Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Aandeel langdurige minima gelijk gebleven

Datum nieuwsfeit: 27-05-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CBS Persbericht

Datum: 27-05-99

Aandeel langdurige minima gelijk gebleven

In 1997 hadden 245 duizend huishoudens al ten minste vier jaar achtereen een inkomen onder of rond het sociale minimum. Het aantal langdurige minima nam ten opzichte van 1996 licht toe. Doordat ook het totaal aantal huishoudens steeg, bleef het aandeel van deze groep gelijk. De huishoudens die tot de langdurige minima behoorden, bestonden in totaal uit bijna 420 duizend personen. Langdurige minima kwamen relatief veel voor onder eenoudergezinnen en alleenstaande vrouwen van 65 jaar en ouder.

Dit blijkt uit een onderzoek van het CBS naar de inkomensverdeling. De gegevens zijn voor een belangrijk deel afkomstig van de Belastingdienst.

Percentage minima is sinds 1990 nauwelijks gewijzigd

Van de ruim zes miljoen huishoudens hadden 665 duizend in 1997 een inkomen dat ten hoogste vijf procent boven het sociale minimum uitkwam. Dit betekent dat iets meer dan één op de tien huishoudens van een dergelijk inkomen moest rondkomen. In de periode 1990 tot en met 1997 is deze verhouding nauwelijks veranderd.

Bijna 4 procent van alle huishoudens had niet alleen in 1997 maar ook in de drie hieraan voorafgaande jaren een inkomen dat onder of rond het minimum lag. Ook dit percentage is in de jaren 1990-1997 nauwelijks veranderd. In 1997 bestond de groep van langdurige minima uit 245 duizend huishoudens. De voorlopige cijfers van 1997 wijzen op een lichte stijging van dit aantal ten opzichte van het voorafgaande jaar.

Bijna 1,3 miljoen mensen onder of rond het minimum

De 665 duizend huishoudens met een inkomen onder of rond het minimum bestonden gemiddeld uit bijna twee personen. In 1997 waren dus in totaal 1,3 miljoen mensen afhankelijk van een dergelijk inkomen. Hieronder bevonden zich ruim 360 duizend minderjarige kinderen.

De 245 duizend huishoudens die tot de langdurige minima behoorden, waren doorgaans wat kleiner. In 1997 bestonden zij gemiddeld uit 1,7 personen. Dit betekent dat in dat jaar bijna 420 duizend personen al langere tijd aangewezen waren op een inkomen onder of rond het minimum. Ruim een kwart hiervan was een minderjarig kind.

Eenoudergezinnen en oudere alleenstaande vrouwen

Als wordt gekeken naar de samenstelling van het huishouden, blijkt dat eenoudergezinnen het meest een inkomen onder of rond het sociale minimum hadden. Bijna de helft van de eenoudergezinnen behoorde in 1997 tot de sociale minima. Van alle eenoudergezinnen moest 17 procent langdurig van een dergelijk inkomen rondkomen.

Langdurige minima kwamen ook veel voor bij alleenstaande vrouwen van 65 jaar en ouder. Van deze groep had 12 procent al langere tijd een inkomen dat ten hoogste vijf procent boven het voor hen geldende minimum (het AOW-pensioen) lag.

Vergelijking met koopkracht van eind jaren zeventig

De koopkracht van het sociale minimum verandert van jaar tot jaar. Zo lag de koopkracht van een bijstandsuitkering aan het eind van de jaren zeventig een stuk hoger dan in de periode vanaf 1990. Vergeleken met het sociale minimum van 1979 ontstaat dan ook een ander beeld van het aantal huishoudens met een laag inkomen. Zo waren er in 1997 ruim 980 duizend huishoudens met een koopkracht beneden het bijstandsniveau van het jaar 1979. Hiervan moesten ruim 440 duizend huishoudens al minstens vier jaar lang van een dergelijk laag inkomen rondkomen.

Technische toelichting

Het Inkomenspanelonderzoek (IPO) levert informatie over het inkomen van huishoudens en personen. De resultaten zijn gebaseerd op een steekproefonderzoek onder 75 duizend huishoudens. Het IPO ontleent zijn gegevens aan de administratie van de Belastingdienst, de studiefinanciering en de huursubsidie. Voor een aantal bestanddelen zijn aanvullende berekeningen gemaakt.

De cijfers over 1997 in dit persbericht zijn voorlopig. Doordat deze cijfers deels op ramingen zijn gebaseerd, kunnen de definitieve uitkomsten voor 1997 lager of hoger uitkomen. Ook de ontwikkeling tussen de jaren 1996 en 1997 kan daardoor anders uitvallen dan op dit moment op grond van de voorlopige cijfers vastgesteld kan worden.

In dit persbericht staan huishoudens aan de onderkant van de inkomensverdeling centraal. Voor de afbakening van huishoudens met de laagste inkomens zijn twee typen inkomensgrenzen gehanteerd.

De eerste grens is gelijkgesteld aan 105 procent van het voor het betreffende huishouden van toepassing zijnde sociale minimum (bijstandsuitkering dan wel AOW-pensioen). Met behulp van deze grens is vastgesteld hoeveel inkomens onder of rond het sociale minimum liggen.

De koopkracht van het sociale minimum wijzigt echter van jaar tot jaar. Om de ontwikkeling van het aantal huishoudens met een laag inkomen te kunnen vaststellen is gekozen voor een tweede inkomensgrens die voor alle onderzoeksjaren een gelijke koopkracht vertegenwoordigt. Deze lage-inkomensgrens is gelijkgesteld aan het welvaartsniveau van het sociale minimum van 1979, het hoogste niveau in de periode 1977-1997. Hiermede wordt bereikt, dat de sociale minima in alle onderzoeksjaren tot de huishoudens met een laag inkomen worden gerekend. Bij het vaststellen van deze cijfers is rekening gehouden met de samenstelling van het huishouden.

De gegevens in dit persbericht hebben betrekking op huishoudens waarvan het hoofd (of de partner daarvan) gedurende het gehele jaar inkomen had. Studentenhuishoudens en de bevolking in instellingen, inrichtingen en tehuizen zijn buiten beschouwing gelaten.

Achtergrondinformatie

Voor achtergrondinformatie en aanvullende gegevens kunt u contact opnemen met het Centraal Bureau voor de Statistiek in Heerlen, mevr. M Geurten of dhr. W. Kessels, tel. (045) 570 75 23; email: (infosiv@cbs.nl). Overige informatie kunt u verkrijgen bij de persdienst van het CBS, tel. (070) 337 58 16.

Tabel 1. Huishoudens met een inkomen onder of rond het sociale minimum

Tabel 2. Huishoudens met een inkomen onder of rond het sociale minimum 1997 (voorlopige cijfers)

Tabel 3. Huishoudens met een laag inkomen

Tabel 4. Besteedbaar inkomen van bijstandsontvangers

© Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen, 1999 Bronvermelding is verplicht.
Verveelvoudiging voor eigen gebruik of intern gebruik is toegestaan.

Laatst gewijzigd: 27 mei 1999

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie