Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

NUT 3: Stand van Zaken automatisering bij huisartsen

Datum nieuwsfeit: 16-08-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
NHG

NUT 3 Samenvatting

Begin 1997 is een onderzoek onder de naam Nut 3 uitgevoerd naar de stand van zaken met betrekking tot automatisering bij huisartsen. Dit onderzoek is gedaan bij een willekeurige steekproef van 1500 huisartsen met behulp van een schriftelijke enquête. Tevens is een aparte vragenlijst meegestuurd voor de praktijk-assistente.

Voor analyse waren 864 vragenlijsten van huisartsen beschikbaar (response rate 57,6%) en 754 vragenlijsten van praktijk-assistentes (response rate 50,1%). De respondenten waren representatief voor de onderzochte groep, behalve op het kenmerk 'apotheek houdend'. Bij de analyse en rapportage van de resultaten wordt waar mogelijk en relevant vergeleken met de resultaten van het Nut 2 onderzoek (1994).

In de inleiding van het rapport wordt een globaal overzicht gegeven van de historische achtergrond van huisarts-automatisering. Aangezien een belangrijk deel van de vragen betrekking had op geautomatiseerde medische registratie, wordt een overzicht gegeven van de elementen en de structuur hiervan. Tevens wordt dieper ingegaan op functies in het Huisarts Informatie Systeem (HIS) die betrekking hebben op de medische registratie.

Anno 1997 is het gebruik van een computer, van een WCIA getoetst HIS en het gebruik van de medische module van het HIS vrijwel gemeengoed geworden. In vergelijking met 1994 is er een forse toename (tabel 1).

CAPTION: Tabel 1: overzicht gebruik computer, WCIA getoetst HIS en gebruik medische module

1997 N=846 1994 N=1147

gebruikt medische module 689 80%) 428 (37%)

geen gebruik medische module 67 (8%) 313 (27%)

geen getoetst HIS 44 (5%) 158 (14%)

geen computer 64 (7%) 248 (22%)

Totaal 864 (100%) 1147 (100%)

Ruim 80% van de gebruikers van de medische module gebruikt deze minder dan 2 jaar.

Bij verdere analyse van het gebruik van de diverse onderdelen van de medische module blijkt dat vooral de componenten voorschrijven, journaal en ruiters veel worden gebruikt. In vergelijking met 1994 is er een duidelijke toename in het gebruik van alle onderdelen (tabel 2).

CAPTION: Tabel 2: Het gebruik van componenten van de medische module (% alle respondenten)

1997 N=846 1994 =1154

voorgeschiedenis 546 (63%)

journaal 621(72%)

probleemlijst 467 (54%) 179 (16%)

risicoprofiel 454 (53%) 112 (10%)

attentieregels 506 (59%) 358 (31%)

voorschrijven medicatie 660 (76%) 345 (30%)

meetwaarden (diagnostisch archief) 364 (42%) 167 (14%)

correspondentie 504 (58%) 240 (21%)

familie-anamnese 279 (32%)

ruiters 642 (74%)

Ook wanneer gekeken wordt naar het gebruik van combinaties van onderdelen blijkt dat er sprake is van een toename van het gebruik van het elektronisch medisch dossier. Aansluitend bij de grote gemene deler van diverse definities van ?adequaat gebruik' blijkt dat 50% van de respondenten gebruik maakt van de combinatie journaal, voorschrijven, ruiters en probleemlijst (tabel 3).

CAPTION: Tabel 3: Het gebruik van combinaties van onderdelen van de medische module (% alle respondenten)

1997 N=846 1994 N=1154

voorschrijven en ruiters (V&R) 623 (72%) 197 (17%)

journaal en voorschrijven en ruiters (J&V&R) 571 (66%)

(J&V&R) en voorgeschiedenis 500 (58%)

(V&R) en probleemlijst 437 (51%) 98 (9%)

(J&V&R) en probleemlijst 429 (50%)

(J&V&R) en voorgeschiedenis en probleemlijst 390 (45%)

Het gebruik van een component betekent echter nog niet dat de gegevens in die component actueel en compleet is. Analyse hiervan levert een genuanceerder beeld op.

Met betrekking tot de fase van automatisering kan geconcludeerd worden dat ongeveer 30% van de respondenten geheel is overgestapt op geautomatiseerde medische registratie en daar (min of meer) mee klaar is, ongeveer 45% van de huisartsen is overgestapt naar het elektronisch medisch dossier maar is nog bezig met overzetten van gegevens van het papieren systeem naar het HIS, 5% van de huisartsen is 'gestrand', dat wil zeggen. hebben een combinatie van een papieren en een geautomatiseerde registratie en is niet actief bezig met overzetten van gegevens. De resterende 20% heeft geen computer, gebruikt geen getoetst HIS of gebruikt de medische module niet (tabel 4).

CAPTION: Tabel 4: fase van automatisering onder alle respondenten (n=859, 5 missing)

status aantal (percentage)

klaar 256 (30%)

bezig 383 (45%)

gestrand 45 (5%)

geen computer, HIS, of gebruik med. module 175 (20%)

totaal 859 (100%)

In het rapport wordt dieper ingegaan op het gebruik van het journaal, SOEP-codes, gebruik van ICPC-codes, probleem georiënteerde registratie, prescriptie en het vastleggen van meetwaarden (laboratoriumuitslagen).

Voor 54% van de medische module gebruikers is het eigen HIS toegankelijk vanuit de thuissituatie; bij 17% is de toegankelijkheid gerealiseerd via een modem en bij 37% is de toegankelijkheid gewaarborgd door praktijkvoering aan huis.

Bij 24% van de medische module gebruikers is het eigen HIS toegankelijk voor de waarnemer gedurende diensten.

Elektronische communicatie staat zeer in de belangstelling. Bij deze meting blijkt 57% van de medische module gebruikers op enigerlei wijze elektronisch te communiceren. Communicatie met het laboratorium komt het meeste voor (27% van de medische module gebruikers), gevolgd door communicatie met de apotheek (22%) en communicatie met het ziekenhuis, opname- en ontslagberichten (18%).

Bij elektronische communicatie kan onderscheid gemaakt worden tussen communicatie binnen het systeem en communicatie vanuit het eigen systeem met een ander systeem. Bij een aantal HIS'en (Arcos en Medicom) zijn meerdere huisartsen en vaak ook de apotheek onderdeel van één systeem en is een deel van de elektronische communicatie als het ware ingebakken. Gebruikers van deze twee systemen communiceren meer met elkaar en met de apotheek dan gebruikers van de resterende (grote) systemen (ELIAS, MicroHis, Promedico+).

Met betrekking tot de preventieve en signaleringsfuncties waarderen huisartsen vooral het nut en het gebruiksgemak van ruiters, griepmodule en cervixmodule. Het risicoprofiel wordt maar door weinig huisartsen systematisch gebruikt. Nut en gebruiksgemak scoren matig.

Praktijk-assistentes zijn intensief betrokken bij de praktijk-automatisering. Opvallend is dat een forse minderheid van de praktijk-assistentes aangeeft behoefte te hebben aan (verdere) training op het gebied van medische registratie, zoals de structuur van het medisch dossier, kennis van de ICPC, etc.

Over het geheel waarderen de respondenten de mogelijkheden van het HIS en hun eigen capaciteiten om er mee om te gaan in positieve zin, al geeft men wel aan (nog) niet alle mogelijkheden onder de knie te hebben.

Van oorsprong was het 'nut project' bedoeld om de waarde van automatisering in kaart te brengen, cq. aan te tonen. De Nut 3 enquête had een meer bescheiden doel: het bepalen van de stand van zaken met betrekking tot de automatisering in de huisartspraktijk. Deze doelstelling is gehaald. Wel moet worden vastgesteld dat het onderwerp automatisering zeer uitgebreid en tamelijk complex is. In die zin verdient het geen aanbeveling om in de toekomst dit soort brede enquêtes te herhalen. Het lijkt beter om op specifieke onderwerpen bij kleinere groepen meer gedetailleerde informatie te verzamelen.

(De volledige tekst van het Nut 3-onderzoek is tegen kostprijs te bestellen via de ledenadministratie.)

© copyright NHG 1999

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie