Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen over kindsoldaten

Datum nieuwsfeit: 08-07-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG
Mensenrechten, Goed Bestuur en Democratisering

Regionale en Mondiale Organisaties

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 8 juli 1999
Kenmerk DMD/RM-266/99
Blad /1
Bijlage(n) Antwoorden op kamervragen
Betreft Beantwoording vragen van het lid Van Bommel over kindsoldaten

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer, d.d. 18 juni 1999, kenmerk 2989914710, waarbij gevoegd waren de door het lid Van Bommel overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, hebben wij de eer U als bijlage dezes ons antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

De Minister van Defensie

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, de heer De Vries, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de heer De Grave, Minister van Defensie, op vragen van het lid Van Bommel over kindsoldaten.

Vraag 1:

Bent u bekend met het bericht '17-jarige mag in dienst'? 1)

Antwoord

Ja.

Vraag 2:

Is het waar dat onder andere Nederland een lobby heeft gevoerd voor een compromis in het ILO verdrag over kinderarbeid, met als inzet dat er hooguit een verbod komt op gedwongen of verplichte recrutering van kinderen voor gebruik in gewapende conflicten? Zo ja, bent u van plan deze inspanningen alsnog te staken en akkoord te gaan met een algemeen verbod op het gebruik van kindsoldaten?

Antwoord

Nee, het is een misvatting dat Nederland een dergelijke lobby heeft gevoerd. De Nederlandse delegatie trad bij de onderhandelingen in de ILO op als coòrdinator en woordvoerder van IMEC (Industrialised Market Economy Countries), de zgn. Westerse groep (zie ook vraag 11). Nederland heeft zich in die hoedanigheid sterk gemaakt voor het totstandkomen van een verdragstekst die zo breed mogelijk kon worden gedragen door zowel de lidstaten van de ILO alsook de overige twee ILO-geledingen, de werkgevers en werknemers. Toepasbaarheid en ratificatie van deze Conventie op zo groot mogelijke schaal waren de uitgangspunten bij de Nederlandse standpuntbepaling.

Een algemeen verbod van recrutering en vrijwillige indiensttreding van minderjarigen en deelname van kinderen aan gewapend conflict is een complex probleem, waarover reeds vijf jaar wordt onderhandeld in een VN-Werkgroep die tot taak heeft een facultatief protocol over dit onderwerp bij het Verdrag inzake de Rechten van het Kind op te stellen. Deonderhandelingen in deze Werkgroep verlopen moeizaam, de standpunten van de deelnemende VN-lidstaten liggen ver uiteen. Door de discussie over dit onderwerp eveneens aan te gaan in ILO-verband dreigde de totstandkoming van het nieuwe ILO-verdrag dan ook ernstig te worden bemoeilijkt. Gezien de complexiteit van het probleem was Nederland, samen met een groot aantal andere landen alsmede de voltallige werkgeversgroep, van mening dat de discussie over kindsoldaten niet in het kader van de ILO maar in de speciale VN-Werkgroep dient plaats te vinden.

De huidige tekst, een verbod op gedwongen recrutering van kinderen, bleek na intensief overleg het maximaal haalbare te zijn. Tot dit compromis werd besloten nadat duidelijk werd dat bij een eventuele stemming over dit onderwerp er helemaal niets over kindsoldaten in het verdrag zou worden opgenomen wegens gebrek aan consensus. Met het compromis is dit voorkomen.

Hiermee is overigens een aanzienlijke stap voorwaarts gemaakt in de internationale wetgeving ten aanzien van de inzet van minderjarigen voor militaire doeleinden. Betrokkenheid van kinderen onder de vijftien jaar bij militaire activiteiten was al eerder verboden onder de Protocollen Aanvullend bij de Verdragen van Genève van 1977 (respectievelijk artt 77,2 en 4,3 onder c) en het Verdrag inzake de Rechten van het Kind uit 1989. Voorts is in aanvulling op artikel 51 van het vierde Verdrag van Genève inzake de bescherming van burgerbevolking in gewapend conflict een algemeen verbod op gedwongen recrutering met het oog op inzet bij gevechtshandelingen voor alle kinderen onder de achttien jaar toegevoegd, wat de bescherming van kinderen tegen een van de ergste vormen van kinderarbeid aanzienlijk verbetert.

Het bereikte resultaat in ILO verband zal naar verwachting een positieve impuls geven voor verdere voortgang bij de onderhandelingen in de VN-Werkgroep.

Vraag 3 en 4:

Is Nederland tegenstander van een algemeen verbod om kinderen in te zetten bij gevechtshandelingen?

Welk belang heeft Nederland hierbij?

Antwoord

Nederland zet geen minderjarigen in in crisisbeheersingsoperaties, inclusief gewapend conflict en streeft in de reeds genoemde onderhandelingen in de VN-Werkgroep naar een algemeen verbod op inzet van kinderen onder de 18 jaar bij gevechtshandelingen.

Vraag 5:

Deelt u de mening dat het als zeer bemoedigend moet worden gezien dat juist de Afrikaanse landen, waar veel kindsoldaten worden gebruikt, hebben aangedrongen op een totaal verbod om kinderen bij gevechtshandelingen in te zetten? Zo neen, waarom niet? Zo ja, acht u het dan een goede zaak dat Nederland probeert deze bepaling juist af te zwakken?

Antwoord

Ja, het is bemoedigend wanneer Afrikaanse landen streven naar een totaal verbod op het gebruik van kinderen in gewapend conflict, vooral gezien het feit dat het Afrikaanse continent zelf de grootste problemen kent met kindsoldaten. Velen daarvan zijn zelfs jonger dan vijftien jaar, dit ondanks het feit dat het gebruik van kinderen jonger dan vijftien jaar al sinds jaar en dag verboden is. De positie van de Afrikaanse landen in de ILO biedt perspectief op de hoognodige verbetering van de naleving van de reeds bestaande internationale verdragen op het terrein van het gebruik van kindsoldaten.

Overigens is een zekere relativering van de positie van de Afrikaanse landen op zijn plaats. Geconstateerd moet worden dat bij de Afrikaanse positiebepaling ten aanzien van kindsoldaten ook onderhandelings-tactische overwegingen een rol speelden. Door een maximalistische benadering te kiezen ten aanzien van dit onderwerp (18 jaar) poogden de Afrikaanse landen hun onderhandelingspositie met betrekking tot andere elementen van het ontwerpverdrag te versterken.

Vraag 6:

Wat vindt u van de observatie van Amnesty International dat het bereikte compromis geen keihard verbod is en de bepaling makkelijk kan worden omzeild?

Antwoord

Deze observatie is niet juist. De verdragstekst laat niets aan duidelijkheid te wensen over en is gesteld in de meest dwingende vorm. Artikel 1 van de nieuwe Conventie luidt: "Each Member which ratifies this Convention shall take immediate and effective measures to secure the prohibition and elimination of the worst forms of child labour as a matter of urgency."

Dit artikel dient vanzelfsprekend te worden gelezen in samenhang met artikel 3, waarin onder de definitie van de ergste vormen van kinderarbeid de gedwongen recrutering van kinderen onder de 18 jaar met het oog op inzet in gevechtshandelingen is opgenomen.

Vraag 7:

Kunnen in Nederland 17-jarigen dienst nemen in de krijgsmacht?

Antwoord

ja.

Vraag 8:

Overweegt u de minimumleeftijd voor recrutering in Nederland te verhogen naar 18 jaar? Zo neen, waarom niet, wat is het belang van het recruteren van 17-jarigen?

Antwoord

Nee, ik verwijs graag naar de antwoorden van de Minister van Buitenlandse Zaken en voor Ontwikkelingssamenwerking op de vragen van het lid Van Aardenne- van der Hoeven over kindsoldaten d.d. 18 januari
1999. Voor het belang van het behoud van de mogelijkheid van vrijwillige indiensttreding van 17 jarigen verwijs ik u graag naar de brief van de Staatssecretaris van Defensie van 8 december 1997 inzake de werving van militairen (TK 1997-1998, 25811, nr 1.)

Vraag 9, 10, 11:

Zijn er tijdens de Golf-oorlog mogelijk 17-jarige kindsoldaten uit de VS ingezet? Zo ja, wat vindt u daarvan?

Zijn er in de Falklandoorlog mogelijk 16-jarige Britse kindsoldaten ingezet? Zo ja, wat vindt u daarvan?

Deelt u de mening dat het ongewenst is dat in Groot-Brittannië en in de VS 17-jarigen naar het front gestuurd kunnen worden? Zo ja, vindt u het dan wenselijk dat Nederland in zijn inspanningen rond de ILO-conferentie samen met Groot-Brittannië en de VS op het punt van de kindsoldaten gezamenlijk optrekt?

Antwoord

Gegeven het Amerikaanse en Britse beleid terzake is het niet uit te sluiten dat 17-jarige Amerikaanse soldaten hebben deelgenomen aan de Golf-oorlog of dat 16-jarige Britse soldaten hebben deelgenomen aan de Falklandoorlog.

Uit voorafgaande antwoorden kan worden afgeleid dat Nederland voorstander is van een minimumleeftijd van 18 jaar voor inzet van soldaten bij gevechtshandelingen.

Zoals is gesteld in het antwoord op vraag 2 trad Nederland tijdens de onderhandelingen over de nieuwe ILO Conventie op als woordvoerder en coòrdinator van de IMEC-landen. Derhalve trad Nederland op samen met alle EU-partners, alsook Noorwegen, Australië, Nieuw Zeeland, Zwitserland, Japan, Canada en de Verenigde Staten.

Voor de volledigheid: het compromisvoorstel dat door Nederland is uitgedragen en vervolgens werd aanvaard is opgesteld door: Australië, België, Duitsland, Finland, Hongarije, Ierland, Luxemburg, Nieuw Zeeland, Oostenrijk, Portugal, San Marino, Turkije, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Zweden, in overleg met de werkgeversgroep.


1) Trouw 15 juni jl., pagina 6.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie