Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

VUT-Besluit van de Staatssecretaris van Financiën

Datum nieuwsfeit: 12-07-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: VUT-Besluit van de Staatssecretaris van Financiën

Besluit van de Staatssecretaris van Financiën, 12 juli 1999 DB99/1835M

De plaatsvervangend directeur-generaal der Belastingen heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Inleiding

De publikatie van het VUT-besluit van 28 december 1998, nr. DB98/4760 heeft in de praktijk tot vragen geleid. Ter uniformering van de uitvoeringspraktijk heb ik de vragen en antwoorden hierna ter publikatie opgenomen.

Vragen en antwoorden

1. Met ingang van welke datum is het besluit van toepassing?

Het besluit is van toepassing op boekjaren die eindigen na 28 december 1998. De meeste belastingplichtigen hanteren een boekjaar dat gelijk is aan kalenderjaar. Voor hen is het besluit dus van toepassing met ingang van het boekjaar 1998.

2. Welke rente moet worden toegepast?

De marktrente zoals opgenomen in het jaarlijkse besluit moet worden gehanteerd, maar met inachtneming van de ondergrens van artikel 9b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Wet IB).

Indien in 1999 en verdere jaren een hoger rentepercentage in aanmerking moet worden genomen dan het in de CW-tabellen verwerkte percentage van 4 kunnen de in deze tabellen vermelde factoren, na vermenigvuldiging met een herrekenfactor, toepassing blijven vinden. In het besluit is de herrekenfactor gegeven voor een rente van 5%, 6% en 7%. Indien volgens het jaarlijkse marktrentebesluit deze rente op één cijfer achter de komma eindigt, kan de herrekenfactor door middel van lineaire interpolatie worden berekend. Bij een rente van bijvoorbeeld 4,1% bedraagt de herrekenfactor 0,995, bij een rente van 4,2% bedraagt deze factor 0,99 etc.

3. Van welke leeftijdsterugstelling mag worden uitgegaan als een sterftetafel voor vrouwen wordt gehanteerd?

In het besluit wordt de tabel GBM 1990-1995 gehanteerd en een leeftijdscorrectie van -2. Daarin is toegestaan om uit te gaan van een sterftetafel voor vrouwen. In dat geval kan eveneens een leeftijdscorrectie van -2 worden toegepast.

4. Waarom zijn de blijfkansen in vergelijking met het Besluit van 21 mei 1987, nr. 287-6911 verlaagd?

Een werkgroep van de Belastingdienst heeft gegevens opgevraagd bij een aantal pensioenfondsen waaruit bleek dat de standaard blijfkansen in het vorige besluit te hoog waren.

5. Indien de reserve op basis van de nieuwe uitgangspunten lager uitkomt, mag dan de reserve worden bevroren?

Neen. Er is geen overgangsregeling opgenomen.

6. De inleiding van het besluit verwijst naar de ontwikkelingen in de jurisprudentie. Kan in dit opzicht op grond van HR BNB 1993/336 in voorkomende gevallen een backservice worden opgenomen?

Ik merk op dat in HR BNB 1993/336 vaststond dat de vennootschap een juridisch afdwingbare verplichting was aangegaan. In het VUT-besluit gaat het om de vorming van een kostenegalisatiereserve. De vennootschap uit genoemd arrest had een regeling ingevoerd voor werknemers om vervroegd te kunnen uittreden indien zij de leeftijd van 63 jaar bereikten en tevens op dat tijdstip gedurende de laatste 10 jaren ononderbroken bij haar in dienst waren geweest. De Hoge Raad stond de vennootschap toe met betrekking tot werknemers die ten tijde van de invoering van de VUT-regeling 53 jaar of ouder waren, de uit de regeling voortvloeiende lasten mede toe te rekenen aan het deel van de 10 jaren dat op dat tijdstip reeds was verstreken, en daarvoor de backservice ten laste van de winst te brengen.

Van groot belang is dat het Hof al had vastgesteld dat belanghebbende tegenover haar werknemers juridisch afdwingbare verplichtingen was aangegaan zodat de vennootschap op grond van artikel 9 Wet IB een backservice ten laste van de winst kon brengen.

Dit arrest is niet van toepassing bij de vorming van een reserve ex artikel 13 Wet IB. De backservice kan derhalve niet in één keer ten laste van de winst kan worden gebracht.

7. Kunnen de totale VUT-lasten over de toekomstige jaren worden verdeeld indien in eerdere jaren van de mogelijkheid tot reservering geen gebruik is gemaakt?

Neen. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 11 juli 1984, nr. 22 146, BNB 1985/1 immers geoordeeld dat in de jaardotatie geen bedragen kunnen worden opgenomen welke reeds in de dotatie over een voorafgaand jaar konden worden begrepen. Indien bijvoorbeeld een werknemer al twee jaar in dienst is, maar belastingplichtige heeft van de mogelijkheid tot reserveren geen gebruik gemaakt, dan mogen die twee jaren niet worden ingehaald.


8. Kunnen de totale VUT-lasten over de toekomstige jaren worden verdeeld indien in eerdere jaren reservering niet mogelijk was?

Als in het verleden geen reservering mogelijk was omdat de werknemer nog niet in dienst was of omdat er nog geen VUT-regeling van kracht was, kunnen de totale lasten over de nog resterende tijd worden genomen. Stel dat iemand op 51-jarige leeftijd in dienst treedt en de VUT-leeftijd is 62 jaar, dan kan in de resterende 11 jaar de totale last worden gereserveerd, conform de bijlage bij het besluit.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie