Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Besluit toepassing MB '94 en BPM bij kampeerauto's

Datum nieuwsfeit: 01-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Toepassing MB '94 en BPM bij kampeerauto's.



DIRECTIE VERBRUIKSBELASTINGEN

AFDELING ACCIJNZEN

Motorrijtuigenbelasting: toepassing van artikel 30 van de Wet MB'94

(kwart-/half-tarief) voor kampeerauto's. Belasting van personenauto's en motorrijwielen: begrip kampeerauto en de maatstaf van heffing.

Besluit van 1 juni 1999, nr. VB 98/2647.

De plv. Directeur-Generaal der Belastingen heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.


1. Inleiding.

In de praktijk blijkt behoefte te bestaan aan precisering van de vereisten waaraan een "kampeerauto" moet voldoen om voor de motorrijtuigenbelasting in aanmerking te komen voor toepassing van het zgn. kwart-/halftarief en voor de belasting van personenauto's en motorrijwielen voor een beperking van de maatstaf van heffing.

In zijn uitspraak van 10 maart 1999, rolnummer M97/20752, heeft het Hof te Arnhem ten aanzien van het begrip "kampeerauto" in de motorrijtuigenbelasting het volgende geoordeeld:

"De wetgever heeft met betrekking tot een kampeerauto het oog gehad op een motorrijtuig dat permanent een aantal specifieke voorzieningen bezit terzake van verblijf, verzorging en overnachting, waardoor naast de vervoersfunctie de woonfunctie centraal staat. Kortom: een kampeerauto moet kunnen dienen als een kleine, mobiele woning. Daarbij is een zekere leefruimte en de mogelijkheid van min of meer rechtop kunnen staan voor een volwassen persoon van gemiddelde lengte vereist. Voorts heeft de wetgever voor ogen gestaan dat het gaat om een motorrijtuig dat gelet op de aan de inrichting te stellen eisen slechts beperkt gebruik van de weg zal maken. Deze uitleg sluit naar het oordeel van het hof ook aan bij hetgeen in het spraakgebruik onder een kampeerauto wordt verstaan."

Teneinde de bestaande onduidelijkheden op te heffen, geldt voor de toepassing in de motorrijtuigenbelasting en de belasting van personenauto's en motorrijwielen het volgende.

Hiermee wordt vooruitgelopen op het wijzigen van het Uitvoeringsbesluit MB'94 en de Leidraad BPM 1992, waarmee dit besluit zal komen te vervallen.


2. Eisen waaraan een kampeerauto moet voldoen.

In artikel 2, onderdeel g, Wet MB'94 wordt een kampeerauto omschreven als: "een personenauto waarvan de binnenruimte is ingericht voor het vervoer en verblijf van personen en is voorzien van een vaste kook- en slaapgelegenheid".

Als uitgangspunt voor de toepassing van het tarief zoals bedoeld in artikel 30 Wet MB'94 geldt dat de achter de stoelen voor de chauffeur en bijrijder gesitueerde en voor het verblijf en overnachting bestemde binnenruimte van de kampeerauto:


a. tenminste een ruimte heeft die een rechthoekig blok kan bevatten van minimaal 170 cm hoogte (stahoogte) over een lengte van tenminste 200 cm en over een breedte van ten minste 90 cm; en


b. is voorzien van:


- ten minste twee vaste zitplaatsen,


- een tafel,


- slaapaccommodatie voor ten minste twee personen, eventueel met behulp van de zitplaatsen - niet zijnde de bestuurders- of bijrijderszitplaatsen - gecreëerd,


- vaste en afsluitbare opbergfaciliteiten,


- een vast keukenblok met een minimale hoogte van 60 cm van het werkblad, voorzien van een (ingebouwde) vaste kookgelegenheid en een vaste, niet volledig uitneembare watervoorziening met een spoelbak, een kraan en een afvoer, het geheel bestemd voor gebruik in de binnenruimte.

De (bevestiging van de) tafel mag zodanig zijn ontworpen dat de tafel eenvoudig kan worden verwijderd.

In afwijking van het onder "a" vermelde, mag indien de binnenruimte met een oorspronkelijk dak geen stahoogte heeft van 170 cm maar minimaal 130 cm, het dak voorzien zijn van een al dan niet uitklapbare permanent aangebrachte gesloten dakconstructie waardoor de stahoogte over een breedte van ten minste 90 cm en een lengte van tenminste 100 cm verhoogd kan worden tot een stahoogte van ten minste 170 cm.


3. Overgangsregeling voor de motorrijtuigenbelasting.


a. Het in punt 2 onder "a" van dit besluit gestelde is niet van toepassing voor de motorrijtuigen waarvoor de Inspecteur der motorrijtuigenbelasting een eerste vergunning voor toepassing van het "kwart- of half-tarief" heeft afgegeven vóór de ingangsdatum van dit besluit, dan wel een daartoe strekkend verzoek uiterlijk op de datum van dit besluit heeft ontvangen.

Omdat met deze overgangsregeling een eerbiedigende werking ten aanzien van het motorrijtuig wordt beoogd en door latere wijziging van houderschap de oorspronkelijk afgegeven vergunning vervalt, geldt voor toepassing van het bovenstaande de datum van de eerder afgegeven vergunning. De nieuwe houder zal derhalve op gelijke voet als zijn voorganger voor het kwart-/halftarief in aanmerking komen.

Volledigheidshalve merk ik op, dat indien op enig moment na het verstrekken van de hiervoor genoemde vergunning blijkt dat deze op basis van de op het moment van de aanvraag geldende criteria ten onrechte is afgegeven, de vergunning kan worden ingetrokken en is het hiervoor bepaalde niet van toepassing.


b. Voor kampeerauto's die op de datum van dit besluit 15 jaar of ouder zijn, kan de Inspecteur van het onder 3a gestelde afwijken, mits een dergelijk motorrijtuig van fabriekswege van de in punt 2b genoemde kampeerfaciliteiten is voorzien.

Bepalend voor de leeftijd van de kampeerauto is de datum van deel I van het kentekenbewijs dan wel indien dit een vroegere is, de door de RDW toegekende "datum eerste toelating tot de weg".


4. Bijzondere motorrijtuigen.

Voor motorrijtuigen van het merk Volkswagen, type Transporter, met een door de RDW toegekende "datum van eerste toelating tot de weg" van vóór 1 januari 1994, waarbij de motor van fabriekswege achterin is geplaatst, geldt dat bovenstaande criteria ten aanzien van de binnenruimte kunnen worden toegepast als ware de motor niet achterin gesitueerd.

Ik merk hierbij volledigheidshalve op, dat de datum van eerste toelating tot de weg een vroegere kan zijn dan de datum van deel I van het kentekenbewijs.


5. Belasting van personenauto's en motorrijwielen.

In ' 14.3.2 van de Leidraad BPM 1992 is goedgekeurd, dat de BPM voor kampeerauto's niet wordt berekend over dat deel van de catalogusprijs dat is toe te rekenen aan de recreatieve functie.

Deze goedkeuring is vanaf de datum van dit besluit slechts van toepassing indien de kampeerauto voldoet aan de in punt 2 van dit besluit genoemde eisen om voor de toepassing van het in artikel 30 Wet MB'94 genoemde tarief in aanmerking te komen. Het gestelde onder de punten 3 en 4 van dit besluit is van overeenkomstige toepassing.

De Leidraad BPM 1992 zal op dit punt worden gewijzigd.

Het bovenstaande betekent dat indien de auto niet voldoet aan het in punt 2 van dit besluit gestelde, voor het bepalen van de maatstaf van heffing in de BPM niet kan worden uitgegaan van de catalogusprijs van de daarmee vergelijkbare bestelauto, maar van de - zo nodig door vergelijking te bepalen - catalogusprijs met inbegrip van de waarde van de aan de recreatieve functie toe te rekenen delen van de inrichting.


6. Notificatie.

Het ontwerp-besluit is op 29 april 1999 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van Richtlijn 98/34/EG betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG 1998 L 204, zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG, PbEG 1998 L 217), notificatienummer 99/0223/NL.

De Staatssecretaris van Financiën,

namens deze,

De plv. Directeur-Generaal der Belastingen,

MW. MR. J. THUNNISSEN

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie