Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Rapport: Geweld in vermogensdelicten

Datum nieuwsfeit: 20-07-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Justitie

Rapporten

WODC
Producten en diensten
Publicaties

Geweld in vermogensdelicten

H. van der Vinne

Onderzoek en beleid, nr. 178

Bestelwijze

Samenvatting

In dit rapport wordt een beeld geschetst van diefstal met geweld. Binnen de groep geweldsmisdrijven is diefstal met geweld in grootte het tweede delict, na mishandeling. Veel van de literatuur over diefstal met geweld concentreert zich op één specifieke verschijningsvorm. In het bijzonder straatroof en overvalcriminaliteit hebben aandacht van onderzoekers gekregen. Diefstal met geweld is in het Wetboek van Strafrecht gedefinieerd als een vermogensdelict (of poging daartoe) die voorafgegaan, vergezeld van of gevolgd wordt door geweld (of bedreiging daarmee). Er zijn derhalve nog meer mogelijke incidenten, naast straatroof en overvallen, die aan deze definitie voldoen. Zo valt bijvoorbeeld een winkeldiefstal waarbij de dader na betrapping met behulp van geweld ontsnapt (een delict dat naar vorm en gewelddadigheid sterk verschilt van een straatroof of overval) eveneens onder de noemer 'diefstal met geweld'. Zeker in een tijd waarin geweld menigeen zorgen baart, zijn dergelijke verschillen van belang. Als we niet weten hoe gewelddadig een geweldsdelict is, weten we ook niets over een mogelijke toename in gewelddadigheid. De eerste doelstelling van dit rapport is om een indruk te geven van de veelheid van gebeurtenissen die schuil kunnen gaan achter het strafrechtelijke etiket 'diefstal met geweld'. Daarnaast zal er speciaal gelet worden op de rol van het geweld in diefstallen met geweld. Centrale vragen daarbij zijn: Wanneer treedt het geweld op in de delicten? En: Welke functie heeft het geweld?
Om een antwoord te kunnen geven op deze vragen, is gebruikgemaakt van gegevens die zijn opgeslagen in de door het WODC ontwikkelde Strafrechtmonitor (SRM), een registratiesysteem dat gebaseerd is op strafdossiers waarvoor periodiek data verzameld worden. Het voorliggende rapport is gebaseerd op de eerste dataverzameling en beslaat zaken die in 1993 door het Openbaar Ministerie of de rechtbank zijn afgedaan. Het unieke van de SRM is dat dit systeem, naast de kwantitatieve gegevens zoals die ook in andere monitors en registratiesystemen beschikbaar zijn, tevens gevalsbeschrijvingen biedt, waarin informatie opgeslagen ligt die moeilijk te coderen valt. Door deze extra informatie is het mogelijk om uitspraken te doen over de precieze toedracht van een delict, hetgeen noodzakelijk is om tot een beeld te komen omtrent het moment waarop geweld in een delict optreedt. Weliswaar heeft er op de informatie een aantal vertaalslagen plaatsgevonden: in de eerste plaats door de opstellers van de stukken uit de strafdossiers (politie en justitie) en daarnaast door de codeurs; aan de andere kant is dit als voordeel te beschouwen, omdat er thans enige zekerheid bestaat dat hetgeen beschreven, staat ook in werkelijkheid zo gebeurd is. Met andere woorden, de versie van gebeurtenissen waarmee gewerkt is, is enerzijds minder direct dan uit bijvoorbeeld interviews met daders verkregen kan worden, anderzijds is het een minder gekleurde versie.
De eerste dataverzameling van de SRM bevatte 79 gevallen van diefstal met geweld. Allereerst worden enige kenmerken van daders besproken. Dit blijken overwegend mannen te zijn van tussen de 20 en 25 jaar. De helft van de daders had een Nederlandse etnische achtergrond. Van eveneens ongeveer de helft is bekend dat zij op het moment van het plegen van het delict een verslaving hadden, waarbij verslaving aan harddrugs het vaakst voorkwam. Ruim de helft van de daders was eerder met justitie in aanraking geweest, voornamelijk voor vermogensdelicten.
De diefstallen met geweld zijn in eerste instantie in zes gangbare categorieën ondergebracht: winkeldiefstal gevolgd door geweld, tasjesroof, straatroof, diefstal met geweld in woningen, diefstal met geweld in bedrijven en beroving van personeel. Van elke categorie wordt een gedetailleerde beschrijving gegeven die geïllustreerd wordt met fragmenten uit vooral de gevalsbeschrijvingen uit de SRM. Uit deze beschrijvingen blijkt de enorme variatie aan feitelijke gebeurtenissen die diefstal met geweld heten. Vervolgens is voor dezelfde categorieën de plaats en de functie van het geweld nauwkeurig nagegaan. Dit is gedaan door elk delict op te delen in negen scènes die in een chronologische en althans theoretisch causale volgorde staan. Zo kan voor elk delict een scenario worden opgesteld, waarin het moment van het optreden van geweld binnen het vermogensdelict belicht wordt. Daarnaast worden andere kenmerken van het geweld besproken: daadwerkelijk gebruik van geweld versus bedreiging, ernst van het geweld en letsel bij slachtoffers, wapengebruik en de rol van de interactie tussen dader en slachtoffer in het ontstaan van geweld. Uit vooral het moment van het optreden van geweld kan vervolgens informatie worden afgeleid over de functie van het geweld. Wanneer bijvoorbeeld het geweld plaatsvindt na de diefstal, kan gesteld worden dat het geweld in dat geval niet diende om de diefstal mogelijk te maken. Uit de bespreking blijkt dat zowel het moment van optreden als de functie van het geweld aanzienlijk verschilden in de onderscheiden delicten.
Tot slot zijn de zes categorieën losgelaten en zijn op grond van de twee nieuwe variabelen (moment en functie van geweld) de delicten opnieuw ingedeeld op twee geweldsdimensies. De eerste dimensie betreft de initiatie van het geweld. Gebleken is dat in een aantal van de gevallen van diefstal met geweld (in het bijzonder de winkeldiefstallen gevolgd door geweld) het geweld ontstond bij betrapping of aanhouding en daarmee bij uitstek een product is van de interactie tussen dader en slachtoffer. Het geweld is in deze gevallen reactief. De tweede dimensie betreft de buitgerichtheid van het geweld, ofwel de mate waarin het geweld diende om de diefstal uit te voeren. De relevantie van deze dimensie bleek uit het vóórkomen van een groepje delicten dat feitelijk beter gekarakteriseerd kan worden als 'geweld met diefstal'. In deze gevallen ging het om mishandeling of seksueel geweld, waarbij de diefstal secundair was en naar alle waarschijnlijkheid geen onderdeel van de opzet van de dader. Het is opmerkelijk dat deze incidenten onder het wetsartikel 'diefstal met geweld' zijn geplaatst en als zodanig vervolgd, aangezien zij feitelijk niet voldoen aan de strafrechtelijke definitie van diefstal met geweld: het geweld stond niet in dienst van de diefstal. Er zijn zo vier groepen ontstaan die verschillen in het soort geweld dat gebruikt is.

Geconcludeerd kan worden dat in twee derde van de onderzochte diefstallen met geweld het (gedreigde) geweld reactief en buitgericht was. Deze gevallen betreffen 'pure' diefstal met geweld en omvatten de groepen die doorgaans in de literatuur belicht worden wanneer het om diefstal met geweld gaat: straatroof, overvalcriminaliteit en tasjesroof. Het geweld diende in deze gevallen voornamelijk om de medewerking van het slachtoffer te verkrijgen, verzet te voorkómen of doen ophouden en de buit te bemachtigen.
Een derde van de onderzochte gevallen daarentegen betrof andersoortige delicten. Er is een duidelijk te isoleren groep van diefstallen gevolgd door geweld (winkeldiefstallen en inbraken met betrapping) waarin de vermogenscomponent primair was en de geweldscomponent secundair: het geweld was reactief het ontstond na betrapping en uit interactie met het slachtoffer en buitgericht in die zin dat het diende om (met buit) te ontsnappen. Daarnaast is er een klein groepje delicten waarbij de respectievelijke plaatsen van de gewelds- en de vermogenscomponent omgekeerd lagen. Het was in deze gevallen de daders niet om de diefstal begonnen, maar om het geweldsmisdrijf, waarmee het geweld pro-actief en niet-buitgericht was. Tot slot is er een klein groepje met incidenten die de mislukte pogingen vertegenwoordigen. In deze gevallen mislukte de diefstal en ontstond er geweld nadat deze mislukking de dader duidelijk werd: niet-buitgericht en reactief geweld derhalve.
Het model van diefstal met geweld dat zo ontstaan is, is tentatief en moet voornamelijk als suggestie voor eventueel verder onderzoek opgevat worden. In het bijzonder de rol die het slachtoffer speelt in het optreden van geweld, verdient nader onderzoek. Aan het einde van het rapport worden enige voorstellen tot verder onderzoek uitgewerkt, waarbij vooral van het periodieke karakter van de dataverzamelingen van de SRM gebruikgemaakt wordt. Op het moment dat er meer metingen beschikbaar komen, levert dat talloze mogelijkheden voor het beantwoorden van onderzoeksvragen op.

WODC- informatiedesk
tel. (070)-3706553, fax. (070)-3707948 email: (infodesk@wodc.minjust.nl) redacteur WODC-site: Hans van Netburg email: cnetburg@best-dep.minjus.nl

Laatst gewijzigd: 20-07-1999

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie