Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over wijziging Tabakswet

Datum nieuwsfeit: 02-07-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : Wijziging Tabakswet (26.472)

Wijziging Tabakswet (26.472)

Den Haag, 2 juli 1999

WIJZIGING TABAKSWET (26.472)

Informatie voor de fractiecommissie

In de jaren zestig, zeventig en tachtig is het percentage rokers in onze samenleving langzaam, doch gestaag afgenomen. Deze gunstige ontwikkeling gaf enkele jaren gelden echter een kentering te zien. Vooral jongeren gaan weer in sterk toenemende mate roken. De regering wil pogen deze verontrustende tendens te keren. Daarom is in de kabinetsnota Gezond en wel uit voorjaar 1995 als hoogste prioriteit voor de preventie van ziekten en intensivering van het al geruime tijd gevoerde tabaksontmoedigingsbeleid aangekondigd. Dit kreeg zijn beslag in de kabinetsnota Tabaksontmoedigingsbeleid van mei 1996 (Kamerstukken II, 1996-1997, 24.743, nr. 1). Die bevat een pakket beleidsvoornemens, waarover in het najaar van 1996 in gemeen overleg met de Tweede Kamer besluiten zijn genomen (Kamerstukken II, 1996-1997, 24.743 nrs. 2-14). Het gaat om zeven clusters van maatregelen: meer niet roken-voorlichting en preventie, minder reclame, meer rookverboden inclusief betere handhaving met sanctionering, minder verkooppunten en een minimum- consumentenleeftijdsgrens van 18 jaar voor de tabaksverkoop, hogere accijnzen en prijzen, scherpere productieregeling en nieuwe internationale initiatieven. Een aantal van deze maatregelen, vooral die in de sfeer van de reclamebeperking en de rook- en verkoopverboden, behoeft implementatie middels een aanscherping van de Tabakswet. Daartoe strekt dit wetsvoorstel.

De centrale doelstelling van het tabaksontmoedigingsbeleid, en dus ook van dit wetsvoorstel, is een reductie van het percentage rokers in Nederland. Dit kan worden bereikt als minder jongeren beginnen met roken en meer rokers stoppen. Daarnaast blijft het beschermen van de niet-roker tegen tabaksrook van groot belang. De maatschappelijke aanvaarding van het tabaksontmoedigingsbeleid is mede bepalend voor de effectiviteit op korte en lange termijn. Daarom is in dit wetsvoorstel gekozen voor een opzet, waarmee aansluiting is gezocht bij de veranderende maatschappelijke houding ten aanzien van roken. De voorgestelde maatregelen zijn primair gericht op:
a.jeugdbescherming via (nieuwe grondslagen voor) reclamebeperking, meer verkoopverboden en introductie van een leeftijdsgrens;
b.bescherming van de niet-roker via aanscherping, uitbreiding en sanctionering van rookverboden.
Bij de afweging van de in te zetten instrumenten zijn effectiviteit en haalbaarheid belangrijke maatstaven geweest.

Inbreng
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het voorstel van wet. Zij delen de opvatting van de regering dat een verdere ontmoediging van het roken noodzakelijk is. Uit diverse wetenschappelijke onderzoeken en talloze ervaringsgegevens is komen vast te staan dat roken nadeling is voor de gezondheid van de mens. Dat er daarnaast sprake is van een toename onder het aantal jeugdigen dat rookt is eveneens een bron van zorg. Ook de positie van de niet-roker, zeker op de werkplek vergt meer aandacht dan thans het geval is. Een en ander leidt er toe dat ook in de ogen van de CDA fractie meer aandacht besteed moet worden aan een beperking van de reclame voor roken.
Hiermee is tevens een duidelijke link te leggen naar Europese regelgeving op dit vlak. Het bovenstaande in ogenschouw nemend willen de aan het woord zijnde leden ingaan op een zestal aspecten van het voorstel van wet:

a.de reclamebeperkingen:via de overheid en/of via zelfregulering,
b.de reclame beperkingen: de Algemene Maatregel van Bestuur,
c.de leeftijdsgrens van 18 jaar,

d.algemeen en specifiek preventie beleid

e.het automaten verbod,

f.de samenhang met de Europese wetgeving.

Ad a.
De regering geeft aan dat het niet zonder meer zo is dat de vrijwillige reclamebeperkingen van de tabaksbranche gefaald hebben of slecht zijn nageleefd. Wel wenst in de toekomst voldoende ruimte te hebben om met eigen maatregelen te komen. Vanuit haar beginsel van gespreide verantwoordelijkheid hecht het CDA primair zeer aan zelfregulering. Heeft de regering gegeven de Europese richtlijn die reclame en sponsoring door tabaksprodukten verbiedt nog de mogelijkheid het zelfreguleringsbeginsel in stand te houden? Wat is daarnaast zo wie zo nog de vrijheid die de regering in deze heeft?

Ad b.
Via een separaat wijzigingsvoorstel van de Tabakswet zal de Europese richtlijn die tabaksreclame verbiedt worden geimplementeerd. Waarom wordt tot die tijd gekozen voor het instrument AMvB? Zijn andere instrumenten overwogen, en zo ja welke (bijvoorbeeld verdere aanscherping van de zelfregulering) en in welke zin en zo nee waarom niet? Wordt in de AMvB reeds geanticipeerd op de Europese richtlijn?

Ad c.
De leden van de CDA-fractie begrijpen de overwegingen van de regering om tot een algemeen verkoopverbod van tabaksproducten te komen voor minderjarigen, lees jongeren onder de achttien jaar. Zeker de samenhang met andere verslavingssectoren (alcohol, soft drugs en gokspelen) spreekt hen aan. Maar de leden van de CDA fractie vinden dat een krachtig ontmoedigingsbeleid realistisch moet zijn en te handhaven in de harde praktijk van alle dag. Veel jongeren beginnen immers op een veel jongere leeftijd met (rook-) experimenteer gedrag en deze gehele leeftijdscategorie zou bij een verkoopverbod tot achttien jaar met een illegaal koop circuit van tabaksproducten geconfronteerd worden. Een leeftijdsgrens van 16 jaar achten deze leden vooralsnog meer realistisch. In deze redenering is tevens aansluiting te vinden bij de Drank- en Horeca wet (zwak alcoholische dranken zoals bier en wijn) maar wordt ook meer rekening gehouden met het feit dat de hedendaagse Nederlandse jeugd zelfstandig en zelfbewust in het leven staat, waarbij in de benadering van diezelfde jeugd eerder sprake moet zijn van een positieve motivatie (zie hieronder de oproep tot meer preventie) dan van moeilijk te handhaven verboden.
Ter nadere onderbouwing van hun standpunt hebben de aan het woord zijnde leden dan ook behoefte aan nadere kwantitatieve gegevens: welk percentage van de 13-tot en met 17 jarigen rookt? Kunnen deze gegevens per jaar cohort en in absolute getallen worden verstrekt? Gaat het hier om regelmatige of incidentele rokers? Voor de goede orde merken de leden van de CDA fractie nog op dat zij een groot onderscheid zien tussen het anti- rook beleid en anti- drugbeleid. Roken en tabaksprodukten zijn in de Nederlandse samenleving legale activiteiten met een (nog steeds) omvangrijke maatschappelijke acceptatie. Men kan dat betreuren maar er is geen sprake van een totaal verbod op roken. Bij het (soft -)drugsbeleid ligt dat anders: zowel nationaal als internationaal zijn soft drugs een verboden produkt. Dit onderscheid doet niet af aan het feit dat de leden van de CDA fractie van mening zijn dat zowel het roken als het gebruik van drugs verder beperkt kan worden.

Ad d.
Het is de leden van de CDA-fractie opgevallen dat in de Memorie van Toelichting bij het voorstel van wet niet of nauwelijks meer gesproken wordt over de preventie, lees het voorkomen van het feit dat men begint met roken.
Is praktisch inzicht te geven in de daadwerkelijke uitvoering en implementatie van de kabinetsnota Tabaksontmoedigingsbeleid (24 743, nrs. 2 - 14) en de daarbij behorende moties? Het onderhavige wetsvoorstel is weliswaar bedoeld tot wettelijke verankering van de betreffende nota maar hoe staat het met de overige voorgenomen doelen? Kan aan de Kamer een overzicht worden verstrekt van de thans lopende voorlichtings- en preventie campagnes? Op welke wijze worden deze campagnes op hun effectiviteit beoordeeld? Welke speciale activiteiten zijn er gericht op scholen? En zijn scholen in staat via gezondheid voorlichtingsprogrammas aandacht te besteden aan niet roken?

Ad e.
De belangenvereniging van tabaksdistributeurs schat dat 10 a 15% van de verkoop aan jongeren via de automaten plaatsvindt. De automatenverkoop maakt zon 11% uit van de totale tabaksverkoop in ons land. Wat is het aandeel jongeren daarin? Ligt daarin ook de reden van de regering om het via AMvB mogelijk te maken te komen tot een algemeen verbod op verkoop via de automaten? Zo nee, waarom wordt dat dan toch overwogen? Het CDA verzoekt om de Kamer nader te informeren over de voortgang met betrekking tot een eventueel algemeen automaten verbod. Ook het punt van handhaving van de 18-jaars, respectievelijk 16-jaars grens zouden wij daarin betrokken willen zien.

Ad f.
De leden van de CDA-fractie zouden gaarne de actuele stand van zaken vernemen met betrekking tot de implementatie van de Europese richtlijn. Hoe staat het met de voorbereiding van het betreffende ontwerp van wet? En wanneer kan het parlement dit wetsontwerp tegemoet zien? Graag zouden wij ook nadere informatie ontvangen over het bezwaar dat Duitsland bij het Europese Hof tegen de richtlijn heeft ingediend, en de termijn waarop de beslissing daarop te verwachten is. Is overwogen met deze op de implementatie van de richtlijn vooruitlopende wetswijziging te wachten totdat daarover uitsluitstel is? Daarnaast vraagt het CDA zich af hoe artikel 10 van het Europees Verdrag van de Rechten voor de Mens (EVRM) zich verhoudt tot deze richtlijn. Bij artikel 10 EVRM heeft het Europese Hof immers aangegeven dat bij commerciële uitingen een grotere beoordelingsvrijheid voor de lidstaten moet overblijven om te oordelen in welke mate beperkingen mogen worden opgelegd.

Woordvoerder: Wim van de Camp

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie