Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak over De Nederlandsche Bank en het jaar 2000

Datum nieuwsfeit: 16-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

De Nederlandsche Bank NV
Afdeling Externe betrekkingen en voorlichting

De Nederlandsche Bank en het jaar 2000

Toespraak van drs. A.L. Touw RA, onderdirecteur van de Nederlandsche Bank, tijdens het congres ´Juridische knelpunten en het jaar 2000´ op 16 juni 1999 in de RAI te Amsterdam.

Inleiding
Dames en heren, het is mij een groot genoegen u hier vandaag toe te spreken op dit congres georganiseerd door Kluwer Opleidingen. De bewustwording van de problemen rond de overgang naar het jaar 2000 is de laatste maanden sterk toegenomen. Spil in het bewustwordingsproces is het Millenniumplatform. De heer Timmer is hierop eerder vanmiddag uitvoerig ingegaan. De publiekscampagne is op 20 mei jl. gestart en wij worden nu via radio en tv bestookt met spotjes. Ik juich dat toe. Een goede voorlichting over het millenniumprobleem is nodig. Mensen moeten weten waar ze aan toe zijn. De communicatie is echter niet eenvoudig. Openheid is nodig, en tegelijkertijd moet eventuele ongerustheid worden weggenomen. Absolute zekerheid dat zich rond de eeuwwisseling geen problemen zullen voordoen, kan niemand geven. Wel kan inzicht worden gegeven in alle inspanningen die worden verricht om de kans op problemen te minimaliseren. Ofschoon niet gericht op het grote publiek, draagt dit congres daar zeker toe bij.

De eeuwwisseling komt snel dichterbij. Het bankwezen heeft een belangrijk deel van de inspanningen inmiddels achter zich liggen. Dat geldt ook voor de Nederlandsche Bank. Nu veel van de technische activiteiten zijn afgerond, verschuift het accent in de voorbereidingen. De aandacht gaat nu meer uit naar het opstellen van noodscenario's en naar het anticiperen op mogelijke gedragswijzigingen van financiële marktpartijen en consumenten in de aanloop naar de millenniumovergang.

DNB is direct betrokken bij voorbereidingen bancaire sector Gepositioneerd in het financiële hart van Nederland is de Nederlandsche Bank direct betrokken bij de millenniumaanpassingen in de bancaire sector. Onze betrokkenheid heeft te maken met onze kerntaken: het monetaire beleid, het bankentoezicht en het betalingsverkeer. De Nederlandsche Bank is uiteraard verantwoordelijk voor haar eigen systemen. Deze moeten vooral voor de vervulling van onze taken met betrekking tot het monetaire beleid en het betalingsverkeer millenniumproof zijn. Daarnaast betekent onze rol van bankentoezichthouder dat wij ook de voorbereidingen op de millenniumovergang door het bankwezen nauwlettend in de gaten moeten houden. Allereerst zal ik nu het belang van tijdige en adequate voorbereidingen door het bankwezen nader toelichten. Daarna zal ik u een overzicht schetsen van de initiatieven van bankentoezichthouders op internationaal niveau. De kern van mijn betoog behelst de aanpak van de millenniumproblematiek door het Nederlandse bankwezen en in dit verband de activiteiten van de Nederlandsche Bank. Tot slot zal ik ingaan op de millenniumvoorbereidingen van de Bank zelf.

De betekenis van de millenniumproblematiek voor het bankwezen Het millenniumvraagstuk is voor het bankwezen een fenomeen met grensoverschrijdende implicaties. De voorbereidingen van de banken zijn sterk vervlochten met die van hun externe omgeving, zowel nationaal als internationaal. Dit maakt het belang van een adequate oplossing extra groot. Als zij de problemen niet tijdig oplossen, kunnen banken met grote operationele problemen te kampen krijgen of, in het uiterste geval, zelfs met een faillissement worden bedreigd. De schaalvergroting in de bancaire sector en de internationale vervlechting van activiteiten maakt dat door problemen bij een bepaalde instelling relatief snel ook andere instellingen besmet kunnen raken. Banken dienen dus hun uiterste best te doen hun zaken tijdig op orde te hebben en risico van marktontwrichting te voorkomen. De Nederlandsche Bank heeft de aanpak van de millenniumproblematiek door het bankwezen dus niet voor niets aangemerkt als een strategische topprioriteit.

De millenniumproblematiek heeft voor banken drie dimensies. Ten eerste moet de eigen interne organisatie op orde zijn. Dit is behalve een technische kwestie vooral ook een zaak van strategisch belang. Ondernemingen zijn vandaag de dag voor hun functioneren grotendeels aangewezen op computertoepassingen. Dit geldt in het bijzonder voor banken. Het falen van een goede aanpak kan catastrofale gevolgen hebben. Het management moet dan ook zorgen voor draagvlak op alle niveaus binnen de organisatie.

De tweede dimensie van de problematiek voor banken is de verwevenheid van systemen. Banken participeren in tal van complexe systemen waarbij nauwe relaties bestaan met externe partijen. Het meest voor de hand liggende voorbeeld betreft de betalingsverkeerssystemen. Door de afhankelijkheid van dergelijke verweven systemen moeten banken alle onderlinge verbanden controleren. Nauwe samenwerking tussen betrokkenen is hierbij van groot belang. De Nederlandsche Bank speelt hierbij een centrale, coördinerende rol.

De derde dimensie betreft de relatie met debiteuren. Een bank bevindt zich niet op een eiland. Integendeel, zij heeft te maken met een groot aantal relaties. Relaties aan wie middelen zijn uitgeleend. Dit plaatst de problematiek bij banken in een ander daglicht ten opzichte van andere ondernemingen. Immers, ook al is een bank zelf millenniumproof, dit betekent niet dat de overgang naar de volgende eeuw gegarandeerd soepel zal verlopen. Als belangrijke debiteuren er niet in slagen tijdig voorbereidingen te treffen kan dit het bankbedrijf in gevaar brengen. Banken die hierdoor in de problemen komen kunnen in het uiterste geval andere banken meeslepen in hun val. Daarom moeten banken klanten die risico's lopen uit hoofde van de 2000-problematiek tijdig identificeren. Overigens kan dit proces ook in omgekeerde richting verlopen. Een bank die de problemen niet tijdig de baas is, kan haar cliënten voor grote risico´s plaatsen.

De betrokkenheid van de bankentoezichthouder
De Bank is als toezichthouder op de banken nauw betrokken bij de millenniumovergang van de bancaire sector. Het toezicht op het bankwezen heeft twee hoofddoelstellingen. Ten eerste de bescherming van de belangen van crediteuren. Deze klassieke doelstelling noemt men ook wel micro-prudentieel toezicht. Crediteuren mogen geen schade ondervinden doordat banken de millenniumproblemen niet tijdig ondervangen. Minstens even belangrijk in deze context is echter de tweede, meer recente doelstelling van het bancaire toezicht: het waarborgen van de stabiliteit van het financiële systeem. Concreet betekent dit dat het financiële stelsel dermate solide is dat het een faillissement van een individuele instelling kan opvangen zonder dat dit een domino-effect veroorzaakt. Met name deze laatste doelstelling vereist internationale coördinatie van de werkzaamheden van de bankentoezichthouders.

Toezichthouders hebben verschillende middelen om bewustwording te stimuleren. Dit kan in algemene vorm, in speeches of andere openbare uitlatingen. Hierbij kunnen zij eventueel richtlijnen geven voor een efficiënte aanpak. Ook kunnen zij direct met de hoogste leiding van een instelling contact zoeken om de bewustwording te stimuleren. Een stap verder gaat het opstellen van doelstellingen en criteria voor banken. Als de toezichthouder de banken duidelijk laat weten wat ze van hen verwacht, kan dit bijdragen aan een goede voortgang van de benodigde aanpassingen. Banken wordt op deze wijze een leidraad geboden voor de opstelling van hun eigen plannen. Een duwtje in de rug als het ware. Daarnaast verkeren bankentoezichthouders in de comfortabele positie dat zij het overzicht hebben over de gehele bedrijfstak. Als zich in bepaalde instellingen vertragingen of andere problemen voordoen kunnen zij de instelling in kwestie aansporen er een schepje bovenop te doen door publieke opmerkingen over het algemene niveau van de vorderingen. Het uiterste middel van de toezichthouder, maar dan zijn de problemen echt al van zorgwekkende omvang, is directe bemoeienis. In aanvulling op de eigen verantwoordelijkheid van de instellingen kan de toezichthouder zich gedwongen voelen uit te zoeken met welke noodscenario's de problemen het hoofd kunnen worden geboden.

Internationale coördinatie van de bankentoezichthouders De samenwerking tussen de nationale toezichthouders vindt plaats in het zogenoemde Bazels Comité. Dit Comité bestaat uit vertegenwoordigers van de nationale toezichthouders op het bankwezen van de landen aangesloten bij de G10, plus Luxemburg. In 1997 heeft het Comité de kat de bel aangebonden. Dit gebeurde in het besef dat het niet de taak van de toezichthouders is om de uitdaging van de millenniumproblematiek op te lossen, maar van de instellingen zelf. De toezichthouders kunnen echter wel een constructieve rol spelen. Zo heeft het Bazels Comité in september 1997 een handleiding opgesteld waarlangs banken de millenniumproblematiek kunnen aanpakken. Daarnaast heeft het Comité een gedragslijn uitgezet voor de nationale toezichthouders.

Het Bazels Comité heeft in 1997 de Year 2000 Task Force opgericht, die bestaat uit bankentoezichthouders uit de aangesloten landen. Afstemming van activiteiten met toezichthouders op verzekeringsmaatschappijen en effecteninstellingen vindt plaats in de Joint Year 2000 Council. Hierin zijn ook specialisten op het gebied van betalingsverkeerssystemen vertegenwoordigd. Ook op nationaal niveau is er intensief contact tussen de verschillende toezichthouders.

Internationale voortgang
Het Bazels Comité heeft een structuur in het leven geroepen om de vorderingen wereldwijd te monitoren. Twee metingen zijn verricht. De meest recente vond eind 1998 plaats. Toezichthouders uit maar liefst 100 landen namen deel aan het onderzoek, waaruit bleek dat de financiële sector wereldwijd over het algemeen significante voortgang heeft geboekt in de aanpak van het millenniumprobleem. Desondanks bleek in een aantal landen en sectoren nog veel werk nodig. In meer dan 80 landen hebben de toezichthouders de banken richtlijnen opgelegd. Om de voortgang van de grote, internationaal opererende banken te kunnen volgen houden de toezichthouders uit de verschillende landen nauw contact. Toezichthouders in de grootste financiële markten werken aan noodscenario´s, die nodig kunnen zijn als banken tekort schieten. Toezichthouders in de kleinere landen hebben op dit punt minder activiteiten ontplooid. Al met al kan worden geconcludeerd dat de probleemgebieden zich concentreren in markten die relatief weinig technologie-intensief zijn. De risico's voor het wereldwijde financiële systeem lijken derhalve beperkt.

Stand van zaken in het Nederlandse bankwezen
Ik kom nu op de stand van zaken in het Nederlandse bankwezen. De Nederlandsche Bank is al geruime tijd geleden in actie gekomen. De Bank gaat niet op de stoel van de bankier zitten wanneer het gaat om de aanpak van de millenniumproblemen. Maar het is wel haar verantwoordelijkheid dat het vertrouwen in het bankwezen gehandhaafd blijft. Het is vanuit deze invalshoek dat de Bank de problematiek nauwgezet volgt. Zij werkt hierbij mede volgens de gedragslijn die in internationaal verband is opgesteld. Banken dienen de Nederlandsche Bank op de hoogte te houden van hun vorderingen bij de aanpak van het millenniumprobleem. De Bank stuurt de onder haar toezicht staande instellingen, alsmede Interpay, hiertoe periodiek circulaires en vragenlijsten toe. Wij gaan ook bij de banken op bezoek. Onze toezichthoudende accountants onderzoeken dan ter plekke de stand van zaken. Voorzover onze capaciteit tekort schiet huren wij voor deze onderzoeken ook externe deskundigen in. Op managementniveau wordt tijdens reguliere en, als daarvoor aanleiding is, speciaal ingelaste gesprekken over het millenniumprobleem gesproken. Tijdens dit soort gesprekken worden concrete afspraken gemaakt om bottlenecks te verhelpen.

Voordat ik dieper inga op de actuele stand van zaken, wil ik even kort met u terugblikken. Al in november 1996 heeft de Bank een eerste enquête verstuurd aan alle onder toezicht staande banken om inzicht te krijgen hoe zij zich voorbereiden op de millenniumovergang. Hieruit bleek dat in het algemeen nog weinig aandacht bestond voor deze problematiek.

Eind 1997 voerden wij een nieuwe enquête uit. Hieruit kwam naar voren dat het met de bewustwording van de banken inmiddels wel goed zat. Vrijwel alle banken hadden een inventarisatie gemaakt van de aan te passen systemen. Ook op de aspecten strategiebepaling en de oprichting van een projectorganisatie werd over het algemeen goed gescoord. De banken waren op de goede weg om de problemen tijdig op te lossen, zij het dat een aantal kanttekeningen was te plaatsen.

Deze op zich positieve resultaten dateren van eind 1997. Daarna liep een groot aantal banken vertraging op, zo bleek uit ons onderzoek naar de stand van zaken per 30 september 1998. In februari van dit jaar kwamen hiervan de resultaten beschikbaar. Een groot aantal banken voldeed niet geheel aan de door de Bank gestelde deadlines voor de aanpassing van systemen en het testen. De knelpunten die de banken ondervonden liggen overigens veelal buiten hun directe invloedssfeer. Banken zijn vaak afhankelijk van derden, bijvoorbeeld applicaties van derden en externe interfaces. De deadline voor volledige afronding van het millenniumproject is door de Bank gesteld op 30 juni van dit jaar. Ook dan zullen zich naar verwachting nog enkele overschrijdingen voordoen, maar de indicaties zijn dat de betrokken banken de opgelopen achterstand voor het vierde kwartaal zullen inhalen. Wel heeft de Bank aangegeven dat zij, in lijn met de afronding van het millenniumproject, verwacht dat per eind juni 1999 adequate Jaar 2000-calamiteitenplannen beschikbaar zijn.

Deze resultaten lijken overigens teleurstellender dan ze zijn. We spreken immers pas van afgeronde projecten als deze ook echt helemaal afgerond zijn. Het is dan ook niet onlogisch te veronderstellen dat banken de opgelopen achterstand inderdaad zullen inhalen. De afronding van projecten hangt in veel gevallen op enkele laatste losse eindjes.

Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek heeft de Bank in april van dit jaar twee vervolgenquêtes uitgestuurd naar de banken. De eerste enquête betreft een follow-up naar de status en voortgang van de millenniumvoorbereidingen. In aanvulling hierop moeten banken die daar naar onze mening voor in aanmerking komen, maandelijks rapporteren. De tweede enquête betreft de Jaar 2000-kredietrisico´s waar de banken aan blootstaan. De relaties van een bank zijn uiteraard zelf verantwoordelijk voor de aanpak van de eigen millenniumproblematiek, maar banken moeten wel weten hoe hun cliënten hierbij te werk gaan. Wij hebben de banken verplicht om in kaart te brengen in hoeverre sprake zou kunnen zijn van verhoogde kredietrisico´s. Banken kunnen hierbij gebruik maken van een checklist die de Nederlandse Vereniging van Banken heeft opgesteld. De Nederlandsche Bank volgt de procedures die de banken hanteren bij de risicobeoordeling van hun kredietrelaties nauwlettend. De Bank gaat steekproefsgewijs na hoe de banken de beoordeling van individuele kredietrelaties aanpakken. De Nederlandse Vereniging van Banken heeft een gedragslijn voorgesteld, volgens welke banken hun relaties op de hoogte kunnen houden van de eigen inspanningen om de millenniumproblemen het hoofd te bieden.

Beide enquêtes zijn ingevuld naar de situatie per eind maart 1999. De resultaten komen eind juli beschikbaar. Deze vertraging is helaas onvermijdelijk. Voor een zorgvuldige beantwoording hebben de banken circa twee maanden nodig. De Bank heeft voor de verwerking ook nog eens zes tot acht weken nodig. Toezichtszaken zijn nu eenmaal dermate belangrijk dat niet over één nacht ijs kan worden gegaan. Ik kan u vandaag dan ook nog niet exact aangeven hoe de vlag erbij hangt.

Wat doet de Bank zelf?
Ik kom nu op de interne voorbereidingen van de Nederlandsche Bank zelf. Wij stellen immers niet alleen eisen aan de banken. Deze eisen vloeien voort uit onze toezichtstaak. Daarnaast verplichten onze overige taken, op het terrein van het monetaire beleid en het betalingsverkeer, ons tot forse inspanningen. Om de overgang naar 2000 soepel te laten verlopen heeft de Bank allereerst een projectorganisatie opgezet. Na inventarisatie van alle hardware, software, toepassingen, ´embedded systems´ en diensten van derden is een tijdschema opgesteld. Uiterste deadline is 30 juni 1999, net als bij de banken. Nog twee weken dus. Wij hebben iets meer dan tweehonderd `hoog risico'-objecten geïdentificeerd. Omdat hiervan eind mei 7% nog niet was gecertificeerd, is een eindsprint onvermijdelijk. Uiteraard zal de Bank zorgen voor adequate noodscenario´s, voor het geval toch onverhoopt problemen mochten optreden. Tenslotte heeft de Bank de leveranciers van allerlei mogelijke producten aangeschreven in verband met een 2000-verklaring. Voor de testactiviteiten heeft de Bank een apart testbureau ingesteld. De interne accountantsdienst van de Bank voert geregeld audits uit en beoordeelt de opgeleverde (mijlpaal)producten en testplannen. Daarnaast vinden reviews plaats door de externe accountant. Intern hanteert de Bank bij nieuwe releases de voorwaarde dat op 2000-bestendigheid wordt getest. Vanuit de ECB is een bevriezingsperiode opgelegd van 1 oktober 1999 tot 1 maart 2000.

Ik wil nu graag concreter ingaan op onze interne voorbereidingen. Het monetaire beleid is tegenwoordig gericht op handhaving van prijsstabiliteit in het eurogebied. De Bank deelt deze verantwoordelijkheid met de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van de tien andere eurolanden. Voor een goed monetair beleid is een soepele werking van de Europese geldmarkt nodig. Dat betekent dat transacties tussen banken in de verschillende eurolanden zonder problemen moeten kunnen verlopen. Deze transacties lopen via de topgirale betalingsverkeerssystemen van de nationale centrale banken, die sinds 1 januari 1999 aan elkaar zijn gekoppeld. Deze systemen worden gezamenlijk aangeduid als TARGET, het Europese betalingsverkeerssysteem van de centrale banken. TARGET zorgt ervoor dat een betaling tussen twee banken in Amsterdam net zo eenvoudig is als een betaling tussen een Amsterdamse en een Parijse bank. De Nederlandse component van TARGET heet TOP; het is de top van de Nederlandsche betalingspyramide. Via TOP verwerkt de Nederlandsche Bank het binnenlandse interbancaire betalingsverkeer. Sinds 1 januari van dit jaar lopen ook transacties tussen Nederlandse en buitenlandse banken via TOP. Dagelijks worden vele tientallen miljarden euro´s overgeboekt. Millenniumbestendigheid van TOP is dus cruciaal voor de uitoefening van onze centrale banktaken.

Interne tests hebben laten zien dat het TOP-systeem zelf millenniumproof is. De Bank heeft de relaties van TOP onlangs schriftelijk laten weten welke maatregelen zijn/worden genomen om verstoringen in het betalingsverkeer zoveel mogelijk te voorkomen. Voor een goede werking van het betalingsverkeer moeten echter ook de links met de buitenwereld goed functioneren. Zowel aan de input- als de outputzijde is TOP verbonden met andere systemen. Ten eerste met die van de banken, die via TOP binnenlandse en grensoverschrijdende transacties verrekenen. Ten tweede met andere componenten van TARGET. Ten derde is TOP verbonden met de systemen van Interpay. Retailbetalingen tussen banken worden verevend bij Interpay. Interpay verrekent het saldo hiervan vervolgens via het TOP-systeem. Als laatste link met de buitenwereld kan ik noemen de verbinding met Necigef voor de verrekening van grote effectentransacties. Al deze links werken door middel van interfaces. Dit betekent dat een millenniumprobleem in één van deze interfaces of in de onderliggende systemen een bedreiging voor het betalingsverkeerssysteem kan vormen. Integratietests in samenwerking met de betrokken externe relaties naderen thans hun voltooiing. Vervolgens kan worden vastgesteld of het TOP-systeem de millenniumovergang zonder kleerscheuren kan doorstaan.

De ECB heeft onlangs besloten dat TARGET op 31 december as. gesloten zal zijn. Dit zal de veiligheid van de overgang op het jaar 2000 vergroten, omdat zo vóór middernacht op die dag alle einde-dag en einde-jaar activiteiten voor alle systemen kunnen worden uitgevoerd en alle back-ups kunnen worden voltooid. Dit betekent dat ons TOP-systeem ook dicht is. Voor het verrichten van girale transacties zullen de Nederlandse banken dit initiatief volgen. Het zal wel mogelijk blijven geld op te nemen via gelduitgifte-automaten. Ook de betaalfaciliteiten aan de toonbank blijven gewoon functioneren. Feitelijk komt het er dus op neer dat de banken op 31 december doen alsof het zaterdag is.

Noodscenario's
De millenniumovergang is in vele opzichten een unieke gebeurtenis. Dat betekent dat er, hoe goed alle voorbereidingen ook verlopen, toch dingen mis kunnen gaan. Zowel binnen als buiten de Bank zullen daarom voor de meest kritische systemen noodscenario´s worden opgesteld. Er kunnen verstoringen optreden die op dit moment niet bekend zijn, maar die wel van invloed kunnen zijn op het functioneren van het betalingsverkeer en daarmee op de samenleving. Veel van de eventueel optredende effecten zullen niet op zichzelf staan, maar een gevolg zijn van een domino-effect. Onder noodscenario´s verstaan wij het bepalen van alternatieve mogelijkheden voor de afwikkeling van het betalingsverkeer. De noodscenario´s moeten erin voorzien dat, ondanks eventuele problemen veroorzaakt door de millenniumovergang, het betalingsverkeer in Nederland kan blijven functioneren. Een tijdelijke degradatie in functionaliteit zal daarbij niet altijd te vermijden zijn. Bij het opstellen van noodscenario's zijn twee invalshoeken mogelijk; de systeemtechnische en de product georiënteerde. Een voorbeeld van een systeemtechnisch noodscenario is tape-uitwisseling als alternatief voor datacommunicatie. Een voorbeeld van een product georiënteerd noodscenario is het contant afrekenen als alternatief voor een creditcard transactie.

Bij het opstellen van noodscenario´s voor het betalingsverkeer onderscheiden wij drie gebieden:

* Topgiraal betalingsverkeer

* Giraal betalingsverkeer

* Toonbankverkeer

Voor elk van deze deelgebieden worden thans, in overleg met de banken, noodscenario´s ontwikkeld. Hierbij wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van bestaande noodscenario´s. Deze worden getoetst op 2000-bestendigheid en waar nodig aangepast. Aspecten rond de millenniumovergang die in een breder kader vallen dan alleen betalingsverkeer, maar daar wel consequenties voor hebben, vallen buiten het directe aandachtsgebied van de betalingsinfrastructuur. Dit betreft bijvoorbeeld het uitvallen van openbare nutsvoorzieningen als elektriciteit en datacommunicatie. De noodscenario´s zullen in het najaar beschikbaar zijn.

Behalve naar het opstellen van noodscenario´s gaat de aandacht nu ook uit naar het anticiperen op mogelijke gedragswijzigingen van financiële marktpartijen en consumenten in de aanloop naar de millenniumovergang. Het is mogelijk dat marktpartijen, door de onzekerheid over de gevolgen van de millenniumovergang, hun activiteiten aan het einde van het jaar beperken. Hierdoor zou de vrije beschikbare liquiditeit in de markten aanzienlijk kunnen dalen. Vastgesteld moet worden hoe hiermee moet worden omgegaan. Voorbereiding is ook nodig op mogelijke gedragswijzigingen van consumenten. Het is denkbaar dat, ofschoon dit niet gerechtvaardigd zou zijn, twijfels bij de bevolking leiden tot een tijdelijk hogere vraag naar bankbiljetten en, in mindere mate, munten. Dit betekent dat de capaciteit van de chartale distributieketen daar waar nodig vergroot zal moeten worden. De aanwezige voorraad bankbiljetten is ruim voldoende om een eventuele vraagstijging op te kunnen vangen.

Het ontwikkelen van noodscenario's is een interbancair proces, dat onder verantwoordelijkheid valt van de Stuurgroep Implicaties EMU, waarin ook de voorbereidingen van de bancaire sector op de euro werden afgestemd. Vandaar de naam. Alle betrokken partijen, waaronder de grote banken, de NVB en de AEX, zijn vertegenwoordigd in de Stuurgroep, die onder voorzitterschap staat van de Bank. Onder de Stuurgroep ressorteren twee werkgroepen. De ene werkgroep, ook onder voorzitterschap van de Bank, buigt zich over de betalingsverkeersaspecten van de millenniumovergang. De andere, onder voorzitterschap van de AEX, zorgt voor de afstemming van de millenniumactiviteiten in het effectenverkeer.

Tot besluit
De start van de publiciteitscampagne van het Millennium Platform zal leiden tot een verdere groei van het maatschappelijk bewustzijn ten aanzien van het millenniumprobleem. Banken lopen voorop bij de aanpak van de 2000-problematiek en hebben een groot deel van de inspanningen achter zich liggen. Dat geldt ook voor de Nederlandsche Bank. Nu veel van de technische activiteiten zijn afgerond, verschuift het accent in de voorbereidingen. De aandacht gaat nu meer uit naar het opstellen van noodscenario´s en naar het anticiperen op mogelijke gedragswijzigingen van financiële marktpartijen en consumenten in de aanloop naar de millenniumovergang. Absolute garanties voor een vlekkeloze overgang op het nieuwe millennium kan ik u niet geven. Ik hoop u vandaag wel inzicht te hebben gegeven in alle inspanningen die worden verricht om de kans op problemen te minimaliseren.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie