Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inbreng GPV/RPF verslag bijstandsverlening zelfstandigen

Datum nieuwsfeit: 17-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
GPV

26498
Inbreng voor het verslag over (bijstandsverlening zelfstandigen)

bijdrage van van Dijk- GPV fractie (mede namens RPF) 17 juni '99

De leden van de fracties van GPV en RPF hebben met belangstelling kennis genomen van onderhavig wetsvoorstel. Ze vinden het belangrijk dat uitkeringsgerechtigden reële mogelijkheden worden geboden om definitief de uitkeringssituatie te verlaten en in staat worden gesteld om in het eigen levensonderhoud te voorzien. Naast de bemiddeling naar een baan in loondienst zien genoemde leden het zelfstandig ondernemerschap als een volwaardige uitstroommogelijkheid, dat alleen om die reden al ondersteuning verdient. Wel hebben ze nog enkele vragen over de mogelijke consequenties van de voorgestelde verruimingen.

In de toelichting lezen de leden van de fracties van GPV en RPF dat bij de beoordeling van de keuze van de toeleidingstrajecten steeds zorgvuldig moet worden nagegaan welk traject het snelst en meest blijvend tot uitstroom kan leiden. Kan de regering door middel van een voorbeeld inzichtelijk maken hoe een gemeentelijke sociale dienst hiermee moet omgaan? Betekent dit dat degene voor wie inmiddels een functie in loondienst beschikbaar is, geen gebruik kan maken van de Bbz? Ook niet als in het verleden is gebleken dat de bewuste persoon zich niet wist te handhaven in een loondienstverhouding? De genoemde leden begrijpen dat o.a. de financiële inspanningen bepalend kunnen zijn voor de keuze van het traject. In welke mate speelt in de afwegingen bij de te maken keuze de voorkeur van de bewuste uitkeringsgerechtigde mee? Kan de regering meer inzichtelijk maken wat de wegingsfactoren zijn van de aspecten die de keuze voor het ene of het andere traject bepalen?

De leden van de fracties van GPV en RPF constateren dat met dit wetsvoorstel de maximale inkomensondersteuning wordt verlengd tot 36 maanden. In de toelichting staat te lezen dat deze ondersteuning alleen wordt verleend als vaststaat dat het bedrijf levensvatbaar is. Hoe denkt de regering dat bijvoorbaat te kunnen bepalen?

De leden van de fracties van GPV en RPF begrijpen dat de termijn van 36 maanden kan worden verlengd door burgemeester en wethouders als een uitkeringsgerechtigde wegens sociale of medische oorzaken niet volledig beschikbaar is voor de uitoefening van het zelfstandig beroep. Kunnen gemeenten de extra kosten die daarmee gemoeid zijn op dezelfde basis 'declareren' bij het rijk als de overige kosten die met de Bbz samenhangen?

De leden van de fracties van GPV en RPF vragen of de voorbereidingsperiode van 12 maanden in principe is opgenomen binnen de 36 maanden of dat die eraan vooraf gaat.

De regering verwacht dat het aantal starters binnen drie jaar verdubbelt. Op basis waarvan wordt deze verwachting geuit? Bestaat niet de mogelijkheid dat het met deze regeling in plaats van gemakkelijker juist moeilijker wordt om te kiezen voor het zelfstandig ondernemerschap onder het regime van de Bbz? Zal door de mogelijkheid tot verlenging van de inkomensondersteuning tot 36 maanden de screening van uitkeringsgerechtigden die van de regeling gebruik mogen maken niet strenger worden?

E. van Middelkoop

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie