Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief BPV&W inzake SUWI hoorzitting

Datum nieuwsfeit: 15-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
BPV&W

Het BPV&W heeft 10 mei een eerste brief gestuurd

Aan de leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid Tweede Kamer der Staten-Generaal,

Betreft: SUWI hoorzitting 14 juni jl.

Geachte mevrouw, heer,

Naar aanleiding van de hoorzitting over de SUWI-nota die u gisteren heeft gehouden en in aanvulling op onze brief van 10 mei j.l. heeft het BPV&W behoefte zijn standpunt nader toe te lichten.

Vóórdat de structuur van de sociale zekerheid ingrijpend en onomkeerbaar wordt gewijzigd zou, zoals in 1994 ook werd aangekondigd, een fundamenteel debat gevoerd moeten worden over het stelsel van sociale zekerheid. In het kader van zon debat zouden kwesties aan de orde moeten komen als de verhouding tussen markt en overheid, de vraag welke taken principiëel publiek uitgevoerd dienen te worden, de mate van solidariteit die in de samenleving wordt gewenst en dergelijke. Ook zouden eerst de privatisering van de Ziektewet en de veranderingen in de WAO geëvalueerd moeten worden. De uitkomsten van die evaluatie zouden bij het debat over de sociale zekerheid betrokken moeten worden.

De voornaamste kritiek van het BPV&W op de SUWI-nota betreft de uitvoering van werknemersverzekeringen door commerciële uvis. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de ervaring die het BPV&W heeft opgedaan met private verzekeraars, die in de SUWI-plannen de uitvoering van WAO en WW ter hand kunnen nemen en de ervaringen met de privatisering van de Ziektewet. De bezwaren hebben betrekking op de rechtsbescherming van cliënten, op de bescherming van de privacy van cliënten, op gezondheidsselectie en op de binding van werknemers aan een werkgever via de gouden koorden van een verzekeringspakket. Naast de bezwaren tegen commerciële uvis heeft het BPV&W ook problemen met de voorstellen rond de CWIs en het gebruik van de kansmeter.

Rechtsbescherming van cliënten

Publieke uvis zijn onderworpen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en aan de Algemene Wet Bestuursrecht. De rechtspositie van cliënten is daardoor beter gewaarborgd dan de positie van verzekerden ten aanzien van private uvis. Wanneer een cliënt het niet eens is met een beslissing of handelwijze van de uvi kan hij in een publiek bestel relatief eenvoudig bezwaar en beroep aantekenen, terwijl hij in een privaat stelsel aangewezen is op de burgerlijk rechter die aanzienlijk minder toegankelijk is dan de bestuurlijk rechter.

Het BPV&W heeft er al verscheidene keren op gewezen dat de rechtspositie van zieke werk-nemers verslechterd is als gevolg van de privatisering van de Ziektewet en de invoering van private claimbeoordeling door arbodiensten (in het eerste ziektejaar). Wanneer de WULBZ zou worden geëvalueerd zou duidelijk worden dat privatisering leidt tot belangenverschuivingen en daarmee tot een toename van conflicten tussen betrokken partijen (werkgevers en werknemers in het geval van de WULBZ) waarbij de werknemer vaak aan het kortste eind trekt.

Privacy

Het BPV&W is bezorgd dat de privacy van cliënten aangetast zal worden in een commerciëel stelsel van sociale zekerheid. Private verzekeraars hanteren wel een gedragscode, maar die laat veel ruimte voor het gebruik van persoonsgegevens binnen een verzekeringsconcern. Zoals de heer Hustinx van de Registratiekamer aangaf moet het gegevensgebruik niet aan het inzicht en de goede bedoelingen van een of ander bedrijf worden overgelaten. Daarom dringt het BPV&W aan op specifieke privacywetgeving voor de sociale zekerheidssector in aanvulling op de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Juist in het soort verzekeringen waarom het gaat bij commerciële uvis speelt de gezondheid van werknemers doorgaans een belangrijke rol. Commerciële verzekeraars maken gebruik van risicoselectie in hun acceptatiebeleid en bij hun schadelastbeperking. Als gevolg van de SUWI-plannen zullen er concerns ontstaan die zich met alle aspecten van de gezondheid van werknemers bezig zullen houden: die concerns zullen bestaan uit arbodiensten, zorgverzekeraars, uvis, ziekengeldverzekeraars, reïntegratiebedrijven, wachtlijstbemiddelaars en privé-klinieken. Binnen een concern is daardoor een schat aan informatie beschikbaar over de gezond-heid en het gezondheidsbeïnvloedende gedrag van werknemers.Het BPV&W is zeer bezorgd dat die informatie gebruikt zal worden om werknemers te selecteren, om beslissingen over het inzetten van reïntegratiemiddelen of medische zorg op te baseren en om de acceptatie voor individuele private verzekeringen zoals levensverzekeringen bij hetzelfde concern vast te stellen.

Tweedeling in de gezondheidszorg

Als één van de neveneffecten van de SUWI-plannen voorziet het BPV&W een verdergaande tweedeling in de gezondheidszorg. Die tweedeling kreeg een eerste impuls door de privatisering van de Ziektewet en zal niet meer tegen te houden zijn wanneer er naast de vraag naar aparte werknemerszorg (vanuit werkgevers) nu ook een groot aanbod (vanuit verzekeraars, uvis en reïntegratiebedrijven) ontstaat. Hoewel wachtlijstbemiddeling en private medische zorg in eerste instantie onschuldig lijken verwacht het BPV&W dat het op de langere duur zal leiden tot verschraling van de gezondheidszorg voor niet-werknemers.

Arbeidsmobiliteit

Verzekeraars en banken zijn geïnteresseerd in het kopen of opzetten van uvis omdat zij daarmee daadwerkelijk full-service pakketten aan bedrijven zullen kunnen verkopen. De andere kant hiervan is uiteraard dat werknemers dan al hun verzekeringen bij één verzekeraar hebben afgesloten. Verzekeraars hebben aangegeven dat zij geen heil zien in het opwerpen van exit-barriers voor hun klanten, maar daarmee doelen zij wel op de werkgevers/bedrijven. Wanneer individuele werknemers naar een ander bedrijf over willen stappen lopen ze het risico van verzekeringsbreuk analoog aan de beruchte pensioenbreuk als het nieuwe bedrijf niet dezelfde verzekeringen heeft afgesloten. Dit zal des te meer problemen opleveren wanneer een werknemer in de tussentijd ziek is geweest of gehandicapt is geraakt; voor een nieuwe verzekering zal hij dan niet meer onder normale voorwaarden worden geaccepteerd. Werknemers worden zo met gouden koorden aan een werkgever gebonden.

Recht op reïntegratie

In het SUWI-voorstel worden arbeidsgehandicapte werknemers door het CWI in een fase ingedeeld. Op basis van die fase-indeling krijgt de commerciële uvi een budget om de cliënt te reïntegreren. Als de reïntegratie succesvol verloopt mag de uvi het deel van het budget dat niet is gebruikt voor reïntegratie-activiteiten houden als winst. Het BPV&W begrijpt dat het kabinet op deze manier bedrijven wil stimuleren zich in te spannen om arbeidsgehandicapten en werklozen te reïntegreren op de arbeidsmarkt. Als dit echter het enige mechanisme voor reïntegratiebeslissingen is betekent het dat het besluit om middelen in te zetten om een werknemer te reïntegreren genomen wordt op basis van winstverwachtingen, niet op basis van de wens van de werknemer om aan het werk te gaan. Een bedrijfseconomische afweging kan in voorkomende gevallen betekenen dat besloten wordt géén middelen in te zetten voor een specifieke werknemer omdat bijvoorbeeld de kosten-batenafweging negatief uitvalt. In het SUWI-voorstel krijgt een werknemer geen recht op bemiddeling en ondersteuning bij de reïntegratie.

Centra voor Werk en Inkomen

Het BPV&W is positief over het project Samenwerking Werk en Inkomen (SWI). Zowel de directe koppeling tussen werk en uitkeringen, de beoogde klantvriendelijkheid als de integrale gevalsbehandeling zijn positieve aspecten van het CWI. Daarnaast zou het instellen van casemanagers bij kunnen dragen aan de klantvriendelijkheid, overzichtelijkheid en doeltreffendheid van de sociale zekerheid. Tenslotte is het BPV&W blij dat taken als claimbeoordeling, het opleggen van boeten en maatregelen en fraudebestrijding bij de publieke CWIs worden gelegd.

Wel vraagt het BPV&W zich af hoe het CWI, waarin arbeidsvoorziening, gemeentelijke sociale diensten en uvis samenwerken, zich gaat verhouden tot commerciële, elkaar beconcurrerende uvis. Naar onze mening zijn SWI enerzijds en de commercialisering van de uvis anderzijds elkaar wederzijds uitsluitende ontwikkelingen. De ingewikkelde verhoudingen tussen publieke en private organen zoals die worden aangegeven in de SUWI-nota zullen leiden tot een groot aantal knippen in de gevalsbehandeling, tot een groot aantal gegevens-overdrachten met alle risicos van dien en tot ondoorzichtigheid voor de cliënt.

Voorstanders van commerciële uvis signaleren dezelfde knelpunten en pleiten daarom voor een volledige privatisering van de uitvoering, met name door taken als claimbeoordeling bij de commerciële uvis te leggen. Het BPV&W heeft daar echter onoverkomelijke bezwaren tegen. Claimbeoordeling, boeten en maatregelen, fraudebestrijding en dergelijke zijn wezenlijk publieke taken die transparant dienen te worden uitgevoerd, open moeten staan voor bezwaar en beroep en die onderworpen moeten zijn aan democratische controle.

Kansmeter

Twee directe problemen met de kansmeter zijn het gebrek aan inspraak door de cliënt zelf en het risico dat mensen met een chronische ziekte, een handicap of een psychiatrische ziekte of ziekteverleden zonder meer in fase 4 worden gedumpt. Cliënten zouden het recht moeten krijgen bezwaar aan te tekenen tegen de fase-indeling, zeker aangezien er rechten, plichten en budgetten aan de fase-indeling worden gekoppeld. Bovendien is de toepassing van de kansmeter op dit moment nog zo ondoorzichtig (zie onder meer de Wachtkamerenquête van de FNV) dat het cliënten geen handvat biedt om aanspraak te maken op reïntegratie-instrumenten.

De ervaring van het BPV&W is dat met name mensen met een gedeeltelijke WAO-uitkering graag aan het werk zouden willen maar dat de toegang tot de arbeidsmarkt voor hen belemmerd wordt door vooroordelen, door de kosten van werkaanpassingen en door de noodzaak van omscholing (zie Rapportage Helpdesk Gezondheid, Werk en Verzekeringen 1998). Hun afstand tot de arbeidsmarkt wordt dus niet zozeer veroorzaakt door een ongemotiveerde instelling of door een gebrek aan scholing. Desalniettemin wordt de kansmeter voornamelijk als een activeringsinstrument toegepast. Naar de mening van het BPV&W moeten werkzoekenden en arbeidsgehandicapten serieus worden genomen als volwassen, actieve mensen. Zij moeten dus betrokken worden bij hun reïntegratie en bemiddeling naar werk, liefst door middel van een persoonsgebonden budget.

De conclusie kan volgens het BPV&W niet anders zijn dan dat de voorgestelde structuurwijziging van de uitvoering van de sociale zekerheid geen doorgang moet vinden. Het BPV&W onderschrijft de oproep van onder meer professor Noordam dat het belangrijker is dat de politiek eerst vaststelt wat de doelstellingen van de sociale zekerheid zijn zodat instrumenten kunnen worden ontwikkeld om die doelstellingen te bereiken.

Amsterdam, 15 juni 1999

Hoogachtend,

Mw. mr. M.M. Wewer,

coördinator BPV&W

©1999 BPV&W

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie