Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Besluit Aftrek van verhuiskosten van/naar buitenland

Datum nieuwsfeit: 05-07-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Aftrek van verhuiskosten, besluit van 5 juli 1999.

Aftrek van verhuiskosten

Besluit van 5 juli 1999, nr. DB1999/2188 M.

De plaatsvervangend directeur-generaal der Belastingen heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.


1. Aftrek van verhuiskosten bij verhuizing vanuit/naar buitenland

Uit de praktijk hebben mij vragen bereikt over (het tijdstip van) de aftrekbaarheid van verhuiskosten als in verband met de aanvaarding van een dienstbetrekking vanuit het buitenland naar Nederland is verhuisd en omgekeerd. Met name komt de vraag op of onder de per 1 januari 1997 gewijzigde wetgeving van belang is op welk moment de verhuiskosten zijn betaald.

Aftrek van verhuiskosten is op grond van artikel 36, tweede lid, onderdeel d, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: Wet IB 1964) mogelijk voor de kosten van het overbrengen van de inboedel, vermeerderd met 12% van de jaarinkomsten of het tot de jaarinkomsten herleide bedrag van de in het kalenderjaar genoten inkomsten in verband met de werkzaamheden waarvoor de belastingplichtige verhuist, doch met niet meer dan f.12000.


1.1 Verhuizing vanuit het buitenland

In de lijn van het arrest van de Hoge Raad van 16 december 1998, nr. 31 955, BNB 1999/125*, is aftrek van verhuiskosten in verband met de aanvaarding van een dienstbetrekking in Nederland mogelijk, ongeacht of de kosten worden betaald in de periode dat belanghebbende in Nederland woont (binnenlandse belastingplicht) danwel in het buitenland woont (in verband met de samenhang met de Nederlandse bron van inkomen ontstaat buitenlandse belastingplicht). Op het moment van betaling zijn aftrekbaar de kosten van het overbrengen van de inboedel, vermeerderd met 12 % van de jaarinkomsten of het tot de jaarinkomsten herleide bedrag van de in het kalenderjaar genoten inkomsten in verband met de werkzaamheden waarvoor belanghebbende verhuist.


1.2 Verhuizing naar het buitenland

Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 2 maart 1983, nr. 20786, BNB 1983/147*, is aftrek van verhuiskosten mogelijk in de situatie dat belanghebbende in de periode van zijn binnenlandse belastingplicht kosten van verhuizing heeft gemaakt in verband met de aanvaarding van een dienstbetrekking in het buitenland. De kosten van overbrenging van de inboedel zijn derhalve aftrekbaar indien en voorzover ze worden betaald in de periode van de binnenlandse belastingplicht. De aftrek kan dan vervolgens worden verhoogd met 12 % van de jaarinkomsten of het tot de jaarinkomsten herleide bedrag van de in het kalenderjaar genoten inkomsten in verband met de werkzaamheden waarvoor belanghebbende verhuist, doch met niet meer dan f.12000.

Indien de kosten van het overbrengen van de inboedel worden betaald ná beeindiging van de binnenlandse belastingplicht is naar mijn mening geen aftrek van verhuiskosten mogelijk.


2. Aftrek van verhuiskosten bij verhuizing naar een tijdelijke woning gevolgd door verhuizing naar een definitieve woning

De Hoge Raad heeft in het arrest van 17 december 1997, nr. 32 704, BNB1998/45, beslist over de wijze waarop de normering van de verhuiskostenaftrek in artikel 36, tweede lid, letter d van de Wet IB 1964 (12% van de jaarinkomsten met een maximum van f.12000) moet worden toegepast in de situatie waarin de kosten van een verhuizing naar een tijdelijke woning en vervolgens naar een definitieve woning beiden geacht worden te zijn opgeroepen door één en dezelfde in de dienstbetrekking gelegen oorzaak.

Beslist is dat de kosten van beide verhuizingen samen slechts aftrekbaar zijn tot ten hoogste de normering in artikel 36, tweede lid, letter d van de Wet IB 1964.

Het feit dat de Hoge Raad in dat arrest toch voor beide verhuizingen afzonderlijk de normeringen toepast vloeit voort uit de beleidsmededeling als gepubliceerd in Infobulletin 1992/442, V-N 1992, blz. 2419.

Gelet op het vorenstaande trek ik hierbij genoemde beleidsmededeling in voor de situatie dat de verhuizing naar de tijdelijke woonruimte na 1 oktober 1999 plaatsvindt. Daarbij merk ik nog op dat de in de beleidsmededeling opgenomen overige standpunten reeds hun belang verloren hebben door de gewijzigde wetgeving per 1 januari 1997.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie