Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over Hoofdlijnennotitie

Datum nieuwsfeit: 21-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : Hoofdlijnennotitie (210699)

Hoofdlijnennotitie (210699)

Den Haag, 21 juni 1999

Tijdens de begrotingsbehandeling Defensie, het afgelopen najaar, sprak de CDA-fractie zich uit tegen bezuinigingen op Defensie. Na een begrotingsbezuiniging van 375 miljoen is echter nu met de voorjaarsnota een tweede bezuinigingsronde afgekondigd van 150 miljoen.
Hiermee lijkt het leed nog niet geleden want naar het zich laat aanzien zal Defensie bij de begroting van 2000 wederom niet ontzien worden. Dit alles terwijl het Kabinet veeleisend is naar de krijgsmacht wanneer we naar het ambitieniveau kijken waaraan Nederland in internationale context terecht wil voldoen. Voor het CDA is van belang dat de drie krijgsmachtdelen beschikken over voldoende en goed opgeleid en gemotiveerd personeel dat op zijn beurt de beschikking heeft over kwalitatief hoogstaand materieel. Derhalve zijn een aantal kritische kanttekeningen te plaatsen bij de beantwoording van de vragen over de Hoofdlijnennotitie.

Het ambitieniveau in internationale context
Ontbrak het in de Hoofdlijnennotitie al aan een duidelijke visie op de toekomst van Defensie, de beantwoording van de vragen heeft aan verduidelijking niet veel bijgedragen. De doelstelling van vier vredesoperaties tegelijkertijd uit te kunnen voeren, waarvan in de Prioriteitennota al sprake was, is niet gewijzigd. Op dit moment is sprake van een crisissituatie in de Balkan. Welke lessen kunnen getrokken worden en wat zijn de gevolgen van de oorlog in Kosovo voor de Defensienota 2000? En hoe staat het dan met de mogelijkheid van vier gelijktijdig uit te voeren operaties en de voortzetting hiervan? Als we dienaangaande de uitspraken van de minister over de uitzending van 2050 soldaten met de roulatieproblemen die dit met zich meebrengt, op ons inlaten werken, dan schept dat weinig vertrouwen.

Uit de beantwoording blijkt dat op strategische onderdelen de absolute ondergrens is bereikt dan wel doorschiet. Dit betreft onder meer de opheffing van een F 16 squadron, de reductie bij de Marine en de verkleining van het mobilisabel bestand van het Duits Nederlandse legerkorps. Het CDA is van mening dat het Kabinet zijn ambitieniveau niet kan waarmaken. Een inzet op het niveau van een bataljon of equivalent daarvan over een periode van maximaal 3 jaar is in de huidige structuur alleen met allerlei kunstgrepen haalbaar. Dit blijkt uit de praktijk wanneer we kijken naar Amendola. De conclusie moet zijn dat er sprake is van toenemende spanning tussen ambitieniveau en huidige mogelijkheden.

De PvdA komt nu plotseling op de proppen als de nieuwe geldschieter voor Defensie. Hoe ongeloofwaardig als je bedenkt dat deze partij een jaar geleden een grote bezuiniging voorstelde met forse ingrepen in Luchtmacht en Marine. Het defensiebeleid is volgens mij gebaat bij consistentie en een lange termijn planning. Nu ja, beter ten halve gekeerd dan te hele gedwaald. De CDA-fractie is benieuwd of er met klinkende munt betaald gaat worden. De onder de kabinetten-Kok gepleegde bezuinigingen zijn ons al jaren een doorn in het oog.

De minister heeft advies gevraagd aan de Adviesraad Internationale Vraagstukken. Kan de minister aangeven of dit advies al klaar is en zo ja, leidt dit advies dan vervolgens nog tot substantiële wijzigingen.

Daarnaast heeft de minister onlangs een gesprek gehad op het Catshuis met de Militaire top van de NAVO over de Hoofdlijnennotitie. Kan de minister inzicht geven over de inhoud en de conclusies van dit gesprek? Klopt het dat de NAVO-leiding deze gelegenheid heeft aangegrepen zich zorgelijk uit te spreken over de omvang van de grondeenheden die Nederland bij crisissituaties als Kosovo kan inzetten? Welke consequenties hebben de opvattingen van de militaire top van de NAVO voor de defensienota?

Nadat het strategisch concept van de NAVO tijdens de top van Washington was vastgesteld is tijdens de top van Keulen begin juni de Europese Unie een stuk dichter bij de vorming van een eigen defensiepoot gekomen. Het idee is, dat bij conflicten van lage intensiteit de EU in de toekomst kan ingrijpen zonder hulp van de NAVO.
Toch blijven er de nodige vragen over o.a. de financiële gevolgen voor de defensiebegroting alsmede de defensienota en welke aanvullende afspraken zijn er nodig in NAVO verband?

Internationale betrokkenheid staat hoog in het vaandel van dit Kabinet. Dit is zeer toe te juichen. Zo bleek minister De Grave, aldus de Volkskrant, onlangs in Bremen , waar de ministers van de Europese Unie bijeen waren, te pleiten voor de oprichting van een Europees fonds voor vredesoperaties. Als de Europese Unie, zo stelde hij, via een eigen defensiebeleid sterker betrokken wil raken dan past daar ook een budget bij. Gemeenschappelijke financiering van vredesoperaties is van belang. Maar de vraag is of dit fonds puur voor de vredesoperaties zelf gebruikt wordt, dan wel voor randvoorwaarden zoals transport, vergaren van inlichtingen, bevelvoering, commando en controle, etc. Kan de minister hier een nadere toelichting over geven?

Kortom de vraag is, gelet op bovenstaande, of de hoofdlijnennotitie niet teveel voorschot heeft genomen op de Defensienota. Immers sinds het verschijnen van de notitie is het conflict in Kosovo geëscaleerd, heeft de Top van Washington plaatsgevonden en zijn in Keulen afspraken gemaakt over het opzetten van een autonome defensiecapaciteit binnen de Europese Unie. Is de minister het met de CDA-fractie eens dat hierdoor de defensienota op nogal wat onderdelen t.o.v. de hoofdlijnennotitie zal moeten worden aangepast?

Ook over de taakspecialisatie is nog veel onduidelijkheid. Taakspecialisatie op internationaal niveau vindt het kabinet aantrekkelijk in het licht van de internationale oriëntatie van de krijgsmacht. Het zou kunnen leiden tot vergroting van doelmatigheid. Maar mijn vraag is toch of er bij de totstandkoming van de Hoofdlijnennotitie over dit onderwerp diepgaand overleg gevoerd is met andere landen want het enthousiasme lijkt niet groot. De CDA-fractie is van mening dat wanneer grote landen binnen Europa niet bereidt zijn tot verregaande taakspecialisatie, Nederland niet in een afhankelijke positie terecht mag komen. Welke stappen worden er concreet door ons land ondernomen om taakspecialisatie daadwerkelijk van de grond te krijgen?

Personeel en integratie van onderdelen
De komende jaren zal met name het personeel, zowel militair als burger, centraal moeten staan. Keer op keer is het defensiepersoneel geconfronteerd met reorganisaties en veranderingen. De personele gevolgen voortkomend uit de Priorititeitennota en de doelmatigheidsoperatie zijn nauwelijks verwerkt of daarbovenop moeten wederom 2000 personeelsleden afvloeien. Overigens wordt door de minister niet uitgesloten dat het hierbij blijft. De gevolgen van de reorganisaties zijn dan ook zichtbaar. Met name de technisch geschoolde specialisten zoeken hun heil buiten de krijgsmacht. De werving en indiensttreding van met name BBT-ers verlopen bepaald niet voorspoedig. De wervingsresultaten van de afgelopen jaren stemmen niet vreugdevol. Defensie als werkgever die voortdurend bezuinigt, draagt niet bij tot een wervend imago. De situatie in Kosovo en de heersende cultuur in de opleidingen lijken hierbij nog een duit in het zakje te doen. Uit berichten blijkt dat cadetten van de Koninklijke Militaire Academie massaal de opleiding verlaten. Kloppen deze berichten, zo ja, welke maatregelen heeft de minister voor ogen? Immers het wordt de hoogste tijd dat kwaliteit en kwantiteit van het personeel centraal komt te staan. In het verlengde hiervan verdient ook de leeftijdsopbouw binnen de krijgsmacht ruim aandacht. Er worden pogingen ondernomen de krijgsmacht te verjongen maar de CDA-fractie vraagt zich af of er voldoende geld beschikbaar is voor flankerend beleid voor de oudere werknemer. Tevens is de CDA-fractie van mening dat een professioneel en goed arbeidsvoorwaardensysteem met daarnaast een gedegen opleidingstraject noodzakelijk is om ook buiten Defensie op termijn aan de slag te kunnen.
Is het daarmee dan ook niet gewenst tot een beleid te komen waarbij opleidingen geïntegreerd worden en mensen binnen de diverse delen van de krijgsmacht kunnen rouleren. Hoe denkt de minister hierover? Daarnaast zijn ook de toekomstperspectieven van belang. Neem bijvoorbeeld de Nationale Reserve binnen de totale personeelsproblematiek. Wat is nu precies de positie? Blijft het huidige systeem van bijscholing en rechtspositie gehandhaafd? Kan de minister aangeven welke concrete maatregelen er genomen worden en hoeveel reservepersoneel er effectief binnen de onderscheiden delen van de krijgsmacht kunnen worden ingezet?
Daarnaast is de belasting van de diverse krijgsmachtdelen divers, dit blijkt uit onderzoek bij de KLU . Acht de minister dergelijke onderzoeken ook op zijn plaats bij de andere delen van de krijgsmacht?

De werkdruk is ook hoog vanwege de deelname aan internationale missies. Te vaak worden dezelfde mensen keer op keer uitgezonden. (Amendola) De oplossing die de minister aandraagt, een betere afstemming en een goede voorbereiding lijkt niet voldoende in het licht van de huidige ontwikkelingen. Hoe denkt de minister vanuit dit perspectief over de verhouding inzet en menskracht. De huidige invulling van het roulatiesysteem legt een te groot beslag op organisatie en personeel. Mijn fractie overweegt op dit punt een motie in te dienen.

Steeds meer wordt duidelijk dat de militair voorbereid moet zijn op ethische dilemmas tijdens de uitzending. Dit houdt in dat tijdens de opleiding hieraan maximaal aandacht aan moet worden besteed. De krijgsmacht dient daarnaast te zorgen voor een optimale geestelijke verzorging van zijn personeel. De CDA-fractie gaat er vanuit dat in de Defensienota wordt beschreven op welke wijze krijgsmachtbreed deze zorg en ethische vorming zal worden ingevuld.

Tenslotte nog een vraag over de integratie van staven. Dit is niet los te zien van totale organisatie van de krijgsmacht. Er is op dit moment nog een studie gaande naar de mogelijkheden. Moet de minister op dit punt niet veel voortvarender te werk. Over dit onderwerp wordt al jaren gesproken! En zou integratie en ontschotting in de top niet leiden tot een efficiëntere aansturing van de defensieorganisatie? In het verlengde hiervan kan de minister aangeven wat de voordelen zijn van de eventuele benoeming van een opperbevelhebber.

De middelen en materiaal
Voor de derde maal wordt in de hoofdlijnennotitie het vredesdividend vanwege het wegvallen van het Oostblok geïncasseerd. Immers dit was ook het geval bij de Prioriteitennota en bij de doelmatigheidsoperatie. De wereld is sindsdien wel veranderd. De huidige veiligheidsanalyse is voor de Amerikanen en Engelsen dan ook reden om juist meer te gaan investeren in Defensie. Nederland maakt steeds meer deel uit van een internationale gemeenschap. Bij deze toenemende internationale georienteerdheid van ons land vervaagt de grens tussen interne en externe veiligheidsrisico's. De hoofdlijnennotitie besteedt hieraan nauwelijks aandacht. Waarom niet? Meer en meer is Nederland voor zijn veiligheid afhankelijk van zijn bondgenoten. Dat heeft als consequentie dat Nederland in zijn beleid steeds meer rekening moet worden gehouden met NAVO- en EU- doelstellingen. Een onontkoombare ontwikkeling daarbij is dat VS niet bereid is om in NAVO-verband in lengte van jaren voor Europa de kastanjes uit het vuur te halen. Dit besef klinkt niet door in de financiële paragraaf van de Hoofdlijnennotitie.

Het investeringspercentage zal gedurende de jaren 2000-2006 23 % bedragen. Dit betekent een aanzienlijke vermindering ten opzichte van de 28%-30% zoals geformuleerd in de Prioriteitennota. Kan de minister argumenten aangeven waarom dit percentage is verlaagd en hoe dit percentage zich verhoudt met het investeringspercentage van de andere NAVO-landen? Overigens gaat het hier om taakstelling-percentages. Het reële investeringspercentage is veelal lager. Uit de stukken blijkt dat het de bedoeling is op een termijn van ongeveer tien jaar uiteindelijk 6,5 miljard te bezuinigen. De conclusie die hieruit te trekken valt is dat er dus sprake is van doorbezuiniging. Vanwaar deze ambitie? Het regeerakkoord van Kok 2 beperkt zich tot een bezuiniging van 375 miljoen per jaar. En geldt gedurende deze kabinetsperiode. Zeker bij een organisatie die kreunt en steunt vanwege de vele reorganisaties die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden zijn verdergaande bezuinigingen uit den boze.
Mijn vraag is waarom het bedrag van 6,5 miljard al vastgelegd is en wat zijn de financiële consequenties met betrekking tot Kosovo en de al reeds ontstane boeggolf.
Daarbij rekent de minister zich rijk. In zijn berekening komt er een bedrag van 600 miljoen vrij vanwege de verkoop van materieel. Daarnaast nog eens een bedrag van 500 miljoen ten gevolge van efficiency maatregelen. Tezamen vormt het een bedrag van 1,1 miljard. Hoe wil de minister eventuele tegenvallers opvangen? De minister laat tussen de regels doorschemeren dat er een grens bereikt is op bepaalde terreinen voor wat betreft de bezuinigingen. Er wordt een ruwe schatting gegeven omtrent bezuinigingen bij de diverse krijgsmachtdelen. Hoe reëel zijn de in de hoofdlijnennotitie opgenomen bedragen? Kan de minister aangeven waar hij t.a.v. de bezuinigingen de grens legt.

De verleiding is groot om alle nieuwe investeringen te gaan bespreken en beoordelen. Dat lijkt mijn fractie bij dit Algemeen Overleg niet zinvol. In een later stadium zal mijn fractie hier nader op ingaan. Wel verzoek ik meer informatie over de mogelijke toerusting van de vier LCF-fregatten met een verdedigingswapen tegen ballistische raketten, de TMD (theatre missile defence). De kosten zijn hoog terwijl de belangstelling bij de bondgenoten niet groot is. Waarom bij Nederland wel? Of is dit een voorbeeld van taakspecialisatie? Zo ja, wat staat hier dan tegenover vanuit de andere lidstaten?

De eindconclusie van het CDA is helder. Mijn fractie blijft zich verzetten tegen de voorgenomen bezuinigingen op defensie waarbij teveel belangrijke zaken en investeringen worden doorgeschoven. Wij zijn van mening dat als de gevolgen van het conflict in Kosovo, alsmede de afspraken in NAVO en EU verband niet leidt tot aanpassing van het huidige ambitieniveau van het kabinet dit zal moeten leiden tot een andere financiële benadering. De CDA fractie overweegt dan ook een motie op dit punt. Last but not least verdient het personeelsbeleid meer aandacht en op vele punten verbetering.

Kamerlid: C. van der Knaap

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie