Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak Luc Van den Brande bij uitreiking Ankerprijs 1999

Datum nieuwsfeit: 27-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

PERSMEDEDELING VAN HET KABINET VAN

MINISTER LUC VAN DEN BRANDE

MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING

27 juni 1999

Toespraak door de heer
Luc Van den Brande
minister-president van de Vlaamse regering

Uitreiking van de Ankerprijs 1999

Kortrijk - 27 juni 1999

Dames en heren,

U zal begrijpen dat het voor mij een bijzondere ervaring is om de « ankerprijs » uit te reiken terwijl men mijn anker aan het Martelaarsplein licht. Ik geef er daarom de voorkeur aan enkele persoonlijke beschouwingen te geven bij verleden en toekomst van Vlaanderen, niet vanuit deze of gene functie. Het verankeringsthema in een bredere context plaatsen kan in dat perspectief een goede vertrekbasis vormen.

Verankering vergt punctuele maatregelen. In uw « Memorandum aan de formateurs » worden die aangegeven. Ik ben er tevreden en fier over dat de idee, die enkele jaren geleden nog door velen als aftands werd beschouwd, een volwaardige plaats heeft ingenomen in het beleidsdebat van vandaag. De verdienste van de initiatiefnemers van de Ankerprijs is dan ook bijzonder groot, en wordt slechts overtroffen door die van de laureaten. Maar verankering vergt tegelijk een positief maatschappelijk-economisch klimaat. Punctuele maatregelen dienen tot niets wanneer Vlaanderen niet dat land is waar mensen volop kunnen investeren, volop mogen ondernemen, volop durven verantwoordelijkheid opnemen. Verankering is geen thema in de marge van de echte uitdagingen, verankering raakt de fundamenten van onze Vlaamse samenleving.

Maken dat ankers geslagen kunnen worden in stevige grond : dat moet voor de politiek verantwoordelijken een voortdurende betrachting zijn. Dat betekent in de eerste plaats : beleid voeren vanuit een samenhangende, langetermijnvisie waarin de dagjespolitiek wordt overstegen. Die bekommernis heeft ons in 1992 ertoe aangezet om het project « Vlaanderen-Europa 2002 » te lanceren. Die bekommernis ligt ook aan de basis van verschillende beleidsinitiatieven die pas op langere termijn een rijke oogst zullen opleveren. Veel Vlamingen zijn die manier van werken nog niet gewend. Het motto « hoog de harten » wordt nog te vaak verward met « hooghartigheid ».

De Vlaamse regering heeft talrijke en versnipperde bevoegdheden. Het gevaar is reëel dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Daarom ook is het belangrijk om voortdurend de grote lijnen van het beleid voor ogen te houden, nooit uit het oog te verliezen waar het werkelijk om gaat. Voor mij zijn er vijf krachtlijnen, die ook in de komende weken, maanden en jaren mijn houding als Vlaams politicus zullen bepalen. Dit is voor mij een persoonlijk engagement dat los staat van welke functie dan ook.

1. Op naar de lerende samenleving

Mijn eerste krachtlijn heeft te maken met de « lerende samenleving ». Sinds 1995 is de begroting voor wetenschaps- en technologiebeleid elk jaar met 2 miljard frank aangegroeid. Dat was nodig om ervoor te zorgen dat Vlaanderen evenveel zou besteden aan onderzoek en ontwikkeling als de andere landen van de OESO. Wij hebben op die manier in één legislatuur 20 miljard extra besteed aan wetenschap en technologie dan bij ongewijzigd beleid het geval zou zijn geweest. We hebben meteen ook deze begrotingspost structureel 8 miljard frank hoger gezet. In een tijd van razendsnelle en ingrijpende technologische verandering, kan geen enkele regering het zich veroorloven om op dit vlak op de rem te gaan staan : kennis is immers voor onze ekonomie een determinerend competitiviteitselement. De vermelde inspanningen moeten bijgevolg worden doorgezet, met nog grotere aandacht voor de effectmeting ervan. Ook het wetenschapsbeleid is er immers niet om zichzelf.

Maar met meer geld voor onderzoek en onderzoekers - hoe noodzakelijk ook - heb je nog geen samenleving met « kennisweerbaarheid », geen samenleving die in het nieuwe geen bedreiging, maar een belofte ziet. Dat vereist een mentale ommekeer.
We willen « innovatieve geesten » in alle geledingen van de samenleving : in bedrijven en onder ondernemers, maar ook bij de overheid, in social-profit-instellingen, in vrijwilligersgroepen. En er zijn voorbeelden die ons allemaal kunnen inspireren. De gangmakers van de innovatiebeweging zijn niet toevallig onder de mobiliserende leuze « Durf innoveren » van start gegaan.

We willen ook de nieuwsgierigheid van jong en oud opwekken met succesvolle initiatieven van wetenschapscommunicatie, zoals de wetenschapsweek en de wetenschapstruck « Experion ». De realisatie van Technopolis wordt een nieuwe mijlpaal inzake wetenschapspopularisering. Dit is een cruciaal element van wetenschapsbeleid, vermits het niet alleen de legitimiteit van dit beleid ondersteunt, maar tevens een katalysator vormt voor de verspreiding van de effecten ervan ; door de ontdekkings- en technologielust van jongeren te wekken stimuleren we het toekomstig aanbod van wetenschappelijk bedreven en gedreven Vlamingen.

Het hefboomkrediet voor innovatie-opleidingen is een eerste aanzet tot een vraaggestuurd beleid dat « levenslang leren » in al zijn aspecten moet ondersteunen en stimuleren. Wij hebben het dossier van de voortdurende vorming in het verleden onvoldoende energiek aangepakt. Nu is er voldoende consensus om terzake belangrijke stappen voorwaarts te zetten ; de basis is gelegd.

2. Kerntaken van de Vlaamse overheid

Dames en heren,

Waarmee moet het beleid zich bezig houden ? Dat is mijn tweede krachtlijn : de zorg voor een slagvaardige Vlaamse overheid die zich op haar kerntaken toespitst. Ik geloof niet in een overheid die alles mag en alles kan. Betekent dit nu dat we ons moeten beperken tot een 19de eeuwse nachtwakerstaat ? Neen, politiek heeft onvermijdelijk met elke maatschappelijke sector te maken. De overheid moet zich vandaag zo niet met alles, dan toch met heel veel bezig houden. Maar ze moet op al die terreinen niet alles willen doen. « Voorwaarden scheppen » en « sturen » : dat zijn haar kerntaken, daarvoor moet ze al haar bestuurskracht inzetten.

Op deze regel zijn er weinig uitzonderingen. De GIMV is er een van. De GIMV heeft ook in het verankeringsdossier een mooi palmares. Ze heeft aan vele bestaande en nieuwe ondernemingen mee de kapitaalsbasis voor groei en ontwikkeling bezorgd. Het is voor mij geen evidentie dat we als overheid in alle tijden aandeelhouder van de GIMV moeten zijn. Ik vrees anderzijds wel dat bij een onmiddellijke volledige privatisering van de GIMV, het palet aan Vlaamse financieringsmogelijkheden zou verschralen.

Maar de kerntaken van van de overheid zijn dus « Voorwaarden scheppen » en « Sturen ».De uitvoering kan ze in groeiende mate overlaten aan autonome ondernemingen, groepen en individuen. Met Telenet is bewezen dat ook in Vlaanderen jonge ondernemingen in staat zijn om in pas vrijgemaakte markten te wedijveren met voormalige monopolisten. In onderwijs, welzijn en gezondheidszorg toont het middenveld, de « civic society » dat het vrij initiatief het meeste « social profit » oplevert en nog meer kan opleveren wanneer de lat gelijk wordt gelegd.

Vrijwilligers vervullen vaak de moeilijkste zorgtaken en trekken de culturele kar. De samenleving kan hen best bedanken door hen ruimte te geven voor nog meer inzet, met in de eerste plaats een statuut dat hen beschermt tegen dezelfde risico's als de beroepskrachten waarmee ze samenwerken. Vrijwilligers verenigen zich in bestaande, maar ook in nieuwe organisaties. De overheid moet die vrijwilligersorganisaties steunen, zonder ze in een versmachtende omhelzing te nemen. De meest evidente vrijwilligersorganisaties zijn gezin en huwelijk ; de spontane zorg die binnen deze structuren verleend wordt, verdient ook aandacht en steun, zeker geen fiscale bestraffing.

3. Bekwaam om de uitdagingen van de toekomst het hoofd te bieden

Zo kom ik tot de derde krachtlijn: de Vlaamse samenleving in haar geheel en in het bijzonder de Vlaamse overheid moeten goed uitgerust zijn om de uitdagingen van de toekomst het hoofd te bieden.Want die uitdagingen zijn veelvuldig: de veroudering zal de vraag naar zorg, ook naar Vlaamse zorg doen toenemen; de mobiliteitsproblematiek vergt bijkomende investeringen in infrastructuur, ook voor het openbaar vervoer; inzake milieu en volksgezondheid wordt er van de overheid terecht meer verwacht.

We zijn er zonder meer trots op dat de Vlaamse overheid werkt zonder debudgetteringen, dat we zelf een aantal belastingen innen, dat het schuld- en thesaurie beheer op moderne leest geschoeid is. Dat lijken allemaal puur technische ingrepen, maar ze zorgen wel voor meer beleidsruimte, voor een correcte en dus meer rechtvaardige belastinginning, voor de bescherming van toekomstige generaties tegen de uitgavendrang van de huidige.

We zijn nog verder gegaan: ook de vrijgekomen extra beleidsruimte hebben we gebruikt om in de toekomst te investeren. We zijn gestart met vier miljard opzij te zetten om de zorg voor de bejaarden in de komende decennia te waarborgen.

Er is bijgevolg beleidsruimte op de Vlaamse begroting. Een regeringsvorming, en zeker een regeringswissel houdt nochtans het risico in die beleidsruimte te overschatten. Onder geen beding mag de budgettaire gezondheid in het gedrang komen.

4. Culturele voorwaarden voor economische groei

Dames en heren,

Mijn vierde krachtlijn heeft de meest rechtstreekse band met de verankering. Ik ben de voorbije jaren alsmaar beter in gaan zien dat maatschappelijke cohesie een noodzakelijke voorwaarde is voor welvaart en welzijn. De notie « affectio societatis », de basisvoorwaarde voor een goed beheer in een vennootschap, geldt ook voor de hele samenleving, de ruimere societas. Enkel wanneer voldoende groepen en individuen zich persoonlijk betrokken en geëngageerd voelen ten aanzien van het algemeen belang, enkel dan zal dat algemeen belang werkelijk aan bod komen.

Wanneer het vertrouwen zoek is, moet een samenleving zich recht houden door strenge normen, voortdurende controles en draconische straffen. En ook dat zal niet helpen : regels en sancties zijn nodig om de maatschappelijke en economische dynamiek in goede banen te leiden, maar een overdosis ervan leidt onvermijdelijk tot het tegendeel van dynamiek, tot stilstand en achteruitgang. Vertrouwen en responsabilisering moeten we ook binnen de overheidssector als beleidsprincipes hanteren, bv. in de relatie tussen de Vlaamse overheid en de gemeenten, zoals we doen via het Pact met de gemeenten. Op die manier kunnen we eenvoudige bruggen bouwen tussen verschillende beleidsniveaus en beleidsactoren : een Parlement dat zuurstof geeft, ministers die beleid voeren, een administratie die beleidsvoorbereidend en -uitvoerend werkt, Vlaamse overheidsinstellingen die autonoom hun opdrachten vervullen. Zo stellen we de doelstellingen centraal, niet de structuren.

Vertrouwen is het enige alternatief voor regelneverij. Alleen wanneer we weten dat we op elkaar kunnen rekenen, zullen we onze berekenende houding laten varen en uitdrukkelijk kiezen voor het algemeen belang. Daarom moeten staatsstructuren worden georganiseerd op het niveau waarop de cohesie een realiteit is, in eerste instantie dus op het deelstaatniveau. En, dat wil ik hier graag herhalen, de komende periode moet er resultaat geboekt worden op vijf niveaus : versterking van de fiscale autonomie voor de deelstaten, overdracht van bevoegdheden inzake gezondheidszorgen en gezinsbeleid, defederalisering van de gemeente-en provinciewet, een beter gegarandeerde vertegenwoordiging van de Vlamingen in de Brusselse structuren, homogenere bevoegdheidspaketten.

Vertrouwen is er enkel in een samenleving waarin het respect voor de basisnormen én de onderlinge solidariteit algemeen zijn. Op die manier is de noodzakelijke « inburgering » van migranten en vierde wereld een proces van ontmoeting waarbij zij stappen moeten zetten naar ons en wij naar hen. Onze samenleving kan zich geen dichtbevolkte marges veroorloven.

5. Vlaanderen op de wereldkaart

Verankering is geen autarchische reflex, maar een instrument om de Vlaamse economie internationaal competitief te maken en te houden. De Belforten van ons model dienen niet in de eerste plaats om ons te beschermen, maar wel om onze horizon ruimer en verder te leggen. Wie vandaag niet internationaal denkt en handelt, zal morgen niet meer meespelen.

Het Vlaamse buitenlandse beleid moet verder beogen Vlaanderen op de wereldkaart te krijgen, zowel politiek als economisch, commercieel, cultureel, wetenschappelijk enz. Alleen op die manier kunnen onze bedrijven en in het bijzonder de KMO's, onze universiteiten, hogescholen en scholen, onze wetenschappelijke instellingen, vorsers, sociale en culturele verenigingen, kunstenaars en studenten zich blijven ontwikkelen en ontplooien. Men kan vandaag geen binnenlands beleid meer voeren zonder oog te hebben voor wat er internationaal gebeurt; omgekeerd bieden initiatieven in het buitenland nieuwe perspectieven en mogelijkheden aan talrijke Vlamingen.

Daarom is het van het grootste belang dat het toekomstige beleid Vlaanderen blijft promoten als betrouwbare partner voor samenwerking op diverse terreinen, als excellente investeringsregio en als een open exportland met kwaliteitsvolle producten.


* * *

Dames en heren,

Verankeren doe je niet op los zand. De stevige bodem die Vlaamse verankeraars nodig hebben, vinden ze in een cultuur van vertrouwen, in een geest van innovatie, in een bestuurskrachtige overheid, in vrij maatschappelijk en economisch initiatief, in een open, internationale, mundiale mentaliteit. Zo vinden de verankeraars partners bij de 6 miljoen aandeelhouders van de Vlaamse democratie.

Voor die stevige bodem heb ik de voorbije regeerperiodes in samenwerking met u allen trachten te zorgen. Ik ben u, ik ben de Vlaamse bevolking dankbaar voor de unieke kans die ik kreeg om samen met vele Vlamingen de toekomst te maken. Aan deze opdracht wil ik ook in de komende jaren verder werken, vanuit welke positie dan ook. De politieke zee is woelig, maar ik voel mij gesterkt door de overtuiging dat er voor elk schip een veilige thuishaven is.

« Vlaanderen in eindeloze verscheidenheid », zo schreef de historica Patricia Carson.
Wij willen Vlaanderen als een land dat een gelaat heeft elders in de wereld, een land ook waar iedereen een plaats heeft en echt iemand is.

Ik dank u.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie