Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (SUWI)

Datum nieuwsfeit: 21-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (SUWI) (210699)

Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (SUWI) (210699)

Den Haag, 21 juni 1999

Inbreng:

1. INLEIDING:
Voorzitter, wie voor en over de toekomst wil beslissen, moet weten wat hij wil en een helder plan maken. En een goed plan wordt gekenmerkt door de charme van de eenvoud .

Dat criterium moet worden gehanteerd bij de beoordeling van SUWI waarover we vandaag debatteren. Een mega-operatie in het veld van arbeidsvoorziening en sociale zekerheid.

Wat allereerst opvalt is dat het voorstel bijna niet is uit te leggen. Niet aan journalisten, niet aan de mens in de straat en mijn buurman snapt er ook niks van. Of het echt allemaal zo ingewikkeld moet, zal vandaag blijken.

Waar is het nu eigenlijk allemaal om begonnen? Het gaat er toch om de weg tussen werkzoekende en werkgever zo kort en begaanbaar mogelijk te maken?

Waar draait het om:
Het gaat vandaag feitelijk om arbeidsvoorziening, werknemers-verzekeringen en de Algemene Bijstandswet. Alledrie staan voortdurend in het brandpunt van de politieke en maatschappelijke aandacht. Dat leidt bijna automatisch tot veel veranderingen in wetgeving en uitvoering, die ieder voor zich steeds ook ingrijpende organisatorische veranderingen met zich mee brengen. Met alle onzekerheid van dien voor alle betrokkenen.

Tijdens de onderhandeling over het Regeerakkoord Kok ll, houdt het nieuwe Kabinet vast aan de claimbeoordeling in het publieke domein. Wat opvalt is dat de huidige Minister van SZW, Klaas de Vries, toen nog voorzitter van de SER, met een SER-delegatie bij de informateurs Kok, Borst en Zalm op bezoek is geweest, om de claimbeoordeling onder publieke regelgeving en onafhankelijk toezicht in het private domein te bepleiten. Nu voert hij als Minister van SZW het Regeerakkoord uit. Mijn vraag aan de Minister is dan ook wat er is gebeurd, waardoor hij van het ene op het andere moment zon enorme draai in opvatting heeft gemaakt? Wat is er veranderd in opvatting en overtuiging dat de draai van Klaas de Vries als SER-voorzitter en Klaas de Vries als Minister van SZW verklaart?

Bij zijn aantreden als Minister, neemt hij een, op dat moment ook in onze ogen verstandig besluit. Wetende hoe verdeeld alle betrokken organi-saties denken, koopt hij tijd. Ook de CDA-fractie stemt in met zijn voornemen om in overleg met organisaties te komen tot een optimaal voorstel. De Kamer bemoeit zich niet openlijk met dit proces.

In maart 1999 presenteert de Minister namens het Kabinet het voorstel, dat inmiddels SUWI is gaan heten. Een plan met ingrijpende gevolgen voor het proces van arbeidsvoorziening en sociale verzekering.

Het resultaat van het hele proces is nogal teleurstellend: het is een voorstel, waarin tal van organisaties een beetje tegemoet gekomen wordt en waarin uiteindelijk niemand zich echt kan vinden. Het is een puur paars compromis geworden. De combinatie van liberalisme en sociaal-democratie in arbeidsvoorziening en sociale zekerheid geeft rare uitkomsten Want, los van het eigen belang van organisaties is de enorme maatschappelijk kritiek op dit voorstel fundamenteel en steekhoudend.

2. Uitgangspunten beoordeling :
De CDA-fractie vindt de in de nota SUWI geformuleerde doelstelling van SUWI sympathiek: activering, klantgerichtheid en efficiency. Het probleem is echter dat het voorstel deze doelstellingen vervolgens onvoldoende uitwerkt.
En daar gaat het natuurlijk wel om. Doelen stellen is één. Deze doelen gericht en concreet uitwerken is twee. Waar dat onvoldoende gebeurt, lijkt het veranderen van een systeem of organisatie een doel op zichzelf te zijn geworden.

Om tot een weloverwogen standpuntbepaling te komen moeten de kabinetsplannen volgens de CDA-fractie worden getoetst aan een aantal uitgangspunten:

gespreide verantwoordelijkheid, dicht bij de mensen om wie het gaat;

solidariteit / bescherming van zwakkeren;

de uitvoering van de (re)ïntegratie en de sociale zekerheid moet volgen op de inhoud;


*In de kabinetsplannen ontbreekt een opvatting over een heldere verantwoordelijkheidsverdeling inzake werk en inkomen. Dat is een gemiste kans. Een effectief arbeidsmarktbeleid kan volgens de CDA-fractie niet zonder betrokkenheid en medeverantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers. Deze laatsten kennen de arbeidsmarkt en zijn mede verantwoordelijk voor het actief en optimaal bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Hierbij worden ook de regionale en sectorale arbeidsmarkt bij elkaar gebracht. Die verantwoordelijkheid - toch de kern van het poldermodel - komt in SUWI niet tot zijn recht. Sterker, het voorstel leidt tot centralisatie van de aansturing en verantwoordelijkheid. Dat is paradoxaal. Zeker als je bedenkt dat dit Kabinet op andere terreinen de publiek-private samenwerking juist ontdekt. Ik denk hierbij aan bijvoorbeeld Economische Zaken, maar ook aan Verkeer en Waterstaat. Graag een reactie van de Minister.

Eveneens moeten werkgevers en werknemers sterk betrokken zijn bij de uitvoering van de werknemersverzekeringen. In de arbeidsorganisaties moet immers de preventie, vroegtijdige interventie bij ziekte en arbeids-ongeschiktheid en de reïntegratie plaatsvinden. Kan de Minister aangeven op basis van welke verantwoordelijkheidsverdeling in relatie tot de van hem bekende poldermodel-opvattingen, hij het SUWI plan heeft opgebouwd?

Ook de betrokkenheid en medeverantwoordelijkheid van cliënten blijft onhelder in het voorstel. De CDA-fractie is van mening dat cliënten zelf verantwoordelijkheid dragen zich optimaal in te zetten voor reïntegratie.
Die verantwoordelijkheid mag zich niet beperken tot het zich van loket naar loket en soms weer terug begeven. Zeggenschap en invloed op het eigen traject van reïntegratie zijn hieraan onlosmakelijk verbonden. Hierbij denken wij aan een cliënt-gebonden budget (CGB). Dus zowel medezeggenschap over het te kiezen reïntegratie-traject als een duidelijke beroepsprocedure. Deelt de Minister deze opvatting? En zo ja, kan hij aangeven op welke wijze hij dit alsnog vorm denkt te gaan geven? Voor cliënten zijn er nog veel meer prangende vragen: Waarop kunnen zij terugvallen als de reïntegratie niet slaagt om redenen die buiten hun schuld liggen? En waar kan een cliënt terecht als hij / zij doorstroomt van Uvi naar Abw met een niet afgemaakt traject?

a. Arbeidsvoorziening:
Arbeidsvoorziening is niet alleen een banenmarkt voor de sterkeren, maar zet zich vooral in voor de zwakkeren op de arbeidsmarkt. Ook al kost dat meer tijd, energie en geld. Arbeidsvoorziening werkt zowel voor grote als voor kleine arbeidsorganisaties, in goede en in slechte tijden.
De SUWI voorstellen zijn niet geformuleerd voor slechte tijden. Dat is niet reëel. Toch is in het voorstel geen terugval-optie ingebouwd. Wat staat de Minister in die situatie voor ogen, als het reïntegratiebedrijf is geprivatiseerd? En welke effecten heeft dat voor de sluitende aanpak? Van een sluitende aanpak zal dan nog in hoofdzaak sprake kunnen zijn voor de meest weerbare werkzoekenden. De zwakkeren op de arbeids-markt schuiven dan verder naar de achtergrond. Voor de CDA-fractie geldt, dat ook en juist werkzoekenden met een zwakke positie op de arbeidsmarkt een beroep moeten kunnen doen op actieve begeleiding en bemiddeling. Zonder die garantie kan privatisering van het reïntegratiebedrijf van Arbvo voor ons dan ook niet aan de orde zijn.

b. Werknemersverzekeringen:
Werknemersverzekeringen zijn vooral een zaak van werkgevers en werknemers. De CDA-fractie vindt dan ook de betrokkenheid en de medeverantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers bij de inhoud, vormgeving en uitvoering van de sociale zekerheid essentieel. Het gaat hier om een uitkering die inkomensvervangend is en zo tijdelijk mogelijk.

Werkgevers en werknemers betalen beiden de premies voor de verzekering en zijn eveneens samen in hoge mate verantwoordelijk voor zowel ontslag- en verzuimpreventie, als voor een snelle interventie bij ziekte en arbeidsongeschiktheid en de reïntegratie. Daarom moet de samenwerking tussen Arbodiensten en opdrachtgevers / werkgevers versterkt worden. Juist in het eerste jaar ziekteverzuim valt winst te boeken, financieel maar vooral ook maatschappelijk. Hoe sneller de reïntegratie gericht wordt ingezet, hoe groter de kans op succes. (Graag verwijs ik in dit verband naar de op WAO-preventie gerichte voorstellen die het CDA onlangs bij het WAO-debat in de Kamer heeft gedaan: het verplichte herstelplan.) De UVI is niet alleen de uitvoerder maar moet er belang bij hebben om klantgericht, voorvarend en doelmatig te opereren. Het bipartiete opdrachtgeverschap vindt het CDA een goed punt in SUWI.

Om die reden pleit het CDA er ook voor de publiek-private claim-beoordeling binnen de effectief afgescheiden A-poot van de UVI te situeren. Hier wordt de claim beoordeeld, de uitkering verzorgd en het reïntegratie-traject aangestuurd. De claimbeoordeling vindt plaats onder publieke regelgeving en onafhankelijk toezicht. Hierdoor wordt een integrale aanpak van reïntegratie en uitkeringsverzorging bevorderd. De totale één-pakket-gedachte in het opdrachtgeverschap spreekt mijn fractie niet aan. Wij achten de opdrachtgever medeverantwoordelijk voor de reïntegratie en vinden dan ook dat daarbij medezeggenschap over de inzet van het reïntegratie-budget past.

De rol van het CWI, zoals voorgesteld in SUWI vindt het CDA dan ook niet logisch. Pas na een jaar komt volgens het voorstel een cliënt bij het CWI voor een claimbeoordeling WAO. Daar zit een grote verliespost Graag een reactie de Minister op dit punt.

c. Reïntegratie en de Algemene Bijstandswet:
De Abw is wat wordt genoemd: het publieke vangnet. De CDA-fractie vindt dat ook hier sprake moet zijn van een integrale benadering van (re)ïntegratie en uitkeringsverzorging. Niemand mag worden afgeschreven. Dit doet geen recht aan mensen. Er zijn altijd mogelijkheden te vinden of te creëren om die talenten te benutten. Dat hoeft niet altijd alleen maar betaald werk te zijn. Dat kan in bepaalde situaties ook gaan om vrijwilligerswerk, waarbij iets soepeler met de sollicitatieplicht wordt omgegaan. Het belang van beloning voor succesvolle reïntegratie speelt hier een belangrijke rol. Dat zal straks in het Fonds Werk en Inkomen volstrekt helder moeten zijn.

3. Beoordeling van de structuurvoorstellen:
Voorzitter, het Kabinet presenteert met SUWI een plan dat verzuimt de sociale kwestie op de drempel tussen de 20e en de 21 eeuw aan de orde te stellen, namelijk:

Wat is er aan de hand op de arbeidsmarkt en in de samenleving, waardoor mensen met een vlekje zo lang aan de kant moeten blijven, niet binnen komen in een arbeidsorganisatie of via een uitkering of afkeuring de arbeidsorganisatie verlaten wanneer ze niet meer (of even niet) aan de eisen voldoen?

In het SUWI-voorstel ontbreekt een centrale vraagstelling als deze. Ook ontbreekt een visie op de samenleving van mensen en hun organisaties, op betrokkenheid en medeverantwoordelijkheid, op arbeidsmarkt en sociale zekerheid, op wat publiek moet en wat privaat kan.

Hier wreekt zich het feit dat de door KOK I beloofde discussie over de toekomst van de sociale zekerheid nooit heeft plaatsgevonden. Een knelpuntenanalyse, op basis waarvan de nut- en noodzaak-discussie kan worden gevoerd, ontbreekt eveneens. De nota wekt de indruk dat er de laatste jaren niets is gebeurd wat betreft de inhoud, uitvoering en toezicht op het gebied van arbeid en zekerheid. Dat is jammer, omdat de omslag in denken naar activering in plaats van uitkering, reeds begin jaren 90 is gemaakt en niet voor het eerst in dit voorstel aan de orde komt.

Wat ook knelt, is dat geen rekening wordt gehouden met de verschillen in cultuur, taken en uitvoering van de bij dit voorstel betrokken organi-saties. Het resultaat van dit alles is een compromis om het compromis. (Het is een puur paars compromis). Het is het effect van het onderweg uit het oog verliezen van de vraag waar het nu eigenlijk allemaal om gaat. En dan de kosten-baten vraag: wat zijn de kosten waarmee de invoering gepaard zal gaan? En wat zijn de structurele kosten na invoering? Wat zijn de kosten van de ICT? Hoe verhouden die zich met de 500 miljoen bezuinigingstaakstelling in het Regeerakkoord?

(En dan heb ik het nog niet over de sociale en maatschappelijke kosten voor de duizenden betrokken medewerkers.)

Het lijkt erop dat het Kabinet met dit plan paradoxaal genoeg de keuze heeft gemaakt om de inhoud aan te passen aan de uitvoering. De CDA-fractie heeft grote twijfels bij het betitelen van SUWI als het vormgeven aan de één-loket gedachte, CWI. Er is geen sprake van één loket, maar slechts van één entree tot een veelheid van momenten, waarop een cliënt en zijn dossier heen en weer geschoven worden tussen het CWI en één van de achterliggende organisaties. Met alle risicos voor de vertrouwelijkheid en kansen op fouten van dien. Kortom: in plaats van efficiency-verbetering is er sprake van verregaande bureaucratisering.
Is de Minister het met mij eens dat er in dit voorstel meer momenten van overdracht zijn van cliënten en hun dossiers? Zo ja, deelt hij dan de opvatting dat met het aantal overdrachten het risico op fouten toeneemt?
En als hij die opvatting niet deelt, wil de Minister dan toelichten op welke wijze hij aan fout-risico-preventie vorm denkt te geven. Hierbij is nog een andere vraag aan de orde: dat is de vraag van de verantwoordelijkheid. Wie is verantwoordelijk voor de integrale kwaliteitsbewaking van het gehele traject van claimbeoordeling, reïntegratie en uitkeringsverzorg-ing? Houdt de Minister rekening met het risico van afwenteling van verantwoordelijkheid tussen de verschillende instanties die op verschillende momenten en in verschillende mate betrokken zijn bij een cliënt?

CWI en LIWI:
Zoals ik al eerder zei: van een transparant en integraal proces voor de cliënt is hierbij geen sprake. Dat geldt niet alleen voor de verschillende instanties waarmee hij / zij te maken heeft; het geldt ook voor de vraag wie verantwoordelijk is voor het gehele proces.

Dat vraagt volgens de CDA-fractie om het hanteren van een coach- of begeleider-systeem voor met name werkzoekenden in fase 2, 3 of 4, waarbij de desbetreffende medewerker tevens verantwoordelijk is voor het gehele traject van integratie en uitkering en voor het dossier van de cliënt. Is de Minister bereid dit coach-systeem op te nemen in de uiteindelijke voornemens? De CWIs worden centraal aangestuurd. Daarmee is sprake van een totale breuk met de huidige inzet in het project Samenwerking Werk en Inkomen (SWI), waarin verantwoorde-lijke organisaties (arbeidsvoorziening, sociale dienst en UVIs) lokaal en regionaal samenwerken op basis van een eigen verantwoordelijkheid. Dit is een aanpak van onder op, die het CDA aanspreekt, omdat hierbij de vraag centraal staat: wat kunnen we samen beter doen in het belang van cliënten en werkgevers, dan ieder afzonderlijk. Centrale aansturing zal bovendien een averechts effect hebben, omdat het geen rekening houdt met de grote verschillen van de regionale arbeidsmarkt en andere regionale kenmerken. Het wordt een eenheidsworst die bureaucratie als gevolg heeft en elke vorm van creativiteit in de kiem zal weten te smoren. Waarom kiest de Minister in zijn voorstellen voor een volstrekt omgekeerde aanpak dan die we nu aantreffen in de huidige (SWI-) CWIs? En wil de Minister zijn reactie geven op de kritiek van veel Gemeenten, RBAs en Uvis die blij zijn met de huidige samenwerking in het SWI-proces, maar die de samenwerking opzeggen als SUWI doorgaat?

En welke overwegingen leiden tot het voorstel om het LIWI met zoveel verschillende taken tegelijkertijd in te richten, waarbij beheer en beleid elkaar voor de voeten kunnen lopen? Waarom kiest de Minister, als hij een centrale aansturing wil, eigenlijk niet voor het rechtstreeks aansturen van de CWIs door zijn Ministerie? (Rijksdienst). Tenslotte op dit punt de volgende vraag: Is de Minister bereid ruimte te laten voor regionale initiatieven zoals in het zogenaamde Rotterdamse en het Limburgse model wordt voorgesteld?

De uitkeringsverzorging en reïntegratie:
In het CWI wordt met de kansmeter de afstand tot de arbeidsmarkt bepaald. De fase-indeling is bepalend voor de hoogte van het reïntegratiebudget. Ook wordt hier vastgesteld voor welke uitkering een cliënt in aanmerking komt. Vervolgens stapt de cliënt, als een soort sandwich-man, met de fase-indeling op de rug en het normbedrag voor reïntegratie op de buik, met in de hand de claimbeoordeling, de wereld van respectievelijk de UVI of de GSD binnen. In tegenstelling tot wat de SUWI-nota zegt, gaat ook de fase-1 cliënt door naar de wereld achter het loket. Tenminste als er recht bestaat op een uitkering. Alleen werk-zoekenden zonder recht op een uitkering in fase 1, blijven bij het CWI.

De GSD gaat vervolgens de claimbeoordeling van cliënten die recht hebben op een bijstandsuitkering nog eens dunnetjes overdoen.

Kan de Minister aangeven welke argumenten hij heeft om werk-zoekenden met een recht op bijstand twee keer met een claim-beoordeling op te zadelen? Is het in de logica van dit kabinetsvoorstel dan ook niet terecht dat het CTSV pleit voor toepassing van de bepalingen uit de ABW op de claimbeoordeling van het CWI? Voorzitter, dat kan toch niet de invulling zijn van een plan dat klantgerichter wil zijn? Hier is echt sprake van overbodige bureaucratie en het bureaucratiseren van de cliënt. Graag hoor ik de ministeriële overwegingen die tot deze keuze hebben geleid.

De Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de reïntegratie van cliënten. In het kabinetsvoorstel kunnen UVIs en gemeenten zelf bepalen of zij de reïntegratie-trajecten inkopen op de markt dan wel of zij zelf een reïntegratiebedrijf starten. Het is volgens de CDA-fractie niet logisch dat Gemeenten een eigen reïntegratie-bedrijf starten. Niet alleen lijkt het vrijwel onmogelijk om alle mogelijk benodigde deskundigheid in het eigen bedrijf aan te stellen; er is bovendien sprake van een risico van structurele kostenverhoging voor de Gemeenten zelf. Is het bovendien niet zo dat dit zou kunnen leiden tot een nieuwe vorm van gedwongen winkelnering maar dan bij het eigen reïntegratiebedrijf in plaats van bij Arbeidsvoorziening? Graag de opvatting van de Minister op dit punt.

Toezicht en fraudebestrijding:
De CDA-fractie denkt dat het toezicht er niet bepaald eenvoudiger op zal worden. Het CTSV waarschuwt daarvoor terecht. Ik vraag de Minister om in te gaan op de volgende knelpunten: Waar ligt de verantwoordelijkheid nu in het gehele proces? Door het toegenomen aantal knippen in de gevalsbehandeling waarbij verschillende organisaties met verschillende bevoegdheden en regelgeving betrokken zijn, wordt de controleerbaar-heid veel gecompliceerder. Hoe denkt de Minister hiermee om te gaan?

Arbeidsvoorziening en arbeidsmarktbeleid:
Arbeidsvoorziening wordt opgeheven. De reïntegratie (met uitzondering van fase-1 cliënten, dat wil zeggen kansrijke werklozen) wordt geprivatiseerd. Dit betekent dat mensen met de zwakste arbeidsmarkt-positie aan de markt worden overgedragen.

Daarnaast is het bewerken van de arbeidsmarkt en de dienstverlening aan bedrijven te mager geformuleerd in het voorstel. Voor meer dan informatie en bemiddeling van fase-1-cliënten, moet de werkgever zijn heil elders zoeken.

De CDA-fractie vindt dat een werkgever voor meer zaken een beroep moet kunnen blijven doen op Arbeidsvoorziening. Ook is de blijvende betrokkenheid en medeverantwoordelijkheid van sociale partners hier van belang, vanwege hun specifieke kennis van de arbeidsmarkt. Zo is het van belang dat ervaring en deskundigheid die nu zijn gebundeld in regios en sectorraden, niet afgebroken maar verder op- en -uitgebouwd worden.

Om die reden kan de CDA-fractie zich niet vinden in de kabinetsvoor-stellen inzake de regio-platforms. Het mag niet blijven steken in vrijblij-vend overleg. Dat kan en moet méér zijn. Denk bijvoorbeeld aan het opzetten van regionale projecten voor scholing en training, het experi-menteren met nieuwe werkgelegenheidsprojecten, etcetera. Dit biedt tevens de mogelijkheid om co-financiering tot zijn recht te laten komen.
De meest betrokken partners horen hierbij om de tafel te zitten. Welke overwegingen heeft de Minister om één van de regio-gemeenten hierbij het voortouw te laten nemen? Op basis van welke criteria wijst hij die gemeente aan? En op basis van welke criteria deelt hij de regios in ? En hoe denkt hij, gelet op het feit dat de regioplatforms geen enkele bemoeienis krijgen met middelen en coördinatie, de co-financiering tussen A&O en O&O-fondsen tot hun recht te laten komen?

CVCS:
Het Cliënt Communicatie- en Volgstelsel (CCVS): dit computer-programma wordt nog steeds ontwikkeld. Het is de bedoeling dat dit stelsel de cliënt volgt door het doolhof van het kabinetsvoorstel. Voor het slagen van enig project als dit is het van cruciaal belang dat de gegevens van de cliënten zodanig zorgvuldig behandeld worden, dat gegevens niet in handen komen waar ze niet thuishoren, bijvoorbeeld van commerciële verzekeraars, die de laatste jaren opvallend veel interesse tonen in samenwerking met UVIs.

Dat hoeft op zich geen bezwaar te zijn, maar het vraagt wel om extra en uiterste behoedzaamheid van Regering en Parlement. De interesse heeft een achterliggend doel: het verwerven van een stevig aandeel op de groeiende markt van employee-benefits.
De CDA-fractie wil die behoedzaamheid en wijst op de risicos van het doorschieten van commerciële belangen op terreinen van sociale zekerheid en bijvoorbeeld ziektekostenverzekering. De waarschuwing van de Registratiekamer en anderen vraagt om scherpe aandacht. Welke regels wil het Kabinet stellen voor de omgang met de gegevens? Graag een opsomming door de Minister van harde en controleerbare afspraken inzake het omgaan met de gegevens en de bescherming van de privacy.

Verkoop van UVIs : ,/B>
De CDA-fractie vindt deze voorstellen merkwaardig. Voorafgaand aan een debat hierover is de vraag aan de orde: van wie zijn de UVIs eigenlijk? Hebben werkgevers en werknemers niet ook rechten als wordt gedacht in termen van eigendom? Als absolute voorwaarde vooraf bij het denken over verkoop van Uvis, geldt voor de CDA-fractie dat er een sluitend systeem is van gegevensbescherming. Noch de CVCS-ontwikkeling, noch SUWI geeft mijn fractie op dit punt voldoende basis om hierover te praten, laat staan te oordelen. Graag de opvatting van de Minister op deze twee punten.

Privatisering van arbeidsreïntegratie:
Reïntegratie kan meer in de markt staan wat de CDA-fractie betreft. Maar de markt alleen heeft geen moraal, laat staan aandacht voor de zwaksten op de arbeidsmarkt. Daarom is en blijft het merkwaardig dat de sterksten publiek en de zwakkeren aan de markt worden overgelaten. Als het gaat over een mogelijke verkoop van Arbeidsreïntegratie en CVV, dan stelt de CDA-fractie naast de eerder gestelde vraag over de terugval-optie bij groeiende werkloosheid, de volgende vragen: Wat betekent dit voor de CVVs op termijn? Welke risicos en kansen zijn er voor de ROC s met hun taken in het kader van Win beroepsgerichte scholing? En wat gebeurt er met de vrouwenvakscholen? Graag een antwoord op deze vragen.

4. AFRONDING:
Voorzitter, het kabinetsvoorstel maakt de doelstellingen in de uitwerking van SUWI onvoldoende waar:

1. Klantvriendelijkheid:
Er wordt teveel geschoven met cliënt en dossier, waardoor eerder sprake is van meer versnippering met als effect onduidelijkheid en onzekerheid voor de cliënt. Bovendien kan de cliënt in het voorstel haar / zijn eigen verantwoordelijkheid niet waarmaken nu zij / hij geen inspraak heeft in het hele proces van fase-indeling en reïntegratie- traject-bepaling.

2. Activering:
De zwakkeren op de arbeidsmarkt worden in dit voorstel naar de markt gestuurd met alle risicos van selectie van dien. Hier wordt een onvervreemdbare (mede-)verantwoordelijkheid van de overheid weggeschoven. Het voorstel leidt ertoe dat kennis en het samen-knopen en actief bewerken van de regionale en sectorale arbeids-markt te weinig aandacht heeft. Hier blijven kansen onbenut. Er is te weinig aandacht voor scholing en beroepskwalificatie. Over Wajong, WAZ, ANW, IOAW, IOAZ en WIK wordt niet gesproken, terwijl ook hierbij activering wel degelijk een rol speelt.

3. Effectiviteit en efficiency:
De uitvoering en vormgeving van het voorstel wordt in het voorstel niet berekend. Als gevolg van de vele overdrachtsmomenten in de aanpak, zullen de kosten zeer waarschijnlijk stijgen. Ook over de effectiviteit van het voorstel heeft de CDA-fractie grote twijfels.

Voorzitter, wie over de toekomst wil beslissen moet weten wat hij wil en een helder plan maken. En een goed plan wordt gekenmerkt door de charme van de eenvoud. Op beide punten scoort SUWI geen voldoende. SUWI is niet helder, maar te ingewikkeld. Het zal leiden tot verwarring, bureaucratie en het ontlopen of afwentelen van verantwoordelijkheid. Het CDA wil meer aandacht voor de vraag waar verantwoordelijkheid het beste gelegd en waargemaakt kan worden en kan derhalve niet anders dan tot de conclusie komen dat dit voorstel onvoldoende voldragen is. SUWI is helaas niet anders te kwalificeren dan als een puur paars com-promis. Een compromis dat technocratie wil paren aan de markt. Een vreemde combinatie tussen rood en blauw waarvoor het licht niet op groen kan.

Kamerlid: Gerda Verburg

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie