Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Overeenstemming over Bereikbaarheid en Utrecht Centrum

Datum nieuwsfeit: 08-07-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Gemeente Utrecht

Onderhandelingen Utrecht-Rijk: Overeenstemming met Rijk over Bereikbaarheid en Utrecht Centrum Project

Utrecht heeft overeenstemming met Rijkswaterstaat/Den Haag bereikt over bijdragen van het Rijk in de bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad en aan het Utrecht Centrum Project (UCP). Voor wat betreft de bereikbaarheid van Utrecht gaat het om afspraken en financiering van het zogenaamde Pakketvoorstel Bereikbaarheid dat in oktober 1998 door het college van burgemeester en wethouders naar buiten werd gebracht. Dit pakket aan samenhangende verkeersmaatregelen op het terrein van spoorwegen, netwerk van snelbussen, transferia, autoverkeer, parkeren en fietsen moet de bereikbaarheid en leefbaarheid van Utrecht in de toekomst garanderen. Bij het UCP gaat het om de Rijksbijdrage aan het openbaar vervoerknooppunt Utrecht Centraal en de door de vier UCP-partners gevraagde f 240 miljoen als bijdrage in de kosten van de inrichting van het openbaar gebied. In totaal betreft het Rijksbijdragen voor de stad Utrecht ter hoogte van ruim f 5 miljard.

Burgemeester en wethouders stellen de Gemeenteraad voor in te stemmen met het bereikte onderhandelingsresultaat over het Pakket Bereikbaarheid. Daarnaast constateert het college dat aan de voorwaarden van de Raad is voldaan zodat het Utrecht Centrum Project in uitvoering kan worden genomen zodra de Samenwerkingsovereenkomst tussen de UCP-partners door de Gemeenteraad is goedgekeurd.

B& W: aan raadsvoorwaarden is voldaan Utrecht Centrum Project kan van start

Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht constateert dat aan de voorwaarden van de gemeenteraad ten aanzien van het Utrecht Centrum Project (UCP) is voldaan. De voorwaarden, die de Raad stelde bij de aanvaarding van het Definitief Stedenbouwkundig Ontwerp voor het UCP, betreffen de bereikbaarheid van het projectgebied, financiële afspraken tussen de partners en een bevredigende Rijksbijdrage. Zodra de Samenwerkingsovereenkomst tussen de UCP-partners door de Raad is goedgekeurd kan het bestemmingsplan in procedure worden gebracht waarmee, dit najaar, de uitvoeringsfase voor het UCP aanbreekt.

In december 1997 heeft de gemeenteraad van Utrecht besloten het Definitief Stedenbouwkundig Ontwerp voor het UCP als uitgangspunt te hanteren voor de herstructurering van het betrokken gebied. De raad besloot ook dat vóór er met de uitvoering van het plan begonnen kan worden aan drie voorwaarden moet zijn voldaan:


1. duidelijkheid over milieu en mobiliteit: eerst besluitvorming door de Raad over uitkomsten mobiliteitsdebat voor een ontwerp-bestemmingsplan in procedure mag worden gebracht;


2. de financiële afspraken tussen de UCP-partners moeten zijn vastgelegd;


3. de Rijksbijdrage voor het project moet bevredigend geregeld zijn waardoor het plan financieel uitvoerbaar is.

Pakket Bereikbaarheid

Mede naar aanleiding van de uitkomsten van het Mobiliteitsdebat met de stad hebben burgemeester en wethouders vorig jaar een Pakketbesluit genomen over de bereikbaarheid van Utrecht. Hierin zijn samenhangende verkeersmaatregelen opgenomen die de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de stad in de toekomst moeten garanderen. Ook voor het UCP en de partners van de gemeente in dit project (NS, Jaarbeurs en WBN) is dit pakket van groot belang gezien de waarborg van een goed openbaar vervoerssysteem, inclusief het knooppunt Utrecht Centraal en de geplande aanleg van de (noordelijke) Spoorlaan die de A2 met het UCP-gebied zal verbinden. Het college meent dat er in de onderhandelingen met het Rijk over de financiële bijdragen aan het Pakket van maatregelen, een aanvaardbaar resultaat is bereikt.

Ook aan de milieu-aspecten UCP is uitvoerig aandacht besteed zoals blijkt uit het concept ontwerp-bestemmingsplan, het kwaliteitsboek Milieu en Duurzaamheid en de MER-procedure voor het Uitgaans- en Ontmoetingscentrum op het Jaarbeursterrein.

Daarmee komt het college in zijn voorstel aan de gemeenteraad tot de conclusie dat er in voldoende mate is voldaan aan de raadsvoorwaarde met betrekking tot bereikbaarheid en milieu.

Financiële afspraken tussen de partners

De gemeenteraad heeft vastgelegde financiële afspraken tussen de UCP-partners als voorwaarde gesteld om daarmee zekerheid te hebben over de financiële uitvoerbaarheid van het totale plan. Deze afspraken worden vastgelegd in de financiële paragraaf van de zogenaamde Samenwerkingsovereenkomst en komen in feite neer op een schema waarin de onderlinge financiële verplichtingen tussen de partners worden weergegeven. Door dit schema vast te leggen ontstaat er een garantie dat de partners uit hun eigen exploitatie afdrachten doen aan een centrale pot (het ‘Spaarvarken’) waaruit de inrichting van het openbaar gebied in het UCP kan worden betaald. Er is inmiddels een akkoord bereikt tussen de partners over de financiële paragraaf. De rest van de Samenwerkingsovereenkomst is in concept gereed en zal op korte termijn ter goedkeuring aan de Raad worden voorgelegd.

Ook voor wat betreft de tweede Raadsvoorwaarde constateert het college van B&W dus dat hieraan voldaan is.

Bevredigende Rijksbijdrage

Ook bij de voorwaarde met betrekking tot de Rijksbijdrage draait het om de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Om deze bijdrage op een bevredigende manier te regelen heeft intensief overleg met het Rijk plaatsgevonden. Dit heeft het volgende resultaat opgeleverd:

OV-knooppunt Utrecht Centraal:

De inhoudelijke oplossing waarbij een geïntegreerd openbaar vervoersstation ontstaat waarin alle soorten openbaar vervoer onder een dak worden samengebracht en verknoopt, wordt door de Rijksoverheid gesteund.


- Voor de structurerende onderdelen van de OV-terminal (die essentieel zijn voor het ontwerp van Utrecht Centraal) is in het MIT f. 336 miljoen gereserveerd. Een belangrijk deel hiervan wordt gevormd door de reeds in het VINEX-contract vastgelegde HOV-gelden (circa f 250 miljoen). Voor de overige benodigde f 266 miljoen is vastgesteld dat deze middelen behoren bij onderdelen van Utrecht Centraal die faseerbaar zijn en waar op basis van gezamenlijk onderzoek oplossingen voor moeten komen. Door een uitgekiende fasering kan zo het OV-knooppunt Utrecht Centraal op tijd en dus volgens de uitvoeringsplanning worden aangelegd.

Zuidertunnel

Voor de Zuidertunnel (de verbinding tussen de Croeselaan en de Catharijnesingel) is in het MIT f 30 miljoen gereserveerd. Er wordt een aanvraag voor f 35 miljoen subsidie ingediend. Dit is de gebruikelijke vijftig procent van de aanlegkosten. De rest wordt uit het UCP bekostigd.

Bijdrage openbare ruimte

Utrecht heeft voor een hoogwaardige inrichting van het openbaar gebied in het UCP, een beroep gedaan op een bijdrage van 240 miljoen uit de gelden voor de Nieuwe Sleutel Projecten (NSP-budget). Op Rijksniveau is hiervoor in de komende jaren f 540 miljoen beschikbaar (in de vorige Kabinetsperiode was hier voorlopig nog ruim een miljard voor vastgelegd) die moeten worden verdeeld over zes NSP-steden. Met de verantwoordelijk staatssecretaris is in principe overeenstemming bereikt over een bijdrage van f 100 tot f 120 miljoen uit het NSP-budget. Daarboven heeft het Rijk toegezegd mogelijkheden te zien om f 70 miljoen te financieren uit andere Rijksbudgetten. Bovendien is er, zoals gezegd, f 30 miljoen in het MIT gereserveerd voor de Zuidertunnel. De staatssecretaris heeft gemeld er de voorkeur aan te geven het NSP-bedrag ter beschikking te willen stellen als een risicodragende bijdrage aan het UCP. Als deze constructie in de komende maanden bevredigend kan worden uitgewerkt is de bewindsman bereid nog een extra bedrag bovenop de f 100 - f 120 miljoen in te zetten.

Burgemeester en Wethouders menen dat de Rijksbijdragen hiermee bevredigend zijn geregeld en dat dus ook aan de derde voorwaarde van de gemeenteraad is voldaan.

Verbeteringen UCP-West

Hoewel de activiteiten de afgelopen periode vooral gericht zijn geweest op het vervullen van de drie raadsvoorwaarden, zijn er ook planinhoudelijke vorderingen gemaakt. De westzijde van het plangebied is in een zogenaamd Atelier UCP-West nader uitgewerkt. Dit heeft geleid tot betere aansluitingen op de omliggende wijken, een verkeersluwe Croeselaan, een verbeterd ontwerp voor Corporate Plaza en 250 extra woningen aan de rand van Dichterswijk. Daarnaast is er ook een verdergaand model onderzocht waarbij het Jaarbeurscomplex zich over het Merwedekanaal zou uitstrekken. Dit model biedt in de ogen van het college dusdanige voordelen (2000 extra woningen, betere toegankelijkheid Jaarbeurscomplex en meer logische plek voor het Uitgaans- en Ontmoetingscentrum op het Jaarbeursterrein) dat nadere studie (ondanks een groot financieel tekort van deze variant) gerechtvaardigd is.

Burgemeester en wethouders stellen de gemeenteraad voor vast te stellen dat de genoemde variant voordelen met zich brengt en nader onderzoek te doen naar de financiële en maatschappelijke haalbaarheid ervan.

Bestuurlijk traject

Het voorstel van het college is gelijktijdig met het Bereikbaarheidspakket aan de orde in de vergadering van de raadscommissie voor Economische Zaken en Verkeer op 9 september aanstaande. Op 30 september staat het op de agenda van de vergadering van de Gemeenteraad.

Verkeer en Waterstaat en Utrecht eens over bereikbaarheid

De gemeente Utrecht heeft van de minister van Verkeer en Waterstaat, mevrouw T. Netelenbos, brede instemming gekregen op het pakketvoorstel bereikbaarheid, dat het college van B&W op 6 oktober 1998 heeft vastgesteld. Hiermee is de ontwikkeling van Leidsche Rijn en UCP, vanuit het oogpunt van bereikbaarheid en leefbaarheid, veilig gesteld.

De door de minister in het Meerjarenplan Infrastructuur en Transport (MIT) 1998 - 2003 gereserveerde middelen voor het Utrechtse bereikbaarheidspakket zijn nogmaals bevestigd en over de uitwerking van de inhoud van het pakket is er op hoofdlijnen overeenstemming bereikt. De afspraken zullen bestuurlijk worden bekrachtigd in een regionale pakketovereenkomst met de minister in oktober 1999, waarbij ook Bestuur Regio Utrecht en de provincie zijn betrokken.

De bereikte overeenstemming is van groot belang, omdat hiermee de samenwerking met het ministerie volledig gericht kan worden op het gezamenlijk programmeren, plannen en daadwerkelijk realiseren van de vele noodzakelijke infrastructurele werken in stad en regio. Dit is niet alleen van belang uit oogpunt van verkeer en vervoer, maar vooral ook voor het tijdig kunnen ontsluiten van Leidsche Rijn en UCP met nieuwe voorzieningen voor openbaar vervoer, fiets en autoverkeer.

Het college van B&W heeft 6 oktober 1998 tot het pakket voorstel Bereikbaarheid besloten naar aanleiding van de resultaten van een mobiliteitsdebat met de bevolking, nieuwe verkeerstellingen en externe advisering.

Naast een algemene waardering voor het Utrechts pakketvoorstel bereikbaarheid heeft de minister in haar reactie op de voorstellen van B&W van Utrecht, onder meer de volgende zaken concreet benoemd:

de planning en uitvoering van de reconstructie en integratie van de A2 zal optimaal worden afgestemd op de ontwikkeling van de bouwplannen in Leidsche Rijn;


- de planuitwerking voor de Spoorverdubbeling op het traject Vleuten - Geldermalsen zal conform de wensen van de stad verhoogd plaatsvinden met voldoende mogelijkheden voor onderdoorgangen.

In het MIT is hiervoor 990 miljoen gereserveerd;

Randstadspoor zal worden ingevoerd, met de door de stad gewenste stations. Hiervoor is 100 miljoen beschikbaar.

Het rijk steunt het HOV-netwerk, inclusief de HOV-terminal in de UCP-knoop, als vastgesteld door het college. De minister verwacht spoedig met de stad tot overeenstemming te kunnen komen over alle uitvoeringsbeschikkingen. Daarbij is de financiÙle randvoorwaarde een maximale rijksbijdrage van 630 miljoen.

Ook het voorstel van de stad om flexibel om te kunnen gaan met het besteden van rijksbijdragen per onderdeel van het HOV wordt door de minister positief benaderd. Uiteraard worden daarbij afspraken gemaakt, die de minister in de gelegenheid blijven stellen op hoofdlijnen te toetsen.

De problematiek met de verkeersstructuur in Utrecht-West wordt door de minister onderkend en zij heeft aangegeven mee te willen werken aan het vaststellen van de gewenste oplossingen. In dit kader vindt ook nader overleg plaats inzake de Spoorlaan.

Het college van B&W is bijzonder verheugd met het thans bereikte resultaat. Vanzelfsprekend dienen tal van zaken nog uitgewerkt te worden, maar de basis voor een meerjarige samenwerking tussen rijk en gemeente, gericht op het daadwerkelijk realiseren van goede en verantwoorde investeringen in de infrastructuur, is gelegd. De komende maanden wordt met de Regionale Directie van Rijkswaterstaat verder gewerkt aan het opzetten van een gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie en aan de regionale pakketovereenkomst.

Bestuurlijk traject

Het voorstel van B&W is gelijktijdig met het Utrecht Centrum Project aan de orde in de vergadering van de raadscommissie voor Economische Zaken en Verkeer op 9 september aanstaande. Op 30 september staat het op de agenda van de vergadering van de Gemeenteraad.

NIEUWE DIRECTEUR GVU

Het Gemeentelijk Vervoerbedrijf Utrecht heeft per 1 september 1999 een nieuwe directeur: Pedro Peters (47). Op 1 juli 1999 heeft de gemeenteraad van Utrecht besloten de heer Peters aan te stellen. De heer Peters zal de komende vier jaar leiding geven aan het GVU. Hij volgt daar de heer J.J.Ph. Kunst op die gebruik maakt van de mogelijkheid om vervroegd uit te treden. De heer Peters is op dit moment directeur van de dienst Milieu en Beheer van de gemeente Leiden en directeur van de Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerking Leiden en Omgeving.

Met de heer Peters heeft de gemeente een man in huis gehaald die een brede ervaring heeft met het leiding geven aan veranderingsprocessen. Een man ook, die gewend is te opereren op het snijvlak van politiek-bestuurlijk en bedrijfsmatig handelen. Dat deed hij vanaf 1985 in de gemeente Leiden en ook, in de periode 1994 - 1998, als onafhankelijk voorzitter van het Landelijk Platform Uitvoering Leerplichtwet.

De heer Peters is geen vak-deskundige waar het gaat om het openbaar vervoer. B&W van Utrecht vinden dat geen bezwaar, eerder een voordeel. Van de heer Peters wordt een onbevangen oordeel verwacht waar het gaat om de toekomstige positionering van het GVU. De wereld van het openbaar vervoer is volop in beweging. Begrippen als schaalvergroting en privatisering staan op dit moment centraal in de discussie in Nederland over de toekomst van het openbaar vervoer. B&W hebben de heer Peters gevraagd om met zijn medewerkers binnen een half jaar de mogelijke scenario’s voor de positionering van het GVU in beeld te brengen. Op basis van dit voorstel willen B&W medio volgend jaar een evenwichtig en gedragen voorstel voor die positionering aan de gemeenteraad voorleggen.

Wethouder Kernkamp bezoekt León/Nicaragua.

Van 4 tot 12 juli as. brengt wethouder Kernkamp een bezoek aan León, de zusterstad van Utrecht in Nicaragua.

Wethouder Kernkamp zal als de verantwoordelijk wethouder voor Internationale Samenwerking een delegatie leiden van 4 experts op het gebied van de Natuur- en Milieucommunicatie. Deze experts (2 van de gemeente en 2 van de werkgroep Milieu van de Stichting Vriendschapsband Utrecht-León) zullen in León een aantal workshops verzorgen over: ‘Lokale Agenda 21' en over natuur- en milieu-educatie. Ook in León is men ijverig bezig om op lokaal niveau een politieke agenda op te stellen ter bevordering van een duurzame ontwikkeling in de 21ste eeuw. Tijdens zijn bezoek zal wethouder Kernkamp, samen met de burgemeester van León, het startsein geven voor de onderlinge dialoog, die binnen een jaar zal gaan uitmonden in de vaststelling van een ‘Overeenkomst voor Duurzame Ontwikkelings-samenwerking’ tussen León en Utrecht (het zogenaamde 'Local Agenda 21 Partnership Charter').

Wethouder Kernkamp zal ook de presentatie bijwonen van het basisplan voor de stadsuitbreiding in León Zuidoost. Het uitbreidingsplan in León Zuidoost wordt gecoacht door de Dienst Stadsontwikkeling van de gemeente Utrecht.

Daarnaast zal wethouder Kernkamp ondermeer de leerlooierij bezoeken, waar sinds kort met een door Utrecht geïntroduceerde methode van chroom-recycling het leer wordt gelooid. Deze methode blijkt én gunstig voor de bedrijfsvoering én zeer gunstig voor het milieu! Ook de, met medewerking van Utrecht, aangelegde oxidatievijvers zullen worden bekeken. In deze vijvers wordt momenteel een onderzoekprogramma uitgevoerd naar de meest optimale omstandigheden, waaronder huishoudelijk afvalwater op een biologische manier kan worden gezuiverd.

Het hoogtepunt van het bezoek van wethouder Kernkamp zal ongetwijfeld zijn: het leggen van de eerste steen voor de nieuwbouw van het eerste complex van 17 woningen, dat op het platteland van León-West voor de slachtoffers van de orkaan Mitch wordt gebouwd.

Ter afsluiting zal wethouder Kernkamp ook een bezoek brengen aan de Nederlandse Ambassade in de Nicaraguaanse hoofdstad Managua. Op 14 juli as. hoopt wethouder Kernkamp weer in Utrecht terug te keren.

Received: from (127.0.0.1) by utr.nieuwsbank.nl with SMTP for ; Tue, 27 Jul 1999 16:11:07 +0200 Mime-version: 1.0
From: Razende Robot Reporter To: dienst
Subject: Belastingdienst Nieuws - Index (redactie@belastingdienst.nl) X-Url: www.belastingdienst.nl/9229000/n/uitsprhr.htm Content-type: multipart/mixed; boundary="-933084666-0.76124889812-683870488-" Date: Tue, 27 Jul 1999 16:11:07 +0200 Sender: (Dick@nieuwsbank.nl)
Message-Id: <2PJIBLHD67ZWO@nieuwsbank.nl>

content-type=text/plain; charset=iso-8859-1

Arrest Hoge Raad vakantiegeld
www.belastingdienst.nl/9229000/n/uitsprhr.htm

Belastingdienst

Arrest Hoge Raad vakantiegeld

Woensdag 16 juni 1999
In 1997 is door een groot aantal belastingplichtigen, met een beroep op het gelijkheidsbeginsel, een bezwaarschrift ingediend tegen de belastingheffing over vakantiegeld. De Hoge Raad heeft in het arrest van 16 juni 1999 beslist dat deze belastingheffing over vakantiegeld op een juiste wijze heeft plaatsgevonden.

Dat betekent dat alle bezwaarschriften tegen deze belastingheffing door de Belastingdienst worden afgewezen en niet zullen leiden tot een belastingteruggave. De Belastingdienst zal geen afzonderlijke uitspraken toesturen aan de belastingplichtigen, tenzij deze hier schriftelijk om verzoeken.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de BelastingTelefoon voor Particulieren: 0800 - 0543. Ook kunt u de veelgestelde vragen over het arrest raadplegen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie