Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verbetering vee voorlopig vooral uit natuurlijke bronnen

Datum nieuwsfeit: 17-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Landbouwuniversiteit Wageningen

logo Landbouwuniversiteit Wageningen


Persbericht

17-06-1999, nr. 99-45

Wageningse hoogleraar fokkerij en genetica ziet bescheiden rol voor genetische modificatie:

"Verbetering van vee komt voorlopig nog vooral uit natuurlijke bronnen"

'Herman' en 'Dolly' hebben er voor gezorgd dat veel mensen bij genetische verbetering van dieren vooral denken aan genetische manipulatie en klonen. De rol van genetische modificatie en klonering bij landbouwhuisdieren is echter vooralsnog bescheiden. "Voor de genetische verbetering van landbouwhuisdieren ten behoeve van voedselproductie wordt al geruime tijd geput uit natuurlijke bronnen en dit zal ook nog lange tijd zo blijven", dit stelt prof.dr.ir. Johan van Arendonk in de inaugurele rede die hij donderdag 17 juni uitspreekt in verband met zijn benoeming tot persoonlijke hoogleraar bij de leerstoelgroep Fokkerij en Genetica van de Landbouwuniversiteit Wageningen.

Bevolkingsgroei
De groei van de wereldbevolking zorgt voor een toenemende behoefte aan voedsel en door gewijzigde voedingspatronen geldt dit in nog sterker voor voedingsproducten van dierlijke oorsprong. Het is dus van belang de dierlijke productie op een verantwoorde wijze te vergroten. Volgens Van Arendonk is het belangrijk dat deze groei wordt gerealiseerd door verbetering van de efficiëntie en niet door vergroting van de veestapel. Ook moeten deze verbeteringen worden ingepast in een benadering waarin aandacht wordt besteed aan dierlijk welzijn, biodiversiteit, wisselwerking tussen dier en omgeving en voedselveiligheid voor de consument. Hiervoor zijn inspanningen noodzakelijk op het gebied van veehouderij, veevoeding en fokkerij.

Nadelige effecten
Uit experimenten blijkt dat het inbrengen van genen in bijvoorbeeld varkens wel kan leiden tot een enigszins verhoogde groei, maar dit heeft tevens ernstige nadelige effecten op de gezondheid en vruchtbaarheid van de dieren. Ook moet bij landbouwhuisdieren in een keer een groot aantal dieren worden gemodificeerd om de bestaande genetische variatie in de fokpopulatie te waarborgen. Van Arendonk: "Dit kan alleen wanneer het gen bij alle dieren op exact dezelfde plaats in het erfelijke materiaal, en bij voorkeur op de plaats van het oorspronkelijke gen, wordt ingebracht. Dit vergt een technische doorbraak die nog ver weg lijkt. Klonen kan hieraan niets veranderen. Toepassing van genetische modificatie ligt bovendien niet voor de hand omdat de noodzakelijke zorgvuldige evaluatie van welzijn en gezondheid van gemodificeerde dieren veel tijd vergt terwijl tegelijkertijd met de huidige fokprogramma's een vooruitgang van 1 tot 2% per jaar gerealiseerd kan worden". Wel levert de moleculaire genetica een belangrijke bijdrage aan het opsporen van genen en aan de gerichte selectie op gewenste kenmerken met behulp van merkers.

Genenkaarten
Ontwikkelingen binnen de moleculaire genetica hebben het mogelijk gemaakt om erfelijke eigenschappen nauwkeurig in kaart te brengen. Voor de belangrijkste landbouwhuisdieren zijn nu kaarten van genetische merkers beschikbaar. De inspanningen die worden geleverd aan de genenkaart van de mens en de muis leveren, vanwege de nauwe evolutionaire verwantschap, een aanzienlijke bijdrage aan het opsporen van genen bij landbouwhuisdieren. Zo is het gen dat verantwoordelijk is voor dikbileigenschappen bij runderen opgespoord na een publicatie van een soortgelijk verschijnsel bij de muis. Bij het opsporen van genen bij landbouwhuisdieren wordt men bovendien geholpen door de enorme hoeveelheid gegevens die voor fokkerijdoelstellingen zijn verzameld. Van Arendonk: "Door het uitvoerige gebruik van kunstmatige inseminatie is het in de melkveepopulatie mogelijk om gegevens te verzamelen van zeer grote families, waarbij een familie veelal bestaat uit een grootvader en 30 tot 200 zonen. Deze familiestructuur biedt uitstekende mogelijkheden voor koppelingsstudies, waarbij wordt gekeken hoe eigenschappen elkaar kunnen beïnvloeden".

Minder kalven
Volgens Van Arendonk is bij landbouwhuisdieren in het verleden vaak te veel gekeken naar de productieverhoging per dier. "Het gaat niet om het maximaliseren van de netto-opbrengst per dier maar om verbetering van de efficiëntie in het productiesysteem. Het is belangrijk dat gekeken wordt naar de prestaties van dieren gedurende het hele leven en niet slechts naar een deel daarvan". Zo wordt bij melkkoeien erg veel waarde gehecht aan de zogenaamde 305-dagen productie, de melkproductie gedurende de eerste 305 dagen na afkalven. "In landen met een sterk seizoensgebonden aanbod van veevoer ligt het voor de hand om koeien om de 365 dagen te laten kalven. Onder Nederlandse omstandigheden is dit veel minder voor de handliggend en moet hoognodig worden nagegaan of het niet gewenst is om een tussenkalftijd van 18 maanden tot regel in plaats van uitzondering te maken", meent Arendonk.

Groepselectie
In fokprogramma's moet volgens Van Arendonk meer aandacht worden besteed aan de gevolgen voor biodiversiteit en interacties van de dieren met hun omgeving. "Gedragskenmerken die een voordeel opleveren voor een bepaald individu kunnen een nadelig effect hebben op anderen binnen dezelfde groep. Zo kunnen bijvoorbeeld dieren met een hogere sociale status een groter deel krijgen van het beschikbare voer ten koste van dieren met een lagere sociale status. Selectie op voeropname of groei kan leiden tot grotere verschillen in sociale rangorde en tot een toename van de agressiviteit. Selectie op basis van de gemiddelde groei van een familie, biedt betere perspectieven voor het verbeteren van kenmerken waarin sociale interacties van invloed zijn op welzijn en productiviteit". Zo blijkt uit een Amerikaans onderzoek dat verenpikken en kannibalisme bij kippen aanzienlijk kan worden teruggedrongen door gebruik te maken van groepselectie op een combinatie van eimassa en levensduur bij kippen met intacte snavels. Van Arendonk: "Zeker nu dieren meer in groepen gehuisvest gaan worden verdienen sociale interacties en de mogelijkheden van groepselectie nader onderzoek".

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie