internationale fora, strijd tegen terrorisme / drugs / internationale criminaliteit);


2. Economische en handels-thema's (handelsliberalisering, internationale financiële structuur, globalisering en ontwikkeling);


3. Onderwijs, cultuur en de menselijke dimensie (onderwijs, wetenschap en technologie, bescherming van cultureel erfgoed, participatie van vrouwen, bescherming van kinderen, de rol van de civil society in internationale betrekkingen).

Nederland kan instemmen met de agenda van de bijeenkomst.

(eventueel) Betrekkingen EU/Mexico (kan A-punt worden)

De Europese Unie onderhandelt op dit moment met Mexico over een vrijhandelsakkoord. De onderhandelingen worden gevoerd in het kader van het in december 1997 ondertekende handels- en samenwerkingsakkoord. Tijdens de Algemene Raad zal de Commissie verslag doen van de afgelopen onderhandelingsronde. Deze vond van 17 t/m 21 mei jl. in Brussel plaats.

Het Nederlandse streven is gericht op het afsluiten van een volledig WTO-conform handelsakkoord.

Euro-Mediterrane Associatieovereenkomst met Egypte

De Raad zal spreken over de onderhandelingen met Egypte over een Euro-Mediterraan associatieverdrag. Inzet van het Voorzitterschap is dat de Raad de meest recente onderhandelingsresultaten goedkeurt, waarmee de onderhandelingen zullen zijn afgerond. Dit resultaat wordt op dit moment bestudeerd.

Voor Nederland is in het bijzonder de terug- en overnameclausule van belang.

Egypte was tot voor kort slechts bereid om in de clausule te spreken over de terugname van Egyptische staatsburgers, doch niet over de overname van niet-ingezetenen. De afgelopen maanden heeft Nederland met succes een lobby gevoerd om een beter resultaat te verkrijgen. De overname van "derdelanders" is opgenomen in de nu voorliggende ontwerpclausule. Bezien wordt in hoeverre de precieze bewoording van deze tekst aanvaardbaar is. De voorgestelde mensenrechtenclausule, alsmede het pakket aan wederzijdse landbouwconcessies zijn in beginsel voor Nederland aanvaardbaar.

Noordelijke dimensie (kan A-punt worden)

Aan de Algemene Raad zullen conclusies voorliggen inzake een Noordelijke Dimensie voor het EU-beleid. Naar verwachting wordt het onderwerp als A-punt behandeld.

Het betreft een oorspronkelijk Fins initiatief om te komen tot één EU-beleid ten aanzien van de Noordelijke regio van Europa.

De Europese Raad van Wenen verzocht de Raad om richtlijnen op te stellen voor een Noordelijke Dimensie in het EU-beleid.

Geografisch gezien omvat de regio de Scandinavische landen, de Baltische Staten, Noord-West Rusland en Kaliningrad, de kustregio's van Polen en Duitsland, en de Barentsz-Euro-Arctische regio.

De EU beoogt een actiever optreden in de regio en in zijn beleid een grotere toegevoegde waarde te bereiken door betere coòrdinatie en afstemming tussen de activiteiten van de Unie en de lidstaten. Hiermee zal een synergisch effect worden bereikt.

De Noordelijke Dimensie zal vooral op de volgende terreinen meerwaarde kunnen hebben: democratisering, rechtsstaat, infrastructuur inclusief energie, transport en telecommunicatie, milieu, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, nucleaire veiligheid, training, grensoverschrijdende samenwerking, strijd tegen (internationale) georganiseerde misdaad, volksgezondheid, sociale bescherming, onderzoek, onderwijs en 'human resources'.

De implementatie en verdere ontwikkeling van de Noordelijke Dimensie zal plaatsvinden in nauw overleg met betrokken partners. Dit zal gebeuren binnen de kaders van bestaande akkoorden (Europa Akkoorden met de kandidaatlidstaten, Partnerschaps- en Samenwerkingsakkoord met Rusland, en het EER verdrag met Noorwegen en IJsland) en in bestaanderegionale fora (Raad voor Oostzee Staten, Barentsz-Arctische Raad). Nederland is waarnemer in de Arctische Raad en de Barentsz Euro-Arctische Raad.

De Ministers van Buitenlandse Zaken van de EU en betrokken partners zullen in een conferentie op 11 en 12 november 1999 in Helsinki het concept van de Noordelijke Dimensie nader uitwerken.

Ook de onderlinge afstemming tussen de huidige EU-programma's Phare, Tacis en Interreg zal verbeterd worden. Bij dit alles wordt gebruik gemaakt van bestaande EU-middelen. Er zijn geen additionele fondsen voorzien. Voorts zal nauw worden samengewerkt met andere internationale organisaties als de EBRD en de Wereldbank. Tevens zal rekening worden gehouden met de Gemeenschappelijke Strategie voor Rusland, die in Keulen door de Europese Raad zal moeten worden vastgesteld.

Finland, Zweden en Denemarken en de Commissie zullen binnen de EU bij de ontwikkeling van de Noordelijke Dimensie het voortouw nemen.

Nederland ondersteunt de initiatieven op dit gebied.

Betrekkingen EU/VS


- Voorbereiding van de top van 21 juni 1999

Op 21 juni a.s. zal in Bonn de halfjaarlijkse topontmoeting tussen EU en VS plaatsvinden. De EU wordt daarbij vertegenwoordigd door het Voorzitterschap (Bondskanselier Schròder) en de Commissie, de VS door President Clinton.

Zoals gebruikelijk zal tijdens de top de balans opgemaakt worden van de transatlantische relatie in de breedste zin. Actuele onderwerpen zullen voorts een belangrijke plaats innemen in de besprekingen. Daarbij zal vrijwel zeker gesproken worden over het huidige en toekomstige beleid t.a.v. Kosovo en Zuidoost Europa. Daarnaast zullen tevens de handelspolitieke betrekkingen aan de orde komen. Op dit laatste terrein zullen tijdens de Top mogelijk nadere afspraken worden gemaakt over, een ook door Nederland gewenste, vroegtijdige identificatie van handelspolitieke, en wellicht ook andere, transatlantische problemen. Op dit moment wordt nog bezien of één of enkele gezamenlijke verklaringen zullen worden afgelegd.

Nederland hecht groot belang aan deze halfjaarlijkse topontmoeting.


- Handelsvraagstukken

Naar verwachting zal de Raad zich onder dit punt in elk geval buigen over het bananen- en het hormoonvleesdossier. Tijdens de Algemene Raad van 26/27 april jl. nodigde de Raad de Commissie uit om voor eind mei een voorstel voor een aangepast bananenrégime aan de Raad voor te leggen. Dit voorstel is momenteel nog niet beschikbaar. De Commissie heeft wel reeds laten weten dat het, gezien de uiteenlopende belangen en verplichtingen, zeer moeilijk zal zijn om voor de gestelde datum met een concept-voorstel te komen. Met betrekking tot het EU-importverbod op hormoonvlees zal de Commissie de Raad waarschijnlijk kunnen informeren over mogelijke voortgang in de onderhandelingen met de VS en Canada over handelspolitieke compensatie.

Voorbereiding Top EU-Japan

De Algemene Raad zal spreken over de voorbereiding van de Top EU-Japan, die op 20 juni a.s. zal plaatsvinden. Namens de EU nemen het Voorzitterschap en de Commissie deel aan de bijeenkomst. Op de voorgestelde agenda van de bijeenkomst staan de volgende onderwerpen: ontwikkelingen in Europa en Azië (o.a. Kosovo, Rusland, Koreaans Schiereiland, Oost-Timor), economische en handelsrelaties (o.a. macro-economische ontwikkelingen in europa en Japan en deregulering) en samenwerking EU/Japan.

Nederland stemt in met deze agenda.

Betrekkingen EU/Canada


- Voorbereiding van de top van 17 juni 1999

Op 17 juni a.s. zal in Bonn de halfjaarlijkse topontmoeting tussen EU en Canada plaatsvinden. De EU wordt daarbij vertegenwoordigd door het Voorzitterschap (Bondskanselier Schròder) en de Commissie, Canada door Premier Chrétien.

Naast de bespreking van actuele onderwerpen - een agenda daarvoor is nog niet voorhanden - worden in elk geval de volgende resultaten voorzien:


- een verklaring over een gezamenlijke benadering t.a.v. kleine wapens;


- een verklaring over de voortgang met het Europe-Canada Trade Initiative (ECTI), dat gelanceerd werd tijdens de top van december
1998;


- ondertekening van een mededingingsaccoord.

Bespreking van enkele handelspolitieke dossiers, waaronder het EU-importverbod op hormoonvlees, ligt in de rede. Canada heeft, evenals de VS, retaliatiemaatregelen aangekondigd tegenEuropese producten, waaronder Nederlandse.

Nederland hecht aan de topontmoeting, die de goede banden met Canada opnieuw zal kunnen bevestigen.

Westelijke Balkan

De Algemene Raad zal spreken over de resultaten van de Conferentie over Zuidoost-Europa die op 27 mei in Petersberg (Bonn) zal plaatsvinden. Over de plannen met betrekking tot een Stabiliteitspact voor deze regio werd Uw Kamer per brief kenmerk DEU-254/99 d.d. 18 mei jl. op de hoogte gesteld. Ook zal worden gesproken over de ontwikkelingen op het diplomatieke spoor, met name de pogingen van onderhandelaars Tsjernomyrdin en Ahtisaari. Mogelijk zal voorts de vluchtelingenproblematiek aan de orde komen.

Vredesproces in het Midden-Oosten

De Raad zal het Midden-Oosten vredesproces bespreken in het licht van de laatste ontwikkelingen. De verkiezing van Ehoed Barak tot nieuwe premier van Israël heeft positieve reacties losgemaakt in de internationale gemeenschap. De hoop op een snelle hervatting van de onderhandelingen in het kader van het vredesproces is sterk toegenomen. Het zal echter nog enige tijd vergen voordat Barak met een regeringscoalitie heeft gevormd en zijn werk zal kunnen aanvangen. Naar verwachting zal dat begin juni zijn. Ofschoon de vooruitzichten in het vredesproces zijn verbeterd moet gewaakt worden voor al te groot optimisme. Barak heeft tijdens de verkiezingen een aantal punten aangegeven die voor hem bepalend zullen zijn bij de verdere onderhandelingen. Het betreft gevoelige onderwerpen als, de toekomst van Jeruzalem (ook Barak sluit deling van destad uit), de vluchtelingenkwestie, de vaststelling van de grenzen (ook Barak wil niet terug naar die van 1967), de toekomst van de nederzettingen en de mogelijke aanwezigheid van niet-Israëlische militaire eenheden op de Westelijke Jordaanoever (ook Barak is hiertegen).

Nederland meent dat vastgehouden moet worden aan het principe dat beide partijen hun verplichtingen volledig nakomen en dat de bepalingen van het Wye memorandum nu snel en daadwerkelijk worden uitgevoerd.

(eventueel) Indonesië

De Algemene Raad zal van gedachten wisselen over de Indonesische verkiezingen op 7 juni a.s. De EU geeft hieraan een financiële bijdrage van 7 miljoen EURO. Het Voorzitterschap heeft hierover een concept Gemeenschappelijk Standpunt voorgelegd.

Zuid-Afrika

De Algemene Raad zal mogelijk een besluit nemen over de ondertekening van het handels- en samenwerkingsakkoord met Zuid-Afrika.

Zoals bekend, is tijdens de Europese Raad van Berlijn politieke overeenstemming bereikt over het akkoord. Op dit moment wordt nog gesproken over de meest gewenste juridische vorm voor het akkoord. De meeste lidstaten zijn mening dat het akkoord een gemengd karakter heeft, hetgeen betekent dat zowel de Europese Gemeenschap als de lidstaten van de Europese Unie partij zullen worden. Dat betekent evenwel dat het vanwege nationale ratificatieprocedures langer zal duren voordat hetakkoord in werking treedt. Indien het een communautair akkoord zou zijn volstaat parafering door de Commissie en zou het snel in werking kunnen treden.

Teneinde de handelsbepalingen toch spoedig toe te kunnen passen, zal worden voorgesteld over te gaan tot een voorlopige toepassing van (delen van) het akkoord, conform artikel 300 lid 2 van het Verdrag van Amsterdam. Of ook andere bepalingen onder de voorlopige toepassing zullen vallen, wordt nog bezien.

Ontwerp: opnieuw bezien van het gemeenschappelijk standpunt inzake mensenrechten, democratische beginselen, rechtsstaat en behoorlijk bestuur in Afrika (kan A-punt worden)

Het Gemeenschappelijk Standpunt (GS) werd in mei 1998 aangenomen en voorziet in een halfjaarlijkse rapportage over de ondernomen activiteiten in dit verband. De Algemene Raad zal gevraagd worden zich uit te spreken over de evaluatie van GS over de periode november 1998
- mei 1999. Het GS is tot stand gekomen in het kader van het streven van de EU een partnerschapsrelatie met Afrikaanse landen aan te gaan op het gebied van respect voor mensenrechten, democratische beginselen, rechtsstaat en goed bestuur. Het GS dient als een kader voor te ondernemen acties en beoogt bij te dragen aan coherentie van EU externe activiteiten in Afrika.

In de evaluatie wordt ingegaan op: de EU-Afrika betrekkingen in algemene zin, op enkele trends en op individuele gevallen waarin actie is ondernomen (mensenrechtenschendingen, terugval in democratiserings-proces, bijeenkomsten van consultatievegroepen om goed bestuur aan de orde te stellen e.d.).

Nederland kan instemmen met de voorliggende evaluatie van het Gemeenschappelijk Standpunt inzake mensenrechten, democratische beginselen, rechtsstaat en goed bestuur in Afrika.

(eventueel) Oost-Timor

De algemene Raad zal van gedachten wisselen over de voortgang in de implementatie van de op 5 mei jl. door Portugal, Indonesië en de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ondertekende tripartiete akkoorden inzake Oost-Timor. De Raad zal zich buigen over een door het Voorzitterschap voorgesteld Joint Action, waarin de EU haar steun betuigt voor de consultatie van de Oost-Timorezen op 8 augustus a.s.

In dit verband zal Nederland blijven aandringen op een substantiële financiële bijdrage van de EU aan het VN Trust-Fund, dat door de Secretaris-Generaal is opgericht om de VN-aanwezigheid in Oost-Timor te financieren.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie