Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

'Fiscus belast sommige groepen burgers zwaarder dan andere'

Datum nieuwsfeit: 18-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Katholieke Universiteit Brabant

zie ook:

promoties

Oratie prof.mr. R.H. Happé: 'Fiscus belast sommige groepen burgers - om budgettaire of om beleidsmatige redenen - zwaarder dan andere'

Op vrijdag 18 juni aanvaardt prof.mr. Richard H. Happé het ambt van hoogleraar Belastingrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant met het houden van een inaugurele rede, getiteld 'Schuivende machten. Over trias politica en belastingrecht'.

Aula KUB; aanvang 16.15 uur

Samenvatting:
De spanning tussen belastingwetgever en belastingrechter is hoog opgelopen. Aanleiding is de rechtspraak van de Hoge Raad inzake het gelijkheidsbeginsel van art. 26 van het Internationale Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (Verdrag van New York, 19 december
1996, veelal aangeduid als BUPO of IVBPR).
De minister en de staatssecretaris van Financiën hebben met name in hun ambitieuze plan voor de belastingen in de 21e eeuw de rechter een fors verwijt gemaakt. Zij signaleren een trend in de Nederlandse belastingrechtspraak die de adequate inzet van fiscale instrumenten bemoeilijkt. Zij zien hierin een beperking van de mogelijkheden van de wetgever om bepaalde beleidsinstrumenten te gebruiken. Kortom, zij verwijten de belastingrechter activisme waar terughoudendheid geboden is. Deze opstelling van de rechter raakt, volgens de bewindslieden van Financiën aan de inrichting van het staatsbestel zelf.

Directe aanleiding voor de opgelopen spanning zijn enige procedures voor de belastingrechter over het arbeidskostenforfait en autokostenforfait in de Wet op de inkomstenbelasting. De rechter oordeelde bepaalde onderdelen van de regelingen discriminatoir. De eerste regeling beoogt niet-werkenden te stimuleren om te gaan werken. De tweede regeling heeft tot doel het gebruik van de auto in het woon-werkverkeer over grote afstanden tegen te gaan. Niet onbelangrijk is dat de budgettaire gevolgen van zulke uitspraken van de rechter soms zeer aanzienlijk kunnen zijn. Zo was de schade in het Grootwagenparkhouders-arrest ongeveer 300 miljoen gulden. In dat geval was een soort privilege gegund aan organisaties die meer dan 100 auto's met een zgn. grijs kenteken in gebruik hadden. De Hoge Raad besliste dat er geen enkele reden was om hetzelfde voordeel niet ook toe te kennen aan personen die minder van zulke auto's in gebruik hadden.

In zijn rede doet Happé verslag van zijn onderzoek naar alle rechtspraak van de belastingrechter met betrekking tot formele wetgeving. Hij komt tot de conclusie dat het verwijt van de bewindslieden van Financiën geen hout snijdt. Zijn onderzoek wijst uit dat in een aantal gevallen uitsluitend om budgettaire redenen sommige groepen zwaarder belast werden dan anderen. Ook het arrest over het privilege aan de grootwagenparkhouders past in deze categorie. Dit is in strijd met een fundamenteel beginsel van belastingrecht dat belastingheffing niet willekeurig of subjectief mag plaatsvinden. Opmerkelijk is verder dat in het merendeel van deze gevallen de discriminatie in de wet is gekomen ten gevolge van amendementen van Kamerleden.

Met betrekking tot de recente arresten over autokostenforfait en arbeidskostenforfait komt Happ tot de conclusie dat de wetgever zelf een fout heeft gemaakt bij het redigeren van de wetteksten. Hij heeft bijvoorbeeld zijn nieuwe doelstelling van terugdringen van het autoverkeer geënt op een bestaande regeling, zonder rekening te houden met een uitzondering op die oude regeling.
Zijn conclusie is dat de rechter in deze niets te verwijten valt. Integendeel, de kwaliteit van de belastingwetgeving is met dit toezicht van de rechter gediend. De wetgever moet eraan wennen dat niet alleen hijzelf beoordeelt of een wet in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel is maar dat ook de rechter dat doet.

Daarmee is nog niet alles gezegd. Want constateren dat een wettelijke regeling in strijd met het gelijkheidsbeginsel is, is slechts de helft van het verhaal. De rechter heeft ook tot taak de gediscrimineerde belastingplichtige rechtsherstel te bieden. In dit opzicht heeft de rechter zich zeer terughoudend getoond. Als het bieden van rechtsherstel een te grote ingreep in het wettelijke systeem meebrengt en daarbij ook politieke keuzes moeten worden gemaakt, geeft hij de wetgever, wiens primaire taak het is zulke afwegingen te maken, de gelegenheid de wet aan te passen. Gevolg hiervan is dat de belastingplichtige wel gelijk heeft, maar niet gelijk krijgt. Happé acht het verheugend dat de rechter in zijn laatste arrest de wetgever maant 'met de nodige spoed' een nieuw wetsontwerp in te dienen. In het verleden is de wetgever soms vrij laks geweest met het vervangen van discriminatoire regelingen.

Uitdrukkelijk neemt Happé het standpunt in dat de rechter bij zijn afwegingen het budgettaire belang van de overheid in principe niet moet meewegen. Slechts onder zeer bijzondere omstandigheden zou dat anders kunnen zijn. Ten slotte doet hij een aantal voorstellen om het risico van discriminatoire wetgeving te verkleinen. Zo zou de staatssecretaris als politiek verantwoordelijke voor de uitvoering van de belastingheffing, ook zelf kunnen besluiten dat de belastinginspecteurs discriminatoire wetgeving buiten toepassing laten. De belastingdienst moet immers zelf ook het gelijkheidsbeginsel van art. 26 BUPO bij de uitvoering van de belastingwetgeving verdisconteren. Een andere mogelijkheid is om als twijfel over het discriminatoire karakter van een regeling rijst, hetzij bij de totstandkoming van wetgeving hetzij in de uitvoering door de belastingdienst, de Hoge Raad om advies te vragen. Aldus zou veel budgettaire schade kunnen worden voorkomen.

Curriculum vitae:

Prof. mr. Richard H. Happé (1946) studeerde fiscaal recht te Leiden waar hij in 1971 doctoraal examen aflegde. In 1988 studeerde hij ook af (te Leiden) in de wijsbegeerte. Hij was vervolgens werkzaam bij de Belastingdienst alwaar hij ook hoofdinspecteur Vennootschapsbelasting was. In 1996 promoveerde hij aan de Universiteit Leiden op een proefschrift over fiscale rechtsbescherming. Aan deze universiteit doceerde Happé o.a. Theorie van het belastingrecht. Eind 1997 werd hij benoemd tot hoogleraar Belastingrecht aan de Faculteit der Rechts-geleerdheid van de KUB.
Prof.mr. Richard Happé woont te Amstelveen, Fokkerlaan 44. Op de KUB is hij telefonisch bereikbaar onder 013-4662879/2412.

Persvertegenwoordigers, die prijs stellen op toezending van een exemplaar van de integrale tekst van de rede (uitgave Kluwer Deventer) kunnen dit aanvragen bij Voorlichting en Externe Betrekkingen van de KUB, telefoon 013-4662000.


11-06-1999 KUB

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie