Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage Lambrechts debat ICT in het onderwijs

Datum nieuwsfeit: 30-06-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
D66 Nieuws

30 juni 1999

Debat over ICT in het onderwijs

Ursie Lambrechts

GESPROKEN TEKST GELDT

Voorzitter,

Investeren in voorsprong heet inmiddels Onderwijs on line. Ietsje minder idealistisch wellicht, maar wel zo realistisch.

Voorgeschiedenis:
Met Paars Twee is veel geld voor ICT vrij gemaakt (670 miljoen incidenteel plus 250 miljoen structureel), maar niet zoveel dat alles kan. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden.

In april hebben wij met de minister zijn eerste beleidsbrief over ICT besproken. Positief was D66 toen over twee wezenlijk punten die de veranderde richting van de aanpak van deze meer liberale minister markeren.

1. De grotere rol voor een decentrale aanpak. Hoewel ik toen ook al gezegd heb dat ik dat niet zo goed kon rijmen met het inrichten van een centraal kennisnet.
2. De verbreding van de aanpak van voorhoedescholen naar alle scholen. Geen eersterangs en tweederangs scholen. Overigens mag dat er weer niet toe leiden dat straks de voorhoedescholen alsnog tweederangs scholen worden omdat ze het slachtoffer dreigen te worden van hun eerdere voorhoedepositie.

Kritisch was D66 in april over het feit dat de uitwerking van de plannen in dat stadium nog zo grofmazig en globaal waren dat er met geen mogelijkheid ja tegen gezegd kon worden. En dat daardoor het tijdspad en de duidelijkheid voor de scholen onder grote druk zijn komen te staan. Het lijkt mij daarom heel erg belangrijk dat die duidelijkheid voor de scholen er vandaag wel komt.

Kritisch waren we in april ook over het ontbreken van de onderwijskundige doelstellingen en de onderwijsinhoudelijke doelen. Door sommigen werd mede daarom gevraagd om monitoring. Als ik nu naar de plannen kijk dan kan ik zeggen dat ik daar toch heel wat positiever over ben. Helder is in beeld gebracht hoe de minister dat traject ziet: de overheid formuleert de kerndoelen, eindtermen en examenprogramma's, en vervolgens zal met behulp van de inspectie regelmatig verslag worden gedaan over de mate waarin die doelen zijn bereikt. Tegelijkertijd zal worden gerapporteerd hoe het in meer algemene zin met de voortgang van ICT in het onderwijs gesteld is, uitgesplitst naar de onderwerpen die we van belang vinden en wellicht ook vertaald in kengetallen.
Als ik dat zo goed begrepen heb, kan ik zeggen dat D66 geen enkele behoefte heeft aan oormerking van de middelen. We waren daar toch al niet zo'n groot voorstander van. Ik zit nog wel met een probleem: niet alles wat nu al is vastgelegd in kerndoelen en examenprogramma's zal op korte termijn haalbaar zijn. Daarvoor is de toerusting van de scholen onvoldoende. Dat betekent dat we of de kerndoelen en examenprogramma's op die onderdelen moeten aanpassen of ondubbelzinnig met elkaar moeten afspreken dat het een aantal jaren gaat duren voordat die doelen bereikt zijn. Het mag dan tussentijds ook niet zo zijn dat leerlingen op hun eindexamen afgerekend worden op examenprogramma's die uitgaan van een niet realistische toerusting van de scholen op het gebied van ICT.

Voorstel:
Ik stel voor dat de minister zich daarover op korte termijn verstaat met de staatssecretaris. Kritisch waren we en zijn we over de geringe aandacht voor software. Er wordt weinig gezegd over het ontwikkelen en aanpassen van educatieve software. Er wordt ook weinig aandacht besteed aan de kosten voor softwarelicenties. Vooral bij netwerken kan dat aardig oplopen. Daarom hebben wij gepleit voor het benutten van zogenaamde 'open source software' als het gaat om besturingssystemen en om het ontwikkelen van educatieve programma's. Met name voor het voortgezet onderwijs, de BVE en het hoger onderwijs heeft de omgang met OSS en linux (besturingssysteem) niet alleen financiële maar ook grote onderwijskundige voordelen. Er zouden gebruikersgroepen, docenten en informatica-afdelingen van hogescholen en universiteiten aan het werk gezet kunnen en moeten worden om hier nu zo snel mogelijk de noodzakelijke voortgang te boeken.
Ik zou verder ook willen vragen om eens goed te kijken hoe b.v. het Uni-C in Denemarken het aanbod aan educatieve software (als klein taalgebied net 5 miljoen inwoners nog groter handicap dan wij) op eenvoudige en voordelige wijze weet te vergroten door gebruik te maken van open source software. En ik zou de minister willen vragen er zorg voor te dragen dat in de voorlichting aan de scholen duidelijk wordt dat met linux van een oude deux cheveaux, zelfs van een 486 nog een ferrari gemaakt kan worden die sneller werkt dan een pentium 1 of 2 met andere programma's. Daar waar scholen zo weinig middelen in handen zullen krijgen voor de aankoop van computers en de aanschaf van software is dit het type kennis dat hen niet onthouden mag worden. Ik spreek de minister daar dus op aan. Mocht kennisnet er komen, dan verwacht ik dat zij ook doen wat Uni-C in Denemarken doet met OSS.

Kritisch waren we in april over de verdeling van de middelen. We hebben de minister toen gevraagd om te bekijken of het niet beter zou zijn om niet voor alle leerlingen, of ze nu 4 of 16 zijn hetzelfde bedrag te voteren, maar te differentiëren naar schoolsoort: primair onderwijs, voortgezet onderwijs en mbo. De minister antwoordt nu daarvoor geen reden te zien. Hij geeft daarvoor weinig argumenten. Dat bevredigt D66 niet. Gelet op de eisen die aan leerlingen gesteld worden t.a.v. het ICT-gebruik (de minister geeft aan die eisen in de kerndoelen en de examenprogramma's te handhaven) is er ons inziens wel degelijk reden tot differentiëren omdat vooral in het voortgezet onderwijs vernieuwingen gaande zijn zoals het vmbo-project en de tweede fase, die om een intensief gebruik van ICT vragen. Datzelfde kan niet van 4 en 5 jarigen gezegd worden.

Voorstel aan de minister:
Differentiatie in de bijdrage aan po, vo en mbo naar een verdeelsleutel die in verhouding staat tot de eisen die onderwijsinhoudelijk aan de leerlingen gesteld worden. In de verhouding van po, vo en mbo zou dat in onze ogen toch tenminste 1 - 1,5 - 1,5 moeten zijn. Voor de voorhoedescholen zal een andere oplossing gezocht moeten worden omdat vooral de voorhoedescholen in het primair onderwijs hierdoor nog verder in de problemen zullen komen. En dat is niet onze bedoeling.

Kritisch waren wij in april in elk geval ook over het kennisnet. Over de kosten in relatie tot de meerwaarde. Wetende dat op het moment dat je 2/3 van de incidentele middelen (440 van de 670 miljoen) aan kennisnet besteedt, er verder weinig overblijft voor: deskundig beheer, scholing, software en computers. Dingen die wel degelijk nodig zijn om überhaupt van kennisnet gebruik te kunnen maken. Zelfs als kennisnet een deel van het beheer overneemt (dat zal voor 1/3 zijn) dan nog zijn ook op schoolniveau deskundige mensen nodig. Ik vond toen en vind nog, dat er weinig aandacht was voor die scholen en instellingen die in heel divers samengestelde samenwerkingsverbanden (op lokale of regionale schaal) zeer voordelig intranetten met toegang tot internet al geregeld hadden.
Scholen blijken buitengewoon creatief in het vinden van goedkope maar effectieve oplossingen. Reden voor ons toen om terughoudend te staan tegenover een duur centraal ingericht kennisnet, waarvan de meerwaarde twijfelachtig is. Datgene wat die kritiek van ons had kunnen pareren: duidelijkheid van de zijde van de minister over de meerwaarde, een vergelijkend marktonderzoek naar prijzen en niet te vergeten een kritische beoordeling van de pilot. Die informatie kwam lange tijd maar niet.

Tijdens het door de commissie georganiseerde rondetafelgesprek is ons als Kamer wel het verwijt gemaakt dat wij maar steeds zaten te rekenen wat je met die 45 gulden voor kennisnet allemaal zou kunnen doen als je voor een andere inzet zou kiezen. Ik heb toen duidelijk gemaakt dat wij dat wel moesten doen omdat wij maar steeds niet de vergelijkende cijfers van het departement zelf kregen. Op het moment dat iemand zegt dat hij voor zijn school een continue toegang tot internet heeft geregeld voor 8 gulden per leerling, moet je toch wel een heel goed verhaal hebben waarom je zo'n school een dienst bewijst met een internettoegang die 45 gulden per leerling kost.

Inmiddels is overigens de toegezegde informatie gelukkig gekomen. Zaterdagochtend mocht ik de reactie van de minister ontvangen op het advies van de onderwijsraad, de marktscan van ez en het cmg-rapport over het technisch functioneren van kennisnet.

Oppervlakkig beschouwd zijn alle rapporten positief. Zo worden ze ook door de minister geïnterpreteerd. Wie goed leest merkt al snel dat er veel meer over te zeggen is.

Advies van de Onderwijsraad.
De onderwijsraad geeft kennisnet in haar eindoordeel "het voordeel van de twijfel". Dat is toch wel iets anders dan echt positief. De raad wijst op het belang van een goede toerusting van de scholen. Dat kan niet gegarandeerd worden. Daar komt nog bij dat de onderwijsraad haar oordeel gaf op een moment dat zij nog niet beschikte over de marktscan van ez en het cmg rapport over de pilot van kennisnet. Ik ben ervan overtuigd dat het advies in elk iets anders had geluid als zij wel kennis had gehad van die marktscan en het cmg-rapport. Niet omdat uit het cmg-rapport blijkt dat de enertel-pilot in technisch opzicht geslaagd is, maar omdat de pilot indirect goed inzicht geeft in de wijze waarop scholen met kennisnet omgaan en omdat het ez-rapport de meest kansrijke initiatieven, namelijk die van clusters van scholen, buiten beschouwing laat.

CMG-rapport
Uit het cmg-rapport blijkt dat 10 van 11 geïnterviewde scholen ondanks de kennisnetaansluiting nog steeds gebruik blijven maken van hun oude internetprovider. Daarnaast blijkt uit zogenaamde PING-testen dat een groot deel van de scholen hun internetaansluiting uit heeft staan. Tot slot blijkt dat het met de kennis van en over ICT slecht gesteld is en dat een kennisnetaansluiting dat probleem niet vanzelf oplost. Met andere woorden ook met kennisnet kan gebeuren wat met menige Print en Comeniuscomputer is gebeurd, namelijk dat deze wel de school wordt binnengereden, maar niet wordt benut omdat de school onvoldoende geschoold en toegerust is om er op een goede manier gebruik van te maken. Wij kunnen scholen dwingen zich aan te sluiten op kennisnet; wij kunnen ze niet dwingen er gebruik van te maken. De toegankelijkheid van kennisnet, die door de onderwijsraad wordt geprezen, is dus minstens zoveel afhankelijk van andere factoren dan van kennisnet zelf. Het cmg-rapport maakt dat indirect duidelijk en ik ben er van overtuigd dat de onderwijsraad dat ook opgevallen zou zijn, was zij in staat geweest er kennis van te nemen. Scholing is het sleutelwoord: scholing - scholing - scholing.

EZ-scan.
Ook over de EZ-marktscan wil ik enkele opmerkingen maken. 1. Op de eerste plaats is het financiële voordeel voor kennisnet vele malen kleiner dan ons tot nu toe is voorgehouden. Tot nu toe werd steeds gesproken over een factor 5 goedkoper dan elke andere vergelijkbare oplossing. Deze scan komt met een totaal ander verhaal, namelijk dat scholen met meer dan 1000 leerlingen in staat zijn zelf een goed en goedkoper alternatief te vinden. Deze berekening is veel geloofwaardiger. Maar ook daar is nog veel meer over te zeggen. 2. Bij het vergelijken van de varianten is steeds gepoogd het kennisnetconcept na te bootsen. Met andere woorden: er is niet gekeken naar andere concepten. Bijvoorbeeld naar wat het zou beteken en kosten als kennisnet alleen een redactiefunctie zou hebben; de Engelse variant (BECTA). Of als de rijksoverheid of lokale overheden als provider zouden optreden: dat soort vergelijkingen is niet opgenomen. Waarom niet?
De EZ-vergelijking van alternatieven gaat in alle gevallen uit van of een centraal kennisnet of van scholen die hetzelfde zelfstandig moeten doen. De meest kansrijke en succesvolle variant van dit moment, namelijk die van clusters van scholen/scholingsinstellingen, is daarin niet meegenomen. Als je denkt in clusters van scholen is een schaal van 1000 leerlingen snel te halen. Bij dit soort clusters van scholen: die samen beheer regelen, samen de scholing laten verzorgen, een eigen intranet hebben en deals maken met hbo en wo, zit een enorme creativiteit om het op eigen wijze en voordelig in te richten. Ook die variant van samenwerkingsverbanden is niet meegenomen. Waarom niet? 3. Ten derde. De aanname van de EZ-scan van 1 computer op 10 leerlingen is veel te optimistisch. Zo ver zijn we nog lang niet en wanneer de bulk van middelen naar kennisnet gaat zullen we voorlopig zover ook niet komen. Dat betekent dat alternatieven sneller aantrekkelijk worden dan in het hier voorgestelde model. 4. Dan denk ik dat met proxyservers een groter voordeel gerealiseerd moet kunnen worden dan van 50%, zoals wordt voorgesteld in rapport. Vooral als je bedenkt dat vaak hele klassen tegelijk aan dezelfde onderwerpen werken. Pandora (Linux-programma) komt met 100 computers via een proxy op het internet.
5. Voorts zullen de nieuwe ontwikkelingen m.b.t. Kabelmodem en ADSL mogelijk al in de nabije toekomst sterk concurrerend zijn t.o.v. van ISDN-lijnen. Kabeldekking zal rond 2002 volledig zijn. Dat type ontwikkelingen zou andere alternatieven ook veel goedkoper kunnen maken.
6.Tot slot is het niet onbelangrijk te vermelden dat het beheer nooit geheel door kennisnet kan worden overgenomen: voor 1/3 wel, maar dat betekent dat 2/3 nog door scholen zelf zal moeten worden gedaan. Conclusie m.b.t kennisnet

- Als je iets centraal wilt doen, en hetzelfde aan iedereen wilt opleggen, dan is de enige echte rechtvaardiging dat je er absoluut van overtuigd bent dat je het beter centraal kunt doen dan decentraal. Die overtuiging heeft de D66-fractie niet.

- Een andere overweging zou kunnen zijn dat je, gelet op de beperkte middelen, kennisnet als de meest effectieve besteding beschouwt van je spaarzame middelen. Ook daarover heeft D66 grote twijfels, gelet op alle initiatieven die er her en der al zijn, en gelet op de aanslag die kennisnet doet op het totale budget; wat betekent dat er voor scholen wel heel weinig overblijft voor computers, deskundig beheer en scholing. Zeg maar alle zaken die de voorwaarden vormen voor het zinvol gebruik maken van kennisnet.

Nu inmiddels gebleken is dat kennisnet technisch kan en dat er onderwijskundig ook niet echt grote bezwaren tegen zijn, zou de vraag of kennisnet de moeite waard is om in te investeren niet door ons maar door de scholen beantwoord moeten worden. Dit is niet een pleidooi voor een referendum, maar een pleidooi voor vraaggestuurde financiering.

Ons advies aan de minister:
Kennisnet, nee tenzij. Tenzij het vraaggestuurd tot stand kan komen. Geef de middelen maar aan de scholen en laat de scholen zelf uitmaken of zij kennisnet interessant genoeg vinden. Ongetwijfeld zijn er inmiddels een aantal die kennisnet graag willen, zoals de BVE raad, en zijn er anderen die nu eerst even prioriteit aan andere zaken zullen willen geven, zoals scholing, computers en beheer. Als kennisnet werkelijk de moeite waard is moeten scholen te overtuigen zijn daarop aan te haken. Zo dat niet het geval is, heeft bij een bekostigingsmodel via de scholen Enertel een probleem en niet de minister.
Bij een dergelijke wijze van financieren zal de druk om de prijs-kwaliteit-verhouding goed te doen zijn, "value for money", ook constant groot blijven. Dat is in deze omstandigheden alleen maar een voordeel.

Samenvatting: Onderwijs on line
1.Hoofdlijnen akkoord:

- decentrale aanpak, grotere eigen verantwoordelijkheid voor de scholen.

- alle scholen doen mee

2. Pleidooi van D66 zijde voor:

- heldere afspraken over hoe om te gaan met m.n. examenprogramma's opdat leerlingen niet afgerekend worden op niet haalbare exameneisen.
- meer accent op deskundigheidsbevordering/scholing van leerkrachten.
- beter benutten van de mogelijkheden die open source software biedt bij het voordelig ontwikkelen van educatieve programma's en het beschikbaar krijgen van educatieve programma's (Denemarken). En, voorlichting naar de scholen over de financiele en onderwijskundige voordelen die open source software en Linux hebben voor scholen met oude/tweede hands computers.

- andere verdeling van de middelen over po, vo en mbo en wel in de verhouding: 1-1,5-1,5 i.p.v. 1-1-1.

3. Kennisnet: Nee, tenzij! Tenzij Kennisnet vraaggestuurd tot stand kan komen, waarbij de scholen zelf maar moeten kiezen of zij Kennisnet voldoende de moeite waard vinden om er hun spaarzame middelen aan uit te geven.

Ursie Lambrechts
Tel. 070 - 318 26 20 / 36 20

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie