Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief BUZA inzake actuele situatie in Iran

Datum nieuwsfeit: 29-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer

Binnenhof 4

Den Haag
Directie Noord-Afrika en Midden-Oosten

afdeling Golfstaten

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 29 juni 1999
Kenmerk DAM/GO-237/99
Blad /3
Bijlage(n)
Betreft Actuele situatie in Iran

Zeer geachte Voorzitter,

Ingevolge uw verzoek om nadere informatie over de actuele situatie in Iran en ten vervolge op mijn brief (DAM/GO-192/99) d.d. 12 mei jl. zend ik u een kort overzicht van de recente ontwikkelingen in Iran waarin met name aandacht zal worden geschonken aan de uitkomst van de ambtelijke missie van 11 mei jl. en de derde zitting van de dialoog EU-Iran op 20 mei jl.

Binnenlandspolitieke situatie in Iran

President Khatami's streven naar toepassing van de "rule of law" wordt thans zwaar op de proef gesteld door de nog immer voortdurende detentie van 13 Iraanse joden op verdenking van spionage-activiteiten voor Israël en de Verenigde Staten.

Ik heb de Tweede Kamer, in antwoord op gestelde vragen, recent over deze zaak ingelicht en meegedeeld welke stappen Nederland en de EU tot nu toe hebben ondernomen. Algemeen wordt aangenomen dat het conservatief-religieuze establishment, dat nog steeds een grote invloed uitoefent op de Iraanse rechterlijke macht, deze detentie aanwendt om de regering van president Khatami in verlegenheid te brengen.

Immers, formeel kan de president niet ingrijpen in de rechtsgang omdat deze behoort tot de competentie van Geestelijk Leider Khamenei. Als hij er het zwijgen toe zou doen en simpelweg zou verwijzen naar de vigerende Iraanse wetgeving, zou hij veel van het in het Westen opgebouwde krediet verspelen. Indien Khatami evenwel op Westers aandringen het zou opnemen voor de gearresteerde joden, zou

hem dat binnenlands-politiek kwestbaar maken omdat Israël nog steeds voor velen in Iran een vijand is.

Ook uit andere recente gebeurtenissen kan worden afgeleid dat de conservatieven de strijd tegen Khatami's hervormingspogingen allerminst hebben opgegeven. Zo is de conservatieve voorzitter van het Parlement, Nateq Nouri, herkozen voor een termijn van vier jaar. De ex-burgemeester van Teheran, Karbashi, is veroordeeld tot twee jaar gevangenistraf en mag tien jaar lang geen openbare functies bekleden. De progressieve geestelijke Kadivar, adviseur van de president, heeft een gevangenisstraf van anderhalf jaar gekregen.

Niettemin vallen er sinds mei jl. ook enkele positieve ontwikkelingen te constateren. De installatie van de in februari gekozen gemeenteraden, de stopzetting van de afzettingsprocedure tegen Minister Mohajerani van Cultuur en Islamic Guidance (verantwoordelijk voor de liberalisering van de pers) en het voortgaande debat over fundamentele staatkundige vernieuwingen onder leiding van de dissidente geestelijke Montazeri zijn stappen in de goede richting. De conservatieve aanvallen op de liberale pers zijn echter in dezelfde periode in hevigheid toegenomen. Al met al dringt zich het beeld op dat het hervormingsproces waarvan president Khatami zich voorstander heeft verklaard, voortdurend onder grote druk blijft staan.

De economische situatie lijkt nauwelijks te zijn verbeterd sinds de stijging van de olieprijzen. De Iraanse regering heeft nog geen duidelijke agenda op het terrein van economische politiek en het is aannemelijk dat, zolang de politieke machtsstrijd voortduurt, de noodzakelijke hervormingen van de economie zullen uitblijven.

De dialoog van de EU met Iran

De derde zitting van de EU dialoog met Iran vond plaats op 20 mei jl..

Van EU-zijde werd aangegeven dat, hoewel het Iraanse beleid ten aanzien van massavernietigingswapens een aantal positieve elementen bevatte, het Iraanse streven langeafstandswapens te ontwikkelen de EU zorgen bleef baren.

Tevens werd herinnerd aan het feit dat de EU Iran had opgeroepen ondubbelzinnig afstand te nemen van groeperingen die beoogden het Midden-Oosten vredesproces te laten ontsporen. Daarnaast heeft de EU-Troika de Europese zorgen overgebracht ten aanzien van de mensenrechtensituatie in Iran. In de EU-resolutie over de mensenrechtensituatie in Iran, zoals in mei aanvaard in de 55e VN-Mensen- rechtencommissie, was hieraan reeds uitdrukking gegegeven. Met name werd van EU-zijde gewezen op misstanden zoals martelingen, het gebrek aan een eerlijke procesgang, toepassing van de doodstraf en de vervolging van religieuze minderheden. De EU deed een dringend beroep op Teheran samen te werken met de relevante VN-mechanismen, in het bijzonder met de Speciale Vertegenwoordiger van de VN-Mensenrechtencommissie, Copithorne.

Naast deze onderwerpen passeerde een aantal politieke en economische thema's de revue. Het Duitse voorzitterschap concludeerde dat de bijeenkomst in een goedeatmosfeer was verlopen. Het Iraanse standpunt ten aanzien van non-proliferatie, terrorisme, mensenrechten en het MOVP leverde weliswaar geen nieuwe gezichtspunten op, doch men was van Iraanse zijde inhoudelijke gesprekken

hierover niet uit de weg gegaan. Voorts gaven de Iraanse gesprekspartners aan geïnteresseerd te zijn in economische samenwerking met de EU.

Parallel aan de zitting van de dialoogbijeenkomst vond in Teheran de eerste werkgroepbijeenkomst plaats van Iraanse experts en de Commissie over samenwerking op energiegebied. Iran drong erop aan in de toekomst werkgroepbijeenkomsten te organiseren op meer terreinen (o.a. drugs, vluchtelingen, landbouw en milieu).

Tijdens recent Europees overleg kwam naar voren dat de EU-lidstaten de derde zitting positief hebben gewaardeerd. Er was overeenstemming dat diende te worden gestreefd naar een nieuwe bijeenkomst op hetzelfde niveau eind van dit jaar. De Nederlandse regering heeft zich hierbij aangesloten.

Resultaten van de ambtelijke missie

Conform de toezegging in het algemeen overleg van 4 februari 1999 met uw Kamer over de brief van de regering van 22 januari 1999 heeft in mei 1999 een missie van Buitenlandse Zaken en IND naar Teheran plaatsgevonden. In de gesprekken met de Nederlandse delegatie is met de Iraanse autoriteiten een breed scala aan consulaire onderwerpen besproken. De Iraanse autoriteiten hebben onder meer aangegeven, dat vrijwillige terugkeer van uitgeprocedeerde Iraanse asielzoekers geen probleem op zou leveren en hebben daarbij volledige medewerking toegezegd. Iran heeft zich ook bereid verklaard mee te werken aan het zoeken naar een oplossing inzake niet-vrijwillige terugkeer. De besprekingen met de Iraanse autoriteiten worden voortgezet.

Van Iraanse zijde werd wederom aangedrongen op strengere maatregelen van de Nederlandse regering tegen de Mudjahedin-e Khalq Organisation (MKO), die herhaaldelijk ervan wordt beschuldigd terroristische aanslagen te plegen in Iran. Tevens vroeg Teheran aandacht voor de opvang van Afghaanse en Iraakse vluchtelingen in Iran en de bestrijding van drugssmokkel.

Ik zal de Tweede Kamer eind augustus ten behoeve van het Algemeen Overleg op 8 september een geactualiseerd overzicht van de ontwikkelingen in Iran doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken a.i.,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie