Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Plan GroenLinks tegen fraude en verspilling Europese Unie

Datum nieuwsfeit: 08-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
GroenLinks

DE PRIJS VAN DE GELOOFWAARDIGHEID

een plan tegen fraude en verspilling in de Europese Unie

Auteurs

Joost Lagendijk, lid van het Europees Parlement voor GroenLinks

Richard Wouters, beleidsmedewerker GroenLinks in de EU

Inhoudsopgave:

Inleiding*


1. Betere fraudebestrijding in de lidstaten *


2. Kredieten verstrekken in plaats van subsidies*


3. Contributieregeling fraudebestendiger maken*


4. Individuele verantwoordelijkheid Eurocommissarissen*


5. Kabinetten Commissarissen verkleinen*


6. Hervorming ambtenarenapparaat*


7. Mensen bij de middelen*


8. Maximale openheid*


9. Bescherming van klokkenluiders*


10. Enquêterecht Europees Parlement versterken*


11. Hervorming Europees Parlement voortzetten*

Inleiding

Fraude en verspilling van Europese gelden vormen ontegenzeglijk een belangrijk thema bij de Europese verkiezingen van juni 1999. GroenLinks loopt dan ook niet weg voor dit gevoelige thema. De Groene Fractie in het Europees Parlement, waar GroenLinks deel van uitmaakt, heeft een goede staat van dienst waar het gaat om het aanklagen van financiële misstanden , zowel in het EP zelf als bij de overige Europese instellingen en in de lidstaten van de Europese Unie. Die kritische voortrekkersrol wil de Groene Fractie ook in de komende zittingsperiode van het EP vervullen. Als constructieve bijdrage aan een beter gebruik van de Europese gelden hebben de Groene Fractie en GroenLinks de onderstaande voorstellen geformuleerd.

Als er ooit kansen lagen om de Europese burgers meer waar te geven voor hun geld, dan is het nu. Het aftreden van de Europese Commissie, wegens wanbeheer, vriendjespolitiek en het in de doofpot stoppen van fraudegevallen, dwingt de komende Commissie onder leiding van Romano Prodi om vaart te zetten achter de hervorming van het financieel beheer. Per 1 juni is bovendien OLAF van start gegaan, het operationeel onafhankelijke fraudebestrijdingsbureau van de EU, dat meer armslag krijgt dan zijn voorganger UCLAF, en twee keer zoveel menskracht. Een initiatief van het Europees Parlement. Het bestaansrecht van de Europese fraude-onderzoekers wordt onderstreept door de recente onthullingen over fraude met subsidies uit het Europees Sociaal Fonds bij Nederlandse werklozenprojecten.

Statuut

De afgelopen maanden hebben ook tegenslagen gebracht. GroenLinks is zeer teleurgesteld over de weigering van een meerderheid van het EP, in mei 1999, om een compromis te sluiten met de Raad van Ministers over het Statuut voor de Leden van het Europees Parlement. Tot op het laatste moment heeft GroenLinks zich ingezet voor een redelijk vergelijk over de overgangs- en uitzonderingsbepalingen bij de invoering van een gelijk salaris voor alle Europarlementariërs. Door op het verkeerde moment op hun strepen te gaan staan hebben de Europarlementariërs de laatste kans gemist om nog voor de verkiezingen van juni 1999 te bewijzen dat zij geen zakkenvullers zijn. De door GroenLinks en PvdA voorgestelde gedragscode voor Nederlandse Europarlementariërs, die inmiddels door de belangrijkste politieke partijen is onderschreven, helpt hopelijk voorkomen dat de Nederlandse kiezers volgende week een nieuw laagte-record vestigen bij de Europese stembusgang.

Van Buitenen

Ook de behandeling van klokkenluider Paul van Buitenen door de Europese Commissie is zeer teleurstellend. Door in december 1998 een rapport over financieel wanbeheer en doofpotpolitiek te overhandigen aan de Groene Fractie, leverde deze Commissie-ambtenaar een beslissende bijdrage aan het proces dat uiteindelijk, in maart 1999, tot de val van de Commissie leidde. Van Buitenens bevindingen werden bevestigd door het rapport van het Comité van Wijzen over fraude, wanbeheer en vriendjespolitiek bij de Commissie. Als Commissievoorzitter Jacques Santer een vent was geweest, had hij daags na zijn aftreden de schorsing van Van Buitenen ongedaan gemaakt. Helaas wacht deze klokkenluider nog steeds op eerherstel. De publieke opinie begrijpt daar – terecht – helemaal niets van.

GroenLinks zit niet bij de pakken neer. Haar Europarlementariërs zullen zich na 10 juni, samen met de Groene Fractie, energiek blijven inzetten voor het verbeteren van de politieke zeden in het Europees Parlement, voor Paul van Buitenen en voor een betere bescherming van andere klokkenluiders, voor een voortvarender aanpak van fraude en verspilling.

Democratische verantwoording en controle zijn nog altijd onvoldoende gewaarborgd in de Europese Unie. Het publieke draagvlak voor de Europese samenwerking is wankel – juist daarom mag op de doorzichtigheid en de doelmatigheid van de Europese bestedingen niets aan te merken zijn. Dat is bij uitstek van belang voor een partij als GroenLinks, die vindt dat Europa nog lang niet af is met de ene markt en de ene munt.

GroenLinks stelt het volgende actieplan voor. Het is niet uitputtend, wel ambitieus. Sommige voorstellen zijn eenvoudig uit te voeren, door een besluit van de Commissie of een verandering van het reglement van orde van de Raad van Ministers. Andere voorstellen vergen een wijziging van het EU-verdrag. Toevallig zetten de regeringsleiders van de EU-landen dezer dagen, op de Top van Keulen, de marsroute uit voor de herziening van het Verdrag van Amsterdam. Ook voor hen geldt: smeed het ijzer nu het heet is.


1. Betere fraudebestrijding in de lidstaten

Van de 190 miljard gulden op de EU-begroting wordt ongeveer 80% uitgegeven door de lidstaten. Bij die transacties vindt ook circa 80% van de financiële onregelmatigheden met EU-uitgaven plaats. Met betere controles in de lidstaten valt dan ook veel fraude en verspilling te voorkomen. Hier ligt een taak voor het versterkte Europese fraudebestrijdingsbureau OLAF, dat onderzoek mag uitvoeren bij de verstrekkers en de ontvangers van Europese subsidies.

In de eerste plaats echter zijn de regeringen van de lidstaten verantwoordelijk voor het voorkomen, bestrijden en bestraffen van fraude en verspilling van de Europese gelden die zij namens de EU verdelen. De lidstaten zijn verplicht om misbruik van Europese gelden even energiek te bestrijden als misbruik van nationale overheidsgelden. Deze verdragsverplichting is uitgewerkt in diverse verordeningen en verdragen over "de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap".

De Europese Commissie dient strenger toe te zien op de wettelijke omzetting en de naleving van deze bepalingen door de lidstaten. Zij dient niet langer te aarzelen om in geval van nalatigheid – bijvoorbeeld bij de vervolging van fraude – lidstaten aan te klagen bij het Europees Hof van Justitie. Dat dient ook te gebeuren wanneer lidstaten de inspecties van OLAF bemoeilijken, bijvoorbeeld door een al te enge interpretatie te hanteren van de bevoegdheden van het Europese fraudebestrijdingsbureau.

Bij aanhoudende nalatigheid dient de Commissie het Hof te verzoeken een boete op te leggen aan de betrokken lidstaat.

Bij ontvangers van Europese gelden die zich schuldig maken aan fraude en verspilling dient de Commissie het uitgekeerde geld terug te vorderen. Dat is helaas nog niet altijd vanzelfsprekend. In ernstige gevallen dienen de betrokken subsidie-ontvangers – particuliere organisaties én overheidsdiensten – te worden uitgesloten van verdere subsidiëring, al dan niet tijdelijk. Dat is pijnlijk voor degenen – bijvoorbeeld werklozen – in wier belang de subsidies verstrekt worden, maar alleen zo wordt het ondubbelzinnige signaal verstrekt dat met Europese subsidies even zorgvuldig dient te worden omgegaan als met nationale publieke middelen.

Helaas worden Europese subsidies te vaak gezien als een ‘zak met geld’ uit Brussel. De voorwaarden die aan de subsidieverstrekking verbonden zijn ervaren ontvangers dikwijls als overbodig en lastig. Deels zijn ze dat ook – van bureaucratische neigingen kan de Europese Commissie niet worden vrijgepleit – maar deels weerspiegelen die voorwaarden de politieke doelen die de Europese fondsen beogen te bereiken. En die doelen worden nu eenmaal door de Europese instellingen vastgesteld – Commissie, EP en Raad. Voor de controle op de doelmatigheid van de fondsen is het van belang dat de Europese instellingen beschikken over een gedegen verantwoording van de besteding van de gelden. Het is dus niet vreemd dat de Europese Commissie van de ontvangers van gelden uit het Europees Sociaal Fonds vergt dat zij opgeven hoeveel werklozen gedurende hoeveel uren aan opleidingen hebben deelgenomen. Alleen zo kan beoordeeld worden of het fonds resultaat sorteert. Alleen zo kan verspilling worden voorkomen.

De opvatting van minister Zalm over de tijdens de Top van Berlijn binnengesleepte financiële toezeggingen voor de komende jaren - "Ik formuleer het aldus dat Brussel ons beleid voor 50% cofinanciert" (Tweede-Kamerdebat 30 maart 1999) is dus onjuist. De Europese instellingen hebben wel degelijk iets te zeggen over het nationale beleid dat zij medefinancieren. Het is ook hun beleid. Uitspraken als die van Zalm kunnen de ontvangers van Europese gelden ertoe aanzetten het niet al te nauw te nemen met de subsidievoorwaarden. Zo lok je financiële onregelmatigheden welhaast uit.


2. Kredieten verstrekken in plaats van subsidies

"Met geld dat men moet terugbetalen, gaat men wezenlijk zorgvuldiger om dan met subsidies." Aldus de Duitse milieubeschermer Lutz Ribbe, gekend criticus van fraude en verspilling in Brussel. Waar mogelijk zouden de subsidies uit de Structuurfondsen dan ook moeten worden omgezet in kredieten.

De regio’s die Europese structuurgelden ontvangen kunnen bijvoorbeeld, naar Flevolands voorbeeld, revolving funds opzetten. Daaruit wordt risicodragend kapitaal geleend, tegen een gunstige rente, aan startende en groeiende ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf. Het geld dat terugbetaald wordt door succesvolle ondernemingen kan opnieuw uitgeleend worden aan nieuwe kansrijke bedrijfsinitiatieven. Op deze manier wordt een eenmalige financiële injectie tot een blijvend economisch stimuleringsinstrument voor achterstandsgebieden.

Het valt te overwegen om het voorschrift dat voor alle structuurgelden binnen een paar jaar een bestemming moet zijn gevonden, buiten werking te stellen voor dergelijke fondsvorming, teneinde bestedingsdwang te voorkomen. Want de mate waarin op deze fondsen een beroep wordt gedaan, kan sterk variëren, afhankelijk van de rente op de reguliere kapitaalmarkt.

Niet alle Europese subsidies kunnen vervangen worden door kredieten. Voor bepaalde publieke investeringen in achterstandsgebieden blijven subsidies noodzakelijk. Bij investeringen in bijvoorbeeld milieu-infrastructuur staat nu eenmaal niet het financieel, maar het ecologisch rendement centraal.


3. Contributieregeling fraudebestendiger maken

Hoewel fraude met EU-uitgaven de meeste aandacht krijgt, vindt aan de inkomstenkant van de EU-begroting waarschijnlijk nog meer fraude plaats. Het gaat daarbij met name om ontduiking van BTW en douaneheffingen. De lidstaten dienen circa 1 procent van hun BTW-inkomsten, en 90% van de namens de EU geheven douaneheffingen aan Brussel af te dragen. De tekortkomingen bij de inning van deze heffingen door de lidstaten raken ook de Europese begroting.

GroenLinks stelt voor om de afdracht van BTW-middelen aan de EU te vervangen door een afdracht op basis van het Bruto Binnenlands Product van de lidstaten. De nationale welvaart is een eenvoudiger én eerlijker criterium voor het omslaan van de kosten van de Europese samenwerking over de lidstaten. Dit ontslaat de lidstaten overigens niet van hun plicht tot het bestrijden van ontduiking en fraude met de BTW, variërend van zwartwerken tot de fictieve doorvoer van goederen als sigaretten.

Die wijziging van de EU-contributieregeling (het Eigen-Middelenbesluit) die de regeringsleiders van de EU-landen op de Top van Berlijn in maart 1999 overeenkwamen, voorziet helaas slechts in een beperkte verschuiving van het BTW-middel naar het BBP-middel. Bij een volgende herziening van de EU-financiën zal het karwei moeten worden afgemaakt.

In Berlijn is ook besloten dat de lidstaten in de toekomst niet 10%, maar 25% van de douaneheffingen mogen houden. Dat vormt een stimulans voor de lidstaten om ontduiking van invoerheffingen beter te bestrijden. Die stimulans kan nog worden vergroot. GroenLinks stelt voor om het bedrag aan douaneheffingen dat de lidstaten jaarlijks aan Brussel afdragen te bevriezen op het huidige niveau. Dit bedrag wordt vervolgens in jaarlijkse stappen met 10% verlaagd tot 0. De lidstaten mogen voortaan 100% van de meeropbrengst aan douaneheffingen in eigen zak steken. Er zullen dan meer containerscanners worden aangeschaft door de douanediensten in de havens van de lidstaten, zoveel lijkt zeker.


4. Individuele verantwoordelijkheid Eurocommissarissen

Het is voor GroenLinks onverteerbaar dat Eurocommissaris Edith Cresson, verantwoordelijk voor vriendjespolitiek en andere onregelmatigheden, nog steeds in functie is, zij het demissionair. Van groot belang is dan ook de toezegging van beoogd Commissievoorzitter Prodi aan het Europees Parlement, dat hij Commissarissen die niet langer het vertrouwen van het parlement genieten van hun portefeuilles zal ontheffen. Bij de hoorzittingen die het EP in september houdt met de door Prodi voor te dragen kandidaat-Commissarissen, zullen de afgevaardigden van elk van hen een vergelijkbare toezegging moeten verlangen: de Commissarissen moeten beloven dat zij opstappen als het parlement daarom vraagt. Deze individuele "minsteriële verantwoordelijkheid" draagt meer dan enig ander parlementair machtsmiddel bij aan democratische verantwoording van het Europese beleid, niet in de laatste plaats het financiële beleid en de controle daarop.

In het nieuwe EU-verdrag moet het recht van het EP om individuele Commissarissen te ontslaan formeel worden vastgelegd. Bij die verdragswijziging dient ook de drempel voor een motie van wantrouwen tegen de hele Commissie te worden verlaagd tot de helft van het aantal Europarlementariërs.


5. Kabinetten Commissarissen verkleinen

De persoonlijke kabinetten van de Commissarissen vormen de kanalen waarlangs politici en bedrijven uit de lidstaten invloed en druk proberen uit te oefenen op ‘hun’ Commissaris, en via hem of haar op de Commissie als geheel. Een teveel aan kabinetsmedewerkers leidt tot talloze interventies achter de schermen teneinde de besluitvorming om te buigen ten gunste van regeringen, regio’s of vriendjes. De kwaliteit van het Europese beleid is daar niet mee gediend. De fraudebestrijding evenmin, zeker niet wanneer de beïnvloeding erop gericht is de Commissie te weerhouden van het treffen van sancties.

De kabinetten van de Commissarissen dienen dan ook kleiner te worden, en internationaler van samenstelling te worden. Beoogd Commissievoorzitter Prodi heeft zich dat gelukkig ook voorgenomen. Elke Commissaris mag maximaal twee landgenoten als adviseur in dienst hebben, zo stelt GroenLinks voor.


6. Hervorming ambtenarenapparaat

De Europese Commissie moet een vlakkere hiërarchie krijgen. Vooral het grote aantal plaatsvervangende directeuren-generaal moet omlaag. Leidende posities mogen alleen toevallen aan personen met aantoonbare management-ervaring. Zij zouden een proeftijd moeten krijgen.

Salarissen en toeslagen moeten geleidelijk in lijn gebracht worden met de ambtenarensalarissen in de lidstaten. Dat voorkomt dat ambtenaren louter vanwege de riante beloning blijven plakken in Brussel.

Er moeten meer ambtenaren komen die goed zijn opgeleid in financieel beheer en controle, met name bij de buitenlandse hulpprogramma’s van de EU. Alternatieven, zoals het inhuren van particuliere bureaus voor het verdelen van EU-subsidies, zijn bepaald niet fraudebestendig, zo is onder meer gebleken bij het Leonardo-programma van Cresson.

Wanneer ambtenaren zelf zich schuldig maken aan financiële onregelmatigheden, dient de Commissie tijdig passende disciplinaire maatregelen te nemen. De nationale strafrechtelijke autoriteiten moeten door de Commissie worden geïnformeerd.

Het is te vroeg om te stellen dat de Commissie meer ambtenaren nodig heeft, maar op uitbreiding van het ambtenarenapparaat mag ook geen taboe rusten. Budgettaire krapte mag in elk geval geen reden zijn om de interne financiële controledienst en het fraudebestrijdingsbureau OLAF de noodzakelijke menskracht te onthouden.


7. Mensen bij de middelen

Het Europees Parlement dient van de Commissie te verlangen dat zij bij elk nieuw beleidsinitiatief niet alleen aangeeft hoeveel geld daarvoor nodig is uit de Europese begroting, maar ook hoeveel ambtenaren nodig zijn voor een verantwoorde uitvoering van het beleid, en hoe die menskracht wordt vrijgemaakt. Zo kunnen het Europees Parlement en de Raad van Ministers toetsen of er voldoende ambtelijke capaciteit beschikbaar is voor het beheer en de controle van de uitgaven die met het nieuwe beleid samenhangen.


8. Maximale openheid

Politici en ambtenaren moeten zich in de gaten gehouden weten. Dat is de beste garantie tegen wanbestuur. Door de huidige geheimhoudingsdrift in Brussel kunnen pers, niet-gouvernementele organisaties en ook het Europees Parlement moeilijk controleren of de Europese Commissie tijdig en adequaat reageert op aanwijzigingen van fraude en verspilling. De in het Verdrag van Amsterdam neergelegde belofte van grotere openheid moet dan ook snel gestand worden gedaan. Er dient een EuroWOB te komen, analoog aan de Nederlandse Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB): openbaarheid wordt de regel, geheimhouding is alleen bij hoge uitzondering toelaatbaar. Bovendien moet de Raad van Ministers in het openbaar gaan vergaderen, zeker wanneer hij wetten maakt en de begroting behandelt. Openbaar debat moet in de plaats komen van koehandel achter gesloten deuren.


9. Bescherming van klokkenluiders

In het EU-ambtenarenstatuut dienen bepalingen ter bescherming van klokkenluiders te worden opgenomen. Daarin moet worden vastgelegd welke zorgvuldigheidsregels ambtenaren in acht moeten nemen alvorens zij informatie over financiële of andere onregelmatigheden mogen doorgeven aan het Europees Parlement, de Europese Rekenkamer, de Europese Ombudsman, justitie of de pers. Worden deze regels, zoals het eerst intern aankaarten van de misstanden, nageleefd, dan mag op het luiden van de klok geen sanctie volgen.

Het informeren van de fraudebestrijdingsdienst OLAF over (ernstige vermoedens van) financiële onregelmatigheden zou een plicht moeten worden voor EU-ambtenaren.

Als het luiden van de klok leidt tot een ernstige verstoring van de arbeidsverhoudingen op de werkplek, dan dient aan de klokkenluider een passende nieuwe functie te worden aangeboden. Het is natuurlijk ook denkbaar dat niet de klokkenluider, maar zijn of haar superieuren worden overgeplaatst.

Er valt veel te zeggen voor een klokkenluidersfonds, dat ambtenaren die naar buiten treden met informatie over misstanden compenseert voor eventueel verlies aan inkomen ten gevolge van tuchtrechtelijke maatregelen, en voor de kosten van juridische bijstand. GroenLinks ziet hier in eerste instantie een rol weggelegd voor het particulier initiatief.


10. Enquêterecht Europees Parlement versterken

Met de parlementaire enquêtes naar douanefraude en naar het BSE-schandaal heeft het Europees Parlement bewezen dat het op een verantwoorde en zinvolle manier zijn enquêterecht kan uitoefenen. Dit controle-instrument dient echter te worden aangescherpt: het Europees Parlement moet getuigen onder ede kunnen horen. In Nederland heeft de Bijlmerenquête weer eens aangetoond hoe belangrijk dat is. Dit voorstel brengt met zich mee dat de lidstaten meineed in het EP strafbaar moeten stellen.

Zowel Europese als nationale politici en ambtenaren, alsmede anderen die betrokken zijn bij de uitvoering (of sabotage) van Europees beleid, moeten een verschijningsplicht krijgen. Een vérgaand voorstel, maar zo kunnen ze alvast wennen aan het idee.

Deze versterking van het enquêterecht van het EP dient in het nieuwe EU-verdrag verwezenlijkt te worden. Daarbij moet de commissie begrotingscontrole van het EP ook het recht krijgen om zichzelf op elk gewenst tot enquêtecommissie te promoveren.


11. Hervorming Europees Parlement voortzetten

GroenLinks wil alles op alles zetten om nog dit jaar het Statuut voor de Leden van het Europees Parlement aangenomen te krijgen. Om de vereiste overeenstemming met de Raad van Ministers te bereiken, dient het Europees Parlement zich flexibel op te stellen. De neiging van veel Europarlementariërs om op hun strepen te gaan staan is begrijpelijk, en in het algemeen lovenswaardig, maar juist in dit geval past het EP enige bescheidenheid. Een meerderheid van de Europarlementariërs heeft de kritiek op de al te royale onkostenvergoedingen, de dubbele pensioenen en het chronisch absenteïsme veel te lang genegeerd.

In het Statuut dient te worden vastgelegd dat de bepalingen over een gelijk salaris voor alle afgevaardigden en de vergoeding van reiskosten op basis van werkelijk gemaakte kosten zo spoedig mogelijk in werking treden. Uitstel tot de volgende zittingsperiode, vanaf
2004, is onaanvaardbaar. De in het Statuut vast te leggen sterfhuisconstructie voor het omstreden vrijwillig aanvullend pensioenfonds dient met terugwerkende kracht tot juni 1999 van toepassing te worden verklaard, om te voorkomen dat ook nieuw gekozen afgevaardigden zich aanmelden voor een dubbel pensioen op kosten van de Europese belastingbetaler.

De hervorming van het EP mag niet eindigen bij de aanvaarding van het Statuut. Bij de onderhandelingen tussen de nationale regeringen over een nieuw EU-verdrag dient het EP met kracht het recht op te eisen om zijn eigen zetel te mogen kiezen. Dan kan vervolgens een eind worden gemaakt aan het kostbare reizend circus tussen Brussel en Straatsburg. Ook dient het EP in samenwerking met de Raad van Ministers een verbod op dubbelmandaten in te stellen. Het gelijktijdig bezetten van een zetel in het EP en in een nationaal parlement leidt tot veelvuldig absenteïsme. Dat ondergraaft de macht van de Europese volksvertegenwoordiging. Voor veel amendementen op Europese wetgeving is immers een absolute meerderheid van de afgevaardigden vereist, en dat lukt niet als teveel parlementariërs spijbelen.

GroenLinks bepleit dan ook al langer dat het EP statistieken gaat publiceren over de aanwezigheid van Europarlementariërs en hun deelname aan stemmingen. Volksvertegenwoordigers die volwaardige controle wensen uit te oefenen op de andere Europese instellingen, dienen ook zichzelf controleerbaar te maken.

Grotere controle is ook nodig op de besteding van de gelden die de Europarlementariërs ontvangen voor ‘algemene onkosten’ en voor personeel. De algemene onkostenvergoeding mag niet als aanvulling op het salaris gebruikt worden. Parlementaire assistenten zouden hun salaris rechtstreeks van het EP moeten ontvangen, teneinde de kans op misbruik van de personeelsvergoeding te verkleinen.

Een parlement dat Eurocommissarissen (Cresson) de toegang ontzegt wegens vriendjespolitiek, mag zich zelf niet bezondigen aan ‘politieke benoemingen’ die veel weg hebben van vriendjespolitiek. De recente aanstelling van een kennis van de EP-voorzitter, oceanograaf van beroep, als hoofd van de financiële afdeling van het EP is de laatste uit een rij van dubieuze benoemingen. Hevig verzet van de groene en liberale fracties baatte niet. GroenLinks zal zich ervoor in blijven zetten dat niet politieke kleur of relaties, maar expertise en andere relevante kwaliteiten maatgevend worden bij de aanstelling van ambtenaren, zowel in het EP als bij de andere Europese instellingen.

Tot slot vindt GroenLinks dat er een einde moet komen aan de ondoorzichtige wijze waarop Europese politieke partijen gefinancierd worden met gelden van het Europees Parlement. Er dient eindelijk invulling te worden gegeven aan artikel 138A van het Verdrag van Maastricht (artikel 191 in het Verdrag van Amsterdam), in de vorm van een regeling voor de subsidiëring van de Europese politieke partijen.

Een Europese volksvertegenwoordiging die zich bevrijdt van het imago van zakkenvullers, versterkt haar geloofwaardigheid. Naarmate het aan gezag wint, kan het Europees Parlement des te beter controle uitoefenen op de juiste besteding van de Europese gelden.

Uitgave

Stichting GroenLinks in de EU

Postbus 8008


3503 RA Utrecht

tel. 030-2399917

fax 030-2300342

(europa@groenlinks.nl)

www.groenlinks.nl

juni 1999

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie