Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Tentoonstelling " 100 jaar Staatsbosbeheer "

Datum nieuwsfeit: 30-05-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Streekmuseum De Acht Zaligheden, Eersel

100 jaar Staatsbosbeheer

30 mei t/m 24 augustus

Van 30 mei t/m 24 augustus is er in het Streekmuseum " De Acht Zaligheden" te Eersel de tentoonstelling " 100 jaar Staatsbosbeheer " te bezichtigen. Op de tentoonstelling wordt het vroegere en huidige beheer in beeld gebracht.

Honderd jaar Staatsbosbeheer.

Door J.G.H. Smits
Boswachter van Beheerseenheid De Kempen.

Vooruitziende blik.
Het was in de tijd dat natuurgebieden nog "woeste gronden" heetten, omstreeks de vorige eeuwwisseling. Woeste gronden had een negatieve klank; het was in waarde gemeten niet meer dan een sluitpost: de terreinen die overbleven na aftrek van cultuurgronden en bos. Heidevelden vielen onder die term, moerassen en zandverstuivingen, hoogveen en laagveen, kortom gebieden die de mens weinig of niets opleverden. Ontginnen was daarom het overheersende streven, temeer omdat de behoefte aan landbouwareaal als gevolg van een groeiende bevolking voortdurend toenam. Woeste grond, zoals de grote stille heide, moest worden omgetoverd tot een vruchtbaar akkerland om bij te dragen aan de voedselvoorziening. Eerst omploegen of -spitten, vervolgens ontwateren en tenslotte bemesten, dan kon de boer aan de slag.
Maar soms bood dat alles onvoldoende perspectief, eenvoudig omdat de grond te schraal, te arm was voor de teelt van aardappelen of graan. Een lonende exploitatie zou met de middelen van toen onbereikbaar blijven. In zo'n geval gold bebossing als "second best", want bos betekent hout en ook hout is een nuttig produkt. Een gebied dat niet voor agrarisch gebruik in aanmerking kwam, was bijvoorbeeld het Kootwijkerzand, een drieduizend hectare groot stuifzandgebied op de Veluwe bij Kootwijk, tussen Barneveld en Apeldoorn. Het pas opgerichte Staatbosbeheer kreeg tot taak hier de ontginning uit te voeren. Er kwam dus bos; uitgestrekte en als waardeloos bestempelde zandvlakte werd beplant met grove dennen, die te zijner tijd hout moesten leveren om de gangen in de Limburgse mijnen te stutten. Maar gelukkig viel niet het hele Kootwijkerzand ten offer aan de ontginning. Een lap van 700 hectare werd doelbewust ongemoeid gelaten als herinnering aan het type woeste grond dat zich ooit op de Veluwe uitstrekte. Er bleef, met andere woorden, een natuurgebied in de vorm van zandverstuiving, over. Die beslissing getuigde van een vooruitziende blik: Staatbosbeheer zou er niet alleen zijn om bossen aan te planten (en staatsbossen te beheren), maar ook om de natuur te beschermen.

Werkverschaffing.
Een vorm van ontginning die vooral in de crisisjaren (ruwweg tussen 1930 en 1940) een grote vlucht heeft genomen, was bosaanleg in werkverschaffing.
Bosaanleg, omdat de bewuste gronden niet geschikt waren voor landbouwdoeleinden en werkverschaffing als overheidsmiddel om werklozen tijdelijk en tegen een schamel loon in te schakelen "ten bate van het Nederlandse bos", zoals het heette. De werkzaamheden bestonden voornamelijk uit spitten en de aanleg van singels en wegen. Het was bepaald geen nieuw verschijnsel. Al in de vorige eeuw werden in tijden van werkloosheid en economische depressie (land)arbeiders voor dit doel opgeroepen en na 1900 kreeg ook Staatsbosbeheer ermee te maken.
Ook hier in de Kempen is het bos voor het grootste deel aangeplant in jaren '30, in het kader van het zogenaamde D.U.W.-project.

Maatschappelijk nut.
Maar inmiddels is er wel een andere tijd aangebroken, de nieuwe tijd, waarin ook Staatsbosbeheer zich met andere accenten zich manifesteert. Wie zich in de geschiedenis van Staatsbosbeheer verdiept, moet vaststellen dat de dienst zich door de jaren heen heeft aangepast aan maatschappelijke ontwikkelingen en behoeften.
Vanaf de oprichting rusten taak en werk van Staatsbosbeheer eigenlijk op twee hoofdpeilers, duurzaamheid van de toevertrouwde natuurgebieden en het optimaliseren van maatschappelijk nut van die gebieden. Voor de oorlog en ook kort daarna lag nog een sterke nadruk op verwerving van bossen en "woeste gronden" die voor bebossing in aanmerking kwamen. Tegelijk begon de natuurbeschermingsgedachte te leven en werden gronden voor natuurbeschermingsdoelen aangekocht. Staatsbosbeheer begon zich in te zetten voor verbetering van de milieucondities, die in die jaren sterk verslechterden. Een thema dat vanaf 1950 sterk in betekenis toenam.

Openluchtrecreatie.
Een typisch naoorlogs fenomeen was de openluchtrecreatie, die tussen 1955 en 1975 een explosieve groei beleefde. En ook daar paste Staatsbosbeheer zich aan door steeds meer bos en natuur voor het publiek toegankelijk te maken.
Ook op andere tendensen speelt Staatsbosbeheer op in met tal van voorzieningen die de recreant ten goede komen: wandelroutes, fietspaden, picknickplaatsen, spartelmeren, bezoekerscentra, enzovoort. Zelfs werden, tot verdriet van de oprechte natuurminnaar, toeristische autowegen aangelegd. Dat laatste zou nu ondenkbaar zijn, hoewel het recreatieve aanbod van Staatsbosbeheer de laatste decennia nog verder is ontwikkeld. De natuuractieviteitencentra, het boomkroonpad, laarzenpaden, de natuureducatie en de op natuurbeleving gerichte excursies zijn daar goede voorbeelden van. Dat blijkt ook uit de hoofddoelstellingen van de dienst die inmiddels in januari 1998 is verzelfstandigd.
Tot deze hoofddoelstelling behoort anno 1999 ook: het bevorderen van recreatie in zoveel mogelijk terreinen.
Daar telt men jaarlijks circa 100 miljoen bezoeken. Staatsbosbeheer, zo luidt het tegenwoordig, wil niet alleen een natuur- en milieuvriendelijke, maar vooral ook een publieksvriendelijke organisatie zijn.


© Streekmuseum De Acht Zaligheden


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie