Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Integrale aanpak van seksueel misbruik minderjarigen

Datum nieuwsfeit: 19-07-1999
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
expostbus51


MINISTERIE JUS

www.justitie.nl

JUST: sexueel misbruik minderjarigen

Wijnand Stevens
070 370 6857

3820

19.07.1999

EFFECTIEVERE BESTRIJDING VAN SEKSUEEL MISBRUIK MINDERJARIGEN DOOR INTEGRALE AANPAK

Meer deskundigheid, oplettendheid en zo mogelijk informatie-uitwisseling bij scholen, (jeugd)zorg kinderbescherming en politie en Justitie moeten de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen verbeteren. Dat is de kern van de kabinetsnota .Bestrijding van seksueel misbruik en seksueel geweld tegen kinderen. die minister A.H. Korthals van Justitie vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De nota is een vervolg op afspraken die in 1996 in Stockholm zijn gemaakt op het .Wereldcongres tegen commerciële seksuele exploitatie van kinderen..

Achtergronden
Eén op de drie vrouwen blijkt slachtoffer geweest te zijn van enige vorm van seksueel misbruik voor haar zestiende jaar. Bij mannen is dat ongeveer één op de dertig. Er zijn twee vormen van seksueel misbruik van kinderen. De niet-commerciële, zoals incest, misbruik op school of binnen instellingen, en de commerciële waarbij in veel gevallen sprake is van kinderporno of -prostitutie. In alle gevallen worden kinderen het slachtoffer omdat ze weerloos en kwetsbaar zijn. Niet-commercieel seksueel misbruik van kinderen, voornamelijk incest, kan in ieder gezin voorkomen. Het idee dat kinderen altijd misbruikt worden door hun vader is achterhaald. Ook kennissen en familie buiten het gezin behoren tot de daders. Wel zijn de daders meestal mannen. Commercieel misbruik van kinderen komt op grote schaal voor: wereldwijd zijn er tien miljoen kinderen werkzaam in de prostitutie. Het is niet mogelijk de omvang van kinderprostitutie in Nederland aan te geven omdat de aangiftebereidheid laag is.

Zedenzorg bij politie en Openbaar Ministerie
Alle politiekorpsen moeten volgend jaar kunnen voldoen aan verscherpte kwaliteitseisen op het gebied van zedenzorg. De inrichting van een bovenregionale gezamenlijke voorziening ter ondersteuning van de politiekorpsen en de parketten bij de aanpak van kinderporno, zoals vorig jaar aangekondigd, moet dan gerealiseerd zijn. Elk korps dient verder te beschikken over gespecialiseerde zedenrechercheurs. Dit specialisme dient 24 uur per dag beschikbaar te zijn. Bij de behandeling van ernstige zedenaangiften gaat een aantal nieuwe zorgvuldigheidseisen gelden. Zo moet een slachtoffer altijd kunnen kiezen tussen mannelijke of vrouwelijke politie-ambtenaar, wordt de aangifte altijd opgenomen op geluidsband en wordt de aangifte altijd door twee agenten behandeld. De korpsen moeten ook regionaal beleid gaan ontwikkelen. Voorts zullen de opleidingen worden verbeterd en zullen er een aantal wenselijke deskundigheidsniveaus voor politie en Openbaar Ministerie op het terrein van zeden worden vastgesteld. Bij het Openbaar Ministerie zal op elk parket uiterlijk in het jaar 2000 een officier zijn aangesteld die als aanspreekpunt voor zedenzaken zal functioneren. Bij de behandeling van moeilijk verifieerbare aangiften zal de Officier van Justitie gebruik maken van een gespecialiseerde pool van gedragsdeskundigen. Het gaat daarbij om aangiften gebaseerd op (in therapie) hervonden herinneringen of herinneringen van voor het derde levensjaar en aangiften van ritueel misbruik. De coördinatie van deze deskundigenpool vindt plaats door de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI).
De CRI werkt verder aan de landelijke invoering van het VICLAS-systeem. Dit is een databank waarin alle moord- en zedenzaken worden geregistreerd. Met behulp van dit systeem kunnen landelijk en internationaal verbanden worden gelegd tussen individuele moord- en zedenzaken.
De implementatie van deze maatregelen op het terrein van de politiële en justitiële zedenzorg vindt plaats in een project onder verantwoordelijkheid van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Aanpassingen zedelijkheidswetgeving
Het artikel in het wetboek van strafrecht dat kinderporno strafbaar stelt, art 240b Sr, is geëvalueerd door het Verwey Jonker Instituut. Mede naar aanleiding van de evaluatie komt de minister met een aantal wetswijzingen.
De minister wil de leeftijdsgrens voor het optreden in pornografische films en dergelijke verhogen naar 18 jaar. Daarmee wordt ten aanzien van pornografie dezelfde minimumleeftijd gehanteerd als in de prostitutiesector. Dit komt de bescherming van minderjarigen ten goede. Het enkelvoudige bezit van kinderporno is strafbaar, zo bepaalde de Hoge Raad vorig jaar. Het kinderporno-artikel zal worden aangepast zodat deze strafbaarheid ook expliciet blijkt uit de wet. Verder overweegt hij virtuele kinderporno, dat is kinderpornografisch materiaal waarbij niet aanwijsbaar een echt kind is betrokken, eveneens strafbaar worden gesteld. Het blijkt met moderne technieken mogelijk levensechte virtuele afbeeldingen te maken. Hoewel de strekking van het kinderporno-artikel is, feitelijk seksueel misbruik te bestrijden kan het in omloop brengen van dergelijk materiaal (psychische) schade veroorzaken bij de afgebeelde persoon. Met de strafbaarstelling van dergelijk materiaal zou het bovendien beter mogelijk worden kinderporno op Internet te bestrijden. Dit omdat dan niet meer bewezen hoeft te worden dat het aangetroffen materiaal echte kinderen afbeeldt. Ook in internationaal verband lijkt consensus te ontstaan voor een dergelijke strafbaarstelling. De minister wil de internationale ontwikkelingen voorlopig afwachten voor met wetswijzigingen op dit terrein te komen.

Verder zal het zogenoemde klachtvereiste - dat is het vereiste dat seks met minderjarigen tussen de twaalf en zestien jaar slechts wordt vervolgd als er een officiële klacht ligt van het slachtoffer - worden afgeschaft. Dit vereiste blijkt in de praktijk niet goed te functioneren. Zo bemoeilijkt het de aanpak van kinderprostitutie en kindersekstoerisme. Ervoor in de plaats komt de verplichting voor het Openbaar Ministerie om het slachtoffer te horen voor dat vervolging wordt ingesteld.

Slachtofferzorg
Een .afgestrafte. dader van zedendelicten moet worden begeleid bij zijn terugkeer in de maatschappij. Dat is van belang om het recidive gevaar te beperken, maar ook om stigmatisering en isolering te voorkomen. De minister zal in overleg met politie, OM en reclassering nog met een nader standpunt komen over structurele informatievoorziening over vestiging of terugkeer van een zedendelinquent aan buurtgenoten.
De minister vindt dat in individuele zware gevallen het belang van het slachtoffer zo zwaar kan wegen dat, een veroordeelde zedendelinquent gedwongen moet worden te verhuizen uit de buurt waar hij zijn delicten heeft begaan. Binnen de huidige wetgeving bestaan daartoe mogelijkheden, zo stelt de minister. Zo kan bij een TBS-behandeling voor een proefverlof of een beëindiging van behandeling een dergelijke voorwaarde worden gesteld.

Preventie
Het voorkomen van seksueel misbruik heeft alles te maken met het vergroten van de sociale weerbaarheid van het potentiële slachtoffer en het voorkomen van recidive. Een belangrijk onderdeel is het stimuleren dat in een zo vroeg mogelijk stadium kinderen waarden en normen ontwikkelen op het terrein van seksualiteit en gedrag. Ten opzichte van volwassenen, maar ook tegenover elkaar. Kinderen moeten leren waar machtsmisbruik plaatsvindt en hoe ongewenste situaties kunnen worden voorkomen. Naast gerichte projecten is het zaak om binnen de sector jeugdzorg en jeugdbescherming deze thematiek onder de aandacht te brengen als onderdeel van de reguliere educatie.

Het is belangrijk vroegtijdig signalen te onderkennen en daarop adequaat te reageren. Dat vereist een alerte houding van jeugdhulpverleners of andere personen die professioneel in contact komen met kinderen. Dit wordt gestimuleerd door gerichte scholing. Verder moet de drempel tot de noodzakelijke instanties zo laag mogelijk zijn. Binnen de jeugdzorg zijn daarvoor twee elementen van belang. Allereerst zijn er bureaus Jeugdzorg ingesteld. Dat houdt in dat er één aanspreekpunt is voor alle betrokken instanties die te maken hebben met jeugdzorg, dan wel jeugdbescherming. Dat betekent dat hulpverleners, maar ook bijvoorbeeld docenten, snel door worden verwezen naar de juiste instantie als zij signalen hebben ontvangen van mogelijk misbruik van kinderen. Kinderen zelf kunnen terecht bij het Advies en meldpunt Kindermishandeling, waarvan er steeds meer in Nederland worden ingesteld. Er wordt gestreefd naar een landelijke dekking voor het einde van het jaar. Kinderen die zich richten tot andere instanties worden door de systematiek van de bureaus Jeugdzorg adequaat opgevangen. Verder heeft de Raad voor de Kinderbescherming een selectie-instrument ontwikkeld om in een vroeg stadium jeugdige daders met serieuze psychische problemen te onderscheiden en tijdig een behandeling te kunnen starten.

...NOOT VOOR DE REDACTIE (

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie