Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Besluit accijns winkelvoorraden luchtverkeer binnen EU

Datum nieuwsfeit: 16-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Accijnsheffing mobiele winkelvoorraden in het scheepvaart- en luchtverkeer tussen de lidstaten van de EU met ingang van 1 juli 1999 DIRECTIE VERBRUIKSBELASTINGEN



MEDEDELING 42. Accijnsheffing mobiele winkelvoorraden in het scheepvaart- en luchtverkeer tussen de lidstaten van de EU met ingang van 1 juli 1999

DIRECTIE VERBRUIKSBELASTINGEN

Besluit van 16 juni 1999, nr. VB99/1168

42.1. Inleiding.

Ingevolge artikel III van de Wet van 24 december 1992 tot wijziging van de Wet op de accijns in verband met de afschaffing van de fiscale grenzen (Stb. 711) eindigt met ingang van 1 juli 1999 de mogelijkheid tot vrijstelling van accijns met betrekking tot accijnsgoederen die worden meegevoerd in de persoonlijke bagage van een reiziger die zich door de lucht of over zee naar een andere lidstaat of naar een derde land begeeft. Wat betreft accijnsgoederen die het grondgebied van de EU verlaten als onderdeel van de persoonlijke bagage van een reiziger zal er per 1 juli 1999 via aanpassing van het Uitvoeringsbesluit accijns en van de Uitvoeringsregeling accijns worden voorzien in een nieuw vrijstellingsregime, waarbij wordt aangesloten bij de systematiek van de accijnsvrijstelling wegens uitvoer van accijnsgoederen. Met betrekking tot accijnsgoederen die zijn bestemd voor reizigers in het verkeer tussen de lidstaten van de Europese Unie vloeit de beëindiging van de accijnsvrijstelling voort uit de in EU-verband hiertoe vastgelegde afspraak (artikel 28 van de richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992 (Pb. Nr L 76 d.d. 23-3-1992), hierna: de horizontale richtlijn.

42.2. Accijnsheffing mobiele winkelvoorraden met ingang van 1 juli 1999

Als gevolg van de hiervoor bedoelde beëindiging van de accijnsvrijstelling zullen er met ingang van 1 juli 1999 uitsluitend reeds in de accijnsheffing van de desbetreffende lidstaat betrokken accijnsgoederen voorhanden mogen zijn op verkooppunten van waaruit accijnsgoederen worden geleverd aan reizigers om als persoonlijke bagage mee te nemen op reis tussen de lidstaten van de EU. Voor accijnsgoederen in de winkelvoorraad van een vliegtuig of schip leidt dit wettelijke uitgangspunt er in beginsel toe dat de met de winkelvoorraad van de ene naar de andere lidstaat overgebrachte accijnsgoederen dienen te zijn vergezeld van een zogenoemd vereenvoudigd geleidedocument en dat er telkens bij binnenkomst in de desbetreffende lidstaat accijnsaangifte moet worden gedaan van de op het tijdstip van deze binnenkomst tot de winkelvoorraad behorende accijnsgoederen. Teneinde te voorkomen dat er accijns van meer dan één lidstaat op eenzelfde accijnsgoed zou blijven rusten ontstaat bij deze aangifte een recht op teruggaaf van de in de lidstaat van vertrek al voldane accijns. Omdat de desbetreffende accijnsgoederen veelvuldig en regelmatig aan boord van schepen of vliegtuigen in het verkeer tussen twee lidstaten zullen worden verzonden, brengt toepassing van deze systematiek een relatief forse toename mee van het aantal aangiften en teruggaafverzoeken in de accijnssfeer. Daarbij zou de accijnsafdracht nihil kunnen bedragen ingeval de exploitant tijdens het verblijf van de mobiele winkel in de desbetreffende lidstaat geen accijnsgoederen verkoopt. Alsdan zal immers de na het vertrek uit deze lidstaat ontstane aanspraak op teruggaaf van accijns in beginsel even hoog zijn als de bij binnenkomst verschuldigd geworden accijns.

42.3. Mogelijkheid voor vereenvoudiging in het bilaterale verkeer

Ter vereenvoudiging van de door de belanghebbende ondernemer te verrichten aangiften en betalingen van accijns kan hij, indien hij veelvuldig en regelmatig accijnsgoederen overbrengt als winkelvoorraad aan boord van een schip of vliegtuig in het verkeer tussen twee lidstaten, op zijn verzoek en met inachtneming van de hierna geschetste voorwaarden, in aanmerking komen voor een vereenvoudigde regeling. Deze regeling zal zijn gebaseerd op een bilaterale overeenstemming als bedoeld in artikel 7, negende lid, van de horizontale richtlijn, tussen de beide lidstaten die bij de hiervoor bedoelde overbrengingen zijn betrokken. Ingevolge de systematiek van deze regeling, waarover de Europese Commissie en de lidstaten van de EU overeenstemming hebben bereikt, bestaat de te bereiken vereenvoudiging uit twee onderdelen. Het al dan niet gebruik maken van de vereenvoudigde regeling dan wel van één of beide onderdelen hiervan hangt af van de keuze van de exploitant van de mobiele winkel.

42.3.1. Bilaterale overbrenging van accijnsgoederen met accijnsheffing in één lidstaat

Als de exploitant van de winkel aan boord van een vliegtuig of schip in het verkeer tussen twee lidstaten ervoor kiest om deze winkel gesloten te houden tijdens het verblijf in één van beide lidstaten, leidt de bilaterale vereenvoudigingsregeling ertoe dat er in die listaat geen accijnsheffing plaatsvindt.

Hoewel deze mogelijkheid gelijkelijk bestaat voor mobiele verkooppunten aan boord van vliegtuigen als aan boord van schepen, is ter illustratie in het navolgende uitgegaan van een mobiele winkel in het veerdienstverkeer tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Zouden de openingstijden van de bedoelde winkel zodanig worden gekozen dat er geen accijnsgoederen worden verkocht gedurende het verblijf van het schip in de Britse territoriale wateren, dan kan van de Britse autoriteiten toestemming worden verkregen de winkelvoorraad zonder heffing van Britse accijnzen voorhanden te hebben. Na het verlaten van de Britse wateren kunnen de verkopen van de (in Nederland veraccijnsde) accijnsgoederen dan weer worden hervat. In de spiegelbeeldige situatie (belanghebbende opteert voor winkelsluiting tijdens het verblijf in de Nederlandse wateren) zou de Nederlandse accijnsheffing buiten beeld blijven.

De belanghebbende exploitant van een mobiele winkel in het scheepvaart- of vliegverkeer tussen Nederland en een andere lidstaat zal een verzoek om de hiervoor bedoelde toestemming moeten richten aan de autoriteiten van beide betrokken lidstaten (in Nederland: aan het bevoegde douanedistrict). Met inachtneming van de aan de toestemming verbonden openingstijden van de winkel en de overige door de betrokken lidstaten aan deze toestemming te verbinden voorwaarden ten behoeve van de controle zal belanghebbende voor bilaterale overbrengingen in de winkelvoorraad tussen Nederland en de desbetreffende andere lidstaat in beginsel geen accijnsaangiften of teruggaafverzoeken meer hoeven te doen voor zover hij - hetgeen in de praktijk steeds het geval zal zijn - zijn winkel bevoorraadt met accijnsgoederen waarvan de accijns al is voldaan naar het accijnsregime van de lidstaat waar de verkopen zullen plaatsvinden.

Wat betreft het bilaterale vliegverkeer zal er in beginsel van worden uitgegaan dat eventuele verkopen van accijnsgoederen aan reizigers om mee te nemen uitsluitend plaatsvinden naar het accijnsregime van één lidstaat. In beginsel zal dit de lidstaat zijn van waaruit voor het vertrek de bevoorrading plaatsvindt. Dit uitgangspunt berust voor Nederland op het feit dat de binnenkomst van het vliegtuig in Nederland op zodanig wijze samenvalt met de landing van het toestel, dat er geen verkopen van accijnsgoederen meer zullen plaatsvinden.

42.3.2. Bilaterale overbrenging van accijnsgoederen met accijnsheffing in beide lidstaten

Denkbaar is dat de exploitant van de mobiele winkel er de voorkeur aan geeft om in het bilaterale passagiersverkeer zowel in de ene als in de andere lidstaat aan de reizigers de gelegenheid te bieden accijnsgoederen te kopen. In deze situatie zal de exploitant dus telkens bij binnenkomst van zijn tot de winkelvoorraad behorende accijnsgoederen in een andere lidstaat de accijns van die lidstaat verschuldigd worden, waartegenover een recht op accijnsteruggaaf ontstaat van de in de lidstaat van vertrek voldane accijns. Zonder nadere vereenvoudiging zal een en ander via de algemene regels van de desbetreffende lidstaat moeten worden aangegeven en betaald, hetgeen kan leiden tot een fors aantal aangiften en teruggaafverzoeken van accijns.

Met betrekking tot deze situatie is het uitgangspunt van de vereenvoudigde accijnsregeling dat de exploitant van de mobiele winkel bij de bevoegde autoriteiten van de desbetreffende lidstaat (in Nederland: bij het bevoegde douanedistrict) een vergunning kan aanvragen op grond waarvan hij ontslagen kan worden van de (bij iedere binnenkomst opkomende) aangifteverplichtingen waarvoor hij jegens de autoriteiten van de desbetreffende lidstaat verantwoordelijk is. In plaats daarvan doet hij bij deze autoriteiten periodiek (in Nederland: maandelijks) een aangifte waarin de in het tijdvak verschuldigd geworden accijns - en, wat betreft tabaksproducten: btw1 - al zijn gesaldeerd met de in dat tijdvak ontstane rechten op teruggaaf van bedoelde belastingen.

Als voorwaarde voor deze vergunning zal gelden dat belanghebbende een deugdelijke administratie bijhoudt van het verloop van de winkelvoorraad (zie hierna).

42.3.3. Eisen aan de administratie

In de hiervoor bedoelde voorraadadministratie dienen in- en verkopen van de mobiele winkel zodanig te worden geregistreerd dat daaruit kan worden vastgesteld welke soorten en hoeveelheden accijnsgoederen deel uitmaken van de winkelvoorraad op het tijdstip van binnenkomst in het territorium van de desbetreffende lidstaat. Hieraan kan bijvoorbeeld worden voldaan door, uitgaande van de voorrraad bij vertrek, bij de winkelverkopen aan boord tevens het tijdstip van de verkoop te registreren. Voor zover deze gegevens nu niet al worden bijgehouden, mag worden verwacht dat de registratie hiervan op relatief eenvoudige wijze - nl. via het kassaregister - valt te realiseren. Ervan uitgaande dat het verkeer met de andere lidstaat plaatsvindt in een geregelde dienst, kunnen in de te verlenen vergunningen desgewenst, bij wijze van extra vereenvoudiging, de tijdstippen van binnenkomst in de andere lidstaat worden vastgelegd per vaar/vliegroute en per schip/vliegtuig. Omtrent deze vastlegging zullen afspraken te maken zijn tussen de belanghebbende en de bevoegde douaneadministraties van de desbetreffende lidstaten.

42.3.4. Heffing in twee lidstaten: praktijkvoorbeeld

Op basis van het voorgaande kan bij wijze van voorbeeld de navolgende situatie in beeld worden gebracht. In dit voorbeeld wordt uitgegaan van een winkel aan boord van een schip in het veerdienstverkeer tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk, die gedurende de heen- en de terugreis openblijft in zowel de Britse als in de Nederlandse wateren.

Tijdens het verblijf van het schip in Nederland zijn alle accijnsgoederen in de winkelvoorraad belast met Nederlandse accijns (er kan immers niet meer accijnsvrij worden ingekocht en de aan boord van het schip vanuit het Verenigd Koninkrijk binnengebrachte accijnsgoederen worden bij binnenkomst in Nederland betrokken in de Nederlandse accijnsheffing). Aan de hand van de administratie worden op het tijdstip van binnenkomst in de Britse territoriale wateren de soort en hoeveelheid accijnsgoederen vastgesteld, die zijn onderworpen aan de Britse accijns, en waarvoor tevens een recht op teruggaaf ontstaat van Nederlandse accijns.

De administratieve vastlegging van de voorraad op het tijdstip van overschrijding van de Britse territoriale zeegrens vervangt de in beginsel op basis van deze overschrijding te verrichten Britse accijnsaangifte. Daartoe wordt de met deze administratieve vastlegging gemoeide Britse accijns in beginsel geboekt als te betalen Britse accijns en de dienovereenkomstige Nederlandse accijns als terug te vorderen Nederlandse accijns.

Op de terugweg vanuit bijvoorbeeld Hull worden alle goederen in de winkelvoorraad aangemerkt als belast met Britse accijns (nieuwe voorraad kan immers ter plaatse in beginsel niet anders dan met betaling van Britse accijns worden betrokken en de nog in de winkelvoorraad aanwezige accijnsgoederen zijn, overeenkomstig het vorenstaande, bij binnenkomst in het Britse territoriale gebied als zodanig in de administratie geboekt, zodat de Britse accijnsheffing verzekerd kan worden geacht). Aan de hand van de administratie worden op het tijdstip van binnenkomst in de Nederlandse territoriale wateren de soort en hoeveelheid accijnsgoederen vastgesteld, die zijn onderworpen aan de Nederlandse accijns, en waarvoor tevens een recht op teruggaaf ontstaat van Britse accijns.

De administratieve vastlegging van de voorraad op het tijdstip van overschrijding van de Nederlandse territoriale zeegrens vervangt de in beginsel op basis van deze overschrijding te verrichten Nederlandse accijnsaangifte. Daartoe wordt de met deze administratieve vastlegging gemoeide Nederlandse accijns geboekt als te betalen Nederlandse accijns en de dienovereenkomstige Britse accijns als terug te vorderen Britse accijns. Uiterlijk op de vijftiende dag van de maand volgend op de maand waarin de verschuldigdheid van accijns is ontstaan, voldoet belanghebbende de accijns op aangifte. In deze aangifte is het saldo opgenomen van de beide hiervoor bedoelde posten met betrekking tot het tijdvak waarop de aangifte betrekking heeft.

42.4. Verkeer tussen meer dan twee lidstaten

Overeenkomstig de in EU-verband bereikte overeenstemming geldt de hiervoor geschetste vereenvoudigingssystematiek alleen met betrekking tot bilaterale overbrengingen van accijnsgoederen in de winkelvoorraad van mobiele winkels aan boord van schepen of vliegtuigen. Reizen tussen twee lidstaten door het territorium van andere lidstaten of derde landen waarbij geen lucht- of zeehavens worden aangedaan waar passagiers aan of van boord kunnen gaan, worden in dit verband gelijkgesteld met bilaterale reizen. Stappen er evenwel in meer dan twee lidstaten passagiers van of aan boord van eenzelfde schip of vliegtuig, dan geldt wat de accijns betreft steeds dat de binnenkomst van de tot de winkelvoorrraad behorende accijnsgoederen leidt tot accijnsheffing door de lidstaat van binnenkomst. Ook hier kan de exploitant van de desbetreffende winkel bij de bevoegde autoriteiten van de desbetreffende lidstaat (in Nederland: bij het bevoegde douanedistrict) een vergunning aanvragen op grond waarvan hij ontslagen kan worden van de (bij iedere binnenkomst opkomende) aangifteverplichtingen waarvoor hij jegens de autoriteiten van de desbetreffende lidstaat verantwoordelijk is. In plaats daarvan doet hij bij deze autoriteiten (in Nederland: maandelijks) een aangifte waarin de in het tijdvak verschuldigd geworden accijns - en, wat betreft tabaksproducten: btw2 - al zijn gesaldeerd met de in dat tijdvak ontstane rechten op teruggaaf van bedoelde belastingen.

42.5. Overige aandachtspunten

42.5.1. Aflevering aan boord onder schorsing van de accijns

Met betrekking tot het Brits-Nederlandse passagiersveerdienstverkeer is genoteerd dat er aan Britse zijde belangstelling bestaat om de vestiging aan de wal van het schip/winkel aan te merken als geregistreerd bedrijf. Hierbij heeft men bepleit dat Nederland dit voorbeeld zal volgen en daarbij zal toestaan dat accijnsgoederen onder schorsing van de accijns vanuit het Verenigd Koninkrijk rechtstreeks mogen worden afgeleverd aan boord van het schip. De vestiging aan de wal wordt daarbij aangemerkt als het voor de accijnsheffing wegens de ontvangst van de goederen verantwoordelijke geregistreerde bedrijf. Aldus zou het mogelijk worden gemaakt om de winkels aan boord van de schepen in het Brits-Nederlandse passagiersveerdienstverkeer onder schorsing van de accijns vanuit een andere lidstaat te bevoorraden. Deze mogelijkheid zou weliswaar op basis van wederkerigheid gelden, maar in de praktijk zal deze regeling vooralsnog vooral voor Britse leveranciers aantrekkelijk blijken. Gelet op de huidige accijnstarieven valt immers te verwachten dat nagenoeg de totale winkelverkopen van accijnsgoederen aan de Nederlandse accijns zullen zijn onderworpen. Voor zover de winkelvoorraad in eerste aanleg inclusief Britse accijns zou moeten worden betrokken, wordt de veerboot/winkel opgezadeld met extra administratieve lasten en kosten in verband met de teruggaaf van de Britse accijns. Bij ontvangst van de goederen onder schorsing van de accijns worden het aantal accijnsteruggaven en de daarmee gemoeide totale accijnssom teruggedrongen. Aldus kan met betrekking tot de levering van de goederen, behalve een verlichting van administratieve lasten, tevens een cash flow-voordeel worden verwezenlijkt. Via dit effect van de maatregel kan een eventueel concurrentienadeel voor de Britse leveranciers derhalve worden verzacht.

Deze faciliteit staat in wezen los van de algemene systematiek inzake de accijnsheffing van mobiele verkooppunten, omdat de vraag naar het mogen afleveren aan boord van een schip van voor een geregistreerd bedrijf bestemde accijnsgoederen rechtstreeks dient te worden beoordeeld op basis van de huidige regels. Met inachtneming van die regels behoeft er overigens voor Nederland geen bezwaar te bestaan tegen inwilliging van een daartoe strekkend verzoek van belanghebbende. De vergunninghouder van het geregistreerde bedrijf zal de wegens de ontvangst van de accijnsgoederen verschuldigd geworden Nederlandse accijns daarbij overeenkomstig de gewone regels op aangifte moeten voldoen.

42.5.2.1. Tabaksproducten (banderollen)

Wat betreft tabaksproducten zal dezerzijds worden vastgehouden aan de wettelijke eis dat de producten die naar het Nederlandse accijnsregime worden verkocht, steeds van Nederlandse banderollen en gezondheidswaarschuwingen dienen te zijn voorzien. Goedgekeurd kan worden dat tabaksproducten uit andere lidstaten in de voorraad van mobiele verkooppunten zich tijdelijk hier te lande mogen bevinden, mits de belanghebbende hiertoe goedkeuring heeft verkregen van het bevoegde douanedistrict. Bij zijn verzoek dient belanghebbende schriftelijk te verklaren dat de ongebanderolleerde tabaksproducten tijdens het verblijf binnen het Nederlandse territorium en tijdens reizen vanuit Nederland naar het territorium van een andere lidstaat niet worden verkocht. Omgekeerd zullen de autoriteiten van de andere lidstaat eenzelfde positie innemen, zodat belanghebbende desgewenst via een dubbele voorraad toch gedurende de hele reis tabaksproducten kan verkopen. Hierbij speelt mee dat ook de andere lidstaten, evenals Nederland, binnen het toepassingsbereik van hun accijnsregime alleen verkopen zullen toelaten van tabaksproducten die in overeenstemming zijn met de gezondheidsvoorschriften en de eventuele banderolleringsregels van de desbetreffende lidstaat.

42.5.2.2. Bijzondere teruggaven tabaksproducten (in de zegelaankopen begrepen btw)

In Nederland wordt de omzetbelasting met betrekking tot tabaksproducten geheven als accijns. Deze systematiek wordt evenwel niet in alle lidstaten gehanteerd. In gevallen waarin een lidstaat met betrekking tot tabaksproducten de algemene btw-regels toepast, zal er wegens de verkopen van deze goederen aan reizigers vanuit die lidstaat op weg naar Nederland omzetbelasting moeten worden aangegeven en betaald overeenkomstig de tarieven van de lidstaat van vertrek.

Hierdoor kan er in de praktijk een recht op teruggaaf ontstaan van de in de zegelaankoop begrepen Nederlandse btw. Deze bijzondere teruggaven zullen worden afgewikkeld met overeenkomstige toepassing van de regels inzake accijnsteruggaaf ter zake van tabaksproducten, met dien verstande dat daarbij, op pragmatische gronden - en uitsluitend binnen het kader van de vergunning aan belanghebbende - zal kunnen worden afgezien van de eis dat de banderollen moeten worden overgelegd voor het verkrijgen van een teruggaaf, omdat dit in de praktijk immers niet mogelijk zal zijn.

42.6. Overgangsregeling bij de beëindiging van de accijnsvrijstelling met ingang van 1 juli 1999

Wegens de beëindiging van de accijnsvrijstelling voor accijnsgoederen die worden meegevoerd in de persoonlijke bagage van een reiziger die zich door de lucht of over zee naar een andere lidstaat of naar een derde land begeeft, zijn deze accijnsgoederen met ingang van 1 juli 1999 in Nederland onderworpen aan de accijnsheffing. Met betrekking tot accijnsgoederen die op basis van de regels zoals deze tot laatstbedoeld tijdstip golden, zonder betaling van accijns in Nederland met vrijstelling van accijns zijn uitgeslagen dan wel ingevoerd, en die zich bij de aanvang van 1 juli 1999 in Nederland als winkelvoorraad aan boord bevinden van een schip of vliegtuig in het intra-EU verkeer, zal geen afzonderlijke accijnsaangifte worden verlangd.

Bij binnenkomst van een vliegtuig of schip in Nederland bij of na de aanvang van 1 juli 1999 dient, behoudens de hiervoor beschreven situaties waarin er toestemming is verleend tot het tijdelijk voorhanden hebben in Nederland van niet voor de verkoop hier te lande bestemde accijnsgoederen, van de tot de winkelvoorraad accijnsgoederen steeds Nederlandse accijns worden geheven. Met betrekking tot tabaksproducten zal hierbij worden verlangd dat deze bij binnenkomst in Nederland zijn voorzien van de voorgeschreven banderollen en vermeldingen in het kader van de volksgezondheidswetgeving. Reizigers die Nederland binnenkomen uit een andere lidstaat zullen met betrekking tot ongebanderolleerde tabaksproducten moeten kunnen aantonen dat de accijns is voldaan van de lidstaat waar zij deze producten voor persoonlijk verbruik hebben betrokken.

De Staatssecretaris van FinanciEn,

namens deze,

De PLV. directeur-generaal der belastingen,

mw. mr. J. Thunnissen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie