Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verklaring van Rio De Janeiro / Prioriteiten voor Actie

Datum nieuwsfeit: 29-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Latijns-Amerika / Caribisch Gebied / Europese Unie: Eerste top / Verklaring van Rio De Janeiro / Prioriteiten voor Actie

conneux (29-06-1999)


Wij, staatshoofden en regeringsleiders van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en van de Europese Unie, te Rio de Janeiro bijeen op 28 en 29 juni 1999, hebben besloten om voortgang te maken met de consolidatie van een strategisch partnerschap van politieke, economische, culturele, sociale en coöperatieve aard tussen beide regio's, dat bijdraagt tot de ontwikkeling van elk van onze landen en tot het bereiken van hogere niveaus van sociaal en economisch welzijn voor onze volkeren, daarbij gebruikmakend van de kansen die worden geboden door een steeds meer toenemende mate van mondialisering, in een geest van gelijkheid, respect, verbondenheid en samenwerking.

Wij zijn het erover eens dat de prioriteiten voor actie gebaseerd zijn op een gemeenschappelijke gehechtheid aan representatieve democratie, de rechtsstaat, behoorlijk bestuur, pluralisme en sociale ontwikkeling, met inbegrip van een rechtvaardiger verdeling van welvaart en kansen, en een harmonische integratie in de wereldeconomie.

Wij hebben daarom besloten tot versterking van de dialoog tussen de regeringen op alle niveaus en met organisaties uit de civiele maatschappij teneinde de doelstellingen van ontwikkeling en versterking van de rechtsstaat in beide regio's te verwezenlijken. In dat verband zullen we de mechanismen versterken voor het waarborgen van naleving van de wetten van beide regio's en van transparantie en verantwoordelijkheid, met name bij het gebruik van overheidsmiddelen.

Wij hebben ook besloten dat de bij de Verklaring van Rio de Janeiro ingestelde biregionale groep van hoge ambtenaren zal toezien op de in dit document genoemde acties.

Rekening houdend met het voorgaande en met de beginselen en verbintenissen die zijn neergelegd in de Verklaring van Rio de Janeiro zullen wij ons voor het volgende beijveren:

PRIORITEITEN VOOR ACTIE
Op politiek gebied:

1. Bevordering van nauwere samenwerking en uitwisseling van standpunten in internationale fora over aangelegenheden van gemeenschappelijk belang. Gezamenlijk ervoor ijveren dat de Verenigde Naties zich in het nieuwe millennium steeds efficiënter van hun taken kunnen kwijten, met volledige inachtneming van de doelstellingen en beginselen van het handvest, en van de Universele Verklaring van de rechten van de mens die de Verenigde Naties vijftig jaar geleden hebben aangenomen. Wij zullen de biregionale inspanningen coördineren om ervoor te zorgen dat de organisatie versterkt uit de millenniumzitting van de Algemene Vergadering komt.

2. Formulering van samenwerkingsprogramma's die gericht zijn op de verdere versterking van de bescherming en de bevordering van de mensenrechten, alsmede opleidingsprogramma's om diensten en instellingen voor mensenrechten te steunen, zoals die welke zich bezighouden met de bescherming van de rechten van de meer kwetsbare groepen in de samenleving. Wij steunen specifieke opleidingsprogramma's die gericht zijn op het bewerkstelligen van tastbare vooruitgang op dit gebied. Evenzo zullen wij programma's bevorderen om het humanitaire recht uit te dragen.
3. Gezamenlijke programma's opstellen en in de praktijk brengen en nationale maatregelen nemen ter voorkoming en bestrijding van vreemdelingenhaat, uitingen van racisme en andere aanverwante vormen van onverdraagzaamheid, en ter bevordering en bescherming van de rechten van de meest kwetsbare groepen in de samenleving, met name kinderen, jongeren, personen met een handicap, inheemse volkeren alsmede migranten en hun gezinnen.
4. Programma's en projecten aannemen op de twaalf prioritaire gebieden die tijdens de 4e Wereldvrouwenconferentie (Peking 1995) zijn vastgesteld, via mechanismen voor financiële en technische samenwerking, waarbij vooraf acties van gemeenschappelijk belang met een biregionale dimensie worden bepaald. Het genderaspect zal in aanmerking worden genomen als basis voor alle samenwerkingsprogramma's.

5. Streven naar de modernisering van de structuur van onze respectieve staten, met name op het gebied van kiessystemen, rechtsbedeling, belastingstelsels en het begrotingsbeleid als mechanismen voor de herverdeling van de welvaart en inkomsten die de economische ontwikkeling oplevert. Wij moedigen de dialoog terzake aan.

6. Actoren van de civiele samenleving verzoeken deel te nemen aan de uitvoering van gezamenlijke initiatieven van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en de Europese Unie. Daarom achten wij samenwerking tussen de overheid en de civiele samenleving een positieve factor en erkennen wij de rol op dat gebied van gedecentraliseerde samenwerkingsprogramma's. Wij komen overeen nauw samen te werken en kennis en ervaringen op het gebied van de hervorming van de sociale zekerheid uit te wisselen. Bevordering van de parlementaire contacten tussen beide regio's.
7. Waardering uitspreken voor de activiteiten van diverse fora in de context van de voorbereiding van de top.
8. Verwijzen naar de succesrijke conferenties over veiligheidsbevorderende en vertrouwenwekkende maatregelen en benadrukken dat de geregeld plaatsvindende dialoog over veiligheidskwesties tussen de Europese Unie en de Groep van Rio moet worden voortgezet.

9. Bevordering van de ondertekening of bekrachtiging van instrumenten op het gebied van ontwapening en het verbieden van bepaalde bijzonder onmenselijke wapens, met inbegrip van de verdragen inzake chemische en biologische wapens; het non-proliferatieverdrag (NPV) en het alomvattend kernstopverdrag (CTBT). Tevens lopende onderhandelingen steunen met name in de ontwapeningsconferentie
10. Waardering voor de inwerkingtreding, per 1 maart 1999, van het Verdrag van Ottawa inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van antipersoneelmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens en beklemtoning van het belang van een volledige en snelle uitvoering van dat verdrag. Wij roepen alle staten op om zich aan te sluiten bij het streven naar de volledige uitbanning van antipersoneelmijnen in de gehele wereld en komen overeen hoge prioriteit te verlenen aan inspanningen om het door de mijnen veroorzaakte leed en de verwoestende werking ervan tegen te gaan. 11. Technische en financiële samenwerking blijven verstrekken via actieprogramma's tegen mijnen, met bijzondere aandacht voor de Centraal-Amerikaanse landen.
12. Beklemtonen dat de combinatie van conflicten en de ongecontroleerde verspreiding van handvuurwapens een ernstige uitdaging voor de internationale gemeenschap vormt. In dit verband zijn wij ingenomen met het gemeenschappelijk optreden van de Europese Unie tot bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens, alsmede met het Inter-Amerikaans Verdrag ter bestrijding van de illegale productie van en handel in vuurwapens, munitie, explosieven en aanverwant materiaal, en benadrukken wij vastbesloten te zijn op dit terrein nauw samen te werken.
13. Samenwerking bij de bestrijding van de grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en aanverwante criminele activiteiten, ijveren voor de opstelling van instrumenten tegen corruptie alsmede actief streven naar de uitvoering van de internationale overeenkomsten op dit gebied, en tevens de samenwerking tussen onze regeringen opvoeren.
14. Versterking van de internationale samenwerking ter bestrijding van terrorisme, gebaseerd op de beginselen die in het kader van de VN, zijn vastgesteld. Te dien einde zullen wij samenwerken om vorderingen te maken met het oog op de ondertekening en bekrachtiging van de verdragen en protocollen van de VN en de versterking van het daarvoor bestaande internationale juridische kader, ter ondersteuning van de uitwerking van de instrumenten voor terrorismebestrijding.
15. Ondersteuning van projecten voor het behoud en duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name die welke bijdragen tot de bestrijding van armoede, marginalisering en sociale uitsluiting, tot het wijzigen van productie- en consumptiepatronen en tot de bevordering van het behoud van de biologische diversiteit. Bijzonder belang zal worden gehecht aan de bevordering van sectoren die waarschijnlijk de productieve werkgelegenheid stimuleren.
16. Wij bevestigen nogmaals onze verbintenis tot uitvoering van de verdragen inzake klimaatverandering, biologische diversiteit en woestijnvorming en tot bevordering van acties voor de spoedige toepassing van het mechanisme voor schone ontwikkeling van het Protocol van Kyoto. Wij besluiten samen te werken en ervaringen uit te wisselen voor de wereldwijde bescherming van de bossen door middel van een gezonde economische exploitatie die in overeenstemming is met de beginselen van duurzame ontwikkeling. Bijzondere aandacht zal worden besteed aan projecten betreffende een rationeler gebruik van energie, het ontwikkelen van duurzame energiebronnen en het oplossen van de problemen van industriële en stedelijke verontreiniging. Wij besluiten ervaringen uit te wisselen op het gebied van verlies van bodemproductiviteit en het beheer van aride ecosystemen. Wij beklemtonen de succesvolle samenwerking tussen de Europese Unie en de Braziliaanse regering bij de uitvoering van het "Internationaal proefprogramma voor het behoud van het Braziliaanse regenwoud" (PPG7) als een veelbelovend strategisch verbond. Wij onderstrepen het belang van voorlichting over milieubescherming voor de uitvoering van Agenda 21 en komen overeen nauw samen te werken in dit verband. 17. Uitvoering geven aan programma's voor samenwerking op het gebied van milieu- en natuurrampen, teneinde bij te dragen tot de verbetering van het vermogen van de meer kwetsbare landen van beide regio's om rampen te voorkomen en te bestrijden; een toereikend systeem vormen om gebruik te maken van internationale hulp bij voorkoming, vroegtijdige waarschuwing, snelle noodhulp, verlichting van de gevolgen, rehabilitatie en wederopbouw. Onder deze samenwerking valt de opstelling van een lijst van de verantwoordelijke nationale organisaties voor civiele bescherming, met een inventaris van bestaande middelen voor hulp bij rampen en het opstellen van een handboek met richtsnoeren voor internationale samenwerking bij rampen.
18. Bevordering van de volledige toepassing van de doelstellingen van het Internationaal decennium voor de preventie van natuurrampen en van de programma's van het Bureau voor humanitaire hulp van de Europese Gemeenschap voor de voorbereiding op rampen alsmede het verlichten van de gevolgen en het voorkomen daarvan (DIPECHO-programma van de EG), die in Midden-Amerika en het Caribisch gebied zijn uitgevoerd.
19. Waardering voor de actieve rol die de civiele samenleving speelt bij de hulp- en wederopbouwwerkzaamheden in Centraal-Amerika, zoals erkend in de verklaring van Stockholm van 28 mei 1999.
20. Steun voor de wijze van uitvoering die beoogd wordt in het alomvattende actieplan van Panama van de Europese Unie/Latijns Amerika inzake bijstand bij de bestrijding van drugs, inclusief interregionale samenwerking met het Caribisch gebied, als een belangrijk deel van de actieprioriteiten.
21. Waardering voor de resultaten van de 14e interparlementaire conferentie tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika (16-18 maart 1999), met name de boodschap over het instituut voor de betrekkingen tussen Europa en Latijns-Amerika (IRELA), en nemen de aanbevelingen dienaangaande van de parlementsleden van beide regio's in overweging.
Op economisch gebied:
22. Bevordering van gezamenlijke activiteiten op het gebied van de internationale economische samenwerking. In de Wereldhandelsorganisatie zullen wij zorg dragen voor de volledige uitvoering van de resultaten van de Uruguay-ronde en overeenkomen een nieuwe alomvattende en beide zijden tot voordeel strekkende ronde van multilaterale handelsbesprekingen te lanceren. 23. Onze economische en commerciële betrekkingen versterken, en daarbij zoveel mogelijk profijt trekken van de bestaande handelsovereenkomsten tussen onze regio's en streven naar het sluiten van nieuwe overeenkomsten.
24. Overleg op hoog niveau voeren om van gedachten te wisselen en overeenstemming te bereiken over standpunten tijdens multilaterale activiteiten in passende fora, waaronder die van het VN-systeem, gericht op de invoering van regelingen die een stabiel en dynamisch wereldwijd economisch en financieel stelsel bevorderen als middel om crises in de toekomst te voorkomen en, zo zij zich toch voordoen, een doelmatige en snelle oplossing daarvan te waarborgen.
25. Formulering van voorstellen, in het kader van ons overleg, voor biregionale samenwerking, gericht op versterking van de nationale financiële stelsels en de ontwikkeling van mechanismen voor controle en regulering om internationale beste normen en praktijken toe te passen.
26. Speciale steunprogramma's opzetten voor economisch betrekkelijk weinig ontwikkelde landen door opleidingsinstellingen op te richten en stimulansen te geven voor productieve investeringen en geschikte financieringsvoorwaarden, met inbegrip van effectieve nationale en wereldwijde maatregelen voor het oplossen van de problemen die ontstaan door buitensporig hoge schulden.
27. Een oproep richten aan de zakenwereld van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en die van de Europese Unie om geregeld bijeen te komen in een handelsforum teneinde aangelegenheden van gemeenschappelijk belang te analyseren en zo nodig conclusies en aanbevelingen ter beoordeling aan de regeringen voor te leggen. Zulk een forum, dat om te beginnen biregionale elektronische netwerken van bedrijfsverbanden zou kunnen bevorderen, zou verrijkt kunnen worden met bestaande initiatieven, zoals het handelsforum Mercosur/Europese Unie en het multisectoriële bedrijfscontactorgaan LA-Partnerschap 99 Europese Unie - Mexico - Centraal-Amerika.
28. Bevordering van een biregionaal programma van opleiding voor overheid en zakenleven ter stimulering van het concurrentievermogen bij het zakendoen en de onderhandelingsbekwaamheid van ondernemers, en bij het zoeken naar effectieve oplossingen op het gebied van de bevordering van de handel.
29. Aanmoediging van de sluiting van bilaterale overeenkomsten ter bevordering en bescherming van wederzijdse investeringen en verdragen ter voorkoming van dubbele belasting en ter stimulering van initiatieven voor het vergemakkelijken en uitbreiden van investeringen tussen de twee regio's.
30. Bevordering van steunprogramma's en -mechanismen voor het midden- en kleinbedrijf op het gebied van financiering, waaronder een betere toegang tot financiële garanties en risicokapitaal, managementopleidingen, technologie en samenwerking met andere bedrijven, met het oog op het verbeteren van het concurrentievermogen en het verkrijgen van een betere positie op de internationale markten. In het bijzonder bevordering van joint-ventures voor de oprichting van bedrijven in beide regio's. 31. De Europese Investeringsbank (EIB) verzoeken te overwegen haar activiteiten in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied te intensiveren en uit te breiden en cofinanciering tussen Europese financiële instellingen en die van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied aanmoedigen.
32. Ondersteuning van de ontwikkeling van nationale mogelijkheden voor de versterking en bescherming van de intellectuele eigendomsrechten op alle gebieden, in overeenstemming met de in het kader van de WTO vastgestelde regels, als een belangrijke vereiste voor vergroting van de handels- en investeringsstromen. 33. Een dialoog aangaan voor het bestuderen van normen en certificeringen op basis van de huidige overeenkomsten over technische handelsbelemmeringen. Wij zullen nagaan of er voorbereidingen kunnen worden getroffen voor onderhandelingen over bilaterale overeenkomsten betreffende wederzijdse erkenning van technische normen.
34. Het aangaan van een dialoog voor de bevordering van samenwerking op douanegebied en de harmonisatie van de nomenclatuur, speciaal op het gebied van opleiding, vorming van gegevensbanken en netwerken van deskundigen, en formulering van voorstellen voor eventuele bilaterale samenwerkingsovereenkomsten op dat gebied.
35. Aanmoediging van samenwerking en investeringen voor de ontwikkeling van het toerisme in beide regio's. Wij hechten in het bijzonder aan de ontwikkeling en bevordering van duurzaam toerisme, gezien het feit dat een bijdrage moet worden geleverd tot het behoud en beheer van de rijke biologische diversiteit van onze regio's. De actieve deelneming van lokale en inheemse gemeenschappen, de lokale overheid en de particuliere sector aan de duurzame ontwikkeling van het toerisme draagt bij tot de regionale en lokale economieën.
36. Versterking van de programma's voor samenwerking in de sector alternatieve energie en energiebesparing, speciaal wat gedecentraliseerde samenwerking betreft - investeringsprogramma van de Europese Gemeenschap (ECIP), America Latina Investment (AL-INVEST), rationeel gebruik van energie in Latijns-Amerika (ALURE). Wij zullen ook steun blijven geven aan programma's op dit gebied.
37. Bevordering van samenwerkingsprogramma's op het gebied van infrastructuur met inbegrip van vervoer, en administratieve procedures voor de liberalisering van de handel en de versterking van de economische samenwerking.
38. Zorgen voor een kwalitatief hoogwaardig wettelijk kader voor consumentenbescherming en een dialoog tussen de sociale partners. Bevordering van de volledige uitvoering van internationale arbeidsverdragen.
Op het gebied van cultuur, onderwijs, wetenschap, technologie, sociale en menselijke aangelegenheden:
39. Overeenkomen programma's op het gebied van volksgezondheid en onderwijs uit te voeren teneinde marginalisering, sociale uitsluiting en extreme armoede te bestrijden. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de uitvoering van de aanbevelingen van de Wereldtop over Sociale Ontwikkeling van 1995 en aan de voorbereiding van de Bijzondere Zitting van de Algemene Vergadering in juni 2000 als follow-up van de top. 40. Versterking van de samenwerking op het gebied van lager, voortgezet en hoger onderwijs en biregionale steunprogramma's opzetten voor compenserende vormen van onderwijsbeleid die bijdragen tot de verbetering van de onderwijskwaliteit en de opleiding van docenten, alsmede de vorming van personele middelen, met een speciaal accent op beroepsopleiding en het gebruik van nieuwe technologieën voor het onderwijs. Wij benadrukken de voortdurende, succesrijke inspanningen die alle partijen in de laatste decennia geleverd hebben om de samenwerking ook door middel van tweetalige en biculturele scholen te bevorderen. 41. Krachtige steun aan de biregionale samenwerking in de universitaire sector die gericht is op meer beurzen voor studenten en onderzoekers op alle niveau's, de uitbreiding van de postdoctorale studies op het gebied van wetenschappen en technologie, industrie en bedrijfskunde, de mobiliteit van academici en studenten, alsmede uitbreiding van de processen van officiële goedkeuring van programma's en erkenning van diploma's. Wij kunnen terugzien op een indrukwekkende geschiedenis van samenwerking in de universitaire sector, in het bijzonder het "América Latina Formación Académica" (ALFA). Aan beide zijden hebben wij talloze beurzen verleend aan studenten en onderzoekers op alle niveau's. Die projecten zullen uitgebreid worden. 42. Bevordering van de samenwerking voor een beter gebruik van de mogelijkheden van nieuwe technologie en instrumenten, zoals onderwijs op afstand, teneinde die te integreren in de nationale onderwijskaders, in het bijzonder voor mensen en sociale groepen die er geen toegang toe hebben.
43. Bijzondere zorg zal worden besteed aan de bevordering van de rechten van minderheden en aan de uitvoering van opleidingsprogramma's die waarde verlenen aan de culturele en taalkundige identiteit. Wij komen overeen de samenwerking te bevorderen die gericht is op de verbetering van het vermogen van de inheemse bevolking om deel te nemen aan de planning en uitvoering van ontwikkelingsprogramma's op sociaal en economisch gebied.
44. Opneming van inhoud in onderwijsprogramma's die gericht is op de verspreiding van ons materiële en immateriële cultuurbezit, met uitwerking van samenwerkingsprojecten van de twee regio's en waarbij het bestaande culturele aanbod aan beide zijden van de Atlantische Oceaan in aanmerking wordt genomen. 45. In dit verband zullen wij overwegen een cultuurforum Europese Unie-Latijns Amerika en het Caribisch gebied te vormen teneinde de culturele dialoog tussen onze regio's zichtbaar te maken en te vernieuwen.
46. Uitvoering van programma's voor de bevordering van de culturele en linguistische identiteit, waarin de bevolking bewust wordt gemaakt van het belang en de noodzaak van behoud daarvan. We zullen in het bijzonder onderzoek op het gebied van antropologie en cultuur, alsmede de uitwisseling van deskundigen en de overdracht van instandhoudingstechnieken bevorderen. 47. Tevens afspreken passende steun te blijven geven aan communautaire instrumenten zoals "Urbs América Latina" (URBAL). 48. Bevordering van een gezamenlijk initiatief op het gebied van de informatiemaatschappij wat bepaalde prioritaire aangelegenheden betreft (b.v. elektronische handel, industriële technologie en telecommunicatie, milieu, volksgezondheid, sociale diensten en onderwijs). Bevordering van nauwere samenwerking op het gebied van audiovisuele middelen, cinematografie en multimedia, alsmede de organisatie en indeling van archieven en gedrukt materiaal. 49. Steun aan de activiteiten van de werkgroep voor wetenschappelijke en technologische samenwerking Europese Unie - Latijns-Amerika en de akkoorden die voortkwamen uit de vierde en de vijfde biregionale conferentie, welke respectievelijk in juni en oktober 1998 in Madrid en Guatamala hebben plaatsgevonden. Met het oog daarop willen wij een werkgroep vormen van vertegenwoordigers van beide regio's voor een dialoog en advies over de beste wijze om profijt te trekken, wat de toekomstige wetenschappelijk en technische samenwerking tussen Latijns-Amerika en het Caribisch gebied enerzijds en de Europese Unie anderzijds betreft, van de mogelijkheden die geboden worden door het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, in het bijzonder door middel van samenwerkingsovereenkomsten, rekening houdend met de eigen kenmerken en de capaciteiten van de betrokken landen, alsmede het strategische belang van deze sector in ons nieuwe biregionale partnerschap.
50. Bevordering en vergemakkelijking van initiatieven voor samenwerking en uitwisseling op het gebied van wetenschap en technologie. De aandacht zou speciaal moeten uitgaan naar de verbanden tussen productieprocessen en het wetenschappelijk en technologisch onderzoek, waaronder de ecologische aspecten die een positieve invloed hebben op de duurzame ontwikkeling van beide regio's en hun milieu.
51. Prioriteit blijven geven aan de bevordering van kenniscentra via transregionale netwerken, bestaande uit instellingen van academische, wetenschappelijke en technologische aard. In dit kader verbinden wij ons ertoe de uitwisseling van kennis, de samenwerking bij gezamenlijke initiatieven en de mobiliteit van studenten en onderzoekers tussen gelijkwaardige instellingen van de respectieve regio's te bevorderen. Wij benadrukken ook het belang van interuniversitaire samenwerking op het gebied van de menswetenschappen, de sociale wetenschappen en de natuurwetenschappen en de noodzaak van onder andere een centrum voor gemeenschappelijk onderzoek en opleiding van hooggekwalificeerd personeel, in het bijzonder voor aangelegenheden die verband houden met ontwikkelings- en integratieprocessen.
52. De Europese instituten en instellingen voor integratie (Brugge, Florence en Maastricht), alsmede het netwerk van academische instellingen van alle landen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en de lidstaten van de Europese Unie aanmoedigen steun te geven voor activiteiten op het gebied van onderzoek, postdoctorale studie en opleiding op het gebied van integratieprocessen.
53. Versterking van het regionale integratiebeleid en de ontwikkeling van de interne markten als fundamentele factoren voor groei en stabiliteit. Daartoe zullen wij de aanneming van een gemeenschappelijk beleid en een gecoördineerde sectorale aanpak steunen, teneinde optimaal profijt te trekken van het huidige en toekomstige beleid inzake de liberalisering van de handel. Bijzondere aandacht zal uitgaan naar de kartelbestrijding en de totstandbrenging van passende juridische en fiscale kaders. 54. Verdere ondersteuning van de doelstellingen en activiteiten van regionale instellingen, zoals het Centro de Formación para la Integración Regional" (CEFIR) in Montevideo, gericht op de opleiding van functionarissen bij de overheid of in particuliere dienst en van nieuwe generaties, waarbij de nadruk komt te liggen op speciale capaciteiten op gebieden als analyse, training en beheer van integratieprocessen.
55. Teneinde een optimaal gebruik van de beschikbare financiële middelen te bewerkstelligen en de bestaande complementariteiten en synergieën ten volle te benutten, overeenstemming bereiken over het bijzondere belang van het subsidiariteitsbeginsel en over de noodzaak van een nauwere samenwerking bij alle partijen.


/newsroom/press/c/ACF147.html

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie