Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak Benschop bij Nationaal Overleg Telecommunicatie

Datum nieuwsfeit: 24-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Onderwerp: Toespraak Dick Benschop staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Datum: 24 juni 1999

Nummer : 63

Toespraak Dick Benschop, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Nationaal Overleg Telecommunicatie

Dames en heren,

Het besluit om de Europese telecommarkt per 1 januari 1998 te liberaliseren was revolutionair. Dit besluit van eind jaren tachtig markeerde een nieuw tijdperk van de openbare dienstverlening. De Europese markten op het gebied van de openbare dienstverlening kenmerkten zich tot dan toe door publieke monopolies.

Het was geen gemakkelijk besluit. De grote staatsmonopolies boden werkgelegenheid en maakten basis telecomdiensten toegankelijk voor de hele samenleving.

De EU werd echter uitgedaagd tot het formuleren van nieuw beleid. Nieuwe technologische ontwikkelingen op het terrein van communicatie en informatica vereisten een andere inrichting van de markt. Concurrentie werd het uitgangspunt, innovatie en kwaliteitsverbetering de nieuwe sleutelbegrippen. Kortom: een streven naar een gezonde markt voor producent en consument.

De afgelopen jaren zijn goede resultaten bereikt. Er zijn nu meer aanbieders op de markt aktief, de vooral internationale beltarieven zijn drastisch verlaagd en er heeft een diversificatie van diensten plaatsgevonden.

Ook de 'consumptie' van telecomdiensten is aanzienlijk gegroeid. Waar je ook komt, op straat, bij de bakker, in het café, in de trein: overal om ons heen is het geluid van mobiele telefoons niet meer weg te denken. Dat zullen we maar 'maatschappelijke vooruitgang' noemen.

De resultaten van de liberalisatie worden steeds zichtbaarder, maar het einddoel is nog niet bereikt. De EU bevindt zich in de overgangsfase naar een volledig geliberaliseerde markt. Er bestaan nog belemmeringen van technische, administratieve en juridische aard.

Zo is het Internet nog niet voldoende voor iedere consument toegankelijk, nieuwe aanbieders hebben te maken interconnectieproblemen en er bestaan nog te veel nationale administratieve en financiële drempels. Tevens beschikken de nieuw opgerichte nationale mededingingsinstanties niet in alle Lidstaten over voldoende slagkracht. De Europese regelgeving op het gebied van telecommunicatie wordt niet door alle instanties eenduidig uitgelegd.

We zullen oplossingen moeten formuleren waarbij we rekening houden met de dynamiek van de markt. Het is deze dynamiek die ons voortdurend laat kennismaken met nieuwe innovatieve ontwikkelingen.

De belangrijkste innovatieve ontwikkeling die de telecommarkt doormaakt is die in de richting van één medium en distributienet oftewel "convergentie": het technische samengaan of versmelten van verschillende diensten en infrastructuren.

De drijvende kracht achter deze ontwikkeling is de digitalisering van vrijwel alle netwerken. Deze technische innovatie is al een aantal jaren aan de gang en daagt uit. Het levert op zijn beurt weer oneindigveel mogelijkheden voor innovatie van diensten.

De belangrijkste trends op dit terrein zijn diensten via het internet (telefonie, video, e-mail); het samengaan van mobiele en vaste communicatiemiddelen en een groeiend aanbod van interactieve multimediadiensten (tele-winkelen, tele-bankieren).

Ook de mogelijkheden om mobiele communicatie te koppelen aan satellietnavigatie zijn zeer interessant. In de toekomst wordt het bijvoorbeeld mogelijk om met een mobiele telefoon hulp in te roepen, waarbij direct de positie van het slachtoffer wordt doorgegeven. Eén druk op een knop is dan voldoende om de ANWB of 112 te bereiken en de bepaling van de plaats (coòrdinaten) door te geven. Dat noem ik pas echt maatschappelijke vooruitgang.

Met deze voortschrijdende ontwikkelingen moet rekening worden gehouden wanneer we mogelijke oplossingen voor de eerder genoemde belemmeringen bespreken.

Om de telecomsector te liberaliseren is gekozen voor een aanpak van "positieve discriminatie". Er zijn ca. 25 Europese richtlijnen tot stand gekomen om de monopolie-positie van de telecombedrijven te doorbreken. Deze wetgeving, samen Open Network Provision (ONP) genoemd, betreft harmonisatie van wetgeving met het doel de toegang tot de markt voor nieuwe partijen te vergemakkelijken.

Het uiteindelijke doel zal echter moeten zijn: een volledig geliberaliseerde telecommarkt met een 'level playing field', waarin alle aanbieders van telecom-, IT- en media op gelijke basis met elkaar kunnen concurreren.

Hiertoe is het van belang dat enerzijds nieuwe aanbieders in staat worden gesteld te concurreren met de oude concessie-houders. Anderzijds is het van belang dat de oude telecombedrijven niet tot faillissement worden gedreven door een nadelige concurrentiepositie.

Om deze dubbele doelstelling te realiseren zal de regelgeving worden aangepast. De (her)nieuw(d)e wetgeving zal ook van toepassing moeten zijn op de diensten, die als gevolg van de convergentie tot stand komen.

Regelgeving/ONP review

De Commissie zal eind dit jaar met een Groenboek komen over de herziening van het ONP. Ik stel me zo voor dat de Commissie daarin de stappen beschrijft waarmee de sector-specifieke wetgeving op onderdelen door algemene wetgeving vervangen kan worden. De Commissie zou overgangstermijnen kunnen voorstellen, waarin de positieve discriminatie afgebouwd wordt.

Het ONP zal dus eigenlijk al op korte termijn aangepast moeten worden aan de veranderingen op de markt. Ik acht het bij deze aanpassingen alleszins voorstelbaar dat niet alle "begeleidende" maatregelen, specifiek op de telecomsector gericht, in één klap weggevaagd zullen worden.

Ik zie wel een trend dat geleidelijk gestreefd zal worden de telecomsector onder algemene (mededingings)wetgeving te brengen om hiermee het noodzakelijke 'level playing field' te creëeren. Specifieke wetgeving en instanties, zoals we die nu kennen zullen langzaam gaan plaatsmaken voor algemene wetgeving en instanties.

Natuurlijk is het daarbij voorstelbaar dat er op een aantal deelterreinen specifieke wetgeving blijft bestaan. Ik denk daarbij aan het frequentiebeleid en het beleid voor de publieke omroep. Deze terreinen hebben hun eigen specifieke kenmerken en belangen en zullen niet gemakkelijk te vatten zijn onder algemene regelgeving.

Het is nu nog onduidelijk op welke manier de Commissie de nieuwe fase in het liberalisatieproces wil reguleren. Het Nederlandse standpunt is nog niet uitgekristalliseerd, maar er wordt natuurlijk wel vanuit de verschillende hoeken met de Commissie meegedacht en er worden onderling standpunten uitgewisseld.

U begrijpt: dit is een uitnodiging tot meedenken.

Het leek altijd wat paradoxaal, maar inmiddels is de mening wijd verspreid dat ook een goed ontwikkelde,concurrerende markt een streng, Europees wetgevingskader vereist. Hierbij hoort ook een stevig Europees mededingingsbeleid. Liberalisatie mag immers niet leiden tot nieuwe monopolies op Europees niveau, door fusies en overnames. Het is daarom ook van belang dat in de toekomstige lidstaten een 'level playing field' ontstaat en dezelfde wetgeving geldt.

Toetreding

Niet alleen op de Europese Interne Markt van de huidige Unie moet sprake zijn van eerlijke concurrentie. Ook op de markten van de Midden- en Oost Europese landen, de landen die op termijn zullen toetreden, moet een 'level playing field' gecreëerd worden. Het is daarom van belang dat deze landen het verworven telecom-acquis overnemen, zonder transitieperioden.

Evenzozeer is van belang dat ook deze landen sterke mededingingswetgeving en toezichthoudende autoriteiten hebben. Voor de Lidstaten is duidelijk een rol weggelegd bij de totstandkoming van wetgeving en instituties. In het Nederlandse pre-accessie-beleid is de bevordering van goed bestuur en de zogenaamde 'rule of law' dan ook één van de zwaartepunten.

Juist bij deze samenwerking in de openbare dienstverlening tussen Oost- en West-Europa is het integratieproces gediend. Ook door samenwerking op het brede terrein van telecom kan een belangrijke bijdrage geleverd worden aan de realisatie van de doelstellingen van integratie: bevorderen van stabiliteit, veiligheid en economische groei in deze landen.

De economische afhankelijkheid en verwevenheid zal het integratieproces onomkeerbaar maken.

Peer review, peer pressure, best practices.

De herziening van de ONP-regels oftewel de ONP-Review luidt een nieuwe fase in, in de marktvorming. Langzaam maar zeker begint één Europese binnenlandse ruimte tot stand te komen, waar het terrein van de telecommunicatie deel van uitmaakt.

De economische en sociale kracht van Europa ligt besloten in de bedrijven en in de mensen. Een nieuwe Europese dynamiek in een veranderende wereld betekent dat we moeten zoeken naar een nieuw instrumentarium.

De telecomsector vormt hierop geen uitzondering. Zij functioneert tenslotte in een grotere Europese omgeving. De dynamiek van Europa als geheel dient daarom onderkend te worden.

Op het terrein van de Interne Markt heeft er een kentering plaatsgevonden. De tijd van de grote wetgevingsmachine ligt achter ons. Europa streeft niet naar méér maar naar minder regelgeving.

Om dit te bewerkstelligen bestaat er sinds 1996 de zogenaamde SLIM-operatie ("Simpler Legislation for the Internal Market") die zich richt op vereenvoudiging van bestaande regelgeving. Telecom is nog niet als onderwerp aan de orde geweest maar ik voorzie dat dit wel mogelijk zal zijn.

Het macro-economisch beleid van de EU ontwikkelt zich steeds meer tot een wisselwerking van coòrdinatie en concurrentie. Het gecoòrdineerd afstemmen van wetgeving tussen de lidstaten alleen is nu niet meer voldoende. Om de dynamiek van de markt te behouden is ook beleidsconcurrentie nodig.

Hier ontstaat ruimte voor de lidstaten zelf om elkaar te motiveren door het geven van constructieve kritiek en het aanreiken van goede voorbeelden. Nederland pleit daarom voor een vorm van EU-vergelijking van en door elkaar: een zgn. 'peer review'.

Door de praktijken op diverse economische en sociale terreinen in de verschillende lidstaten te vergelijken wordt de beste praktijk tot voorbeeld verheven. Concurrentie tussen Lidstaten veroorzaakt druk om de beste te willen zijn. Tenslotte wil niemand onderaan de lijst te komen staan.

Deze 'peer pressure' daagt lidstaten uit om maximale prestaties te leveren, niet om stil te blijven staan bij minimumnormen. Het is een effectief instrument voor wederzijdse beïnvloeding en sturing. Meer nog: het is een nieuwe methodiek in de Europese integratie. Deze methodiek, vast te leggen in richtsnoeren, komt niet in de plaats van klassieke juridische instrumenten: zij vult deze juist aan.

Innovatie

Ook op het terrein van economische groei, innovatie en van de kennis-economie dient deze methodiek het uitgangspunt van beleid te zijn.

Innovatie is de basis van het Europese concurrentievermogen. Er moet veel meer in worden geïnvesteerd. De telecomsector speelt daarbij een belangrijke rol als één van de motoren van technologische ontwikkeling en Europese economische groei. Het is ook een motor van werkgelegenheidsgroei.

Tussen 1995 en 1997 zijn er meer dan 300.000 banen in deze sector bijgekomen. Zij biedt nu werkgelegenheid aan ruim 4 miljoen mensen. Helaas moeten we constateren dat zo'n 500.000 banen onvervuld blijven door een gebrek aan voldoende kwalificeerd personeel. Innovatie dient in dit opzicht ook een adequate uitwisseling van kennis tot doel te hebben, oftewel investeren in mensen. Nu lopen de Verenigde Staten nog op ons voor.

De Europese Raad die onlangs in Keulen bijeenkwam, concludeerde eveneens dat innovaties en de informatiemaatschappij de arbeidsplaatsen van morgen scheppen. "Hoe meer Europa kan concurreren op het gebied van de spitstechnologieën, des te hoogwaardiger zullen de mogelijkheden inzake werkgelegenheid zijn." De Raad stelde dat Europa een leidende rol wil spelen in de informatiemaatschappij.

Een Europees innovatiebeleid zal uitgaan van de geschetste vernieuwing in de methodiek van de Europese integratie.

Het gaat dus niet zozeer om meer financiële middelen uit Brussel. Ook op het terrein van innovatie kunnen 'peer review' en 'peer pressure' ons uitdagen om bij de besten te behoren: bij de ontwikkeling en toepassing van kennis, bij het bevorderen van ondernemerschap, bij het onwikkelen van technologische speerpunt-industrieën, bij het clusteren van high-tech bedrijven, kortom: bij een succesvolle ontwikkeling van sectoren als de telecomsector.

In maart 2000 zal er een speciale Europese Top van regeringsleiders worden gewijd aan het bevorderen van de innovatie in Europa.

Daarmee ontstaan ook voor de telecomsector nieuwe perspectieven. Europa is niet alleen meer het Europa van de liberalisatie en de marktvorming. In Europa zal ook langs nieuwe wegen een stimulans gaan plaatsvinden van groei en innovatie.

Er is dus werk aan de winkel voor de telecomsector. Europa rekent niet alleen op uw juridische vaardigheden, maar vooral op uw ondernemingszin.

Dank u wel.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie