Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over beleid inzake rechter-plaatsvervanger

Datum nieuwsfeit: 09-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : Beleid inzake de rechter-plaatsvervanger (090699)

Beleid inzake de rechter-plaatsvervanger (090699)

Den Haag, 9 juni 1999

Fractiecommissie: Justitie

AO. 9 juni 1999 met de minister en de staatssecretaris van Justitie over het beleid inzake de rechter-plaatsvervanger (26 352, nr. 3).

De brief van de minister van 1 februari 1999 over de rechter-plaatsvervanger bevat ten eerste een historisch overzicht. Daarin wordt o.a. verwezen naar de wettelijke regeling over onverenigbaarheden en het kennisgeven en registreren van nevenfuncties door rechterlijke ambtenaren (art. 44 Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren).
Daaruit blijkt dat thans het zijn van advocaat of notaris niet onverenigbaar is met het rechter-plaatsvervangerschap. Nadat tijdens de vorige kabinetsperiode enkele incidenten waren voorgevallen (van concrete misstanden was overigens geen sprake), heeft de ambtsvoorgangster van de huidige minister een concept-wetsvoorstel opgesteld, houdende een wettelijk verbod voor de advocaat om in het eigen rechtsgebied op te treden als rechter-plaatsvervanger.

Het bleek echter dat de schijn van onpartijdigheid niet alleen bij advocaten kon ontstaan en dat er eigenlijk meer sprake was van een kwantiteits- dan van een integriteitsprobleem, in dier voege dat de rechtsprekende macht voor ongeveer 101 % afhankelijk is van plaatsvervangers om rechtszaken binnen redelijke tijd te kunnen afdoen. In feite is hier dus sprake van een capaciteitstekort.

De CDA-fractie koestert overigens twijfel aan deze opgave. Sommige rechtsbanken doen er een half jaar of langer over om een civiel vonnis te wijzen en dit kan in gemoede niet meer als redelijk worden beschouwd. Zou men (uitzonderingen daargelaten) een termijn van bijvoorbeeld twee maanden tussen fourneren van de stukken en vonnis redelijk achten, dan wordt het capaciteitstekort waarvan hierboven sprake was, aanzienlijk groter dan 10%. De CDA-fractie stemt overigens van harte in met de opvatting van de minister (blz. 3 van zijn brief) dat de rechterlijke macht niet structureel afhankelijk mag zijn van de inzet van plaatsvervangers. Anderzijds verdient volle instemming, s ministers stelling, dat elke schijn van belangenverstrengeling voorkomen moet worden.

In dit verband is o.a. de wettelijke plicht ingevoerd tot verandering van alle (neven) functies, ook door rechters-plaatsvervanger in een openbaar register. Er bestaat inmiddels op internet bij de Sociale Databank Nederland een antecedentenregister van leden van de rechterlijke macht, waarin ook de bijbanen en nevenfuncties zijn opgenomen.

Het bekend zijn van deze gegevens maakt het beter mogelijk om een toedelingsbeleid te voeren van (bepaalde) zaken aan (bepaalde) rechters. Ook daaraan wordt gewerkt. Volgens de minister wordt gewerkt aan het formuleren van criteria voor dit beleid. Daarenboven geldt uiteraard de persoonlijke verantwoordelijkheid van iedere rechter (plaatsvervanger), naar ook mijn eigen ervaring uitwijst: er kunnen zich altijd onvoorspelbare situaties voordoen, die aanleiding kunnen zijn om zich onmiddellijk uit een zaak terug te trekken.

Als gevolg van gevoerd beleid is de inzet van rechter-plaatsvervangers inmiddels verminderd en is er voorshands vanaf gezien advocaten als rechter-plaatsvervanger voor te dragen in het eigen rechtsgebied. Voorts wordt er onderzoek ingesteld met het doel te komen tot criteria voor het opstellen van toetsingskaders voor het benoemen en inzetten van rechters-plaatsvervanger.

In zijn brief kondigt de minister ook aan welk beleid hij thans wil gaan voeren. Het instituut van rechter-plaatsvervanger wordt niet afgeschaft. Dit heeft de cordiale steun van de CDA-fractie. Er zijn immers diverse voordelen aan dit instituut verbonden (de brief vermeldt deze ook): het voorkomen van achterstand; de mogelijkheid om over de gewenste specialistische kennis te beschikken; de vorming tot beroepsrechter via o.a. het plaatsvervangerschap en, last but not laest, het uiterst wenselijk contract tussen (beroeps) rechter en samenleving, juist ook in de contekst van concrete rechtszaken.

De afhankelijkheid van de rechterlijke macht van plaatsvervangers wordt verkleind door de strafsector van de rechtbanken structureel te versterken. Elke schijn van partijdigheid moet worden vermeden, o.a. door de registers van nevenfuncties goed bij en op orde te houden. De minister wil verder bevorderen dat via een wettelijke bepaling zo concreet mogelijk kan worden getoetst welk rechterlijk handelen (het vervullen van nevenfuncties) ongewenst is met het oog op een goede ambtsvervulling door de rechter en de daarvoor vereiste onpartijdig- en onafhankelijkheid, een norm die, zo zegt de minister, specifieker is, dan die uit de art. 11 en 14 Wet Rechterlijke Organisatie. Ook dit alles heeft de instemming van de CDA-fractie, hetgeen ook geldt de ontwikkeling van nader integriteitsbeleid en een gedragscode.

De minister kondigt ten slotte aan het huidige benoemingsbeleid ook advocaten kunnen in het eigen rechtsgebied rechter-plaatsvervanger zijn - te handhaven. Aanbevelingen tot benoeming moeten aangeven waarom iemand als rechter-plaatsvervanger wordt voorgedragen; de aanbeveling wordt in beginsel gehonoreerd.
Toch zou in de toekomst naar de neming van de CDA-fractie de meer-ideale situatie nagestreefd moeten worden dat de rechter-plaatsvervanger in alle geval niet in de eigen arrondissementsrechtbank optreedt.

De CDA-fractie prijst zich gelukkig, dat het waardevolle instituut van de rechter-plaatsvervanger niet is prijsgegeven in de modieuze neiging om direct toe te geven aan de waan van de dag. De positieve aspecten van het instituut zijn hierboven al weergegeven. Het belangrijkste daarbij is, zo komt het de CDA-fractie voor, de mogelijkheid om zinvolle verbindingen aan te brengen tussen rechterlijke macht en samenleving. Moge het ambt van rechter op zich tot enige isolatie kunnen leiden, via deelname van andere juristen niet rechters aan de rechtspraak wordt een interne dialoog tussen rechter en samenleving op gepaste wijze mogelijk gemaakt.

P.C.E. van Wijmen,
Tweede-Kamerlid

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie