Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Ministerieel verslag situatie in en rond Kosovo

Datum nieuwsfeit: 16-07-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4


2513 AA 's-Gravenhage
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Directie Europa

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 16 juli 1999
Kenmerk DEU-400/98
Blad F13 3485329
Bijlage(n) 2
Betreft Kosovo

Zeer geachte Voorzitter,

De situatie in en rond Kosovo lijkt zich na beëindiging van de luchtcampagne verder te stabiliseren. Veel vluchtelingen zijn inmiddels teruggekeerd naar Kosovo, waar de lokale bevolking met steun van de internationale gemeenschap de wederopbouw ter hand heeft genomen. In vergelijking met eerdere schattingen, lijken de humanitaire noden mee te vallen en de aandacht zal zich snel moeten verleggen naar de wederopbouw in bredere zin. De slechte humanitaire situatie in Servië zelf vormt reden tot zorg. De landen in de regio hopen dat snel concrete invulling aan het Stabiliteitspact kan worden gegeven.

Nederland deelt de zorg van andere landen over de politieke en humanitaire situatie in de FRJ/Servië. Om vluchtelingenstromen vanuit Servië tijdens de komende winter te voorkomen, dient humanitaire hulp (voedsel, medicijnen) te worden gegeven aan de gehele bevolking in de FRJ. Tevens is het van groot belang om de democratische krachten in de FRJ te ondersteunen. Tegen deze achtergrond zullen Nederland en Griekenland tijdens de Algemene Raad van 19 juli onder het motto 'Energie voor Democratie' gezamenlijk voorstellen om, naast noodhulp, ook energie en brandstof te leveren onder handhaving van het sanctieregime. Opheffen van de sancties zou immers alle druk op Milosevic wegnemen, hetgeen ongetwijfeld door deze zou worden uitgebuit om zijn binnenlands-politieke positie te versterken. Met de voorgestelde constructie is dat niet het geval, omdat de toekomstige energie/brandstofleveringen beperkt zouden blijven tot Montenegro, Kosovo en een aantal geselecteerde gemeenten in Servië, die onder controle staan van de democratische oppositie (zie bijlage).

Op het punt van donorcoòrdinatie zij vermeld dat hiertoe een "High Level SteeringGroup" (HLSG) is opgericht. Deze groep, die op 13 juli j.l. voor het eerste bijeenkwam, wordt voorgezeten door de Commissie en de Wereldbank en bestaat voorts uit de ministers van Financiën of OS uit de G-7 landen, het EU-Voorzitterschap, alsmede de EBRD, EIB, IMF en de VN. Nederland is niet voor de zitting van 13 juli uitgenodigd, ondanks het feit dat de G-8 op 20 juni j.l. in een verklaring uitsprak dat deze groep de "major donor countries" zou bevatten. Op 12 juli j.l. heeft de Minister van Financiën in de Ecofin gesteld dat Nederland als grote donor bij het overleg betrokken diende te zijn. Onze financiële betrokkenheid vereist een daarmee overeenstemmende participatie in de besluitvorming. Met name de president van de Wereldbank, dhr. Wolfensohn, heeft tijdens de HLSG-bijeenkomst op 13 juli deelname van Nederland bepleit. Eerste ondergetekende zal op de Algemene Raad van 19 juli a.s. wederom onderstrepen dat Nederland een "major donor" is en dus van de HLSG deel dient uit te maken. Derde ondergetekende heeft terzake het Nederlandse standpunt uiteen gezet tegenover Wereldbank en relevante ministers van Financiën van G-7 landen.

De stationering van KFOR verloopt volgens plan, maar KFOR moet in dit stadium veel aandacht besteden aan misdaadbestrijding en handhaving van de openbare orde. Het is dan ook van groot belang dat er snel een effectieve politiemacht, in eerste instantie internationaal en vervolgens lokaal, in Kosovo gaat opereren. Over de voorgenomen stationering van Russische eenheden in de Duitse brigadesector heeft Commandant KFOR nog geen definitief besluit genomen. De eerste ondergetekende heeft de Nederlandse bezwaren tegen overplaatsing op 13 juli in een gesprek met KFOR-commandant Jackson in Pristina uiteengezet. Verplaatsing van de afdeling veldartillerie zou de inspanningen van de afgelopen weken op het terrein van de eigen huisvesting, het leggen van contacten met Kosovo-Albanezen en Serviërs, de identificatie van OS-projecten en de inmiddels ter hand genomen wederopbouwactiviteiten bemoeilijken. Speciale Vertegenwoordiger van de SGVN ad interim Vieira de Mello onderschreef deze bezwaren en uitte zijn vrees dat met het eventuele vertrek van Nederlanders ook vele Kosovo-Albanezen uit het gebied zouden wegtrekken. In Orahovac hebben enkele duizenden Kosovo-Albanezen meermalen gedemonstreerd tegen de komst van Russische militairen. De demonstraties, waarop werd toegezien door Nederlandse militairen, zijn vreedzaam verlopen. Ook in de rest van het Nederlandse operatiegebied is de situatie betrekkelijk rustig. Alternatieve opties vormen momenteel onderwerp van bespreking. Dit past ook in het door Nederland steeds bepleite beleid om de Russische Federatie een plaats te geven in de militaire presentie in Kosovo.

Inmiddels zijn het hoofd van UNMIK en diens vijf plaatsvervangers allen door de Secretaris-Generaal van de VN benoemd. Eerstgenoemde, de Fransman Kouchner, is op 13 juli aangetreden. Ook het hoofd van de OVSE-missie in Kosovo, de Nederlander Everts, en de wederopbouwcoòrdinator, de Brit Dixon, zijn nu in functie.

Vergeleken met de oorspronkelijke schattingen lijken de acute noden in Kosovo meete vallen. Vieira de Mello meende dat het bedrag van USD ca.
1 miljard voor het herziene VN "Consolidated Appeal" voor humanitaire behoeften, dat eind juli zal worden uitgebracht, veel te hoog was. De prioriteit, ook in fondsentoekenning, zal bij wederopbouw moeten liggen.

Zowel Artsen Zonder Grenzen als Vieira de Mello waarschuwden voor de pogingen van het UCK greep te krijgen op de overheid. Recente politieke benoemingen in de gezondheidszorg getuigden daarvan. Om te voorkomen dat het ontstane administratieve vacuùm zou worden opgevuld door (salarisbetalingen door) het UCK, heeft Vieira de Mello een UNMIK Trust Fund - begroot op een bedrag tussen de 250 en 650 miljoen dollar
- in het leven geroepen om de meest essentiële overheidsdiensten te herstellen (politie, rechterlijke macht, onderwijs, gezondheidszorg etc.). Uit het fonds worden de komende vijf maanden de salarissen betaald van bijvoorbeeld lokale artsen en verpleegsters, die reeds geruime tijd zonder betaling werken. Bij een gezamenlijk bezoek aan Kosovo met haar Duitse collega, heeft derde ondergetekende Vieira de Mello toegezegd ruim tien miljoen gulden in het fonds te storten. De andere prioriteit die Vieira de Mello bepleitte betrof de snelle oprichting van een internationale politiemacht. Mw. Wieczorek-Zeul informeerde op haar beurt Vieira de Mello over de komst van 220 Duitse politieagenten.

In het kader van het Stabiliteitspact en de relatie van de regio tot de Europese Unie, heeft de eerste ondergetekende zowel Roemenië als Bulgarije toegezegd tijdens de Europese Raad in Helsinki te zullen pleiten voor een snel begin van de onderhandelingen over toetreding tot de EU. Deze onderhandelingen zouden begin 2000 moeten kunnen aanvangen.

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

DE MINISTER VAN DEFENSIE

DE MINISTER VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING


Bijlage 2. Reisverslagen


2.1. Verslag van het bezoek van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking aan Macedonië en Kosovo, 7-8 juli 1999.

Op uitnodiging van en samen met mijn Duitse collega voor Ontwikkelingssamenwerking Wieczorek-Zeul bracht ik op 7 juli een werkbezoek aan Kosovo, waar onder meer gesproken werd met Artsen Zonder Grenzen, Vieira de Mello, de interim Speciale Vertegenwoordiger van de SGVN, die aan het hoofd staat van de VN Missie in Kosovo (UNMIK) en met de heer Dixon, wederopbouwcoòrdinator. Op 8 juli werd een bezoek gebracht aan Macedonië, waar gesproken werd met Minister Danevska voor Ontwikkeling, Minister Stojmenov van Financiën en Minister Dimitrov van Buitenlandse Zaken. Hieronder volgt een kort overzicht van de belangrijkste punten van dit bezoek.

Volgens Viera de Mello zou binnenkort door de OVSE een begin worden gemaakt met het opleiden van agenten in een politieacademie in de buurt van Pristina. Vieira de Mello hoopte binnenkort een zogeheten 'transitional council' of overgangsraad te installeren die dient als een klankbord voor de VN. In de raad zullen in beginsel alle belangrijke politieke spelers en etnische groepen vertegenwoordigd zijn. Deelname van Rugova was helaas nog onzeker. Vieira de Mello heeft inmiddels negen rechters en vier aanklagers benoemd, waarmee de basis voor een onafhankelijke, onpartijdige en multi-etnische interim-rechterlijke macht gelegd is. De rechters en aanklagers zullen zich als eerste buigen over de aanklachten tegen de 221 arrestanten die de afgelopen weken door KFOR werden opgepakt. Met betrekking tot het bestuur op regionaal niveau merkte Vieira de Mello op dat reeds drie van de vijf 'UN district Administrators' waren benoemd.

Het verblijf in Prizren - van waaruit een kort bezoek werd gebracht aan het dorp Velika Krusa - en Pristina sterkte mij in mijn overtuiging dat door Nederland en andere donoren snel moet worden ingezet op de financiering van de wederopbouw in plaats van op noodhulp. Sneller dan destijds in Bosnië-Herzegovina lijkt het leven zich in Kosovo te hebben hernomen. Doordat het conflict in dit deel van het voormalige Joegoslavië van korte duur was, lijkt ook de materiële schade kleiner. Belangrijke uitgangspunten voor de hulp van de internationale gemeenschap moeten zijn dat (nood)hulpverslaving dient te worden voorkomen en dat de lokale bevolking de wederopbouw zoveel mogelijk zelf ter hand neemt.

In Macedonië deden Minister Danevska en Minister Stojmenov verslag van de moeilijke situatie waarin hun land (vanwege de positie als doorvoerland) was komen te verkeren als gevolg van de Kosovo-crisis en de instroom van vluchtelingen. De export van Macedonië was teruggevallen, met alle gevolgen van dien voor de industriële en landbouw-sector. De toch al hoge werkloosheid was daardoor nog verder toegenomen. Van sommige ministeries zouden de begrotingen nog voor de helft van het jaar zijnuitgeput. De ministers dankten Nederland en Duitsland voor hun hulpinspanningen (20 miljoen gulden voor 1999 respectievelijk 50 miljoen mark voor 1999/2000), maar gaven tegelijkertijd aan dat daarmee slechts een deel van de financiële problematiek was opgelost. Macedonië had zijn hoop nu gevestigd op de donorbijeenkomst die is voorzien voor oktober. Ik heb de bereidheid uitgesproken om op korte termijn vooralsnog op snelle wijze ("quick disbursing") macro-steun bij te dragen, en in een later stadium samen te willen werken in de onderwijssector aangezien die van groot belang is voor de inter-etnische verhoudingen. Macro-steun veronderstelt echter voortzetting van het structureel hervormingsbeleid overeengekomen met de Wereldbank. Minister Dimitrov toonde zich beducht voor de mogelijkheid dat, nu alle ogen op Kosovo zijn gericht, Macedonië over het hoofd zou worden gezien. Niet vergeten moest worden dat tijdens de donorconferentie van 5 mei slechts de helft van de benodigde hulp aan Macedonië werd toegezegd. Maar weinig donoren hadden de toegezegde hulp snel overgemaakt. De minister toonde zich erkentelijk voor het feit dat Nederland een van de eerste landen was die hun beloften waren nagekomen.

Dimitrov dacht niet dat Milosevic 'heel snel' van het politieke toneel zal verdwijnen. In zijn visie is het belangrijk dat democratische krachten in de FRY door het Westen worden gesteund en betrouwbare informatie wordt verstrekt aan de Servische bevolking over de werkelijke situatie in de regio. De oppositie is zwak en slechts verenigd rond nationalistische uitgangspunten. Hoewel de kerk niet aan de zijde van Milosevic stond, had dat ook te maken met de onder de clerus levende Servisch nationalistische opvattingen. Bovendien staat de kerk sterker in de dorpen dan in de steden. De minister verklaarde dat Thaci de diverse groeperingen binnen het UCK niet volledig zou kunnen controleren. Een internationale presentie in Kosovo zou de komende tien jaar nodig zijn. Ook onderstreepte de minister het belang van Westerse hulp bij het herstel van Kosovo en de regio.

Met het oog op de risico's voor Macedonië verwierp Dimitrov zelfs maar de gedachte van een onafhankelijk Kosovo. In Macedonië zijn de interetnische spanningen de afgelopen negen maanden door onder meer het verstandige optreden van de Albanese partijleiders in belangrijke mate afgekoeld. De minister erkende de noodzaak op dit terrein de nodige maatregelen te nemen. Ik onderstreepte nogmaals het belang van een goede samenwerking zowel met HCNM Van der Stoel als met de Wereldbank.

Samen met collega Wieczorek-Zeul bracht ik tot slot een kort bezoek aan grensovergang Blace, waar het gewone handelsverkeer en familiebezoek weer op gang kwam. Een punt van zorg zijn de Roma, die vooralsnog in kleine aantallen naar Macedonië vluchten. In Kosovo rust de verdenking van betrokkenheid bij Servische misdaden op hen.


2.2. Bezoek van de Minister van Buitenlandse Zaken aan de regio, 11-14 juli 1999.

Van 11 tot en met 14 juli bezocht ik Griekenland, Montenegro, Albanië, Kosovo, Roemenië en Bulgarije, teneinde mij een beeld te vormen van de situatie in de regio en van gedachten te wisselen over de reconstructie van Kosovo en het Stabiliteitspact. Tevens vormde de reis een gelegenheid om tegenover de regeringen van Griekenland, Montenegro, Albanië, Roemenië en Bulgarije mijn waardering uit te spreken voor hun constructieve opstelling tijdens de Kosovo-crisis.

In Griekenland besprak ik met Minister van Buitenlandse Zaken George Papandreou de mogelijkheid om naast humanitaire hulp ook energie en brandstof te leveren aan de democratische krachten in de FRJ/Servië, zonder dat zulks de positie van Milosevic zou versterken. Montenegro en Kosovo zouden hiervoor kunnen kwalificeren, alsmede enkele door de democratische oppositie beheerste gemeenten in Servië zelf.

Op 12 juli werd Montenegro bezocht, waar ik gesprekken voerde met President Djukanovic, Premier Vujanovic, Vice-Premier Burzan en Minister van Buitenlandse Zaken Perovic. Ik betuigde mijn steun voor het hervormingsbeleid van de Montenegrijnse regering, die onder andere tot uitdrukking kwam in een bijdrage van NLG 2.291.000 om de drinkwatervoorziening vanuit Kroatie gedurende de zomer zeker te stellen.

Hoewel de Montenegrijnse gesprekspartners het buitengewoon moeilijk achtten om de relaties met Servië onder Milosevic te verbeteren, wilden zij onderhandelingen beginnen over herziening van de constitutionele verhouding tussen Servie en Montenegro. Deze dienden te leiden tot een grote mate van zelfstandigheid van Montenegro en gelijkwaardigheid van beide deelrepublieken, op basis van door de EU gehanteerde maatstaven, respect voor particulier eigendom, liberalisatie van buitenlandse handel en een convertibele valuta. Indien de onderhandelingen niet tot een bevredigend resultaat zouden leiden, zou de Montenegrijnse regering zich genoodzaakt zien een referendum te houden over de toekomstige status van deze deelrepubliek. De kans was groot dat een meerderheid van de bevolking zich daarbij zou uitspreken voor onafhankelijkheid. Ik heb daarentegen benadrukt dat de toekomst van zowel Montenegro als Kosovo binnen de FRJ lag en dat een eenzijdig door Montenegro uitgeroepen onafhankelijkheid een negatief effect zou hebben op de regio.

De Montenegrijnse gesprekspartners maakten zich zorgen over de slechte humanitaire situatie in Servië die tijdens de komende winter een nieuwe instroom van ontheemden naar Montenegro zou kunnen veroorzaken.

In Albanië sprak ik met President Mejdani, Premier Majko en Minister van Buitenlandse Zaken Milo. Ik complimenteerde de Albanese regering voor het opvangen van honderdduizenden vluchtelingen. Tevens is aandacht gevraagd voor deveiligheidssituatie. De Albanese gesprekspartners realiseerden zich dat verdere ontwikkeling van het land niet mogelijk was zonder vooruitgang op het gebied van rechtshandhaving en openbare orde, reden waarom een strategisch plan ter bestrijding van de georganiseerde misdaad was opgesteld. Ook wilde men snel voortgang maken met de privatisering van staatsbedrijven. De Albanese regering toonde zich verheugd over het Nederlandse besluit om op korte termijn in Albanië een ambassade te openen. Naar aanleiding van verzoeken om meer bilaterale steun, is medegedeeld dat Albanië in de toekomst in aanmerking zal blijven komen voor Nederlandse hulp op het gebied van democratisering, goed bestuur en "civil society". Ook zou de humanitaire hulp aan in Albanië overwinterende vluchtelingen uit Kosovo worden voortgezet. Grootschaliger internationale hulpverlening, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur, zou in het kader van het Stabiliteitspact moeten plaatsvinden. Desgevraagd stelde Premier Majko dat het niet langer denkbaar was dat Kosovo deel uit zou blijven maken van Servië en de FRJ. De bevolking van Kosovo keek naar Albanië als moederland. De onafhankelijkheid van Kosovo was volgens Majko dan ook de meest voor de hand liggende oplossing. Ik heb in duidelijke bewoordingen geantwoord dat de Europese Unie en ook Nederland het hier niet mee eens waren. De stabiliteit van de regio en de territoriale integriteit van de Federale Republiek Joegoslavië hielden immers nauw met elkaar verband.

In Kosovo bezocht ik het Nederlandse KFOR contingent. Voorts sprak ik met Commandant KFOR Jackson, Speciaal Gezant van de SGVN ad interim Vieira de Mello, het hoofd van de OVSE-pilaar, Everts en de Kosovaarse leiders Thaci en Surroi. Ik hield aan dit bezoek de indruk over dat de Kosovaren zeer zelfstandig en voortvarend aan de wederopbouw van Kosovo werken en waarschuwde dat donor-afhankelijkheid moest worden vermeden. Voorts onderstreepte ik het belang van de totstandkoming van een gezamenlijk democratisch platform van alle Kosovo-Albanese groepen.

Vieira de Mello prees het werk van het Nederlandse contingent en vreesde dat de Albanese Kosovaren massaal zouden vertrekken uit Orahovac, indien Russische troepen de Gele Rijders zouden vervangen. Zoals hij reeds met de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking had besproken, gaf hij aan dat hij per decreet een aantal aanklagers, onderzoeksrechters en rechters benoemd had. Zij moesten beoordelen of door KFOR opgepakte verdachten van misdaden al dan niet dienden te worden vastgehouden. De volgende stap bestond uit het vestigen van penitentiaire instellingen. Ik maakte melding van de Nederlandse bijdrage van USD 5 miljoen aan het VN/UNMIK Trustfund. Vieira de Mello was bezorgd dat de trage opbouw van het internationale civiele bestuur tot een steeds verdere uitbreiding van het takenpakket van KFOR leidde. Vieira de Mello meende dat het bedrag van USD ca. 1 miljard voor het herziene VN "Consolidated Appeal", dat eind juli zal worden uitgebracht, veel te hoog was. Wat Servië betreft, pleitte hij voor een brede definitie van humanitaire hulp met het oog op de komende winter. Hij deelde de visie van de Regering dat de acute humanitaire noden relatief beperkt zijn. Prioriteit, ook in fondsentoekenning, zal bij wederopbouw moeten liggen.

De onafhankelijke journalist Veton Surroi gaf aan dat de internationale gemeenschap zich wat UNMIK betreft een keuze zou moeten maken tussen macro- en micro-management. Zo was het de vraag of de door Vieira de Mello in te stellen overgangsraad een uitvoerend lichaam zou worden danwel slechts adviserende bevoegdheden zou krijgen. Ik betoogde dat de raad weliswaar belangrijke bevoegdheden zou dienen te krijgen, maar dat onafhankelijkheid van Kosovo niet aan de orde was. Surroi was het hier mee eens en stelde dat de permanente status van Kosovo nu niet aan de orde moest zijn. Vanwege het ontbreken van een effectieve politiemacht bestond een algemeen gevoel van onveiligheid, met name onder de Servische bevolking. Het was echter positief dat alle Kosovaarse leiders hadden gezegd samen te willen werken met de lokale Servische bevolking en dat er geen sprake van "hate speech" was. Surroi vroeg om steun voor een initiatief om de onafhankelijke Servische media in staat te stellen vanuit Kosovo te opereren.

UCK-leider Hashim Thaci bedankte Nederland voor de steun aan de Kosovaarse bevolking tijdens de afgelopen crisis en maakte gewag van de goede samenwerking met UNMIK en KFOR. Het UCK leefde de demilitariseringsovereenkomst na en probeerde een sterke politieke factor in Kosovo te worden. Het UCK betreurde dat Serviers Kosovo verlieten, maar zij deden dit omdat zij bang waren, niet vanwege geweld van de zijde van de etnische Albanezen. Hij verwees in dit verband naar de gezamenlijke verklaring van de Servisch Orthodoxe kerk, het UCK en UNMIK over samenleven en werken met Serviers. Desgevraagd beloofde Thaci dat in de Kosovaarse overgangsraad ook plaats zou zijn voor minderheden, inclusief de Roma. De wraakacties die zich momenteel tegen de Roma afspeelden werden volgens hem uitgevoerd door elementen die probeerden het UCK in diskrediet te brengen.

De reis werd afgerond met twee landen uit de regio die zowel kandidaatland zijn van de EU, als deelnemers aan het Stabiliteitspact, namelijke Roemenië en Bulgarije. In Roemenie sprak ik met President Constantinescu, Vice-Premier Stoica en zijn ambtgenoot Plesu. In Bulgarije vonden ontmoetingen plaats met Vice-Premier Bozhkov, Minister van Buitenlandse Zaken Mihailova en Voorzitter van de Vaste Kamercommissie van Buitenlandse Zaken Agov.

In beide landen waren de hoofdonderwerpen van gesprek de plaats van Roemenië en Bulgarije in het EU-uitbreidingsproces, in het licht van de voorziene besluitvorming tijdens de Europese Raad van Helsinki en de verdere invulling van het Stabiliteitspact. Wat betreft de EU-toetreding gaf ik aan voorstander te zijn van aanvang van de onderhandelingen hierover in 2000. Daarvoor hanteerde ik twee hoofdargumenten. Ten eerste moest worden voorkomen dat een nieuwe scheidslijn in Europa zou staan en was het dus een strategisch belang voor de Europese Unie om Bulgarije en Roemenië zo snel mogelijk bij het integratieproces te betrekken. Voor Nederland was het daarnaast van belang dat er een zo groot mogelijke Europese economische zone zou ontstaan. Daarbij werd niet verheeld dat er in deze landen nog veel werk moet worden verricht in het voorbereidingsproces en dat de onderhandelingen derhalve moeilijkzullen zijn. Bulgarije heeft de afgelopen jaren bij de voorbereiding meer vooruitgang geboekt dan Roemenië.

Voorts heb ik in beide landen gesproken over de economische gevolgen van de Kosovo-crisis. Wat het Stabiliteitspact betreft, werd door mijn gesprekspartners aangedrongen op snelle concretisering en het in de praktijk brengen van de plannen, goede coordinatie van alle initiatieven en organisaties en het goed consulteren van de betrokken landen in de regio. Ik onderschreef dit pleidooi en zei liever te spreken van een proces dan van een pact, gezien de meerjaren-termijn die nodig zou zijn.


Bijlage 3: Stand van Zaken


1) MILITAIRE IMPLEMENTATIE

De ontplooiing van KFOR verloopt volgens plan. Thans bevinden zich
42.000 militairen uit zeventien NAVO-landen in het operatiegebied: ongeveer 33.000 in Kosovo en ongeveer 9.000 in Macedonië. De handhaving van de openbare orde en de veiligheid blijft het eerste aandachtspunt. KFOR treedt regelmatig op tegen pogingen tot plundering en brandstichting en bij schietincidenten en geweldsmisdrijven. Het is voorgekomen dat terugkerende Kosovo-Albanezen daarbij slaags zijn geraakt met personen die behoren tot de Servische minderheid. KFOR heeft de afgelopen periode ruim honderd personen gearresteerd. Zij worden door KFOR vastgehouden totdat - onlangs door de VN benoemde - lokale rechters hun zaak behandelen. KFOR is in samenwerking met onder meer UNHCR en WFP begonnen de schade aan de infrastructuur te inventariseren, alsmede de behoefte aan voedseldistributie en kleine herstelwerkzaamheden. Hierbij wordt met name aandacht besteed aan het winterklaar maken van huizen, en, waar mogelijk, het herstel van openbare voorzieningen.

De Nederlandse bijdrage aan KFOR, zo'n 2000 militairen, wordt thans volledig ingezet. Na de afdeling veldartillerie is nu ook het genie-hulpbataljon volledig ontplooid. Het bataljon, dat is gelegerd op het vliegveld van Prizren, is begonnen met de ondersteuning van de wederopbouw van Kosovo. Het eerder in Macedonië en Albanië ingezette helikopterdetachement is inmiddels ter beschikking gesteld van KFOR. Het detachement blijft vooralsnog vanaf de Albanese vliegbasis Farke opereren. Het UCK houdt zich tot dusver aan de afspraken met de NAVO. KFOR houdt toezicht op het bijeenbrengen van UCK-leden in aangewezen verzamelgebieden en het inleveren van alle zware wapens en volautomatische handvuurwapens bij vastgestelde wapenopslagplaatsen. KFOR verstrekt civiele kleding, zodat zo veel mogelijk UCK-leden hun uniformen kunnen inleveren en kunnen terugkeren in de burgermaatschappij.


2) UNMIK

De Secretaris-Generaal van de VN heeft op 2 juli Bernard Kouchner (Frankrijk) benoemd tot zijn Speciale Vertegenwoordiger voor Kosovo, tevens hoofd van UNMIK. James P. Covey (VS) is benoemd als Eerste Plaatsvervangend Speciale Vertegenwoordiger. Onder Kouchner en Covey vallen de vier UNMIK-pilaren, elk met een plaatsvervangend Speciale Vertegenwoordiger aan het hoofd. Met de benoeming van Joly Dixon (VK) als de plaatsvervangend Speciale Vertegenwoordiger voor de Wederopbouw heeft de Secretaris-Generaal van de VN de benoemingen in de hoge functies binnen de UNMIK-structuur afgerond.

Kouchner is medio juli aangetreden. De Speciale Vertegenwoordiger ad interim Vieira de Mello zal nog enkele dagen in Pristina blijven voor de overdracht van dewerkzaamheden. Voor de visie van Vieira de Mello op de toekomstige verhoudingen tussen UNMIK en de lokale civiele instanties zij verwezen naar de verslagen van de reizen van de eerste en de derde ondergetekenden naar de regio.

De Secretaris-Generaal heeft op 13 juli zijn tweede rapport gepubliceerd m.b.t. UNMIK. Dit rapport gaat u toe als bijlage bij deze brief. Het bevat een alomvattend raamwerk voor de UNMIK-operatie en een voorlopig plan voor de implementatiefases van het door resolutie
1244 aan de VN opgedragen mandaat. Het rapport beschrijft allereerst de huidige politieke, humanitaire, economische en veiligheidssituatie in Kosovo. Ten tweede geeft het een overzicht van de tot nu toe verrichte activiteiten van het UNMIK "Advance Team" onder leiding van Vieria de Mello. Vervolgens gaat het rapport in op de bevoegdheden van UNMIK en de relatie van UNMIK tot de vier betrokken internationale organisaties, de VN, de OVSE, de EU en UNHCR. Ten slotte geeft het een overzicht van de activiteiten die deze organisaties gaan uitvoeren.


2.1. Civiel bestuur / VN

Deze pijler van UNMIK, die geleid wordt door de Fransman Vian, wordt uitgebreid behandeld in het bijgevoegde rapport van de Secretaris Generaal van de VN. In aanvulling daarop kunnen de volgende ontwikkelingen worden gemeld.

UNMIK heeft "UN-chaired joint civilian commissions" ingesteld, waarin Servische en Albanese vertegenwoordigers zitting zullen hebben. Doel is de meest belangrijke integratie aangelegenheden te behandelen. Deze commissies zullen worden ingesteld op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, publieke en sanitaire voorzieningen, justitie, economie, financiën, communicatie en media. Voor het justitiële systeem is een adviescommissie van vier plaatselijke en drie internationale juristen (voorgedragen door OVSE, Raad van Europa en EU) gevormd voor de benoeming van rechters.

Inmiddels hebben 58 Albanezen en 54 Serviërs hun werk op het gemeentehuis van Pristina hervat, zulks op basis van een overeenkomst die voorziet dat binnen drie maanden in eerste instantie 400 werknemers van verschillende etnische afkomst mogen terugkeren naar hun werk.

Vieira de Mello heeft de verwachting uitgesproken dat deze week voor het eerst de "Kosovo Transitional Council" bijeengeroepen zal worden. Dit orgaan zal nauw betrokken worden bij het VN-interimbestuur over Kosovo, maar krijgt geen beslissingsbevoegdheid. In principe participeren alle belangrijke politieke actoren en etnische groeperingen in deze raad. De deelname van Rugova is nog onzeker.

Op regionaal niveau zijn inmiddels drie van de vijf "UN District Administrators" benoemd.

Urgent blijft de ontplooiing van de politie in Kosovo, onder te verdelen in civiele politie, de speciale politie en de grenspolitie. In totaal zijn zeker drieduizend mannodig. Veel landen zijn benaderd om politiefunctionarissen beschikbaar te stellen. Nederland kan aan verzoeken voor de inzet van politiefunctionarssen niet voldoen, gezien de beperkte capaciteit van Nederland voor uitzending van politiefunctionarissen.


2.2. De humanitaire pijler / UNHCR

Onder dit door UNHCR geleide (Mc Namara) en gecoòrdineerde onderdeel van UNMIK zijn VN-humanitaire organisities als WHO, WFP en UNICEF, alsmede internationale NGO's actief t.b.v de hulpverlening op het terrein van onderdak, voedsel, medische zorg e.d.. In tegenstelling tot de drie andere onderdelen van UNMIK hoefde deze pijler niet opgezet worden, omdat de coòrdinatiestructuur op humanitair terrein, met UNHCR als "leading agency", reeds functioneerde voordat UNMIK tot stand kwam. Onder leiding van UNHCR heeft recent een eerste inventarisatie van de humanitaire situatie in Kosovo plaatsgevonden.


2.3. "Institution-building" / OVSE

De Permanente Raad van de OVSE heeft op 1 juli jl. de OVSE Missie in Kosovo ingesteld, waarin de drie weken eerder in het leven geroepen "Task Force" van de OVSE voor Kosovo is opgegaan. De OVSE-missie staat onder leiding van de Nederlander Daan Everts. Het instellingsbesluit is als bijlage bij deze brief gevoegd.

De missie gaat van start met een kern van 130 mensen afkomstig uit de "Task Force". Onder hen bevinden zich nog eens 12 Nederlanders. De komende maanden zal de missie uitgroeien tot de voorgenomen 500 - 700 leden.


2.4. Wederopbouw / EU

De algehele coòrdinatie van de wederopbouw van Kosovo is in handen gelegd van de EU, die daarbij nauw samenwerkt met de Wereldbank. De Engelsman Joly Dixon, tot dusverre werkzaam bij DG II van de Europese Commissie, is als één van de vier Plaatsvervangend Speciale Vertegenwoordigers van de SG VN aan het hoofd gesteld van deze pijler van UNMIK. Het EU Agentschap voor de Wederopbouw valt onder zijn verantwoordelijkheid. De Europese Commissie heeft een taakgroep van 40 personen naar Pristina gestuurd, die de voorbereidingen moet treffen voor de opening in september van dit Agentschap, een uitvoerende instantie die zich in de eerste plaats zal richten op de fysieke wederopbouw. Er komen 300-350 mensen te werken en de Cie heeft berekend dat er jaarlijks 500-700 miljoen Euro nodig zal zijn om de projecten te financieren. De hoofdzetel van dit Agentschap zal naar alle waarschijnlijkheid Thessaloniki (Griekenland) worden, doch de Commissie zal voor de directe uitvoering van de werkzaamheden ook sterk vertegenwoordigd zijn in Pristina.


3) HUMANITAIR

Sinds het einde van de crisis zijn 663.600 Albanese vluchtelingen naar Kosovo teruggekeerd (stand per 14 juli 1999), dat wil zeggen bijna 90% van de oorspronkelijke ontheemdenpopulatie in de regio. Een totaal van
117.400 Albanees-Kosovaarse vluchtelingen en ontheemden verblijft nog buiten Kosovo.

UNHCR coòrdineert deze repatriëring, m.n. voor Kosovaarse vluchtelingen die niet in staat zijn op eigen gelegenheid terug te keren. Tot 12 juli zijn op deze wijze 8.100 vluchtelingen uit Albanië, Macedonië en Montenegro teruggekeerd. De verwachting is dat het aantal georganiseerde repatriëringen zal toenemen, aangezien juist de hulpbehoevenden (kinderen, bejaarden, zieken) nog zijn achtergebleven.

Het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC) heeft van de Servische autoriteiten tot nog toe de namen ontvangen van 2095 in Servië gedetineerde Kosovaarse Albanezen. Recent hebben medewerkers van het ICRC 331 van deze gevangenen bezocht. Op korte termijn zullen ook de andere gevangenen, die verspreid over Servie in gevangenissen zitten, worden bezocht. Het ICRC verwacht dat aan de lijst met gedetineerde Kosovo-Albanezen nog namen zullen worden toegevoegd. De Servische autoriteiten hebben inmiddels 166 gevangenen vrijgelaten.

De humanitaire noden zijn minder groot dan aanvankelijk werd gevreesd. Dit blijkt uit een inventarisatiemissie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken op ambtelijk niveau die op 14 juli is afgerond, alsmede uit gesprekken tijdens de ministeriële bezoeken. Om competentiestrijd en duplicatie tussen humanitaire organisaties te voorkomen heeft UNHCR, als "lead agency" voor humanitaire hulp, vier "taskforces" geformeerd (gezondheidszorg, huisvesting, voedselhulp, repatriëring), elk onder verantwoordelijkheid van een daartoe aangewezen hulporganisatie.

Het meest nijpend is het gebrek aan adequaat onderdak. Uit een eerste UNHCR-inventarisatie in 141 dorpen blijkt dat 64% van de huizen zwaar beschadigd of volledig verwoest is en 20% matig tot licht beschadigd. UNHCR heeft i.s.m. de NGO International Rescue Committee (IRC) een 'shelter programma' opgezet voor de levering van tijdelijk onderdak (tenten) alsmede plastic en bouwmaterialen voor nood-herstelwerkzaamheden en het wind- en regendicht maken van tenminste één kamer per gezin.

Het inmiddels operationele Nederlandse geniehulpbataljon verleent constructietechnische en logistieke ondersteuning voor reconstructiewerkzaamheden, gefinancierd uit een speciaal daartoe opgericht fonds.

Ten behoeve van ontmijningsactiviteiten door KFOR heeft de VN een "Mine Action Coordination Centre" opgezet in Pristina. Het centrum heeft tot taak coòrdinatie, informatievergaring en -voorziening, kwaliteitscontrole en fondsenwerving voor ontmijningsprojecten van diverse internationale organisaties, NGO's en bedrijven.


3.1. Nederlandse hulpbijdragen

Het totaal aan Nederlandse uitgaven uit ontwikkelingsgelden voor de getroffen regio bedraagt tot nu toe 89 miljoen gulden, inclusief de toegezegde 10 miljoen gulden voor het UNMIK-noodfonds, waaruit de komende maanden o.a. de salarissen van lokaal personeel, met name in de medische sector zullen worden betaald. Derde ondergetekende heeft bovendien een fonds ter beschikking gesteld aan het Nederlandse KFOR-contingent voor kleinschalige reconstructieprojecten en vertrouwenwekkende maatregelen. Een eerste storting in het fonds zal NLG 1 mln. bedragen.

Uitgangspunt bij Nederlandse ondersteuning van
reconstructie-activiteiten blijft de eigen verantwoordelijkheid van de lokale bevolking voor de economische en maatschappelijke wederopbouw van Kosovo.


3.2. Opvang van vluchtelingen in Nederland

Op 15 juli jl. is UNHCR begonnen met de coòrdinatie van de vrijwillige terugkeer van Kosovaren vanuit derde landen (waaronder Nederland), in samenwerking met IOM en de Macedonische autoriteiten.


4. REGIONALE ONTWIKKELINGEN


4.1. Stabiliteitspact

Op 30 juli aanstaande zal in Sarajevo een conferentie van regeringsleiders over het Stabiliteitspact worden gehouden. Op deze conferentie zou een gezamenlijke verklaring moeten worden aangenomen waarin de doelen van het Stabiliteitspact verder uitgewerkt worden. De Duitse kandidaat Bodo Hombach is op 28 juni benoemd tot Coòrdinator Stabiliteitspact van de Europese Unie. Hij is belast met de coòrdinatie van de verschillende Werktafels voor democratie, economische ontwikkeling en interne en externe veiligheid. Hombach heeft de Nederlandse diplomaat Ed Kronenburg aangezocht als 'deputy' voor Economische Zaken.

Nederland wil het stabiliteitsproces in Zuidoost-Europa actief ondersteunen. Op kabinetsniveau wordt een inzet van middelen voorzien teneinde het pact tot een succes te maken en bij te dragen tot de bevordering van democratie, welvaart en veiligheid in de regio. Het is nu van belang om aan de totstandkoming van het pact gevolg te geven en in het najaar te vertalen in concrete, materiële samenwerking met en vooral tussen de landen in de regio.

Nederland zet in op een stabiliteitsproces met een grote inbreng vanuit de regio zelf. De zelfstandige kracht van de landen in de regio zelf zal in de Nederlandse benadering centraal staan. Dit betekent dat initiatieven uit de regio zelf moeten komen en dat Nederland en de internationale gemeenschap vooral een ondersteunende functie zouden moeten hebben. Een belangrijke rol in het proces zal weggelegd zijn voor die landen in de regio die de afgelopen jaren al de nodige ervaring hebben opgedaan in het maatschappelijke en economische transitieproces. Nederland wil actief initiatieven ondersteunen waarbij de ervaring van deze landen overgedragen wordt aan landen in de regio die nog niet zo ver gevorderd zijn in het transitieproces. Daarom zullen ook regionale samenwerkingsinitiatieven een belangrijke rol moeten spelen bij het verwezenlijken van de doelen van het Stabiliteitspact.


4.2. Nederlandse diplomatieke presentie

Nog deze maand zal de Nederlandse ambassade in Belgrado worden heropend. Voorts zal in Tirana op korte termijn een Nederlandse Ambassade worden geopend. Daarnaast is sinds 6 juli jl. in Pristina een medewerker van het Ministerie van Buitenlandse Zaken aanwezig, die als taak heeft de ontwikkelingen in Kosovo te volgen en Nederlandse bijdragen aan humanitaire organisaties in het kader van terugkeer en wederopbouw te monitoren.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie